KRO_20XII2008 Veel rijke

HET GESPREKIAntoine Bodar en Jort Kelder
‘Veel rijke mensen hebben
een compleet grauw leven’
Priester Antoine Bodar (63) en riche-connaisseur Jort Kelder (42) visiteren op verzoek van
KRO Magazine de Amsterdamse P.C. Hooftstraat. De centrale vraag luidt: wat is echte rijkdom? En ook: hoe ziet rijk eruit in de PC?
‘Kijk, zie je dat?’ Jort Kelder wijst Antoine Bodar op ‘een getoupeerde, blonde PC-poes’, die haar Mercedes-cabrio voor
Café PC tracht in te parkeren. ‘Had jij dat in de gaten, Antoine?’ Antoine reageert beduusd: ‘Nee, ik zie net die auto
aan komen rijden, ik had er nog niet in gekeken.’ Jort: ‘Dit is
heel erg PC: met links telefoneren en met rechts sturen! En
allemaal stukken beest aan de arm, echt letterlijk. Is het een
chinchilla? Het is nú gaande. Kijk, zo werkt het hier.’
De definitie die Kelder – lang hoofdredacteur van Quote –
persoonlijk als toppunt van materiële rijkdom hanteert, ontleende hij aan Freddy Heineken: ‘Rijkdom is op ieder moment naar de Bahama’s kunnen en tóch niet gaan.’ ‘Ik bedoel: je kunt je alles permitteren, maar je hoeft het je niet te
permitteren. Ik heb natuurlijk een verschrikkelijk materialistisch imago, maar ik ben totaal geen shopper. Ik koop eigenlijk nooit iets. Ik koop kleding en ik koop eens een keer een
auto, voor de rest kan ik eigenlijk niets bedenken. Ik heb
geen gadgets, kick niet op telefoontjes en dat soort overbodigheden. Ik voel in toenemende mate gêne voor het driftig
spenderen dat we in deze katholieke straat zien gebeuren. Ja,
de P.C. Hooftstraat is een buitengewoon katholieke straat!
Refo’s zullen hier niet komen, die vinden dat zonde. Dit pretpark wordt voornamelijk bevolkt door uit Brabant afkomstige, katholieke dagjesmensen.’ Antoine Bodar beschouwt de
P.C. Hooftstraat volkomen anders. ‘De P.C. Hooftstraat is
protestants. Als je praat over “PC”, dan denk je gelijk aan
protestants-christelijk!’
Bodar kan Jorts visie op rijkdom wel plaatsen, omdat hij de
knipoog in zijn programma’s verstaat. Zelf zegt hij een heel
ander soort rijkdom te koesteren. ‘Mijn rijkdom is stilte,
ruimte, warmte ook. Dat is voor mij echte rijkdom. Er is vol-
Antoine Bodar en Jort Kelder (r.)
­slenteren door de P.C. Hooftstraat
12
KROIMAGAZINE - Kerst 2008 - Rijk
Antoine Bodar, Gerard Klaasen
en Jort Kelder
gens mij niets in deze straat wat mensen echt nodig hebben,
behalve de directe levensbehoeften.’ Jort Kelder springt daar
direct op in. ‘Stilte, zeg je. Dat intrigeert mij. Televisieopnames maken in deze straat is vrijwel onmogelijk, doordat hier
voortdurend V12’s af en aan rijden met kolossaal lawaai. De
PC is een startbaan voor dit soort auto’s.’
De Hummer spant hier toch nog altijd de kroon?
Jort: ‘De SUV? Nee, de Hummer zie je hier niet meer zo
veel. Je ziet nu veel meer Range Rovers en grote BMW’s.’
Ve r ve l i n g
Bodar merkt op dat we onverhoeds in een bijkans religieuze
oriëntering zijn gekomen. Een van de psalmen, zegt hij,
opent immers met: ‘Stilte is de lofprijzing aan God.’ Bodar:
‘Stilte is in wezen een luxe.’ Jort: ‘Tijd ook. Kijk, in deze
straat zie je de mensen tegen de klippen op consumeren. Ik
gun iedere vrouw haar 427ste paar schoenen en iedere man
zijn twaalfde auto, maar uiteindelijk worden ze allemaal nóg
ongelukkiger van al die aanschafjes. Maar het enige wat ze
*
Te k s t : G e r a r d K l a a s e n , p r o g r a m m a m a k e r A n d e r s d e n k e n d e n - F o t o ’ s : I n e k e O o s t v e e n
KROIMAGAZINE - Kerst 2008 - Rijk
13
niet kunnen kopen is tijd. Het enige wat rijke mensen
niet in de hand hebben is: hoe andere mensen over hen
denken en wanneer ze – hoe zeggen jullie dat? – naar de
hemel gaan.’ Bodar: ‘Ach, je zit ook nog maar kort bij de
KRO.’
