Jaarverslag 2013

JAARVERSLAG
2013
AGORA Stichting voor
Bijzonder Primair Onderwijs
in de Zaanstreek
a
b
c
inhoud jaarverslag
2013
voorwoord leeswijzer 5
6
BEstuursverslag 2013
01Visie, missie en doelstellingen 02De organisatie 03 Leerlingaantallen 04 Personeel 05 Onderwijs en identiteit 06Middelen en voorzieningen 07 Financiële situatie op balansdatum 08 Continuïteitsparagraaf 09 Verslag van de Raad van Toezicht 10 Verslag van de Medezeggenschapsraad 9
11
15
20
23
29
31
36
42
45
De jaarrekening 2013
Balans per 31 december 2013 Staat van baten en lasten over 2013
Kasstroomoverzicht over 2013
01Algemene toelichting 02Grondslagen voor waardering activa en passiva 03Grondslagen voor bepaling van het resultaat 04 Financiële instrumenten en risicobeheersing 05Activa 06Toelichting bij kasstroomoverzicht 07 Passiva 08Verantwoording subsidies 09Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa 10Baten 11Lasten 12 Financiële baten en lasten 49
50
51
52
52
55
56
56
59
59
63
64
65
67
71
overige gegevens 2013
73
73
74
76
Agora jaarverslag
01Resultaat bestemming 02Gebeurtenissen na balansdatum 03Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
04COLOFON 2013
3
Jaar
ver
slag
2013
Agora,
stichting voor
bijzonder primair
onderwijs
in de Zaanstreek
a
jaarverslag
2013
voorwoord
Voor u ligt het jaarverslag 2013 van de
Stichting Agora. We doen hierin verslag
van de ontwikkelingen die in 2013 hebben
plaatsgevonden en geven inzicht in en leggen
verantwoording af over ons handelen. Hierbij gaat
het met name om de wijze waarop we de ons ter
beschikking staande middelen hebben besteed,
welke resultaten we daarmee hebben bereikt en
welke verbeterpunten we hebben geconstateerd.
In zijn algemeenheid kunnen we tevreden
zijn over het achter ons liggende jaar. De
resultaten zijn goed geweest. Dit geldt niet
alleen voor de bedrijfsvoering. Voorop staat
steeds het onderwijsbelang: daarin ligt immers
de legitimering van ons handelen. Wat merken
het kind in de klas, zijn/haar ouders en onze
medewerkers van onze inspanningen en de
keuzes die we maken?
In financieel opzicht hebben we na een aantal
mindere jaren het jaar 2013 kunnen afsluiten
met een hoog positief saldo. Dit saldo wordt
voor een deel bepaald door een verstandig en
verantwoord financieel beleid, zoals het actief
inspelen op de (gematigde) krimp in de regio en
het organiseren van flexibiliteit en beleidsruimte
voor directeuren. Voor het grootste deel wordt
de hoogte van het saldo echter bepaald door
de aan het eind van het jaar ter beschikking
gestelde middelen uit het Najaarsakkoord en
het Nationaal Onderwijs Akkoord. Doordat de
organisatie in financieel opzicht op orde is,
hoeven deze middelen niet benut te worden om
gaten te dichten, maar kunnen we ze in 2014
inzetten in onderwijsvernieuwende projecten en
kwaliteitverhogende maatregelen.
Daarmee komen we tevens op een nieuw aspect
van dit jaarverslag. Naast het schetsen van het
beeld van het achter ons liggende jaar, geven we
tevens een vooruitblik naar de jaren die voor ons
liggen. In de zgn. continuïteitsparagraaf trekken
we de lijn door. De ontwikkelingen in 2014, op het
moment van schrijven reeds een stuk gevorderd,
worden immers sterk beïnvloed door de gang van
zaken in de voorliggende jaren en sluiten daar
direct op aan.
Wij wensen u veel leesplezier.
Het College van Bestuur,
Taco Keulen, voorzitter en Rien Spies, lid
Agora jaarverslag
2013
5
Leeswijzer
Dit jaarverslag bestaat uit drie delen.
Deel A omvat het bestuursverslag, waarbij de
focus ligt op horizontale verantwoording aan
onze stakeholders. Naast de missie, visie en
doelstellingen wordt de organisatiestructuur
van Agora kort toegelicht. Vervolgens komen
de kengetallen rondom leerlingaantallen
en personeel aan de orde. In hoofdstuk A5
wordt stilgestaan bij de door ons behaalde
onderwijsresultaten. Daarna komt de
bedrijfsvoering aan de orde, gevolgd door de
financiële resultaten per balansdatum. Nieuw
is de continuïteitsparagraaf, welke door de
minister verplicht opgelegd is, maar voor Agora
qua inhoud niet nieuw is. Het bestuursverslag
Agora jaarverslag
2013
6
wordt afgesloten met het verslag van de Raad
van Toezicht en dat van de Gemeenschappelijke
Medezeggenschapsraad.
In deel B wordt de jaarrekening 2013 nader
toegelicht, waarbij de focus ligt op verticale
verantwoording aan het Ministerie van OCW.
De hoofdstukindeling is conform ‘voorgeschreven’
wet en regelgeving (RJ 660) ingericht. Alle
verplichte tabellen en gebruikte grondslagen zijn
opgenomen.
Het jaarverslag wordt afgesloten met
deel C, waarin de ‘controleverklaring van de
onafhankelijke accountant’ de belangrijkste
paragraaf vormt.
Jaar
ver
slag
2013
Bestuursverslag
2013
Agora jaarverslag
2013
7
Best
uurs
ver
slag
2013
a
Visie, missie en doelstellingen /
De organisatie / Leerlingaantallen /
Personeel / Onderwijs en identiteit /
Middelen en voorzieningen /
Financiële situatie op balansdatum /
Continuïteitsparagraaf / Verslag van
de Raad van Toezicht / Verslag van de
Medezeggenschapsraad
Bestuursverslag
2013
01
Visie, missie en
doelstellingen
Als Stichting voor bijzonder primair onderwijs
staat Agora borg voor waarde-gedreven
onderwijs. De overtuiging dat de essentie
van het leven verder gaat dan het hier en nu,
inspireert ons in onze ambitie en zet ons aan het
beste uit onszelf en uit de kinderen die ons zijn
toevertrouwd te halen. In onze missie (waar we
voor stáán) en visie (waar we voor gáán) hebben
we dit als volgt geformuleerd:
wat we hebben willen inzetten. Dat zijn passend
onderwijs voor alle leerlingen, een breed aanbod
in samenhang met wijk, vrije tijd en opvang, en op
opbrengsten gericht onderwijs dat recht doet aan
de capaciteiten en talenten van kinderen. Dit moet
in alle scholen merkbaar zijn”.
Doelstellingen
Visie
Wij zijn een ambitieuze organisatie. Voor de
toekomst van de samenleving is het essentieel
dat ‘nieuwe leden’ goed toegerust zijn. Ouders
die hun kind aan ons toevertrouwen, kinderen
die onze scholen bezoeken en medewerkers
die bij ons werken hebben recht op zo optimaal
mogelijke omstandigheden. Agora streeft er dan
ook naar een toonaangevende onderwijsinstelling
te zijn, niet alleen in onze ‘eigen’ Zaanstreek, maar
ook landelijk. Kinderen moeten effectief kunnen
leren. Goed toegeruste en tevreden medewerkers
moeten hen daarbij terzijde staan en gebruik
kunnen maken van moderne en effectieve
methoden. De bedrijfsvoering moet op orde zijn
en er moeten mogelijkheden zijn voor innovatie.
Dat is hoe we het willen!
“Agora werkt continu aan het verbeteren van het
onderwijs. Het bieden van Goed Onderwijs is wat
we nastreven. Goed Onderwijs betreft een drietal
samenhangende terreinen waarop we het beste
In ons Meerjarenbeleidsplan (Bouwen aan Goed
Onderwijs – op weg naar 2015) formuleren we de
volgende meerjaren doelen:
Missie
“Vanuit Christelijk geloof, levensovertuiging
en daaraan ontleende waarden, waarderen wij
ons handelen aan de opbrengst bij het kind.
Samenwerking van professioneel personeel
en van de scholen onderling brengt Agora tot
een hogere kwaliteit. Iedere school vindt haar
uitdaging in de dynamiek van de samenleving
en de opdracht die daaruit voor ieder kind
afzonderlijk voortvloeit. Daarin mag ieder
kind zich gekend weten. Agora ziet hierin haar
opdracht en haar reden van bestaan”.
2
3
Onderwijs &
Identiteit
Personeel &
Organisatie
Middelen &
Voorzieningen
* Passend Onderwijs
* Brede School-
* Leiderschap en
* Centraal/
Decentraal
* Secundaire
processen
(incl. huisvesting en financiën)
2013
ontwikkeling
*Opbrengstgericht werken
* Identiteit
management
* Cultuur en klimaat
Agora jaarverslag
1
9
a
1
Onderwijs &
Identiteit
Passend Onderwijs
Voor alle leerlingen van Agora-scholen zien we
volwaardig burgerschap als einddoel. We streven
na dat kinderen, ongeacht kleur, etnische afkomst,
geslacht of beperking, mee kunnen doen in de
samenleving. Dit impliceert dat we in principe alle
aangemelde kinderen toelaten op onze scholen
om hen een passend onderwijsaanbod te geven.
Brede Schoolontwikkeling
aStimulerende leeromgeving. De school
beschikt, zo nodig in samenwerking met
partners, over het vermogen om onderwijs,
opvang, peuterspeelzaal- en buurtwerk te
bieden aan de kinderen. De omgeving biedt
mogelijkheden voor leren, spelen, ontdekken
en ontwikkelen.
bSamenwerking en communicatie. De scholen
werken samen met ouders en partners vanuit
een gedeelde pedagogie.
cEducatief partnerschap van ouders. In de
ontwikkeling van ieder individueel kind
hebben ouders, school en kind ieder eigen
verantwoordelijkheden. Deze ontwikkeling kan
alleen optimaal zijn als ouders, school en kind
als gelijkwaardige partners samenwerken.
Opbrengstgericht werken
Agora-scholen formuleren hun ambities ten
aanzien van:
a Hoge verwachtingen
b Curriculum en de resultaten daarbij
c Evaluatie van leren en onderwijzen
Identiteit
De scholen van Agora bieden bij voortduring
aandacht aan toegankelijkheid van christelijke
waarden en uitingen in hun aanbod. Onze
waarden omvatten een breed spectrum van
religieuze beleving. Vanuit respect voor verschillen
kunnen wij verschillend zijn en dit waarderen.
Agora jaarverslag
2013
10
2
bEffectief leiderschap. De leidinggevenden van
Agora werken volgens de zeven eigenschappen
van effectief leiderschap (Covey) en kunnen dat
ook zichtbaar maken in hun werkomgeving.
Cultuur en klimaat
aProfessionalisering. Agora bevordert de
professionalisering van haar medewerkers door
middel van het inrichten van het kenniscentrum,
het bevorderen van deelname aan Professionele
Leergemeenschappen (waarbinnen de
aanwezige professionaliteit geoperationaliseerd
kan worden), het waarborgen van een goede
gesprekkencyclus, het werken met goede
bekwaamheidsdossiers, en waarborgt dat er
voldoende scholingsmiddelen beschikbaar zijn
op bovenschools en schools niveau.
bSamenwerken en communicatie. Agora
bevordert de synergie in het werken vanuit
het Rijnlands organiseren. Agora zorgt voor
overlegstructuren waarin mogelijkheden zijn
voor samenwerking (bijvoorbeeld Professionele
Leergemeenschappen). Deze structuren zijn
transparant. De communicatie is tweezijdig
ingericht, dat wil zeggen van bovenaf en vanuit
de werkvloer (het primaire proces).
cGoed werkgeverschap. Agora voert
personeelsbeleid volgens de CAO. Ze
werkt met een flexibel pakket en biedt extra
mogelijkheden voor de werknemers bovenop
de toekomstige raam-cao.
3
Middelen &
Voorzieningen
Centraal/Decentraal
De scholen hebben de middelen die hen in
staat stellen hun schoolplan uit te voeren en
waarbij ruimte is voor nieuw beleid. De financiële
huishouding maakt tevens alle bovenschoolse
activiteiten mogelijk.
Personeel &
Organisatie
Secundaire processen (incl. huisvesting
en financiën)
Leiderschap en management
aHeldere focus/gedeelde waarden/missie/visie.
Agora zorgt voor ondersteunende diensten om
het primaire proces in de scholen optimaal te
laten verlopen.
Het management focust op basis van de missie
op de visie en draagt op die manier de richting
van de school uit.
Bestuursverslag
2013
02
De organisatie
Agora is een interconfessionele stichting waarin
25 scholen zijn verenigd. Deze scholen staan alle
in de Zaanstreek, in de gemeenten Zaanstad,
Wormerland en Oostzaan. De stichting wordt
bestuurd door een tweehoofdig College van
Bestuur. De volgende scholen vallen onder de
Stichting Agora:
De Bijenkorf
www.de-bijenkorf.nl
De Rank
www.de-rank.nl
Het Koraal
www.het-koraal.nl
De Evenaar
www.cbs-evenaar.nl
De Regenboog
www.bs-regenboog.nl
Het SchatRijk
www.hetschatrijk.nl
De Golfbreker
www.de-golfbreker.nl
De Rietvink
www.de-rietvink.nl
Octant
www.icb-octant.nl
De Hoeksteen
www.de-hoeksteen.nl
WormerWieken
www.wormerwieken.nl
Paus Joannesschool
www.paus-joannes.nl
De Saenparel
www.saenparel.nl
De Vuurvogel
www.vuurvogel.nl
sbo Tijstroom​
www.sbo-tijstroom.nl
De Korenaar
www.korenaar.nl
De Westerkim
www.dewesterkimzaandam.nl
Tamarinde
www.tamarinde.nl
De Loopplank
www.loopplank.nl
De Oceaan
www.de-oceaan.nl
De Piramide
www.de-piramide.nl
De Windroos
www.de-windroos.nl
Het Baken
www.het-baken.nl
Willibrordschool
www.bs-willibrord.nl
Elke school heeft een eigen website, waarop
ook het schooljaarverslag gepubliceerd is.
Graag nodigen wij u uit om onze schoolwebsites
te bezoeken.
Agora jaarverslag
Agora heeft een samenwerking met de
Islamitische basisschool De Roos wat betreft de
personeels- en financiële administratie. Ook valt
De Roos onder het samenwerkingsverband
WSNS 2703 (www.ibs-deroos.nl).
Toermalijn
www.icb-toermalijn.nl
2013
11
a
Organigram
RAAD
VAN
TOEZICHT
COLLEGE
VAN
BESTUUR
GMR
CENTRAAL
BUREAU
MR
CONTROLLER
SCHOLEN
Samenstelling geledingen
Agora jaarverslag
2013
12
Raad van Toezicht
Drs. F. Günther
H.M. Edzes-Altena
V. Arents
E.C.M. Roodvoets
M. Eijgenstein
H.M.P. Stoltenberg
P. Prijs
College van bestuur
Drs. T.P Keulen
M.C. Spies MLE
H. de Waard (tot 15 okt. 2013)
Bestuursverslag
2013
Partners
Agora richt zich naar haar omgeving. Zij betrekt de
omgeving bij het realiseren van goed onderwijs.
Ouders ziet zij daarom als partners. Ook de wijk
en de mensen die er wonen, spelen een rol van
betekenis. Kinderen leren en ontwikkelen niet
alleen op school, maar op alle plekken waar ze
komen en op elk moment van de dag. Daarom
wil Agora een partnerschap aangaan met die
omgeving. Samen maken we een optimale
omgeving voor de kinderen.
Agora werkt ook samen met opleidingsinstituten
en hogescholen, vooral met de PABO. Deze
samenwerking is er vooral op gericht om te
werken aan de professionalisering van de
medewerkers. Deze partners helpen Agora om de
kwaliteit van het onderwijs continu te verbeteren.
Kinderen hebben, vóórdat ze naar een school
van Agora gaan, vaak al een andere vorm van
samen leren en ontwikkelen achter de rug. Ná
de basisschool gaan ze allemaal naar een vorm
van voortgezet onderwijs. Ook partijen die dit
realiseren zijn partners van Agora. Afstemming en
goede aansluiting zijn van groot belang.
Omdat onderwijs de plek is waar alle kinderen
samenkomen, worden scholen vaak benaderd
vanuit allerlei groeperingen in de samenleving.
De scholen van Agora gaan daarbij niet op alles
in. De hoofdtaak van de scholen is het geven van
onderwijs. Bij de keuze uit het grote aanbod en
de vele verzoeken die de scholen krijgen, zijn het
onderwijsbelang en het belang van het kind altijd
leidend.
Klachtenregeling
Enkele bijzonderheden:
*In een viertal gevallen hebben klachten geleid
tot het vertrek van leerlingen naar een andere
school, hetzij van Agora, hetzij van een ander
bestuur.
*In twee gevallen heeft de klacht, direct of
indirect, geleid tot het vertrek van personeel:
een directeur en een leerkracht.
*Eén klacht is rechtstreeks bij de landelijke
klachtencommissie gekomen. Daarbij was op
voorhand de mogelijkheid het ongenoegen
met elkaar op te lossen geblokkeerd. Dit is
daarna, via mediation, alsnog gebeurd.
*In drie zaken ging het om klachten die te maken
hadden met de inzet van personeel vanwege
mobiliteit, solliciteren etc.
*Er was dit jaar slecht één klacht betreffende de
schooladvisering VO. In andere jaren waren hier
veel meer klachten over.
Het kalenderjaar 2013 was op het gebied van
klachten een vrij rustig jaar. Toch ervaren het CvB
en ook de directies van de scholen dat ouders
steeds gemakkelijker de weg naar het bestuur
zoeken om hun gelijk te halen. De weg naar de
onafhankelijke vertrouwenspersoon wordt ook
snel gezocht.
Schooldirecties krijgen op die manier minder
gelegenheid om de klachten zelf op te lossen.
In veel gevallen, gelukkig de meeste, lukt dat
nog wel.
Klachten vormen een bron van informatie. Vaak
is de oorzaak van een klacht te vinden in het
niet gehoord worden van de ouder(s). De eerste
reactie van een school bij een klacht is er te vaak
een van ontkenning of bagatellisering. Daarmee
komt de school al snel op achterstand, omdat
ouders dit niet accepteren. Het gelijkwaardig met
elkaar in gesprek gaan is het meest effectief om
ongenoegen op te lossen.
2013
Het CvB bespreekt dit regelmatig met de directeuren in de managementraportage-gesprekken. Het
wordt over het algemeen ook door de directies
onderkend. In de praktijk lukt dat doorgaans heel
goed, maar helaas nog niet altijd.
Agora jaarverslag
Voor alle scholen van Agora werken we met een
klachtenregeling. Niet omdat dit een verplichting
is. Wij vinden het belangrijk met ouders, die wij
zien als partner, in geval van ongenoegen primair
met elkaar in gesprek te gaan en te blijven en het
ongenoegen met elkaar op te lossen. Wanneer dit
niet zou lukken, moet er een goed toegankelijke
formele weg zijn om de situatie op te lossen.
We steken in op een goede communicatie,
waardoor we hopen dat we deze regeling niet of
nauwelijks nodig hebben. De regeling waarborgt
dat klachten deskundig en onafhankelijk worden
beoordeeld en afgehandeld. In dit jaarverslag
rapporteren wij het aantal, dat bij het bestuur,
de externe vertrouwenspersoon en de landelijke
klachtencommissie in behandeling is genomen.
Ten aanzien van de klachtafhandeling 2013 zijn
twee rapportages voorhanden:
*Jaarverslag van de onafhankelijke
vertrouwenspersoon
*Opstelling van klachten die bij het CvB zijn
binnengekomen en behandeld (hieronder)
13
a
In- en externe ontwikkelingen met
impact op het onderwijs
*Per 1 augustus 2014 wordt, naar het
Agora jaarverslag
2013
14
lijkt, definitief het passend onderwijs
ingevoerd. Agora is vergevorderd met de
voorbereidingen door het participeren
in het samenwerkingsverband, het
inrichten van de reguliere scholen op een
brede doelgroep en op het bieden van
ondersteuningsmogelijkheden vanuit
Tijstroom. Dit is het centrum voor passend
onderwijs voor de Agora-scholen van waaruit
ondersteuning wordt gegeven bij het realiseren
van onderwijsarrangementen aan kinderen
met grote hobbels in het leren en participeren
binnen het regulier onderwijs. Dit kan zijn
binnen het regulier onderwijs, maar ook – liefst
tijdelijk en/of partieel – buiten het regulier
onderwijs , binnen Tijstroom.
*Onderwijs komt politiek gezien hoger op
de agenda. In een samenleving met minder
kinderen neemt de rol van het onderwijs in
belang toe. Dit komt onder meer tot uiting in
de toekenning van middelen uit het Nationaal
Onderwijs Akkoord. Binnen Agora slagen we
er in deze ook daadwerkelijk aan te wenden
voor verbetering van de onderwijskwaliteit. We
zijn ons er van bewust dat een plotselinge en
niet structurele financiële impuls zorgvuldig en
consistent opgebouwd beleid kan doorkruisen
en spelen daar op in bij de inrichting van
projecten (langlopende kwaliteitsimpulsen
zo veel mogelijk zonder structurele
verplichtingen).
*Op veel plaatsen wordt gewerkt aan
de vorming van Integrale Kindcentra;
samenwerkingsverbanden van onderwijs,
kinderopvang en andere partners (sport,
cultuur, zorg) waar vanuit één pedagogische
benadering en met ruime openingstijden een
breed aanbod wordt gerealiseerd. Agora heeft
met de kinderopvangorganisatie TintelTuin een
intentieverklaring ondertekend om gezamenlijk
vorm te geven aan de IKC’s rond de Agorascholen. In bestuurlijk overleg wordt verder
gewerkt aan de uitwerking en invulling van de
samenwerking en aan de formele vorm die
deze in de toekomst zal krijgen.
*Agora-scholen worden bezocht door een brede
populatie kinderen. Vaak min of meer los van
de denominatie van de school (in relatie tot
hun eigen levensovertuiging) maken ouders de
beste keus voor kun kind en wegen daarin vele
factoren mee (levensbeschouwelijke identiteit,
onderwijskundige identiteit, nabijheid,
kwaliteit, uitstraling, goede naam, persoonlijke
ervaringen etc.). Een deel van de islamitische
ouders in de Zaanstreek kiest er voor kun
kind(eren) op een school van Agora te plaatsen,
anderen juist niet. Zij kiezen dikwijls voor
een plaatsing op de Islamitische basisschool
De Roos. Agora gelooft in de dialoog. Op
bestuurlijk niveau vinden gesprekken plaats om
de de huidige samenwerking tussen Agora en
De Roos te verdiepen.
*Landelijk vindt discussie plaats over kleine
scholen. Deze zijn moeilijk financieel gezond te
maken, zijn onderwijskundig gezien kwetsbaar
en zijn lastig in een brede schoolontwikkeling
in te passen. CBS De Saenparel is de kleinste
school van Agora (100 leerlingen) en is een
goede school. Met het oog op toekomstige
ontwikkelingen (huisvesting o.m.) wordt
onderzocht in hoeverre het haalbaar is
de school als zelfstandige school te laten
voortbestaan.
*Landelijk staat er druk op de kwaliteit van
het onderwijs. Agora blijft op alle scholen
permanent streven naar kwaliteitsverbetering.
Wij kennen geen zwakke scholen, alle scholen
voldoen aan het zgn. basisarrangement van de
onderwijsinspectie. Ook binnen dit gegeven is
evenwel altijd verbetering mogelijk.
*Door de geleidelijke krimp in
leerlingenaantallen worden er momenteel
weinig nieuwe leerkrachten geworven. Dit
maakt het minder aantrekkelijk voor jonge
mensen om voor dit vak te kiezen. De geringe
‘jonge instroom’ heeft tevens tot gevolg dat
het huidige personeelsbestand geleidelijk aan
‘vergrijst’. Tegelijk nemen de eisen die aan het
beroep gesteld worden (meer samenwerking,
leren van 21ste eeuwse vaardigheden etc)
zeker niet af. De werving van gekwalificeerd
personeel en de aansluiting van de
opleidingen op eisen van de praktijk, vormen
een punt van aandacht. Agora participeert
actief in een samenwerkingsverband met
IPABO en Hogeschool Inholland, gericht
op professionalisering van aankomende
leerkrachten.
Bestuursverslag
2013
03
Leerlingaantallen
De jarenlange gestage groei van het aantal
leerlingen is als gevolg van demografische
ontwikkelingen omgebogen naar een
(trendmatige) daling. In 2013 is het leerlingaantal
voor het vierde achtereenvolgende jaar
gedaald. Het huidige leerlingenaantal is 7236.
De verwachting is dat de daling doorzet en
uiteindelijk afvlakt bij ongeveer 6600 leerlingen. In
ons meerjaren bestuursformatieplan en meerjaren
begroting anticipeert Agora op deze daling,
waarover later meer.
Binnen Zaanstad neemt ons marktaandeel
zeker niet af, maar de hele markt krimpt. De
prognose van de gemeente Zaanstad gaat uit
van een jaarlijkse daling met 1% gebaseerd
op de demografische ontwikkeling binnen de
leeftijdscategorie 4-12 jarigen. De ontwikkeling
in ons verzorgingsgebied komt overeen met de
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
8000
7800
7600
7400
7200
7000
6800
6600
6400
6200
6000
2002
Leerlingaantallen: historie 2002-2013 + prognose 2014-2023
landelijke trend van dalende leerlingaantallen
in het primair onderwijs. De krimp is minder
sterk dan in andere regio’s in Noord-Holland
en niet gelijkmatig over alle scholen verdeeld.
Binnen onze stichting is één echte groeischool
(Het Koraal), naast de grote groep dalers en de
kleinere groep stabiele scholen.
Agora jaarverslag
2013
15
a
Leerlingaantallen naar leeftijd
en gewichtenregeling
Het leerlingaantal in de onderbouw is afgelopen
jaar gedaald met 99 leerlingen, bijna het
dubbele van vorig jaar (2012: 53 leerlingen). De
bovenbouw is minder hard gedaald, namelijk
met 73 leerlingen, gelijk aan vorig jaar (2012:
76). De verhouding onderbouw bovenbouw van
onze stichting is nu nog constant en bedraagt
de afgelopen jaren 48,52%. Door ontgroening
zal de bovenbouw een steeds groter aandeel
gaan innemen. Het aantal gewichtenleerlingen is
afgelopen jaar stabiel gebleven ten opzichte van
vorig jaar, namelijk 480 (2012: 482).
schooljaar
SJ 10/11SJ 11/12SJ 12/13SJ 13/14
teldatum 1 oktober
01-10-2010 01-10-2011
01-10-2012
01-10-2013
Onderbouw 4 t/m 7 jaar 3.682
3.609
3.556
3.457
Bovenbouw 8 jaar en ouder 3.976
3.928
3.852
3.779
Aantal leerlingen 7.6587.5377.4087.236
Aantal leerlingen +3%
7.8887.7637.6307.453
waarvan gewichtsleerling:
0,3
633 573 452 432
1,2
329 325 289 292
Gewichtenregeling566562482480
Schoolgewicht 107110215219
Agora jaarverslag
2013
16
Bestuursverslag
2013
Leerlingaantallen per school
Onderstaand de leerlingaantallen gerangschikt
van onderbouw naar bovenbouwschool.
Het Koraal is met 286 leerlingen een echte
codeSchoolBrinnr.
onderbouwschool. Verder kent Agora een
grote middengroep en een zestal echte
bovenbouwscholen (Golfbreker tot en met
WormerWieken).
totaal 2012
totaal 2013
4-7 jaar
>=8 jaar
3130
Het Koraal
30FU304386286100
4104
Paus Joannesschool
09VE233224129 95
130
De Saenparel 16JK92985543
4105
De Rietvink
22KB280272143129
3106
Toermalijn
03TL302302158144
1370
De Korenaar 05RV308297155142
4111
De Bijenkorf 07TN249256133123
4200
Het Schatrijk 27YV159161 83 78
3102
De Vuurvogel 16BA311294148146
3101
De Windroos 10OD292268133135
3103
De Piramide 15UZ408393191202
4101
Willibrordschool08XR337324156168
4108
De Hoeksteen 08YO435435206229
643
De Evenaar
09CL358339160179
148
Het Baken
22KA244244114130
135
Tamarinde
16DY436421194227
141
De Rank 05UN223214 98116
139
De Loopplank 15XF151148 67 81
4107
De Golfbreker 08YN476472210262
3120
De Oceaan
30AH322322133189
134
De Westerkim 22KA181170 68102
3110
Octant
26BC391379151228
4112
De Regenboog 09WP441417156261
4115
WormerWieken 16YE391322112210
Totaal Basisonderwijs7324715834393719
5100
Tijstroom
00UN84781860
7408723634573779
Gemiddeld per school (excl SBO)
305
298
143
155
Agora jaarverslag
2013
17
a
Leerlinggebonden financiering
Onderstaande de ontwikkeling van het aantal
geïndiceerde leerlingen. Een stabiel beeld ten
opzichte van vorig jaar.
INDICATIESTELLINGSJ 10/11SJ 11/12SJ 12/13SJ 13/14
teldatum 31 juli31/07/201031/07/201131/07/201231/07/2013
VGB - blind110
VGS - slechtziend6878
DOVN - doof 1111
SH - slechthorend5542
ESM - ernstige spraakmoeilijkheden28322933
LZ/S - langdurig ziek met een lich. handicap
16
11
8
11
LG - lichamelijk gehandicapt20161517
ZMLK - zeer moeilijk lerend 16
15
13
8
SVD - syndroom van Down
4
3
1
1
Cluster 467807366
Totaal164172151147
In- en uitstroom leerlingen
De instroom van 4-jarigen is na een drietal
opeenvolgende jaren van daling licht
toegenomen (879 t.o.v. 861). In totaal zijn 1224
nieuwe leerlingen ingeschreven. Redelijk stabiel,
maar ver verwijderd van het hoge schooljaar
2009-2010 met 1594 inschrijvingen.
De tussentijdse uitstroom is afgelopen jaar fors
teruggelopen. Opvallend is wel het toenemende
aantal uitschrijvingen vanwege vertrek naar het
buitenland (migratie).
De uitstroom naar het vervolgonderwijs ligt op het
landelijk gemiddelde: 40% gaat naar havo/vwo en
60% naar het vmbo/PRO.
Gegevens instroom nieuwe leerlingenSJ 09/10SJ 10/11SJ 11/12SJ 12/13
Instroom 4-jarigen910895861879
Tussentijdse instroom herkomst AGORA scholen
453
165
81
82
Tussentijdse instroom herkomst scholen Zaan Primair
102
81
123
106
Tussentijdse instroom herkomst De Roos
0
2
1
0
Tussentijdse instroom herkomst SBO
0
1
7
14
Tussentijdse instroom herkomst overigen129108129143
Totaal1594125212021224
Agora jaarverslag
2013
18
Bestuursverslag
2013
Gegevens tussentijdse uitstroom en schoolverlaters
SJ 09/10SJ 10/11SJ 11/12SJ 12/13
Tussentijdse uitstroom naar AGORA scholen
62
157
85
46
Tussentijdse uitstroom naar scholen Zaan Primair
58
84
107
68
Tussentijdse uitstroom naar SBO/REC-voorzieningen
50
43
45
42
Tussentijdse uitstroom naar overigen
142
120
105
90
Tussentijdse uitstroom naar De Roos
0
11
20
12
Tussentijdse uitstroom naar buitenland
0
13
20
32
Uitstroom schoolverlaters naar Pascal College
170
179
141
68
Uitstroom schoolverlaters naar Pascal College Zuid
56
Uitstroom schoolverlaters naar De Faam SVO
15
Uitstroom schoolverlaters naar Michaël College
110
90
90
115
Uitstroom schoolverlaters naar OVO579620628628
Uitstroom schoolverlaters naar SVO
0
10
8
9
Uitstroom schoolverlaters naar buitenland0710
Uitstroom schoolverlaters naar overigen
125
66
86
76
Totaal1296140013361257
Uitstroomgegevens naar voortgezet onderwijsSJ 10/11SJ 11/12SJ 12/13
Uitstroom naar PRO212324
Uitstroom naar VMBO550551556
Uitstroom naar HAVO/VWO338350387
Uitstroom naar overigen
47
46
0
Totaal956970967
Agora jaarverslag
2013
19
a
04
Personeel
Agora streeft naar een goede uitvoering van het
personeelsbeleid. Personeel vormt immers het
hart van de organisatie. Echter, door de vele ontwikkelingen binnen de organisatie staat dit beleid
regelmatig onder druk. Desondanks heeft Agora
het werkgelegenheidsbeleid goed overeind kunnen houden, waarbij het maximaal benutten van
de kwaliteit van het personeel voor de organisatie
centraal staat.
Krimp
Zoals in het vorige hoofdstuk reeds is
aangegeven, zet de krimp ook in Zaanstad
geleidelijk door. Daarmee neemt de
werkgelegenheid per saldo af. Er zijn maar enkele
scholen binnen Agora die nog een stijgend
leerlingaantal kennen. Op enkele scholen is het
leerlingaantal dusdanig gedaald, dat enkele
personeelsleden verplicht overgeplaatst dienden
te worden. Het is gelukt om al het onderwijzend
personeel, dat boven de formatie van de eigen
school stond, te herplaatsen op een andere school
binnen Agora. Voor het onderwijsondersteunend
personeel is het echter niet steeds gelukt om hen
op een vaste school te plaatsen. Wel is het gelukt
om ook hen allemaal aan de slag te houden.
Deze groep wordt flexibel ingezet op meerdere
scholen. Met de start van Agora Support – onze
flexibele schil – wordt daar verdere invulling aan
gegeven.
Agora jaarverslag
2013
20
benoeming van een voorzitter en lid van het CvB.
Het advies ten aanzien van het centraal bureau zal
in 2014 opvolging krijgen.
Intrekken sociaal statuut
In 2012 zijn met de bonden afspraken gemaakt
over de terugloop van formatie op schoolniveau.
Medewerkers die daardoor op de eigen school
boventallig zijn verklaard, zijn in het sociaal statuut
geplaatst (bovenschools). Door actief beleid is het
gelukt de medewerkers elders binnen de organisatie te herplaatsen, waardoor de plaatsing in het
sociaal statuut beëindigd kon worden.
Eigenrisicodrager WGA
Agora is per 1 januari 2013 eigenrisicodrager
geworden voor de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijke Arbeidsgeschiktheid). Het risico van een
mogelijke WGA-uitkering (maximaal tien jaar)
is (her)verzekerd bij Loyalis. Agora is vanaf nu
verantwoordelijk voor de re-integratiebegeleiding
van (ex)medewerkers die in de WGA terecht
komen. Het eigen risicodragerschap voor de WGA
kan een aanzienlijke besparing opleveren, zeker in
de toekomst. Om deze besparing ook daadwerkelijk te kunnen realiseren, is het van belang dat
de regie goed opgepakt wordt. Aan Aon Hewitt
is gevraagd te ondersteunen in het opstellen en
beschrijven van processen en procedures die voor
de uitvoering van het eigen risicodragerschap
nodig zijn.