Antoine Bodar weet desgevraagd niet of hem momenteel
rijkelui in de P.C. Hooftstraat passeren. ‘Ik heb in deze
straat niets te zoeken. Ik heb de indruk dat men hier
koopt om voor een ogenblik de verveling te verdrijven.’
De tijd lijkt rijp voor een hamvraag: beschouwen Jort en
Antoine zichzelf als rijk? Jort: ‘Nou, dit jaar is mijn armoede wel bewezen. Ik heb met wat liefdesperikelen privé bepaald niet het meest handige jaar in mijn geschiedenis. Én ik heb de afgelopen maanden zo hard moeten
werken, dat ik mij afvroeg: “Waar doe ik dit voor?” Het
geld dat ik verdien investeer ik voornamelijk in mijn bedrijf, want ik kan dat geld toch niet allemaal uitgeven.
Rijkdom is in negentig procent van de gevallen een virtuele rijkdom. Het staat op een bankrekening of het zit in
stenen van een huis, dus het is allemaal onzin. Je hebt er
niets aan. Rijkdom is vanaf deze afspraak niet naar de
volgende door te hoeven. En dát lukt mij dus niet. Ik doe
het mijzelf aan.’
Is Antoine Bodar rijk? ‘Ik denk dat ik rijk ben in vriendschap, dat is voor mij een groot genoegen. Ik ben rijk
doordat ik in Rome kan wonen, waar ik word verzorgd,
waar mijn kamer verwarmd is, waar gekookt wordt en
waar alles is zoals je van een van de mooiste steden van de
wereld mag verwachten. Dat is ook een vorm van rijkdom. En ik heb in de loop der jaren in mijn hoofd een
redelijke schat verzameld, zoals mijn goede, gestorven
vriend Johan Polak mij ooit uitlegde: “Het is verstandig
om in je kop te investeren, want als je nog eens naar het
concentratiekamp moet, kunnen ze je dát tenminste niet
afnemen.” En: ik heb natuurlijk het katholieke geloof. Als
het om tijd gaat, heb ik net als Jort hetzelfde probleem.
Ik moet zo direct meteen door naar Groningen. Ik heb
altijd die volle agenda.’
Onecht plastic
Jort Kelder constateert dat de mensen die doorgaans het
vaste P.C. Hooft-publiek vormen, in deze straat voornamelijk kortstondige genotmomenten beleven. ‘Ze lopen
hier met een al dan niet gehuurde vrouw en ze vinden het
leuk om voor die vrouw dingetjes te kopen of te delen.
Rijkdom delen, geld in materiële zin delen, is leuk. Niets
is eenzamer dan in je eentje rijk te zijn. Antoine, wat zijn
jouw momenten van genot?’ Antoine: ‘Met goede vrienden een lange avond rondom een haardvuur aan een
mooi gedekte tafel goede spijzen en wijnen gebruiken en
een mooi gesprek voeren. En jij?’ Jort: ‘Eh, ik denk toch
14
KROIMAGAZINE - Kerst 2008 - Rijk
dat mijn moment van genot is als ik alleen op mijn bootje op de Vecht zit. Ik heb natuurlijk goede vrienden, wie
niet; Männerfreundschaft, dat hoef ik tegenover een goed
katholiek niet uit te leggen, is toch het mooiste wat er is.
Ik heb geen enkele homoseksuele neiging, maar met een
man ben je toch anders dan met een vrouw. In feite ben
je met een man intiemer, op dat ene spelletje na. Je wordt
oud met je vrienden.’ Antoine: ‘Maar er zijn ook huwelijken die een leven lang standhouden. Misschien in de
P.C.-kring wat minder, maar het bestaat wel volgens mij.’
Antoine, jij laaft je aan bronnen van geestelijke rijkdom. Hoe verhouden die zich tot materiële bronnen
van rijkdom?
‘Natuurlijk kun je makkelijker tot geestelijke rijkdom geraken wanneer de materiële omstandigheden er ook zijn.
Als ik wil schrijven en de kachel is kapot, kan ik niet
goed werken. Ik geef het eerlijk toe. Bepaalde omstandigheden moeten er zijn. Dat is een geestelijke rijkdom voor
mij.’
De kunsthistoricus Antoine Bodar maakte op latere leeftijd de fundamentele keus voor het priesterschap. Hij
maakte televisieprogramma’s voor de NOS, KRO en
VARA en is buitengewoon hoogleraar in Tilburg. Hij
werd priester. Beiden noemen zich wel materialistisch.