Herinrichting centraal bestuur
en centraal bureau
HRM instrumenten
In mei 2013 heeft Harm Klifman van organisatieen adviesbureau Van Beekveld & Terpstra het Rapport ‘Advies over omvang en herinrichting centraal
bestuur en centraal bureau’ gepresenteerd. Dit
bevatte adviezen op twee onderzoeksvragen: één
m.b.t. tot het centraal bestuur (in opdracht van de
RvT) en één m.b.t. het centraal bureau (in opdracht
van het CvB). Het eerste advies heeft geleid tot
het besluit van de Raad vanToezicht de omvang
van het CvB te verminderen en tot het doorlopen
van een sollicitatieronde met betrekking tot de
invulling daarvan. In de tweede helft van 2013 is
de sollicitatieprocedure afgerond en is er invulling gegeven aan het tweehoofdig bestuur, door
De Human Resource administratie is gedigitaliseerd binnen RAET. Hiervoor worden You Force
en HR Basis gebruikt. De volgende HR modules
zijn in 2013 geïmplementeerd: RAET Medewerker
ontwikkeling (RMO) en RAET Verzuimmanager.
Vooral ten aanzien van RMO zijn veel inspanningen geleverd om deze applicatie optimaal te
laten functioneren. Wij hechten aan het volgen
van beleid ten aanzien van de gesprekkencyclus
en het RMO kan dit ondersteunen. In 2013 is
dat (nog) niet optimaal verlopen. We zijn veel in
gesprek geweest met RAET en hebben de nodige
aanpassingen moeten doen. Nauwgezet zullen we
de ervaringen in 2014 blijven monitoren.
Bestuursverslag
2013
Invalpool
Om zo goed mogelijk in te kunnen springen op
adequate vervanging, wordt er gericht gestuurd op
kwaliteit. Elke nieuwe invaller krijgt één à twee klassenbezoeken van de bovenschoolse coach. Na drie
maanden vindt er een evaluatie (door de schooldirecteur) plaats en wordt besloten of de invaller in
de praktijk voldoet aan de eisen van Agora.
Functiemix derde tranche
Om te functiemix te kunnen behalen diende op
bestuursniveau 35% LB benoemingen behaald te
zijn. Dit is (nog) niet gelukt. Op schoolniveau hebben de meeste scholen wel hun streefpercentage
behaald. Reden voor het niet halen zijn onder
andere geen interesse vanuit het personeel om te
solliciteren naar de (zwaardere) functie en het niet
in voldoende mate beschikbaar zijn van geschikte
kandidaten op de scholen. Onderstaand het gemiddelde percentage over 2013.
2013%
LA256,6174%
LB 88,9226%
LC 2,511%
Totaal348,04
100%
Kengetallen +
grafieken personeel
Het aantal medewerkers is in 2013 terug gelopen
met 14 tot 698. De procentuele verdeling over de
personeelscategorieën is onveranderd en al drie
jaar constant. Dit geldt ook voor de verhouding
man: vrouw (15 : 85%). Ook de leeftijdsopbouw
geeft een stabiel beeld. De percentages 2013
wijken niet af van die van 2012. In 2013 heeft 29%
een voltijds aanstelling (2012: 29%).
2013
Voltijd personeel (>1,0)
25023420820630%
Parttime personeel (<1,0)
53452650449270%
TOTAAL
784760712698
100%
Agora jaarverslag
Personeel
20102011201220132013
(peildatum 1 oktober) aantalaantalaantalaantal
%
Personeelscategorieën
Directie
524844416%
OP personeel
57855952852475%
OOP personeel
15415314013319%
TOTAAL
784760712698
100%
Mannen
12711910810815%
Vrouwen
65764160459085%
TOTAAL
784760712698
100%
Leeftijdscategorie
t/m 24 jaar
373024243%
25-34 jaar
19018616415722%
35-44 jaar
16215615114421%
45-54 jaar
24122721219828%
55-64 jaar
15115915817024%
≥ 65 jaar
3235
1%
TOTAAL
784760712698
100%
Gewogen Gemiddelde
Leeftijd OP-personeel
39,640,240,440,3
21
a
Personeelscategorieën
Personeel
6%
15%
19%
85%
75%
Directie
OP personeel
OOP personeel
Mannen
Vrouwen
Leeftijdscategorie
1%
Personeel
3%
24%
22%
21%
30%
70%
28%
t/m 24 jaar
35-34 jaar
35-44 jaar
Agora jaarverslag
2013
22
45-54 jaar
55-64 jaar
> 65 jaar
Voltijd personeel (>1,0)
Parttime personeel (<1,0)
Ziekteverzuim
Het ziekteverzuimpercentage is in 2013 gestegen
naar 6,9% (2012: 6,3%). Opmerkelijk is dat het
percentage met ernstige gevallen toeneemt. Dit
loopt parallel met een terugloop in de jongste
leeftijdsgroep en een geleidelijke stijging in de
oudste groep. Het verzuim is in het algemeen van
medische aard en doorgaans niet rechtstreeks
werkgerelateerd. Wel zorgt de situatie rond
verplichte overplaatingen voor enige onrust onder
personeel.
Bestuursverslag
2013
05
Onderwijs
en identiteit
Voortgang “tien kenmerken van Agora scholen”
In ons strategisch beleidsplan “Bouwen aan Goed
Onderwijs; op weg naar 2015” hebben wij in de
visie opgenomen dat wij werken aan het realiseren
van tien kenmerken van Agora-scholen. Deze kenmerken moeten de basis vormen voor wat Agora
verstaat onder Goed Onderwijs. In de schooljaarverslagen hebben de scholen aangegeven hoe
ver zij zijn in die ontwikkeling. Deze jaarverslagen
zijn te lezen op de websites van de individuele
scholen. Deze sites zijn te benaderen vanuit www.
agora.nu/scholen.
Het gaat hierbij om de volgende tien kenmerken.
Op het niveau van de stichting is het volgende
waar te nemen:
1
Heldere en gedeelde focus
(waarden/missie/visie)
De scholen hebben allemaal een missie en visie
geformuleerd en deze opgenomen in het schoolplan. In veel gevallen is er sprake van een herijking,
waarbij de teams nauw betrokken zijn geweest. Er
is meer dan ooit sprake van een gedeelde focus.
Verder zijn de missie en de visie zichtbaar in de
koers die de scholen hebben uitgezet.
2
Hoge verwachtingen van
leerlingen, medewerkers
en systemen
Effectief leiderschap van
management en leerkracht
De scholen zijn goed op weg om de verantwoordelijkheden goed te delen en neer te leggen daar
waar ze horen. Dat betekent dat er een weg is
ingezet, waarbij het leiderschap in alle lagen van
de organisatie is neergelegd en op elkaar is afgestemd. De directie neemt de leiding in het team,
de teamleden nemen de leiding in de processen
waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Dit betekent in
veel gevallen dat de rollen van de directie, de IBer en de leraar aan verandering onderhevig zijn.
In 2013 is onderzoek gedaan naar vooral de rol en
positie van de directeur en de IB-er. Het beroep
dat op deze posities wordt gedaan is groter geworden. Het onderwijskundig leiderschap staat bij
beiden centraal. De leraar zal meer eigen verantwoordelijkheid gaan nemen en er wordt gewerkt
aan het vergroten van het eigenaarschap van deze
professional.
4
Hoog niveau van samenwerken en communicatie
Samenwerking is van groot belang in het onderwijs. De leraar is al lang geen koning meer in de
eigen klas. Op steeds meer scholen wordt gewerkt vanuit gedeelde verantwoordelijkheid. In de
bovenschoolse Professionele Leergemeenschappen wordt ook op Agoraniveau samengewerkt
aan het verbeteren van het leren van kinderen.
Afstemming, samenwerking, van en met elkaar
leren zijn de elementen van het leren in de nieuwe
eeuw. Daar hoort ook een goede communicatie
bij. Deze begint bij het leren begrijpen van de
ander. Als belangrijkste partner speelt de ouder
speelt hierbij een grote rol. Scholen zoeken naar
moderne mogelijkheden die de ICT biedt om de
communicatie goed vorm te geven. Het invoeren
van het communicatieprogramma DigiDuif is zeer
succesvol gebleken. In een klein half jaar zijn meer
dan 85 % van de ouders aangesloten.
Agora jaarverslag
2013
In 2012 hebben de scholen de lat echt hoger
gelegd. In 2013 is getracht de bijbehorende
doelen te behalen. De ambities ten aanzien van
de leerdoelen werden aangescherpt en in de gesprekkencyclus worden de verwachtingen die de
directeuren hebben van de medewerkers prominenter besproken. Opvallend is het besef dat een
verantwoordelijke positie van het onderwijs steeds
prominenter is geworden. Dit heeft er echter ook
toe geleid dat sommige medewerkers moeite
hebben het niveau bij te benen. De professionaliseringsactiviteiten van Agora zijn hier noodzakelijk
op aangesloten.
3
23
a
5
Van standaarden afgeleid
curriculum
De scholen hebben hun ambities ten aanzien van
het leren van kinderen geformuleerd. Het zoeken van de juiste balans tussen de instrumentele
vaardigheden en de overige vakken wordt nog
als lastig ervaren. Van diverse kanten wordt veel
gevraagd van de scholen. Overheden, maatschappelijke organisaties en de publieke opinie
hebben belangen en verwachten van de scholen
een bijdrage. Hier de juiste keuzes in te maken
vraagt veel van de scholen. Ook de onderwijsraad
heeft geconstateerd dat een eenzijdige nadruk
op vakgebieden als rekenen en taal het kind geen
recht doet. Scholen willen graag vormgeven aan
die brede vraag.
6
Regelmatige evaluatie van
het onderwijs (leren en onderwijzen)
De scholen maken steeds meer gebruik van het
PDSA model om het onderwijs te plannen, uit te
voeren, te analyseren en evalueren en dit te borgen. Toch wordt deze werkwijze in de dagelijkse
praktijk nog als erg lastig ervaren. Vooral de evaluatiekant is nog in ontwikkeling. Daarnaast blijft het
voor scholen moeilijk om doelen te formuleren.
Onderwijsgevenden zijn gewend om activiteiten
te plannen. Daarmee komt het onderwijs moeilijk
in de transitie “van onderwijzen naar leren” (from
teach to learn).
7
Focus op professionele
ontwikkeling
Agora jaarverslag
2013
24
Dat goed onderwijs voor het grootste deel
bepaald wordt door de professionaliteit van de
leraar, is bekend. De scholen werken hier dan ook
heel hard aan. De bovenschoolse Professionele
Leergemeenschappen organiseren op Agoraniveau veel professionaliseringsactiviteiten waar de
teams goed in participeren. Ook op schoolniveau
worden trainingen en cursussen georganiseerd.
Dit is één kant van het verhaal. Belangrijk, zo niet
belangrijker is dat er gewerkt wordt aan een professionele cultuur in de school, waarin het gewoon
is elkaar aan te spreken op professioneel gedrag
en waarin feedback geven normaal is. Professionalisering is veel meer dan alleen het volgen
van trainingen en cursussen. Leren vindt plaats
op de plek waar professionals samenwerken aan
het verbeteren van het leren van kinderen. In de
teams wordt het belang hiervan onderkend, maar
het wordt ook nog als zeer lastig ervaren. Cultuuraspecten vanuit het verleden worden nog als
hardnekkig ervaren.
8
Leeromgeving
De scholen werken hard aan de verbreding en
versterking van een omgeving gericht op het
leren van kinderen. Steeds meer is dat ook de
omgeving buiten de klas. Het betrekken van de
buitenwereld en ook de niet schoolse tijd is steeds
meer gewoon. Agora-scholen hebben vanuit het
ondernemende karakter van de scholen hier een
lange traditie in.
9
Educatief partnerschap
van ouders
De ouder is de belangrijkste partner in het onderwijs. Het besef dat de ouder als een professional
vanuit een eigen perspectief moet worden gezien,
is groeiend in de scholen van Agora. Leraren zien
steeds meer dat informeren van ouders niet voldoende is. De vragen: “Wat kunnen we als ouder
en leraar voor elkaar betekenen bij het leren en
ontwikkelen van de kinderen? Hoe kunnen we als
partners daarin samenwerken?” worden steeds
belangrijker. Met het bereiken hiervan zijn we
gekomen op het niveau van ouderbetrokkenheid
3.0. Veel van de Agora scholen zijn hier op dit
moment mee aan het werk. Deze transitie wordt
in de praktijk nog als zeer lastig ervaren. De leraar
vindt het nog moeilijk om los te komen van het “Ik
informeer de ouder wel…”.
10
Eigenaarschap van
leerlingen
Ook de leerling is een partner bij het leren en het
ontwikkelen. Door de leerling te betrekken bij de
doelen en de evaluatie van het leerproces worden
zij eigenaar. In de driehoek ouder-leraar-leerling
zijn er drie partijen die werken aan het leren. Veel
scholen werken aan nieuwe vormen om dit te
realiseren. Steeds meer scholen van Agora laten
de leerlingen zelf over hun resultaten met de ouders praten. Dit wordt op velerlei wijze in praktijk
gebracht. De ervaringen ermee zijn zeer positief.
Zowel de ouders als de leerlingen ervaren dit als
zeer prettig.
Bestuursverslag
2013
Opbrengstgericht werken
In 2013 zijn er opnieuw stappen gezet op het
gebied van het opbrengstgericht werken. Vanaf
2010, bij de introductie van Continuous Improvement, is het werken op basis van data gemeengoed geworden op de scholen. Het gaat hierbij
niet om datagestuurd (data driven) onderwijs,
maar meer om het gebruik maken van data (data
informed) om de onderwijspraktijk te verbeteren.
Het gebruik van de PDSA cyclus wordt steeds
gewoner op de scholen
Bovenschoolse schoolgids
Waren er in 2011 voor het eerst eenduidige bovenschoolse teksten beschikbaar om op te nemen
in de schoolgidsen van de individuele scholen, in
2012 kwam er een Agora-schoolgids in digitale
(zie www.agora.nu) en in papieren vorm beschikbaar. Alle scholen hebben deze schoolgids
op hun website gepubliceerd. Deze gids vormt
samen met het schoolkatern de formele schoolgids van de school. Hierdoor wordt het op elkaar
afgestemde schoolbeleid steeds eenduidiger.
Met de invoering van DigiDuif als communicatiemiddel tussen scholen en ouders is er een nieuwe
weg ingeslagen. Ouders kunnen met dit middel
snel, eenduidig en efficiënt geïnformeerd worden.
Het doel, 100% aansluiting, is nog niet gehaald,
maar de verwachting is dat we dit in 2014 dicht
zullen naderen.
De prestatiebox
Het model Professionele Leergemeenschap is
ook steeds meer terug te vinden in de scholen.
Scholen noemen dit soms leerteams, datateams
of kwaliteitsteams. Kenmerk van al deze groepen
is dat ze vanuit gedeelde verantwoordelijkheid
professioneel samenwerken aan de verbetering
van het onderwijs aan de aan hen toevertrouwde
leerlingen.
Zorgplan
Ook in 2013 is er weer een zorgplan vastgesteld
voor het Samenwerkingsverband WSNS 27.03,
waarin Agora als grootste bestuur participeert. De
beleidsadviesgroep Onderwijs en Identiteit heeft
dit van een positief advies voorzien. Dit zorgplan
is het laatste die onder verantwoordelijkheid van
het SWV 27.03 wordt vastgesteld. In 2014 zal de
Wet op het Passend Onderwijs een feit zijn en zal
het nieuw te vormen samenwerkingsverband een
ondersteuningsplan realiseren.
Passend onderwijs
In 2014 zal passend onderwijs een feit zijn. De
politieke keuzes zijn inmiddels gemaakt. Het
samenwerkingsverband 27.03, waarin Agora participeert zal worden samengevoegd met 27.01 tot
het nieuwe samenwerkingsverband 27.05. Hierin
zullen drie grote en drie kleine besturen voor PO
en vijf besturen voor SO gaan samenwerken. Op
bestuurlijk niveau zijn in 2013 de formele gesprekken verder gevoerd en zijn onder leiding van een
projectgroep de laatste processtappen ingericht.
Er is inmiddels een vereniging opgericht met een
bestuur en een algemene ledenvergadering. De
voorlopige ondersteuningsplanraad vertegenwoordigt de ouders en de leerkrachten op het
Agora jaarverslag
In 2012 werd in het kader van het bestuursakkoord, gesloten tussen het Ministerie van OCW
en de PO-raad, de bestaande bestemmingsbox
omgezet in de prestatiebox. In het bestuursakkoord is vastgelegd dat de besturen het budget
aanwenden ter verbetering van de onderwijsopbrengsten, met name voor taal en rekenen, voor
de professionalisering van personeel en directie,
voor het vakgebied wetenschap en techniek en
de vormgeving van het cultuurbeleid. De inhoud
van het bestuursakkoord sluit nauw aan bij de
beleidsafspraken die Agora heeft vastgelegd in
haar Strategisch beleidsplan “Bouwen aan Goed
Onderwijs; op weg naar 2015”. Daarmee was het
niet nodig nieuw beleid te formuleren en was het
mogelijk de budgetten in te zetten voor de versterking van de beleidsontwikkelingen die al waren ingezet. Met name werden de bovenschoolse
Professionele Leergemeenschappen (PLG’s) gefaciliteerd. Deze PLG’s, veertien in totaal, worden
gevormd door professionals uit alle functiecategorieën, afkomstig van alle scholen. Op hoofdlijnen
hebben deze groepen drie opdrachten:
*Kenniscreatie
Het opdoen van nieuwe kennis die leidt tot het
verbeteren van de onderwijspraktijk.
*Kennisdeling
Het verspreiden van nieuwe kennis, het verzorgen en organiseren van cursussen, trainingen,
workshops en ontmoetingen tussen professionals.
*Het doen van onderzoek
Dit onderzoek kan worden verricht op verzoek
van de scholen, van het College van Bestuur of
op eigen initiatief van de PLG’s zelf.
2013
25
a
gebied van de medezeggenschap.
Inhoudelijk heeft Agora zich goed voorbereid op
de komende wetgeving. Het tegemoet komen aan
de ondersteuningsbehoefte van kinderen zal in
arrangementen worden vormgegeven. De meeste
van deze arrangementen worden op schoolniveau
uitgevoerd. Er zijn echter ook kinderen die daar
niet voldoende aan hebben. In 2013 opende
Agora haar centrum voor passend onderwijs:
Tijstroom. Dit integrale kindcentrum biedt plek
aan het speciaal basisonderwijs van Agora, een
werkplek voor alle specialisten die voor de scholen aan het werk zijn, een medisch kinderdagverblijf en speciale buitenschoolse opvang.
Naast deze inhoudelijke voorzieningen heeft
Agora ook een financierings- en budgettering systematiek opgezet die het mogelijk maakt dat de
scholen flexibel gebruik maken van voorzieningen
die ze op dat moment nodig achten.
Identiteit
De Resonansgroep, die als klankbordgroep het
bestuur adviseert bij identiteitsvraagstukken,
heeft in 2012 en 2013 in de bezetting een grote
wijziging ondergaan. De groep bestaande uit
vier interne en vier externe leden heeft in totaal
alle acht leden kunnen vervangen, waardoor een
geheel nieuwe groep is samengesteld. Nadat in
2012 plenaire directiebijeenkomsten zijn geweest
met identiteit als thema, hebben de scholen
in 2013 op schoolniveau de identiteit weer tot
gespreksonderwerp van het team weten te maken.
De behoefte aan het werken vanuit de missie, aan
de raison d’être, wordt weer gevoeld en scholen
weten op een eigentijdse wijze vorm te geven aan
de levensbeschouwelijke identiteit van de school.
Van brede school naar
Integraal Kindcentrum
Agora jaarverslag
2013
26
Agora werkt al enkele jaren aan samenwerking
met andere partijen die werkzaam zijn in het
kinddomein. Hierbij valt te denken aan voor-,
tussen- en naschoolse opvang, peuterspeelzalen,
kinderopvang, jeugdzorg en verenigingen. De
ontwikkelingen zijn in het algemeen succesvol,
maar soms ook minder succesvol. Het besef
wordt steeds groter, bij Agora, maar ook bij de
partners, dat het noodzakelijk is om verder te gaan
dan alleen samenwerking. Het wordt van belang
geacht om in de ‘integrale kindcentra’ onder één
beleid, één regie, één pedagogie te gaan werken.
Om die reden heeft Agora een koersnotitie
vastgesteld waarin zij aangeeft dat zij zich naast
onderwijs ook verantwoordelijk weet voor:
1.Het aanbod aan 0 - 4 jarigen.
2.Het (voor- en)naschoolse aanbod.
In beide gebieden gaat het daarbij om:
*Een verrijkend en breed aanbod
*Onderwijs, opvang, ontmoeten, ontspannen
*Talentontwikkeling
*Cultuur, sport en cognitieve ontwikkeling
*Ondernemend leren
*Creatieve ontwikkeling
*21ste eeuw vaardigheden
*Samenwerken, communiceren, kritisch denken,
creativiteit, ICT, problem solving
*Doorgaande ontwikkelingslijnen
*Taalontwikkeling
*Burgerschap
Agora is in 2013 steeds meer samen gaan werken
met TintelTuin, een organisatie voor met name
kinderopvang. Het doel van deze samenwerking is
om op termijn te komen tot integrale kindcentra in
elke wijk. De twee partners proberen overal waar
mogelijk tot nauwe samenwerking te komen. Het
is de bedoeling om in 2014 tot een samenwerkingsovereenkomst te komen.
De eerste grote hobbel die genomen wordt, is het
realiseren van peuterspelen vanuit deze samenwerking. Tot op heden is dit nog niet gelukt.
Agora studiedag
In oktober organiseerde Agora haar jaarlijkse
studiedag. Het tweejaarlijks congres Leren aan
de Zaan was vorig jaar aan de beurt. In 2013 is
er weer gekozen voor een uitwisseldag. Op twee
woensdagen kwamen leraren op bezoek bij
andere scholen. Het doel was om dit jaar vooral bij
elkaar in de klas op bezoek te gaan en de lessen
die gezien werden na te bespreken. Op de ene
woensdag waren de deuren van de helft van de
scholen gesloten, zodat de leraren die dag bij de
andere helft op bezoek konden. Een week later
was dit andersom.
Naast het bij elkaar in de klas kijken werden de
bezoekers ook getrakteerd op de highlights van
de school en werden de allerlaatste ontwikkelingen gedeeld. De ervaringen waren zeer positief
met reacties als: “Dit moeten we elk jaar doen!!”
Omdat Agora in deze periode ook nog eens haar
12,5 jaar bestaan vierde, werd er op alle locaties
een feestelijk lunch georganiseerd.
Bestuursverslag
2013
Marktplaats
Agora geeft een periodiek uit met als titel Marktplaats. In 2013 kwamen twee nummers uit, nr. 18
en nr. 19.
Marktplaats is vooral een onderwijsinhoudelijk
blad dat wordt samengesteld vanuit drie perspectieven: wetenschap, Agora beleid en Agora
praktijk. Het biedt een podium voor medewerkers
en gastauteurs om hun kennis en expertise breed
te delen.
Nr. 18 stond volledig in het teken van de ontwikkeling die Agora doormaakt in de richting van de
IKC-vorming.
Bij dit nummer werd ook de digitale uitbreiding
van het blad geïntroduceerd: CODA. In CODA,
dat alleen op de website te lezen valt, zijn aanvullingen, uitgebreidere versies van artikelen en
bijlagen te lezen.
Nr. 19 was een jubileumnummer ter gelegenheid
van het 12,5 jarig bestaan van Agora. Dit nummer
werd op een luxere wijze uitgebracht en was inhoudelijk ook anders ingericht. Vanuit de perspectieven verleden, heden en toekomst, schreven
externen, stakeholders en medewerkers over hun
verhouding met het onderwijs in het algemeen
en Agora in het bijzonder. Aan deze publicatie
werkten ongeveer vijftig auteurs mee.
wijskundig in een nieuwe fase terecht gekomen.
Deze is nog zeer ambigue en vraagt om nieuwe
inzichten. De rol van de tablet en de smartphone
wordt steeds groter. Leerlingen kunnen ook
thuis aan hun ontwikkeling werken en ouders zijn
ook inhoudelijk eenvoudiger te betrekken. Het
samen leren krijgt hierdoor ook een andere invulling. Individueel is veel op een digitale wijze te
realiseren. Wat voorheen niet mogelijk was, is dat
nu wel. ICT zorgt vooral ook dat dingen efficiënter, eenvoudiger en flexibeler kunnen worden
gedaan. Het nodigt echter ook uit om opnieuw
over het “leren” van kinderen te gaan nadenken.
Want zeker is ook dat de computer de leraar en de
medeleerling niet kunnen vervangen. Alles komt
in een nieuwe verhouding tot elkaar te staan. Het
betekent een volledig nieuwe en mooie uitdaging
voor het onderwijs. Agora realiseert zich dat ICT
een grotere bijdrage gaat leveren aan en in het
leren van kinderen.
Om aan te sluiten bij de nieuwe ontwikkelingen
wordt ook de materiële inzet van ICT gewijzigd in
2013. Vervanging wordt vernieuwing. Experimenteren met bijv. iPads, Snappet-tablets en ProWise,
maar ook met digitale leeromgevingen krijgen
meer nadruk.
Voor digitale lezing van Markplaats:
www.agora.nu/Onderwijs/Marktplaats
Voor een abonnement op de papieren versie:
[email protected]
ICT
Agora jaarverslag
Binnen Agora is een Professionele Leergemeenschap (PLG) ICT actief. Deze groep wordt gevormd door de meerschoolse ICT-coördinatoren
van de Agora-scholen en staat onder leiding van
de boven- schoolse ICT beleidsmedewerker.
Agora was gewoon om een eigenstandig ICT beleidsplan te hanteren. In 2012 is ervoor gekozen
om op basis van het strategisch beleidsplan “Bouwen aan Goed Onderwijs” te beschrijven hoe ICT
kan bijdragen aan de realisatie van dit strategisch
beleidsplan. Met behulp van het model “Resultaatgericht werken”; van outcome, via output, proces
naar input, is de gewenste outcome in negen
effecten beschreven. Op basis van deze negen
effecten wordt het beleid verder vormgegeven in
doelen en procesafspraken. Deze zijn bepalend
voor de bepaling van de noodzakelijke middelen.
In 2013 is dit verder uitgewerkt. ICT is onder-
2013
27
a
onderwijsresultaten
Oordeel
Tevredenheidsschooladvies
inspectie
onderzoek
TL 3TL 4BL 6BLRW4RW 6RW B/ZCijfer cijfer vmbo havo/vwo
eind
eind
ouders
leer- %
/gym %
lingen
Toermalijn
3,84,23,34,14,43,83,5
Basis
7,2 7,9
70
30
Korenaar
3,03,72,64,34,24,14,1
Basis
7,2 8,0
40
60
Rank
3,02,84,04,74,24,14,4
Basis
7,5 8,4
42
58
Bijenkorf
2,03,13,74,14,14,44,1
Basis
7,6 7,7
32
68
Willibrord
2,22,72,31,04,13,62,9
Basis
7,4 8,7
87
13
Golfbreker
3,03,02,94,23,73,64,1
Basis
7,7 8,2
57
42
Hoeksteen
3,32,32,94,64,13,94,2
Basis
7,4 7,7
45
55
Evenaar
2,93,13,63,44,14,14,0
Basis
7,6 8,3
67
33
Paus Joannes 2,02,41,01,01,21,64,0
Basis
7,5 8,0
54
46
Regenboog 2,82,92,53,84,14,03,9
Basis
7,1 8,0
64
36
Windroos
2,73,82,82,92,14,13,3
Basis
7,4 7,6
57
43
Piramide
1,92,73,74,14,33,23,8
Basis
7,7 8,3
54
46
Loopplank
3,34,11,43,14,02,72,5
Basis
7,6 8,0
76
24
Vuurvogel
2,82,73,11,04,43,41,9
Basis
7,3 7,9
64
36
Tamarinde
3,42,62,54,23,42,24,0
Basis
6,8 8,2
61
39
Saenparel
3,72,34,13,93,84,03,9
Basis
7,6 7,7
73
27
WormerWieken3,12,62,84,23,44,14,2
Basis
7,2 8,2
55
45
Baken
3,32,73,12,94,14,23,3
Basis
7,9 8,2
63
37
Westerkim
3,43,93,04,14,24,13,8
Basis
7,9 8,0
52
48
Rietvink
2,32,02,91,44,22,32,7
Basis
7,9 7,9
74
26
Octant
2,53,02,84,14,14,04,1
Basis
7,5 8,4
62
38
SchatRijk
2,93,64,04,73,94,43,6
Basis
8,3 8,4
41
59
Oceaan
4,02,53,64,24,04,13,6
Basis
6,7 7,6
63
37
Koraal
4,04,14,14,04,43,94,3
Basis
8,0 8,8
75
25
Gemiddeld 3,03,13,04,04,14,04,0
7,5 8,1
60
40
Agora jaarverslag
2013
28
LEGENDA
Verklaring bij dit schema
TL 3: technisch lezen groep 3
TL 4: technisch lezen groep 4
BL 6: begrijpend lezen groep 6
BL eind: begrijpend lezen groep 8
RW4: rekenen en wiskunde groep 4
RW6: rekenen en wiskunde groep 6
RW eind: rekenen en wiskunde groep 8
*Inspectiearrangement: de inspectie kent de
De getallen
0-1: slecht; onder de inspectienorm
1-2: onvoldoende; onder de inspectienorm
2-3: voldoende; op of boven de inspectienorm
3-4: goed; boven de inspectienorm
4-5: zeer goed
volgende drie arrangementen: zeer zwak/zwak/
basis.
*Cijfer ouders: het gemiddelde cijfer dat ouders
de school gaven bij het tevredenheidsonderzoek.
*Cijfer leerlingen: het gemiddelde cijfer dat
leerlingen de school gaven bij het tevredenheidsonderzoek.
*VMBO %: het percentage leerlingen dat in
2012 naar VMBO-b, VMBO-k of VMBO-t is verwezen.
*HAVO/VWO/Gym %: het percentage van de
leerlingen dat in 2012 naar het HAVO, VWO of
Gymnasium is verwezen.
*In geval de beide percentages tezamen geen
100 % zijn, dan is er ook naar andere dan de
genoemde schoolsoorten verwezen
Bestuursverslag
2013
06
Middelen en
voorzieningen
Huisvesting
In 2012 is met de uitvoering van de eerste fase
van het Integraal Huisvestingsplan Zaanstad (IHP)
gestart. In totaal is met dit IHP een bedrag van
100 miljoen euro gemoeid. Een deel hiervan is
bestemd voor Agora-scholen en zal door Agora
‘in eigen beheer’ gerealiseerd worden (d.w.z.
dat Agora in opdracht van de gemeente het
bouwheerschap realiseert).
In 2013 heeft er een herprioritering van het IHP
plaatsgevonden, enerzijds door bezuinigingen
van de gemeente, anderzijds noodzakelijk in
verband met wijzigende leerlingprognoses.
Om de bezuiniging te halen is de tweede fase
van het IHP door de gemeente in haar geheel
geschrapt. Dit zal in de toekomst gevolgen
hebben voor de huisvesting van Agora-scholen.
Agora heeft de gemeente er op gewezen dat
het weghalen van de financiering de gemeente
niet ontslaat van haar zorgplicht op gebied van
onderwijshuisvesting.
Projecten
*De volgende projecten zijn n 2013 gestart of
juist afgerond:
*Start bouwrijp maken kavel Kreekrijk voor
Onderhoud
Nu de resultaten van het IHP concreter worden
kan er beter gestuurd worden op onderhoud.
Hierdoor kunnen onderhoudsgelden
efficiënter worden ingezet. In 2013 zijn, als
wetgeving betreffende doordecentralisatie
tijdig ingevoerd wordt, voor de laatste keer de
onderhoudsaanvragen voor de buitenkant van de
gebouwen bij de gemeente ingediend.
ICT beleid scholen
In 2013 is gestart met het upgraden van de
technische infrastructuur op de scholen. Dit houdt
in dat:
*de beamers van de digitale schoolborden
gefaseerd worden vervangen;
*de besturingssoftware Windows XP vervangen
is door Windows 7;
*gelijktijdig de nieuwste versie van Actacom is
geïnstalleerd;
*er een nieuw (zakelijk) contract met
UPC afgesloten is, waardoor de
verbindingsnelheden aanzienlijk zijn verbeterd;
*er een begin is gemaakt is met het installeren
van wireless verbindingen op de scholen,
waardoor het gebruik van internet in het hele
schoolgebouw mogelijk is.
2013
Afgelopen jaar zijn er achttien cursussen
georganiseerd door vier cursusleiders. De
volgende cursussen zijn aangeboden: gebruik
Microsoft suite (o.a. Excel en PowerPoint), digitaal
prentenboek, digitale filmcamera, digitaal foto
bewerken, digitaal schoolbord (Prowise) en
Gaming, filmen in de klas.
Agora jaarverslag
bouw permanente onderwijshuisvesting van de
scholen Het Koraal en De Delta (ZaanPrimair).
*Oplevering nieuwbouw Centrum Passend
Onderwijs de Tijstroom: het SBO en
ondersteunende faciliteiten zijn hierdoor
op één locatie geconcentreerd. Van de
drie locaties die zijn verlaten is op locatie
Rooswijkplein Het SchatRijk geherhuisvest en
zijn de locaties Tamboerijnhof en Jachtenlaan
aan de gemeente overgedragen.
*Verder is er toestemming voor uitbreidingen en
aanpassingen van De Bijenkorf en De Evenaar
en is een kavel in het Rosariumgebied voor
nieuwbouw van De Hoeksteen beschikbaar
gesteld. Voor de nieuwbouw van de Willibrord
is door de gemeente het pand en ondergrond
aan het Roggeplein aangekocht. De vestiging
van Tamarinde aan de Jonge Arnoldusstraat
zal vervangen worden door nieuwbouw in
hetzelfde volume als bestaand. Hierdoor is
het aanbod van bijzonder onderwijs in de
Burgemeestersbuurt gegarandeerd.
*Het project Overtuinen, huisvesting voor De
Westerkim en Het Buut (Zaan Primair), loopt
vertraging op door wisselende informatie over
de kavel en eisen over de uitvoering.
*De nieuwbouw van Toermalijn, die in juni
2013 van start zou gaan, is op verzoek van
de gemeente een traject van overleg met
bezwaarmakers en eventuele planaanpassing
ingegaan.