Jort: ‘Ik ben wel materialistisch. Ik ben geïnteresseerd in
gedetailleerde kwaliteit. Ik laat shirts en pakken op maat
maken. Als ik iets voor mijn huis laat maken of schilderen, dan moet het wel precies zo zijn zoals ik het wil hebben. Ik ben alleen niet koopverslaafd. Ik heb wel altijd
haast, ik loop altijd hard. De mensen die je nu door deze
straat ziet slenteren, lopen op een manier waar ik van
denk: waar ben jij nu eigenlijk naar onderweg? Waar leiden deze zinloze levens toe? Ik weet: het is heel aanmatigend dat ik dit zeg, maar veel rijke mensen hebben volgens mij een compleet grauw leven. Dat varieert van een
beetje slenteren door de PC naar de tv-aan, maar nooit
eens een goed gesprek. Mijn gesprekken zijn misschien
niet filosofisch-diepzinnig, maar ze gaan wél ergens over.’
Ook Bodar heeft drie maatpakken, maar hij heeft er twee
gekregen. ‘Het eerste is gekocht, de twee andere pakken
heb ik gekregen van mensen die vonden dat ik maar eens
een maatpak moest hebben. Ik heb overigens ook ergens
linnen collars (boorden), maar die draag ik zelden. Dat is
allemaal zo’n gedoe. Ik ben wél heel precies: mijn huis in
Amsterdam is sober, maar de vloeren zijn wel van marmer. Er liggen mooie tapijten, want ik wil wél graag dat
stoffen echt zijn. Van dat onechte plastic houd ik niet.’
Lachspiegel
Op driekwart lopen door de PC zegt Jort: ‘Allemaal
merkzaken hier, Antoine, die jij niet kent, denk ik. Of
wel?’ Antoine vindt de kerstverlichting wel mooi en
noemt de panden ‘op zich’ niet echt lelijk. Bij het pand
van een modeketen neemt Bodar een opvallende trapeziumgevel in glas waar: ‘Dit is in alle opzichten poenig. Lelijk, lelijk, lelijk!’ Jort: ‘Je ziet bij veel van die panden dat
de onderkant van de gevel glanst maar dat de bovenkant
vaak verpauperd is. De eigenaren van dat onroerend goed
bezuinigen gewoon op de bovenburen. Ik heb nog zestien uitzendingen te gaan, dus ik kijk naar ál die panden!
De P.C. Hooftstraat is trouwens de stenen variant van
Quote, één grote lachspiegel van de nouveau riche. Het is
ook absoluut waar dat geld in het begin tot een zeker geluk leidt. Het is wel handig dat je iets te eten hebt en een
dak boven je hoofd, maar dat neemt geleidelijk af, natuurlijk. Van een extra miljoen word je niet gelukkiger,
laat staan van duizend miljoen euro.’
Kelder noemt zich ten diepste een eenvoudige inktkoelie,
die met camera en statief door de straten rent. Hij waakt
voor de verkeerde voorstelling van zijn persoon als de
miljonair tegenover Antoine als de eenvoudig levende
dienaar Gods. ‘Er komt voor mij een moment dat ik ook
iets ga terugdoen voor de samenleving, maar ik blijf natuurlijk altijd een jongetje. Ik ben een jongetje. Never
grow up is een van mijn motto’s. Ik ben nog een beetje
een lawaaibak, maar feitelijk word ik getergd door
schuld. Ik kan geen vrij nemen. Ik moet, ik moet, ik
moet! Dat is een van de redenen dat ik zo gejaagd ben.
Er moet zo veel. Voor wie, weet ik trouwens niet precies,
want ik heb bij mijn weten geen nageslacht. Het is mijn
gewoonte mijn welvaart altijd te delen met het meisje
met wie ik was, zowel geestelijk als materieel. Daar is nu
een kleine adempauze in gekomen. Ik ben nu even alleen, ook in mijn hoofd. Dit is niet de vrolijkste periode
in mijn leven. Ik vind het niet leuk om alleen te zijn,
want ik ben een deler.’ Antoine: ‘Ik wens je van harte toe
dat jij tegen Kerstmis weer behoorlijk verliefd wordt en
een vriendin hebt.’ Jort: ‘Maar jij bent celibatair, dus
voor wie doe jij het dan?’ Antoine: ‘De grote troost van
mijn leven is dat ik gelovig ben. Bij mij komt nog de
rijkdom van het priesterschap. In zoverre ben ik dus dubbel rijk. Het priesterschap is het grootste geschenk in
mijn leven. Ik ben dus eigenlijk heel erg rijk.’