29
a
Agora werkt samen met samenwerkingsverbanden in Noord Holland en is lid van het Bic-netwerk
via APS IT-diensten. Met het Regio College is
een overeenkomst gesloten over een ICT-stage
project.
Met een selecte groep directeuren en ICTcoördinatoren wordt vorm en inhoud geven aan
het ICT-beleid. Daarbij wordt kennis gehaald door
bijeenkomsten van Kennisnet en/of Microsoft bij
te wonen. In 2013 zijn negen effecten benoemd.
In 2014 zal dit verder worden uitgewerkt in het
algemeen beleid. Met de beleidsadviesgroep
(BAG) is beleid gemaakt betreffende werkplek
directeuren, inclusief gebruik mobiele telefoons,
laptops en Ipads.
Agora jaarverslag
2013
30
Bestuursverslag
2013
07
Financiële situatie
op balansdatum
Het netto resultaat
De exploitatie 2013 is afgesloten met een positief
resultaat ter grootte van € 1,9 miljoen. Dit resultaat
wordt feitelijk grotendeels bepaald door het
Nationaal Onderwijs Akkoord, dat Agora ruim € 1,5 miljoen aan niet begrote rijksvergoeding
heeft opgeleverd. Het gecorrigeerde resultaat is
€ 451.000. Een mooi resultaat waaruit het gericht
sturen op kostenreductie zichtbaar is. Ten opzichte
van 2012 zijn de lasten verder gedaald met zo’n € 4,5 ton.
Netto Resultaat
Totaal baten
Totaal lasten
Saldo baten en lasten
Financiële baten en lasten
netto resultaat
NOA inkomsten
gecorrigeerd resultaat
Analyse van de baten
De afwijking van de baten ten opzichte van
begroot is als volgt te verklaren. Agora heeft
€ 177.000 aan groeibekostiging ontvangen en
ook de tegemoetkoming ‘kosten passend
onderwijs’ (€ 166.000) was niet begroot.
De regeling behoud werkgelegenheid jonge
leerkrachten (onderdeel NOA) is schooljaar
gebonden en is voor 5/12 in het resultaat verwerkt
(€ 163.153). De tweede NOA beschikking leverde
2013Begroting 2013
2012
€€€
39.315.94736.468.26737.735.684
37.389.93136.442.98337.961.549
1.926.016 25.284 -225.865
50.746 70.000
84.716
1.976.762 95.284 -141.149
1.525.668
451.094 ruim € 1,3 miljoen aan extra inkomsten op.
Naast de rijksbijdragen OCW wijken ook de
overige overheidsbijdragen af. In 2013 valt de
vergoeding zwangerschap en ouderschapsverlof
niet langer onder het vervangingsfonds,
maar is nu wettelijk geregeld via het UWV.
Tegenover deze inkomsten (€ 327.000) staan ook
loonkosten. Hetzelfde geldt voor de uitgekeerde
verzekeringspremies levensloopregeling
(€ 350.000).
Agora jaarverslag
2013
31
a
Hogere baten
€
(Rijks)bijdragen OCW
Groeibekostiging
177.466
NOA beschikking - behoud werkgelegenheid jonge leerkrachten SJ 13/14
163.153
NOA beschikking - algemene bijdrage 2013
1.362.515
Invoering passend onderwijs
166.090
1.869.224
Overige overheidsbijdragen
Hogere gemeentelijke subsidies
123.500
Uitkeringen UWV
327.000
Uitkeringen Loyalis ivm vrijval levensloopregelingen
350.000
Overige (personeelsgerelateerde) inkomsten
305.000
1.105.500
2.974.724
Analyse van de lasten
De personele lasten overstijgen de begrote
lasten met € 975.000. Naast extra inzet verklaren
ook de regelingen, die met vertrekkende
medewerkers getroffen zijn, de overschrijding.
Tegenover de lasten zwangerschapsverlof en
uitbetaling levensloop staan extra inkomsten UWV
(€ 327.000) en uitkeringen levensloopregeling
(€ 350.000). Binnen de personele lasten is er
een verschuiving van lonen en salariskosten
naar overige personele lasten. Bijvoorbeeld de
premie eigen risicodragerschap WGA (€ 477.000)
en de ‘afrekening’ UWV van de lopende cases
(€ 132.000). Tot slot hebben in 2013 enkele
afrekeningen vervangingsfonds voorgaande jaren
plaats gevonden (€ 33.000). Per saldo is er geen
overschrijding op begrote loonkosten.
Binnen het verdichtingsniveau huisvestinglasten
vallen de uitgaven voor onderhoud, schoonmaak
en energie. Het is de hogere onttrekking uit de
voorziening onderhoud die het positieve resultaat
verklaart. In totaal is € 514.000 uitgegeven aan
onderhoud (begroot € 507.000). Hiervan is
€ 173.000 ten laste van de voorziening gebracht.
Naast de kosten onderhoud is ook nog € 400.000
gedoteerd aan de voorziening onderhoud.
De hogere kopie/repro kosten, telefonie en
externe advisering verklaren naast de vele
kleine overschrijdingen in belangrijke mate het
resultaat op instellingslasten. De overschrijding op
leermiddelen wordt verklaard door licentiekosten
op software. Door de digitalisering van de
leermethodes nemen deze kosten toe. Begroot
€ 32.000, realisatie € 141.000.
LastenHogere lasten
€
Agora jaarverslag
2013
32
Personele lasten
976.000
Afschrijvingen
-26.000
Huisvestingslasten
-130.000
Overige instellingslasten
151.000
Leermiddelen (PO)
129.000
1.100.000
Bestuursverslag
2013
Resultaatbestemming
Omdat het niet toegestaan is de - in december
2013 - ontvangen NOA gelden als vooruit
ontvangen inkomsten 2014 te beschouwen
heeft het College van Bestuur besloten om via
resultaatbestemming deze extra middelen te
oormerken en deze ten gunste van de nieuw
ingestelde bestemmingreserve NOA te boeken.
Hierdoor blijven zij in beeld en beschikbaar
voor de beoogde onderwijsontwikkeling zoals
benoemd in de begroting 2014. Ondertussen is
voor € 1,6 miljoen in de vorm van projectbudget
voor diverse projecten in 2014 beschikbaar
gesteld. Bij het opstellen van de jaarrekening
2014 zullen deze uitgaven analoog aan 2013 via
resultaatbestemming ten laste van de reserve
NOA gebracht worden. De boekwaarde van de
algemene reserve neemt na afwaardering van de
overige reserves toe met € 626.033. De ‘rekeningcourant’ verhouding met Tussen Schoolse Opvang
(TSO) verklaart toe en afname van het private
vermogen.
Resultaatbestemming 2013Toevoeging
algemene reserve €
Netto resultaat 2013
1.976.761
Mutaties
Toename bestemmingsreserve NOA (publiek)
1.525.668
Afname boekwaarde overige bestemmingsreserves publiek
-2.722
Afname boekwaarde bestemmingsreserve privaat
-169.156
Afname bestemmingsrfonds privaat
-3.061
1.350.729
626.033
Vermogenspositie
In 2009 heeft de commissie ‘Vermogensbeheer
Onderwijsinstellingen’ (commissie Don)
in het rapport ‘Financieel beleid van
onderwijsinstellingen’ aan de minister van OCW
aanbevelingen gedaan inzake het financieel
beheer bij onderwijsinstellingen. Een onderdeel
van de aanbevelingen is het benoemen van
twee kengetallen; het vermogensbeheer en het
budgetbeheer. Onderstaand de kengetallen,
inclusief de door de commissie bepaalde
signaleringswaarden.
Agora jaarverslag
Kengetallen vermogensbeheerSignalerings-signaleringsgrensgrens
201320122011
onder
boven
Solvabiliteit
50%44%43%30%geen
Kapitalisatiefactor
41%36%38%geen35%
Liquiditeit
2,21,81,60,51,5
Rentabiliteit
5,0%-0,4%-2,3% 0% 5%
2013
33
a
De vermogenspositie van Agora was al op orde
en is door de bijzondere bekostiging nationaal
onderwijs akkoord door de bovengrenzen van
de commissie Don geschoten. De solvabiliteit
komt uit op 50%. Ruim boven de ondergrens van
30%. De kapitalisatiefactor ligt op 41% (was 36%)
en ligt nu 6% hoger dan de onderkant van de
bovengrens van de ‘Commissie Don’. Het (eigen)
vermogen is ruim voldoende: er is voldoende
kapitaal ten behoeve van de financiering,
transactie en bufferfunctie van het vermogen.
De kengetallen zijn een momentopname,
berekend naar de in de jaarrekening vastgelegde
situatie per 31 december. Niet het statische beeld
van een kengetal, maar vooral de trendmatige
ontwikkeling van de gezamenlijke kengetallen
over meerdere jaren is essentieel.
De solvabiliteit verschaft inzicht in de
financieringsopbouw en geeft aan in hoeverre op
lange termijn aan de verplichtingen voldaan kan
worden. De ondergrens is dit jaar opgehoogd
naar 30% (2012 20%).
Definitie: Eigen vermogen gedeeld door het
totale vermogen (balanstotaal).
Het predicaat ‘rijke school’ wordt afgegeven in
geval van een te hoge kapitalisatiefactor. De
commissie Don stelt: “Als instellingen meer
kapitaal hebben dan past bij de jaarlijkse baten,
wordt een deel van dat kapitaal kennelijk niet
efficiënt benut: men zou immers dezelfde diensten
moeten kunnen leveren met minder kapitaal”.
Definitie: Balanstotaal gedeeld door de totale
baten (inclusief de rentebaten)
De liquiditeit geeft aan in hoeverre op korte
termijn aan de verplichtingen kan worden voldaan.
Stichting Agora heeft op 31 december 2013 de
beschikking over € 8.678.127 (2012:
€ 5.072.679) aan liquide middelen en heeft
daarnaast € 2.145.079 (2012: € 3.164.277)
openstaan aan nog te ontvangen bedragen. Deze
bedragen zijn binnen één jaar opeisbaar. Het
totaal van de openstaande kortlopende schulden
bedraagt
€ 4.953.852 (2012: € 4.725.843). De liquiditeit is
zodoende in 2013 gestegen naar 2.2 (2012: 1,7)
en ligt ruim boven de bovengrens van 1,5.
Definitie: De verhouding tussen de vlottende
activa (som van liquide middelen, vorderingen
en voorraden) en de kortlopende schulden.
Onderstaand de kengetallen budgetbeheer van
de commissie Don. De kentallen geven een stabiel
beeld. De rijksbijdrage als percentage van de
totale inkomsten daalt na een jaarlijkse stijging
met 1% tot 93%. Een logisch gevolg van de UWV
en levensloopuitkeringen in 2013. De personele
lasten als aandeel in de totale lasten is goed
voor 83% (stabiel beeld over de jaren). Agora
hanteert voor de meerjarenbegroting een norm
van 80%. De dekkingsgraad van de algemene
reserve ten opzichte van de totale lasten is (na
resultaatbestemming) toegenomen tot 18%. Het
aandeel personele lasten als percentage van de
rijksbijdrage is uitgekomen op 85%.
Kengetallen budgetbeheer2013201220112010
Rijksbijdragen/baten93%95%94%93%
Personele lasten/totale lasten83%83%83%83%
Algemene reserve/totale lasten21%16%16%18%
Personele lasten/rijksbijdrage85%88%91%89%
Agora jaarverslag
2013
34
Bestuursverslag
2013
Treasuryverslag boekjaar 2013
Het treasurybeleid van de Stichting Agora en
haar scholen vindt plaats binnen de kaders van
de Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 16 september 2009,
kenmerk FEZ/CC-2009/150185, houdende regels
over het beleggen en belenen van publieke
middelen (Regeling beleggen en belenen door
instellingen voor onderwijs en onderzoek 2010).
Liquide middelen die niet direct nodig zijn voor
de bedrijfsvoering kunnen worden omgezet in
obligaties (staatsleningen) om een hoger rendement te behalen.
In 2012 is het treasurystatuut herijkt en na goedkeuring door Raad van Toezicht door het College
van Bestuur vastgesteld. Het renteresultaat over
2013 is lager uitgekomen, namelijk € 50.745
(2012: € 84.500). De liquide middelen worden
aangehouden bij de Rabobank, een niet beursgenoteerde Nederlandse systeembank. Tenzij anders
aangegeven staan alle liquide middelen ter vrije
beschikking. Agora houdt sinds 2011 geen beleggingsportefeuille aan. Einde 2013 is besloten het
vermogen te spreiden over meerdere Nederlandse (systeem)banken. In het voorjaar van 2014
wordt dit besluit geconcretiseerd.
Agora jaarverslag
2013
35
a
08
Continuïteitsparagraaf
Op 20 december 2013 heeft de Minister van
Onderwijs besloten de continuïteitsparagraaf te
introduceren en bepaald dat deze met ingang
van dit jaarverslag een verplichte paragraaf
zal zijn in de verslaglegging. Daarmee beoogt
de Minister dat iedere belanghebbende of
belangstellende kennis kan nemen van de wijze
waarop wij als bestuur omgaan met de financiële
gevolgen van het gevoerde en nog te voeren
beleid. De paragraaf zal tevens bijdragen in
tijdige signalering van situaties die mogelijk om
maatregelen vragen. Daarmee wordt voorkomen
dat eerst in een (te) laat stadium de noodzaak tot
ingrijpen helder wordt.
Deze paragraaf komt in de plaats van de vorig jaar
opgenomen toekomstparagraaf, risicoparagraaf
en de paragraaf over ontwikkelingen planning &
control, waarmee Agora hetzelfde beoogde, maar
waarbij de inhoud nog een vrije invulling had.
Dit jaar volgen wij de leidraad, die in de bijlage
van de brief van de Minister opgenomen is. De
leidraad bestaat uit een deel A: ‘gegevensset’ en
een deel B: ‘overige rapportages’.
DEEL A: GEGEVENSSET
Kengetallen personeel
De feitelijke bezetting ultimo 2013 en de
vastgestelde formatie 2014-2016 (peildata 1
oktober) tonen een verwachte daling van de
werkgelegenheid met zo’n 8,0 fte per jaar. Het
leerlingaantal daalt van 7.324 in 2013 tot 7.044
in 2016.
Bezetting/Formatie2013201420152016
Onderwijzend Personeel328,33319,02312,47305,29
Onderwijs ondersteunend personeel50,6648,3147,3246,23
Schooldirectie35,6332,8132,1431,40
College van Bestuur3,352,002,002,00
Beleidsfuncties3,354,904,934,93
Centraal Bureau12,0012,2710,2410,24
Agora Support16,6216,6216,62
Verlofregelingen33,3022,9121,0021,50
466,62458,85446,72438,21
Leerlingaantal7.2367.1467.0606.999
Agora jaarverslag
2013
36
Meerjarenbegroting 2013-2016
De begroting 2014 is vastgesteld in december
2013. Op dat moment was bekend dat het Nationaal Onderwijs Akkoord (NOA) en het herfst
akkoord tot extra inkomsten zouden gaan leiden.
Deze extra inkomsten waren niet nodig om de
begroting sluitend te krijgen. Het geeft Agora dus
de mogelijkheid om te investeren in goed onderwijs, zoals dat in ons strategisch beleidsplan is
verwoord. Het leek logisch om de uitbetaling in december 2013 voor 7/12 te beschouwen als vooruit
ontvangen inkomsten 2014. Voorzichtigheidshalve
zijn de NOA-gelden voor schooljaar 2014/2015
niet begroot. Tegenover deze inkomsten staan ook
projectkosten in de begroting (€ 813.250). Bij het
opmaken van de jaarrekening is duidelijk dat de
volledige bijzondere bekostiging, dus ook het 5/12
deel van 2013, beschikbaar is voor projecten. In het
Bestuursverslag
2013
voorjaar van 2014 is dan ook besloten voor
€ 1,6 miljoen aan projecten te accorderen.
Schooldirecteuren krijgen binnen kaders de
ruimte voor beleidskeuzes bij de concrete invulling daar van. Gezien het vooralsnog incidentele
karakter van deze inkomsten blijft grote alertheid
op het aangaan van verplichtingen geboden.
Omdat de gelden in 2013 ontvangen zijn,
ontstaat er in de bijgestelde begroting 2014
wel een tekort. Niet erg, omdat bij het opmaken
van de jaarrekening € 1,5 miljoen wordt gereserveerd in de bestemmingsreserve NOA. Deze
wordt in 2014 aangesproken (zie onderstaand
schema).
In de bijgestelde begroting (BB 2014) komen
de totale baten uit op € 36,6 miljoen (exclusief
7/12 rijksbijdrage NOA 2013) en de lasten
inclusief projectgelden uit op € 38,1 miljoen.
Per saldo een tekort van € 1,5 miljoen exact
gelijk aan de gereserveerde middelen in
de bestemmingsreserve NOA gelden. Het
gecorrigeerde resultaat begroting 2014 en
bijgestelde begroting 2014 is aan elkaar gelijk,
zijnde € 70.000.
In het meerjarenperspectief zijn de inkomsten en
personele lasten aangepast voor de voorspelde
krimp. Uitgaande dat een leerling gemiddeld
€ 5.400 aan rijksbijdrage oplevert, dan dalen de
baten met € 540.000 bij 100 leerlingen krimp.
De werkgelegenheid (lees personele lasten) daalt
evenredig mee met de dalende inkomsten.