‘Van een
extra miljoen word
je niet gelukkiger’
Hysterisch volkje
Opmerkelijk, deze mijmering, nota bene uitgesproken
op het rijkste stukje van de PC. Volgens Kelder is dat het
stuk bij Oger, het mannenbastion van de PC. ‘Oger is
kleren, die mannenpakken met dat rooiige... erg in met
Kerst. De rest van de PC is vooral vrouwen.’ De sfeer in
de straat lijkt de laatste tijd sterk te veranderen. Er is
sprake van relatieve leegloop. Sommige winkels met
*
KROIMAGAZINE - Kerst 2008 - Rijk
15
klantenteller zitten op de helft van de klandizie van vorig jaar.
Het effect van de kredietcrisis? Jort: ‘We leven in een hysterische
samenleving. Iedereen kletst elkaar de put in. Het is emotie.
Vroeger was de economie tachtig procent fundament en twintig
procent emotie. Nu is het andersom. Ook Nederland is een hysterisch volkje geworden. We doen altijd of we calvinistisch zijn,
maar we zijn hysterisch. De kredietcrisis is beslist een heel goede
correctie op de graaizucht van die bankiers, maar het hakt er wel
erg hard in op dit moment.’
Antoine, wat denk jij?
‘Ik vind het altijd sowieso al beter om te investeren in datgene
waar de mot niet in kan komen! In zoverre gaat die kredietcrisis
volledig aan mij voorbij. Ik zie die crisis meer als een uitnodiging
om je te bezinnen op wat werkelijke rijkdom is. Rijkdom die beklijft. Feitelijk is de PC een door en door heidense straat.’
Jort: ‘Het is niet alleen maar patserig en ordinair, er gebeuren ook
leuke dingen in deze straat. En er zijn ook veel mensen die durven te leven! Ik vind het leuk dat die straat er is.’
Hebben jullie nog aandrift voor de Kerst hier in de P.C. Hooft
wat te kopen?
Jort: ‘Ja, als ik een das moet kopen, doe ik dat hier. Ik koop hem
en ben weg.’
Antoine: ‘Ik heb helemaal niets nodig, dus ik kom helemaal niet
hier.’
Er komt een roomkleurige Mustang voorbij sjezen. Jort: ‘Moet je
toch zien hier: hoe hard kun je rijden in deze straat? Die kerel
rijdt, denk ik, 70 km. Hoe gek kun je zijn? Wat een stakker, wat
een stakker. Oing, jongens, ik ga lopen, ik ben hartstikke laat.’
Du0ILeo Fijen
Mijn kerstgevoel
Het is mijn maandagmiddagplek. Daar achter de
dijk, dicht bij het water, in het rivierengebied van
Brabant. Ik reed er jaren geleden naartoe om de
tijd te doden, tussen twee televisieopnames door.
En ik bleef er terugkomen, iedere maand één verloren kwartier of half uur. Vijftien tot dertig
­minuten helemaal alleen, op de oeverwal van de
Maas. Daar, op die verhoging tussen water en
vlakke land, werd ik letterlijk opgetild, in de kleine kerk van Sint-Jan de Doper te Neerlangel. Er
wonen nog geen zestig mensen, er staan wat huizen en boerderijen. Het is niet meer dan een
buurtschap tussen Ravenstein en Megen. Maar ik
vond er mijn oase, in de oudste toren van Brabant, in een van de meest karakteristieke godshuizen van het bisdom Den Bosch. Altijd staan
de deuren open, steeds weer heb ik het gevoel
welkom te zijn en ben ik alleen met mezelf en de
mooie teksten die bezoekers hebben achtergelaten. Midden in de kerk staat de bidstoel al klaar
voor mij, een kaarsje hoef ik alleen maar aan te
steken. Maria wenkt mij tegemoet, God hoor ik in
de ruisende bomen rondom het godshuis. Zo is
het altijd: zomer en winter, voorjaar en herfst. Zo
is een kerk bedoeld, teken van eeuwigheid midden in de schepping, plek van God, dicht bij mensen, schuilplaats voor alle seizoenen. Daarom
kom ik er zo graag. Het mooist vind ik het in
­november en december: de vette klei wordt omgeploegd, het donker wint het van het licht, de
ruigheid van de tederheid, de wind van de lichte
bries, de kou van de warmte. Maar het kan me
­allemaal niet deren, want ik weet: het kerkje is
open, blijft open en zal altijd open zijn. God
wacht daar op mij en wordt er op Kerstavond opnieuw geboren in het Kerstkind. De zestig bewoners komen dan tezamen in het duister om het
licht van Christus te vieren. Het
kerkje van Neerlangel is een
voorbode van de hemel.
Zalig Kerstmis, gezegend
Nieuwjaar.
Leo Fijen,
eindredacteur
Kruispunt
Reageren?
E-mail naar:
[email protected]
magazine.nl
of schrijf naar:
Postbus 23200,
1202 ED Hilversum
16
KROIMAGAZINE - Kerst 2008 - Rijk