JR 2013B 2014BB 2014B 2015B 2016
€€€€€
Baten
Rijksbijdragen
Overige overheidsbijdragen
en -subsidies
Overige baten
Totaal baten
1.446.693947.950947.950950.000950.000
1.281.2091.238.3271.238.3271.250.0001.250.000
39.315.94737.420.78636.633.28636.939.50936.427.000
Lasten
Personeelslasten
Afschrijvingen
Huisvestingslasten
Overige lasten Totaal lasten 30.912.12330.847.27731.312.27730.377.50929.885.000
841.542765.471833.471835.000835.000
2.362.0122.562.1602.487.1602.525.0002.510.000
3.274.2543.245.8233.525.3783.220.0003.205.000
37.389.93137.420.73138.158.28636.957.50936.435.000
36.588.04535.234.50934.447.00934.739.50934.227.000
Saldo baten en lasten
1.926.016
55
-1.525.000
-18.000
-8.000
Financiële baten en lasten
50.74670.00070.00050.00050.000
Resultaat
1.976.76270.055
-1.455.00032.00042.000
Bestemmingsreserve NOA
1.525.6680
-1.525.05500
Gecorrigeerd resultaat 451.09470.05570.05532.00042.000
lasten. Onderstaand de ontwikkeling van de balans,
waarbij de bijgestelde begroting ‘BB2014’ uitgangspunt vormt voor de jaren 2015 en 2016.
Zichtbaar wordt dat het begrotingsresultaat van
2013
De balans is een momentopname ultimo verslagjaar en om die reden veel minder nauwkeurig en
betrouwbaar te prognosticeren, dan de baten en
Agora jaarverslag
Meerjaren Balans 2013-2016
37
a
de bijgestelde begroting 2014 het balanstotaal
doet afnemen tot € 14,6 miljoen. In meerjarenperspectief blijft deze vervolgens stabiel. Door
het gecombineerde effect van lagere rijksbijdrage, extra projectuitgaven en investeringen in
materiële vaste activa, dalen de vlottende activa
(liquide middelen) ultimo 2014 met € 1,4 miljoen.
Conform bestaand beleid neemt de financiële
vaste activa jaarlijks met € 28.000 af en zal einde
2017 nul bedragen. De toename van de materiële
vaste activa wordt verklaard door de investeringen
in ICT. Aan passivazijde wordt alleen het eigen vermogen gemuteerd. De bestemmingsreserve NOA
(één van de drie publieke reserves) is ultimo 2014
nagenoeg besteed en heeft gedaan waarom zij ingericht was en kan worden opgeheven. Het effect
op de algemene reserve is door het instellen van
deze bestemmingsreserve nagenoeg nihil.
BalansJR 2013BB 2014B 2015B 2016
€€€€
Activa
Materiële vaste activa5.146.3795.493.3795.425.3795.357.379
Financiële vaste activa111.99783.99755.99727.997
Vaste Activa5.258.3765.577.3765.481.3765.385.376
Vlottende activa10.823.2069.049.2069.177.2069.315.206
Totaal Activa16.081.58214.626.58214.658.58214.700.582
Passiva
Algemene Reserve4.324.2484.394.3034.426.3034.468.303
Bestemmingsreserve publiek
2.170.550645.495645.495645.495
Bestemmingsreserve privaat1.503.9421.503.9421.503.9421.503.942
Bestemmingsfonds (Privaat)104104104104
Totaal eigen vermogen7.998.8436.543.8436.575.8436.617.843
Voorzieningen2.700.4902.700.4902.700.4902.700.490
Langlopende schulden428.400428.400428.400428.400
Kortlopende schulden4.953.8494.953.8494.953.8494.953.849
Totaal passiva16.081.58214.626.58214.658.58214.700.582
DEEL B: OVERIGE RAPPORTAGES
Achtereenvolgens komen aan de orde:
*Rapportage aanwezigheid en werking van het
interne risicobeheersing- en controle systeem.
*Beschrijving van de belangrijkste risico’s en
onzekerheden.
* Rapportage toezichthoudend orgaan.
Agora jaarverslag
2013
38
B1. Planning & Control
In 2013 is de ingezette weg om de planning en
control cyclus te verbeteren gecontinueerd. Het
instrumentarium is op orde en bestaat o.a. uit:
kaderbrief, begroting, bestuursformatieplan,
voortgangsrapportages, meerjarenbegroting
en een dynamisch controlplan. De methodiek
‘continious improvement’ verbetert zichtbaar de
onderwijsresultaten binnen de scholen en het
model ‘resultaatgericht werken’ legt de link met
de PDCA cyclus.
Ultimo 2013 heeft Agora haar bedrijfsvoering
zodanig op orde, dat er binnen bepaalde
bandbreedte geen verrassingen zullen optreden.
De belangrijkste risico’s van krimp en de daarmee
samenhangende dalende werkgelegenheid
binnen ons schoolbestuur, zijn in beeld en in
de meerjarenbegroting afgedekt. In 2013 is
doorgepakt op de ingezette koers in 2012 en is
de organisatie in staat gebleken om binnen het
boekjaar het kostenniveau te verlagen. Door de
krimp dalen de reguliere Rijksbijdragen en om
die reden is het essentieel de kosten mee te laten
dalen met de dalende inkomsten.
Bestuursverslag
2013
De normeringen, opgenomen in de kaderbrief
2014, dragen zorg voor het op orde houden
van de basis- en flexformatie. Het inrichten
van de bovenschoolse flexibele schil, ‘Agora
Support’ genoemd, maakt het mogelijk voor
schooldirecteuren om beter te anticiperen op
krimp en op benodigde en beschikbare capaciteit
(kwantitatief en kwalitatief). Bij de start van het
nieuwe schooljaar 2014 – 2015 is Agora Support
operationeel. Vacatures worden vanuit Agora
Support ingevuld. Het natuurlijk verloop maakt
het mogelijk om stap voor stap de beoogde
flexibilisering in de formatie te realiseren.
In de begrotingsopstelling 2013 is een buffer
opgenomen met een omvang van 1% van
de totale Rijksbijdrage. Aan dit budget is op
voorhand geen bestemming gegeven en
kan dus lopende het jaar bestemd worden
voor: onderwijsvernieuwing, het oplossen van
knelpunten of voor nieuw beleid.
Het monitoren van de maandelijkse
bezettingsoverzichten en de daarbij behorende
loonkosten draagt zorg voor inzicht en overzicht.
Van elke school is bekend wat de feitelijke
bezetting is en wat deze mag zijn met ingang van
het nieuwe schooljaar.
dat jaarlijks een update gemaakt wordt van deze
prognose. Hierbij wordt samengewerkt met de
gemeente Zaanstad en het openbaar primair
onderwijs in Zaanstad.
B2. Risicoparagraaf
Stichting Agora speelt proactief in op de
financiële, strategische en operationele risico’s.
Binnen het risicomanagement wordt onderscheid
gemaakt in risico’s voortvloeiend uit externe
ontwikkelingen en risico’s die onderdeel zijn van
interne bedrijfsvoering. Onderstaand een aantal
ontwikkelingen.
Dalende werkgelegenheid
Bij dalende werkgelegenheid is het vooral jong
personeel dat (als eerste) uitstroomt. Zij hebben
minder rechten opgebouwd en kunnen hooguit
via een tijdelijk contract in dienst treden of
blijven, met als gevolg dat in- en doorstroom van
jong talent stagneert en het personeelsbestand
vergrijst. Het aannamebeleid van Agora is
restrictief (kostenbeheersing) en gericht op het
in balans houden van de leeftijdsopbouw van
het personeelsbestand. De NOA beschikking ‘
behoud werkgelegenheid jonge leerkrachten’
geeft in dit verband financiële slagkracht.
Ieder kwartaal wordt door de schooldirecteur
verantwoording afgelegd middels een vast
format. Daarbij gaat het om de behaalde
onderwijsresultaten (outcome), voortgang
(onderwijsvernieuwingsprojecten), maar ook
over de inzet van middelen (geld en personeel).
Hiervoor is in 2013 een nieuw dashboard
ontwikkeld, waaruit de schooldirecteur zelf kan
opmaken of de uitvoering op koers ligt.
2013
Het is essentieel om een goede leerlingprognose
te hebben voor de Agora-scholen. Besloten is
Agora jaarverslag
De vermogenspositie van Agora is op orde.
Er is voldoende kapitaal ten behoeve van
de financiering, transactie en bufferfunctie
van het vermogen. Ultimo 2013 overstijgt
de kapitalisatiefactor de maximale norm van
‘Commissie Don’, maar door het benoemen van
€ 1,6 miljoen aan (extra) onderwijsprojecten, zal
deze bij het opmaken van de jaarrekening 2014
terug zijn op het niveau. In 2013 zijn de interne
normen voor vermogensbeheer en budgetbeheer
vastgesteld. Bij de nieuw op te stellen beleidsrijke
meerjarenbegroting, einde 2014, vormen deze
normen het uitgangspunt.
39
a
Wachtgelders
In het kader van financiële rechtmatigheid
bestaat de verplichting dat aan wachtgelders een
vrijkomende vacature aangeboden moet worden.
Ook uitbreidingen van functies mogen alleen
plaatsvinden als geen wachtgelders aanwezig
zijn. Het risico bestaat dat nieuwe aanstellingen
plaatsvinden of dat functies worden uitgebreid,
zonder dat deze zijn aangeboden aan de
bestaande wachtgelders.
Momenteel bevindt AGORA zich in een fase van
krimp, waardoor er geen sprake is van uitbreiding
van aanstellingstijd of functies, maar juist van
dalende werkgelegenheid. Daar staat tegenover
dat de instroom bij het participatiefonds toeneemt
en dat voor later een goede administratie
onontbeerlijk is.
Materiële bekostiging
De lumpsum bekostiging maakt het mogelijk
om eigen beleid te voeren op de verhouding
materiële en personele uitgaven. Agora streeft
een verhouding van 80:20% na. Feitelijk ligt deze
verhouding nog op 83:17%. De vergoedingsnorm
vanuit het ministerie is gelijk aan 87:13%. Voor de
vergoeding voor materiële uitgaven geldt dat zij
achterblijft bij het feitelijke lastenniveau. Agora
ondervangt dat door haar eigen beleid te voeren.
Vanuit de personele vergoeding vind suppletie
plaats van zo’n € 0,5 miljoen.
Huisvesting
Agora jaarverslag
2013
40
De eerste contouren van een nieuw meerjaren
onderhoudsprogramma onderwijshuisvesting
(MJOB) zijn bekend, maar de bijbehorende programmabegroting is nog niet vastgesteld.
De omvang van de voorziening onderhoud
(€ 2,3 miljoen) plus de jaarlijkse dotatie
(€ 400.000) is voor de korte termijn toereikend,
maar voor de lange termijn (nog) niet. In de
nieuwe meerjarenbegroting 2015-2018 wordt de
financiering van het MJOB integraal opgenomen.
Daarin wordt voor zover bekend het effect van
de wetswijziging ‘doordecentralisatie van de
onderwijshuisvesting’ per 1 januari 2015
meegenomen.
Risico’s
Ondanks pro-actief handelen en het actief
inspelen op ontwikkelingen resteren altijd risico’s
die ons parten kunnen spelen. Onverwachte,
maar qua risico in te schatten, gebeurtenissen
of ontwikkelingen kunnen ons altijd parten
spelen. Naast de kans dat het gebeurt (soms te
beïnvloeden) speelt daarbij ook de impact van de
gebeurtenis (dikwijls ook te beïnvloeden wanneer
je je van het risico bewust bent) een rol om de
omvang van het risico in te schatten.
Enkele risico’s:
1
De krimp in de regio zet sterker door dan verwacht waardoor ook de daling van
werkgelegenheid sneller inzet dan verwacht. Dit
risico is te bufferen door de ontwikkelingen met
betrekking tot de leerlingenaantallen nauwkeurig
te monitoren en je als organisatie actief te
profileren.
2
De interne mobiliteit komt in onvoldoende
mate van de grond. Het niet flexibel
kunnen (her)plaatsen van medewerkers
bemoeilijkt het inrichten en uitnutten van de
flexibele schil ‘Agora Support’. Het is van belang
om binnen Agora de opvattingen ten aanzien van
mobiliteit (niet als bedreiging van arbeidsvreugde
maar als kans op nieuwe ervaringen en een
nieuwe ontwikkeling) actief te beïnvloeden
en daarnaast ook in de arbeidsvoorwaarden
afspraken te maken die mobiliteit niet in de weg
zitten.
3
Agora Support zou ook te ruim
bemand kunnen raken met medewerkers
waar onvoldoende emplooi voor is. Daarmee
zouden de voordelen van de centrale inzet op
maat en de beschikbaarheid van geschikte
medewerkers direct ongedaan worden gemaakt.
Het is dus zaak binnen de bemensing van AGORA
Support een zekere krapte aan te houden (en de
oplossing voor de vraag op piekmomenten van
elders binnen te halen).
4
Wanneer Agora niet voldoet aan de
instroomtoets en vrijkomende vacatures
en uitbreidingen van functies niet met voorrang
worden aangeboden aan de eigen wachtgelders,
worden de loonkosten voor de inzet van andere
(nieuwe) werknemers in mindering gebracht op
de bekostiging.
5
De uitwerking van het NOA stelt
onverwacht nadere verplichtingen aan
de verantwoording, waardoor deze niet naar
eigen inzicht kunnen worden besteed. Dit risico
is inmiddels door de tijd ingehaald, doordat
communicatie over de wijze van verantwoording
heeft plaatsgevonden.
Bestuursverslag
2013
6
Het NOA krijgt geen vervolg in de vorm
van extra financiering voor het
onderwijs. Dit is geen denkbeeldig risico.
In meerjarenperspectief kent het Nationaal
Onderwijs Akkoord vooralsnog geen opvolging.
We benaderen de toegekende middelen als
incidentele bijdragen, die we benutten om ons
onderwijs stevige impulsen mee te geven, maar
op basis waarvan geen structurele verplichtingen
worden aangegaan.
7
Door de aan het eind van het jaar vrij
onverwacht toegekende NOA-gelden
kan de ingezette cultuur van zorgvuldig omgaan
met de beschikbare middelen en planmatige
toekenning en besteding van middelen verstoord
raken. Het jaar 2013 is daardoor afgesloten met
een onverwacht veel hoger positief saldo dan
verwacht mocht worden. Het jaar 2014, waarin
de middelen goeddeels ingezet zullen worden,
doordat de middelen via resultaatbestemming
beschikbaar blijven, zal in de reguliere exploitatie
juist met een stevig negatief saldo worden
afgesloten. Hierdoor kan een beeld van moeilijk
beïnvloedbaarheid ontstaan. Het is zaak hier
helder over te communiceren, zowel over de
resultaten van 2013 als over die van 2014.
B3. Rapportage vanuit
toezichthoudend orgaan
Het College van Bestuur legt in iedere Raad van
Toezicht vergadering verantwoording af middels
een voortgangsrapportage. Op deze wijze wordt
het toezichthoudend orgaan betrokken bij de
beleidsvraagstukken en/of financiële problematiek
en ondersteunt en/of adviseert zij de bestuurder
over deze vraagstukken. Daarnaast worden
de reguliere planning en control producten
(begroting, jaarrekening, kwartaalrapportages,
bestuursformatieplan, ed.) geagendeerd,
toegelicht en indien nodig ter goedkeuring
aangeboden aan de raad van toezicht.
Voor de het volledige verslag van de Raad van
Toezicht wordt verwezen naar de navolgende
hoofdstuk A.9.
8
De invoering van passend onderwijs
kan het risico met zich meebrengen dat
– met name in de aanloopfase – onvoldoende
gebruik gemaakt gaat worden van de beschikbare
kennis en kunde. Dit zou risico’s voor de kwaliteit
van het onderwijs met zich mee kunnen nemen.
Agora heeft een eigen expertisecentrum
(Tijstroom) en het is van belang de
beschikbaarheid van de onderwijsarrangementen
voor de reguliere scholen goed in beeld te krijgen
en actief te promoten.
Agora jaarverslag
2013
41
a
09
Verslag van de
Raad van Toezicht
De Raad is statutair aangetreden in oktober
2011 en conformeert zich aan de Code Goed
Bestuur in het Primair Onderwijs, zoals vastgelegd
door de PO-raad in 2012. De Raad werkt
overeenkomstig een opgesteld Reglement voor
de Raad van Toezicht. In dit reglement is tevens
een Profielschets voor de leden van de Raad
en een Toetsingskader voor de uitoefening van
het toezicht opgenomen. De leden van de RvT
ontvangen een vaste jaarlijkse vergoeding van
€ 1500 (de voorzitter € 3000), aangevuld met een
bedrag van 100 Euro per vergadering.
Relatie met het College van
Bestuur
Een Bestuursreglement en een vastgelegde
opsomming van noodzakelijke toezichtsinformatie
regelt de relatie met het College van Bestuur. Er
is een toezichtskalender aan de hand waarvan
het CvB over de voortgang van ontwikkelingen
binnen Agora aan de Raad rapporteert. In het
verslagjaar zijn geen wijzigingen opgetreden in de
bevoegdheden van de RvT en het CvB.
Wel werd een zorgvuldig besluitvormingstraject
Bestuurlijke Herinrichting uitgevoerd onder
externe begeleiding. De stichting heeft in 2011
een bestuurlijke herinrichting ondergaan die
kan worden aangeduid als de omvorming tot
het Raad van Toezichtmodel. De bestuurlijke
verantwoordelijkheid werd toen gelegd bij een
College van Bestuur bestaande uit drie personen.
Zij hadden een benoeming voor een periode van
twee jaar, eindigend december 2013.
De RvT vond het belangrijk de destijds gekozen
structuur tijdig te evalueren. Tegelijkertijd rees de
Agora jaarverslag
2013
42
vraag of ook op centraal niveau de voorzieningen
passend waren. Tegen deze achtergrond deden
de Raad van Toezicht en het College van Bestuur
van de stichting rond de jaarwisseling 2012 –
2013 de opdracht uitgaan voor advisering over
de gewenste omvang en inrichting van het
bestuur en het Centraal Bureau van de stichting.
Deze opdracht werd bij een externe organisatie
neergelegd.
Het rapport werd in de eerste helft van 2013
uitgebracht en had tot resultaat dat de omvang
van het College van Bestuur werd teruggebracht
tot twee personen: de heer T.P. Keulen (voorzitter)
en de heer M.C. Spies (lid van het CvB). De
onderlinge taakverdeling binnen het CvB
werd aangepast en vastgelegd in vernieuwde
contracten. Van het derde CvB lid (de heer
H. De Waard) werd in onderling overleg afscheid
genomen. Het nieuwe CvB heeft vervolgens de
herinrichting van het Centraal Bureau ter hand
genomen.
Belangrijkste onderwerpen van
toezicht in het verslagjaar
De Raad heeft in aanwezigheid van het college en
de interim controller vergaderd op:
28 januari; 25 maart; 27 mei (in aanwezigheid
van de accountant); 17 juni; 30 september en 25
november 2013.
Belangrijke onderwerpen die aan de orde
kwamen:
*Financiën: goedkeuring jaarrekening
2012; begrotingen 2013 en 2014; de
meerjarenbegroting tot 2016; (interim) controle
door de accountant (Ernst & Young); de CAO
Bestuurders PO en de kaderbrief 2014;
Bestuursverslag
2013
*Externe ontwikkelingen: wetgeving;
meerjarenstrategie op grond van missie en
visie; politiek-bestuurlijke verhoudingen;
samenwerking met andere partijen in het kader
van passend onderwijs; de positie van het
Speciaal Basisonderwijs; oriëntaties op andere
mogelijkheden van samenwerking;
*Kwaliteit: klanttevredenheid;
klachtafhandeling; inspectierapporten; scholing
van personeel; Continuous Improvement;
actualisering van de statuten;
*Operaties: integraal huisvestingsplan
en bouwplannen; leerlingprognoses;
reorganisatieplan; Sociaal Statuut;
diverse onderwerpen Personeel &
Organisatie; contacten van de Raad
met de Medezeggenschap (GMR), het
Directeurenoverleg en de Resonansgroep
Identiteit;
De Raad heeft in beslotenheid vergaderd op 30
mei; 3 juni; 17 juni; 10 juli en 30 september 2013.
Belangrijkste onderwerpen waren hier het externe
advies inzake de omvang en de herinrichting van
het Centraal Bestuur (CvB) en het Centraal Bureau;
voorts de voorgenomen besluiten die hierover zijn
voorgelegd aan de GMR en de Resonansgroep
en de Benoemingsprocedure College van Bestuur
op advies van de Benoemingsadviescommissie
(BAC).
De Raad treedt op als klankbord voor en adviseur
van het College van Bestuur.
Overige interne en externe
contacten
Op 20 juni 2013 vond het jaarlijks overleg met de
Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad
plaats waarin aandacht was voor het functioneren van de medezeggenschap bij Agora; Goed
Onderwijs en de herinrichting van het CvB en het
Centraal Bureau. Op 29 augustus werd overleg
gevoerd naar aanleiding van het bij de GMR
ingediende voorgenomen besluit herinrichting
van het College van Bestuur. Op 12 juni vond een
gelijksoortig overleg plaats met het Directeurenoverleg.
Een delegatie van de Raad heeft in het verslagjaar
op 11 juni Toermalijn en op 9 december Paus Joannes bezocht. Deze bezoeken stonden vooral in
het teken van kennismaking met team, leerlingen
en de school. Het draagt bij aan het voeling houden met de werkvloer door de leden van de RvT.
Werkgeverschap
De RvT treedt op als werkgever voor de leden van
het CvB. Vaststelling van arbeidsvoorwaarden en
honorering heeft plaatsgevonden in 2013 met
inachtneming van de CAO Bestuurders PO. Met
de leden van het CvB zijn managementcontracten
gesloten.
De voorzitter van de Raad overlegt enkele malen
per jaar informeel met de voorzitter van het
College van Bestuur ter bevordering van het
persoonlijk contact en uitwisseling van eventuele
onderwerpen op dit vlak.
Evaluatie van het eigen
functioneren
De Raad besteedt aandacht aan het
eigen functioneren tijdens een jaarlijkse
evaluatiebijeenkomst in aanwezigheid van het
CvB. In december werd met externe leiding een
evaluatie en scholingsprogramma voorbereid
(die in januari 2014 werd gehouden) met als
belangrijkste onderwerpen:
*De kaders die het speelveld bepalen;
* Taak, rolopvatting en roluitoefening;
* Informatievoorziening en –verzameling;
*Oordelend gedrag aan de hand van een verder
uit te werken toetsingskader;
* Interveniërend gedrag;
* Samenstelling van de Raad en Commissiewerk;
* Professionele ontwikkeling.
Vooralsnog zal de Raad zijn omvang terugbrengen
tot vijf leden, met de wens de juridische
competentie binnen de RvT in de toekomst meer
expliciet te beleggen.
Agora jaarverslag
2013
43
a
Samenstelling Raad van Toezicht
NaamFunctie/Benoemd Nevenfuncties
Domeintot
A.P.H. (Fons) Günther
Voorzitter
14-10-2014
* Psycholoog Arbo Unie BV Utrecht
* Lid RvT Heliomare Corporate Wijk aan Zee
* Praktijkhouder Mind Your Business, advies voor mens en werk Zaanstad
H.M. (Ineke) Edzes-Altena
Lid/Identiteit
14-10-2014
* Voorzitter Stichting Beursvloer
IJmond Noord
* Organisator Nederlandse inzending
Frankfurter Buchmesse
* Voorzitter Raad van Toezicht Zorgboederij De Groeierij Beverwijk
* Projectleider Voedselveiligheid
Voedselbank Zaanstreek
V. (Vera) Arents
Lid/ Onderwijs
14-10-2016
* Lid Managementteam ASVO Amsterdam
* Secretaris Bestuur 1e Coöperatie Primair
Onderwijs Amsterdam
* Lid Commissie Erkenning en Kwaliteit
PO/VO van de NMV
E.C.M. (Diny) Roodvoets
Lid/Onderwijs
01-05-2015
* Adviseur/Ondernemer/interimmanager
M. (Meindert) Eijgenstein
Lid/Onderwijs
01-01-2015
*Voorzitter CvB Stichting Prisma Almere
* Voorzitter Bestuur Taalcentrum Almere
* Lid Bestuur Stichting Gewoon Anders
* Adviseur/Ondernemer
H.M.P. (Henk) Stoltenberg
Lid/PZ/Audit Commissie 14-10-2014
* Gepensioneerd Onderwijsbestuurder
P. (Peter) Prijs
Lid/Audit Commissie
01-01-2015
* Ondernemer/Registeraccountant
Agora jaarverslag
2013
44
Bestuursverslag
2013
10
Verslag van de
Medezeggenschapsraad
Met dit verslag geeft de GMR aan met welke
onderwerpen zij hoofdzakelijk bezig is geweest.
Ook is dit verslag een verantwoording van de
activiteiten en bezetting gedurende het jaar.
Kaderbrief 2014
De Kaderbrief 2014 bevat enkele grote onderwerpen: personeelsbeleid, integrale kindcentra,
huisvesting en prestatiebox. Voornamelijk het
onderwerp ‘flexibiliteit & mobiliteit’ (personeelsbeleid) leidt tot veel gesprekken en discussie in de
GMR. Inzet is het mobieler maken van personeel
door het stimuleren van wisseling van werkplek
binnen de stichting. Voor de GMR is van belang
dat dit in overeenstemming is met de CAO. Voor
de integrale kindcentra wil Agora de regie oppakken, zodat de school leidend is. Er zijn drie deelgebieden waar Agora zich op richt. De GMR heeft
adviesrecht op deelgebieden van de Kaderbrief
en instemmingsrecht op de gehele Kaderbrief.
Vanwege deze rechten zal de Kaderbrief in 2014
wederom op de agenda van de GMR staan.
Bovenschoolse
benoemingscommissie
den en bevoegdheden geregeld van de verschillende gremia binnen de organisatie. Het geeft
houvast en maakt de verhoudingen helder. Het
stuk is vrij basaal gehouden, omdat er dit najaar
nog een vervolg komt op het rapport van Harm
Klifman.
Een belangrijke wijziging in het managementstatuut is het hoofdstuk met onderwerpen waarover
aan het DO advies gevraagd kan worden. De GMR
geeft een positief advies.
Passend onderwijs
Vanuit de wet op passend onderwijs zijn
er binnen Agora veel ontwikkelingen. Er
wordt binnen het samenwerkingsverband
een ondersteuningsplanraad opgericht. Via
de GMR worden de MR-en van de scholen
gevraagd een afvaardiging te sturen voor de
ondersteuningsplanraad. De GMR wordt in de
vergadering door het CvB op de hoogte gebracht
van de voortgang van de invoering van het
passend onderwijs en het samenwerkingsverband.
Samenwerking TintelTuin
Vanwege de wens om personeel duidelijk een
bestuursaanstelling te geven en dit personeel
ook breed in de stichting in te kunnen zetten,
is er een beleid over een bovenschoolse
benoemingscommissie in de GMR neergelegd.
De GMR heeft een positief advies uitgebracht.
Vanuit het oogpunt op de ontwikkeling van
integrale kindcentra worden er stappen gezet in
de samenwerking met Tinteltuin. De GMR wordt
in de vergadering door het CvB op de hoogte
gebracht van de ontwikkelingen omtrent deze
samenwerking en de te nemen of genomen
stappen op weg naar integrale kindcentra.
Benoeming CvB
Reorganisatieplan
Vanuit het rapport Klifman is er een keuze
gemaakt door de RvT om het CvB terug te
brengen naar twee leden: een voorzitter en een
lid. De GMR wordt gevraagd een lid voor de
BenoemingsAdviesCommissie (BAC) te leveren.
Hieraan wordt gehoor gegeven. De RvT heeft
naar aanleiding van deze BAC een voorgenomen
besluit t.a.v. de benoeming van het CvB ter advies
aan de GMR voorgelegd. De GMR heeft een
positief advies uitgebracht.
Het reorganisatieplan is in 2012 voorgelegd
aan de GMR. De GMR heeft in 2013 instemming
verleend aan het reorganisatieplan.
2013
Het managementstatuut is een wettelijk verplicht
document. Hierin worden de verantwoordelijkhe-
Aan de orde is het Zorgplan 2013 – 2014. De
GMR heeft zich in het verleden uitgebreid
gebogen over de inhoud van het zorgplan. Er
is sindsdien inhoudelijk niet veel gewijzigd,
alleen de teksten over passend onderwijs en het
ondersteuningsplan zijn uitgebreid of ingevoegd.
De bijlagen zijn bijgevoegd, waarin de werkwijze
tot nieuw beleid is geformuleerd. De GMR stelt
het zorgplan 2013 – 2014 vast.
Agora jaarverslag
Managementstatuut
Zorgplan
45
a
Meerjarenbegroting 2013-2016
De GMR is van mening dat de meerjarenbegroting
een duidelijk en werkbaar document is. In de
vergadering is door het CvB een presentatie
verzorgd om de verbanden tussen kaderbrief,
bezuinigingsplan, reorganisatieplan en
meerjarenbegroting toe te lichten.
Overleg RvT
In juni heeft de GMR haar jaarlijkse overleg gehad
met de Raad van Toezicht (RvT). Daarin staan twee
onderwerpen op de agenda:
*functioneren van de medezeggenschap
*visie op goed onderwijs
Functioneren medezeggenschap
De conclusie is dat de medezeggenschap binnen
Agora op bovenschools niveau serieus wordt
genomen. Er wordt door de GMR vaak tijdsdruk
ervaren door het vragen om een advies of instemming op korte termijn door het CvB. De wettelijke
reactietermijn moet beter in acht worden genomen. Het evalueren van de medezeggenschap
wordt ook een agendapunt binnen de GMR.
Visie op goed onderwijs
De GMR heeft geconstateerd dat veel aandacht
is besteed aan het reorganiseren en financieel
gezond maken van de organisatie. Een
aantal andere onderwerpen, waaronder het
onderwijskundig beleid, is hierdoor minder aan
bod gekomen. De druk door bezuinigingen op
het personeel, die vorig jaar benoemd is tijdens
het overleg met de RvT, wordt onverminderd
ervaren en is wellicht zelfs toegenomen.
Financiële situatie Agora
De GMR is door middel van Q-rapportages op de
hoogte gehouden van de financiële situatie van
Agora. De ingezette bezuinigingen van vorig jaar
lijken hun vruchten af te werpen. De financiële
situatie lijkt een gezonde te zijn.
Samenstelling GMR
Agora jaarverslag
2013
46
De Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) van Agora bestaat uit personeels- en
oudervertegenwoordigers van de Medezeggen-
schapsraden (MR) van de aangesloten basisscholen en een personeelsvertegenwoordiger van het
Centraal Bureau. De GMR bestaat uit 26 formele
vertegenwoordigers en krijgt ambtelijke ondersteuning vanuit het Centraal Bureau. Het College
van Bestuur levert informatie.
Binnen de GMR is er een wissel geweest in het
dagelijks bestuur. De voorzitter en secretaris
zijn beiden aan het einde van het schooljaar
opgestapt. Met ingang van het nieuwe schooljaar
traden een nieuwe voorzitter en secretaris aan.
Daarnaast zijn er ook in de vertegenwoordiging
van de scholen wisselingen geweest rond de
zomervakantie.
Werkgroepen
Binnen de GMR zijn drie werkgroepen
geformeerd:
*Middelen & Voorzieningen
*Personeel & Organisatie
*Onderwijs & Identiteit.
Onderwerpen worden verdeeld onder de
verschillende werkgroepen, die het voorbereiden
voor de vergadering en de GMR voor definitieve
besluitvorming adviseren.
Vergaderfrequentie
In dit verslagjaar zijn zes reguliere vergaderingen
gepland en gehouden, te weten op:
*24 januari
*7 maart
*25 april
*20 juni
*26 september
*21 november
In verband met de benoeming van de leden van
het CvB is er een extra vergadering georganiseerd
op 29 augustus 2013.
De GMR is elke vergadering in meerderheid
aanwezig geweest. Alle genomen besluiten ter
instemming en advies zijn daarmee rechtsgeldig.
De vergaderingen zijn voorbereid door de
voorzitter en secretaris in overleg met het College
van Bestuur.
Bestuursverslag
2013
Besluiten, advies en instemming
DatumOnderwerpACTIE
24-01-2013
Financiële situatie
Meerjarenbegroting 2013 – 2016
Reorganisatieplan
Vorming SWV 2705
Ontwikkeling richting Integrale KindCentra
Besproken
Besproken
Instemming verleend
Positief advies gegeven
Besproken
07-03-2013
Meerjarenbegroting 2013 – 2016
Voorgang reorganisatie
Besproken
Besproken
25-04-2013
Onderzoek bestuurlijke structuur
Besproken
Intentieverklaring met TintelTuin
Besproken
Financiële rapportage 2012
Besproken
Bestuursformatieplan 2013 – 2016
Besproken
Sociaal Plan medewerkers bepaalde tijd
Instemming verleend
Kwaliteitsvragenlijsten Besproken
20-06-2013
Overleg met leden Raad van Toezicht
Bestuursinrichting
Samenwerking TintelTuin
Bovenschoolse schoolgids
Inhoudelijke invulling kaderbrief
Q1-rapportage
Functiemix
Gebruik Social media
Zorgplan 2013 – 2014
Procedure instelling Ondersteuningsplanraad
Overleg
Positief advies gegeven
Besproken
Positief advies gegeven
Besproken
Besproken
Besproken
Besproken
Instemming verleend
Besproken
29-08-2013
Positief advies gegeven
Besproken
Voorgenomen besluit benoeming leden CvB
Procedure instelling Ondersteuningsplanraad
26-09-2013
Managementstatuut
Positief advies gegeven
Bovenschoolse Benoemingscommissie
Besproken
Passend Onderwijs
Besproken
Samenwerkingsovereenkomst TintelTuin
Besproken
Kwaliteitsvragenlijsten Besproken
Centrale incasso ouderbijdragen en TSO-gelden
Besproken
Nienke Schreuder, Voorzitter GMR en Nienke Koerts, Secretaris GMR
Positief advies gegeven
Besproken
Besproken
Besproken
Agora jaarverslag
21-11-2013
Bovenschoolse Benoemingscommissie
Passend onderwijs
Kaderbrief 2014
Q2-rapportage
2013
47
de
jaar
reke
ning
2013
b
Algemene toelichting / Grondslagen
voor waardering activa en passiva /
Grondslagen voor bepaling van het
resultaat / Financiële instrumenten en
risicobeheersing / Activa / Toelichting
bij kasstroomoverzicht / Passiva /
Verantwoording subsidies / Niet in de balans
opgenomen verplichtingen en activa / Baten /
Lasten / Financiële baten en lasten
De jaarrekening
2013
Balans per 31 december 2013
31-12-201331-12-2012
€€
Activa
Vaste activa
Materiële vaste activa
5.146.379
5.250.368 Financiële vaste activa
111.997 139.382 5.258.376 5.389.750
Vlottende activa
Vorderingen
2.145.079 3.077.375 Liquide middelen
8.678.127 5.072.679 10.823.206 8.150.054
Totaal Activa16.081.582 13.539.804
Passiva
Eigen vermogen
7.998.843 6.022.081 Voorzieningen
2.700.490 2.450.382 Langlopende schulden
428.400 428.400 Kortlopende schulden
4.953.849 4.638.941 totaal passiva
16.081.582 13.539.804
Agora jaarverslag
2013
49
b
Staat van baten en lasten over 2013
2013Begroting 2013
2012
€€€
Baten
Rijksbijdragen
Overige overheidsbijdragen
en subsidies
Overige baten
36.588.04534.689.81735.800.945
1.446.693632.521689.001
1.281.2091.145.9291.245.738
Totaal baten39.315.94736.468.26737.735.684
Lasten
Personele lasten
30.912.12330.063.20031.379.948
Afschrijvingen
841.542867.337882.646
Huisvestingslasten
2.362.0122.496.3532.272.970
Overige instellingslasten
3.274.2543.016.0933.425.986
Totaal lasten37.389.93136.442.98337.961.550
Saldo baten en lasten
1.926.016
25.284
-225.866
Financiële baten en lasten
50.746
70.000
84.716
resultaat
1.976.762
95.284
-141.150
Belastingen000
Resultaat deelnemeningen000
Netto resultaat
1.976.762
95.284
-141.150
Agora jaarverslag
2013
50
De jaarrekening
2013
Kasstroomoverzicht over 2013
2013
2012
€ €
Kasstroom uit operationele activiteiten
Resultaat (saldo baten en lasten)
1.926.016
-225.866
Aanpassingen voor:
* afschrijvingen841.542882.646
mutaties voorzieningen250.108151.455
*
1.091.650
1.034.101
Veranderingen in vlottende middelen
voorraden00
*
vorderingen932.296293.578
*
schulden
314.908
-967.288
*
1.247.204
-673.710
Kasstroom uit bedrijfsoperaties
4.264.870
134.525
Ontvangen interest64.81298.036
Betaalde interest-14.067-13.320
Buitengewoon resultaat00
50.746
84.716
Kasstroom uit operationele activiteiten
4.315.616
219.241
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Investeringen in materiële vaste activa
-737.553
-673.195
Desinvesteringen in MVA
0
0
Overige investeringen in fin. vaste activa
27.385
27.384
Totaal kasstroom uit inv.activiteiten
-710.168
-645.811
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Nieuw opgenomen leningen
0
0
Aflossing langlopende schulden
0
0
Totaal kasstroom uit fin.activiteiten
0
0
Mutatie liquide middelen
3.605.448
-426.570
Agora jaarverslag
2013
51
b
Toelichting op de balans en staat van baten en lasten 2013
01
Algemene
toelichting
Toelichting op
kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens
de indirecte methode. De geldmiddelen in
het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide
middelen. Agora houdt geen vreemde valuta
aan. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van
interest zijn opgenomen onder de kasstroom
uit operationele activiteiten. Agora kent geen
transacties waarbij geen instroom of uitstroom van
kasmiddelen plaatsvindt, zoals financiële leasing.
Stelselwijzigingen
Schattingen
Om de grondslagen en regels voor het opstellen
van de jaarrekening te kunnen toepassen,
02
In 2013 hebben zich geen stelselwijzigingen
voorgedaan
Grondslagen voor
waardering activa
en passiva
Algemeen
Agora jaarverslag
2013
52
is het nodig dat de leiding van de instelling
over verschillende zaken zich een oordeel
vormt, en dat de leiding schattingen maakt die
essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening
opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste
inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze
oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende
veronderstellingen opgenomen bij de toelichting
op de betreffende jaarrekeningposten.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in
overeenstemming met de wettelijke bepalingen
van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken
van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving,
die uitgegeven zijn door de Raad voor de
Jaarverslaggeving. Deze bepalingen zijn
van toepassing op grond van de Regeling
Jaarverslaggeving Onderwijs.
Activa en verplichtingen worden in het algemeen
gewaardeerd tegen de verkrijgings- of
vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien
geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld,
vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs.
In de balans, de staat van baten en lasten en het
kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen.
Met deze referenties wordt verwezen naar de
toelichting.
Vergelijking met voorgaand jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering
en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten
opzichte van het voorgaande jaar.
Materiële vaste activa
Bedrijfsgebouwen en -terreinen worden
gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus
bijkomende kosten of vervaardigingsprijs onder
aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende
De jaarrekening
2013
de geschatte toekomstige gebruiksduur.
Op terreinen wordt niet afgeschreven. Er
wordt rekening gehouden met de bijzondere
waardeverminderingen die op balansdatum
worden verwacht. Voor een uiteenzetting
ten einde vast te kunnen stellen of voor een
materieel vast actief sprake is van een bijzondere
waardevermindering wordt verwezen naar
paragraaf B.5.
Overige vaste activa worden gewaardeerd tegen
verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief
direct toerekenbare kosten, onder aftrek van
lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte
toekomstige gebruiksduur en bijzondere
waardeverminderingen. De vervaardigingsprijs
bestaat uit de aanschaffingskosten van gronden hulpstoffen en kosten die rechtstreeks
toerekenbaar zijn aan de vervaardiging inclusief
installatiekosten. Voor de categorieën technische
apparatuur, audiovisuele apparatuur en leer- en
hulpmiddelen is de activeringgrens bepaald op
€ 1.000.
Subsidies op investeringen worden in mindering
gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs
van de activa waarop de subsidies betrekking
hebben.
Voor de Stichting Agora gelden de volgende
afschrijvingstermijnen:
20 jaar
* Meubilair
10 jaar
* Leermiddelen
10 jaar
* Speel- en pleintoestellen
4 jaar
* ICT hard- en software
Voor de toekomstige kosten van groot onderhoud
aan de schoolgebouwen is een voorziening
groot onderhoud gevormd. De toevoeging aan
de voorziening wordt bepaald op basis van het
geschatte bedrag van het onderhoud en de
periode die telkens tussen de werkzaamheden
van groot onderhoud verloopt.
Financiële vaste activa
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Handelsvorderingen worden na eerste
verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is
uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn, wordt de reële waarde
bepaald aan de hand van de contante waarde
van de verwachte ontvangsten en worden er op
basis van de effectieve rente rente-inkomsten ten
gunste van de staat van baten en lasten gebracht.
Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in
mindering gebracht op de boekwaarde van de
vordering.
Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden
en direct opeisbare deposito’s met een
looptijd korter dan twaalf maanden. Rekeningcourantschulden bij banken zijn opgenomen
onder schulden aan kredietinstellingen onder
kortlopende schulden. Liquide middelen worden
gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit algemene
reserves en bestemmingsreserves en/of
-fondsen. Hierin is tevens een segmentatie
opgenomen naar publieke en private middelen.
De bestemmingsreserves zijn reserves met een
beperktere bestedingsmogelijkheid, waarbij de
beperking door het bestuur is aangebracht. Bij
de resultaatbepaling worden de overschotten
toegevoegd en bij tekorten zal een onttrekking
plaats vinden.
De onverdeelde schoolresultaten uit voorgaande
jaren zijn geboekt ten gunste van de algemene
reserve. De bestemmingsreserve is gevormd voor
het afdekken van toekomstige risico’s en voor het
plegen van investeringen.
Voorzieningen
2013
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte
afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de
balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk
is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is
en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te
schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd
tegen de beste schatting van de bedragen
die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per
balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen
worden gewaardeerd tegen de nominale waarde
van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk
zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij
Agora jaarverslag
Agora houdt geen effecten meer aan met als
doel deze langer dan een jaar aan te houden en
heeft ook geen andere vormen van deelneming in
groepsmaatschappijen. Voor onderwijsinstellingen
geldt dat rijksgelden niet risicodragend belegd
mogen worden en dat er altijd sprake moet
zijn van hoofdsomgarantie, zodanig dat de
rijksbijdrage onverkort beschikbaar blijft. Agora
voldoet aan deze voorwaarden opgenomen in de
rijksregeling ‘Beleggen en belenen’.
Vorderingen
53
b
anders vermeld. Wanneer de verwachting is
dat een derde de verplichtingen vergoedt, en
wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding
zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de
verplichting, dan wordt deze vergoeding als een
actief in de balans opgenomen.
Voor uitgaven voor groot onderhoud is een
voorziening gevormd om de lasten gelijkmatig te
verdelen over een aantal boekjaren (tien jaar). De
voorziening jubilea wordt opgenomen tegen de
contante waarde van de verwachte uitkeringen
gedurende het dienstverband. Bij de berekening
van de boekwaarde van deze voorziening wordt
voor de eenvoud gerekend met een vast bedrag
per medewerker (in vaste dienst ultimo kalenderjaar), welke een equivalent is van de berekening
waarbij onder meer rekening gehouden wordt
met verwachte salarisstijgingen en de blijfkans.
De overige voorzieningen zijn opgenomen tegen
nominale waarde van de voor de afwikkeling van
de voorziening naar verwachting noodzakelijke
uitgaven. Agora kent geen pensioenvoorziening.
Agora jaarverslag
2013
54
Agora heeft de toegezegde pensioenregeling
bij het bedrijfstakpensioenfonds verwerkt
als zou sprake zijn van een toegezegde
bijdrageregeling. In geval van een tekort bij het
bedrijfstakpensioenfonds heeft de instelling
geen verplichting tot het doen van aanvullende
bijdragen in het geval van een tekort, anders dan
hogere toekomstige premies.
Kortlopende schulden
De overlopende schulden en overlopende
activa zijn opgenomen tegen de nominale
waarde. De noodzaak om de geblokkeerde
bankrekening aan te houden, ter vergroting van
de kredietfaciliteiten, is niet langer aan de orde en
in goed overleg met de bank is deze omgezet in
een reguliere rekening.
Langlopende schulden
Langlopende schulden worden bij de eerste
verwerking gewaardeerd tegen reële waarde.
Ultimo 2013 heeft Agora geen langlopende
schulden uitstaan.
De jaarrekening
2013
03
Grondslagen
voor bepaling
van het resultaat
Algemeen
Overige baten
De baten en lasten worden toegerekend aan
het boekjaar waarop deze betrekking hebben.
Winsten worden slechts genomen voor zover zij
op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en
risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde
van het verslagjaar, worden in acht genomen,
indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening
bekend zijn geworden.
Overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit baten uit
verhuur, detachering, ouderbijdragen en overige
baten.
Afschrijvingen op
materiële vaste activa
Opbrengsten uit het verlenen van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties,
gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de
balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.
Materiële vaste activa worden vanaf het moment
van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief.
Over terreinen wordt niet afgeschreven. Indien
een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en
-verliezen bij verkoop van materiële vaste activa
zijn begrepen onder de afschrijvingen.
Rijksbijdragen
Personeelsbeloningen
Rijksbijdragen worden als baten verantwoord in
de staat van baten en lasten in het jaar waarop de
toekenning betrekking heeft.
Periodiek betaalbare beloningen: Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de
arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van
baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn
aan werknemers.
Pensioenen: de pensioenregelingen zijn verwerkt
volgens de verplichtingenbenadering. De over het
verslagjaar verschuldigde premie wordt als last
verantwoord.
Opbrengstverantwoording
Giften
Indien baten worden ontvangen in de vorm van
zaken of diensten, worden deze gewaardeerd
tegen de reële waarde.
Overige overheidsbijdragen
en -subsidies
Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord
in de staat van baten en lasten in het jaar waarin
de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De
baten worden verantwoord als het waarschijnlijk
is dat deze worden ontvangen en de instelling de
condities voor ontvangst kan aantonen.
Financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig
verwerkt, rekening houdend met de effectieve
rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij
de verwerking van de rentelasten wordt rekening
gehouden met de verantwoorde transactiekosten
op de ontvangen leningen die als onderdeel van
de berekening van de effectieve rente worden
meegenomen.
Agora jaarverslag
Subsidies met betrekking tot investeringen in
materiële vaste activa worden in mindering
gebracht op het desbetreffende actief en als
onderdeel van de afschrijvingen verwerkt in de
staat van baten en lasten.
De premies worden verantwoord als personeelskosten als deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde
premies worden opgenomen als overlopende
activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot
een vermindering van toekomstige betalingen.
2013
55
b
04
Financiële instrumenten
en risicobeheersing
Prijsrisico
Kredietrisico
Agora is locatiegebonden en loopt geen valutaen marktrisico.
Agora heeft geen significante concentraties van
kredietrisico.
Daarnaast loopt Agora minimaal renterisico over
de rentedragende vorderingen en kortlopende
schulden, omdat er geen financiële vaste
activa en effecten aangehouden worden (wel
liquide middelen) en ook geen rentedragende
langlopende schulden aangegaan zijn (bijv. bij
kredietinstellingen).
Liquiditeitsrisico
05
Activa
Het balanstotaal ultimo 2013 is met € 2,5 miljoen
toegenomen tot € 16,0 miljoen. Het is vooral
de toename van de vlottende activa (liquide
middelen) die deze toename verklaart.
Materiële Vaste Activa
De in de balans opgenomen materiële vaste
activa zijn onderverdeeld in drie categorieën:
gebouwen & terreinen, inventaris & apparatuur
en andere bedrijfsmiddelen. De investeringen
Agora jaarverslag
2013
56
Agora maakt gebruik van meerdere banken
om, voor zover noodzakelijk, over meerdere
kredietfaciliteiten te kunnen beschikken.
van 2013 overstijgen de investeringen van 2012
(2013 € 737.553; 2012 € 673.195). Opvallend is
dat alle investeringen vallen binnen de categorie
inventaris & apparatuur. Er is voor € 90.041
aan meubilair aangeschaft en voor € 481.511
in computers, technische en audiovisuele
apparatuur geïnvesteerd, onderverdeeld
in € 353.792 op schoolniveau en € 127.719
bovenschoolse ICT. Verder is er voor € 166.002
aan onderwijsleerpakketten aangeschaft.
De jaarrekening
2013
Gebouwen en Inventaris enAndere vasteTotaal
terreinen
apparatuur
bedrijfs
middelen
€€€€
Stand per 1 januari 2013
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen
2.735.329
11.103.665
394.381
14.233.375
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen
913.356
7.829.692
239.959
8.983.007
Boekwaarden1.821.9733.273.973 154.4225.250.368
Mutaties
Investeringen
0737.553
0737.553
Desinvesteringen0
Afschrijvingen 92.094719.994 29.454841.542
Saldo-92.094 17.558-29.454
-103.990
Stand per 31 december 2013
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen
2.735.329
11.841.218
394.381
14.970.928
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen
1.005.450
8.549.686
269.413
9.824.549
Boekwaarden1.729.8793.291.532 124.9685.146.379
Afschrijvingspercentages 5%22%19%16%
Financiële vaste activa
Agora heeft de afgelopen jaren haar financiële
vaste activa afgebouwd. Alleen de vergoeding
die de gemeente Wormerland heeft toegezegd
bepaalt de boekwaarde ultimo 2013. Over
de periode 2003 - 2013 ontvangt Agora een
vergoeding voor de huisvesting van de 20e tot
en met de 25e groep van de interconfessionele
basisschool WormerWieken.
deel-effecten overigeTotaal
nemingenvorderingen
€€€€
Stand per 1 januari 2013
0
0139.382139.382
Investeringen00
Desinvesteringen
027.38527.385
Stand per 31 december 2013
0
0
111.997
111.997
Agora jaarverslag
2013
57
b
Vorderingen
De vordering OCW/LNV betreft de vordering op
het ministerie van OCW als gevolg van het betaalritme van de lumpsumfinanciering en de wijze van
verantwoording in de exploitatierekening. Het betaalpatroon van OCW wijkt af van de vastlegging
in de financiële administratie van Agora. Van de
gemeenten Oostzaan, Zaanstad en Wormerland is
per ultimo 2013 nog een bedrag te vorderen van
€ 229.698. Het betreft hier gelden die betrekking
hebben op diverse (bouw)projecten. In het kader
van het fietsproject is per 31 december 2013
nog een bedrag te vorderen van € 48.880. De
aflossingen hierop worden maandelijks met de
desbetreffende personeelsleden met het salaris
verrekend. De rente die betrekking heeft op
2013 is in 2014 ontvangen en geboekt onder
overlopende activa.
31-12-2013 31-12-201331-12-201231-12-2012
€€€€
Debiteuren308.970552.919
OCW1.498.6721.753.593
Groepsmaatschappijen0
Andere deelnemingen0
Overige overheden229.698607.072
Overige vorderingen00
Vooruitbetaalde kosten53.56752.105
Overige overlopende activa
54.172
111.686
Overlopende activa107.739163.791
Af: Voorziening wegens oninbaarheid
0
0
2.145.0793.077.375
De liquide middelen
De liquide middelen worden aangehouden
bij de Rabobank, een niet beursgenoteerde
Nederlandse systeembank. De liquide middelen
zijn in 2013 met € 3.605.448 toegenomen.
Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de
componenten die deze toenamen hebben
veroorzaakt.
31-12-2013
€
Agora jaarverslag
2013
58
31-12-2012
€
Kasmiddelen4.2801.570
Tegoeden op bankrekeningen
8.673.847
5.071.109
8.678.1275.072.679
De jaarrekening
2013
06
Toelichting bij
kasstroomoverzicht
De kasstroom 2013 wijkt op onderdelen af van die
van 2012. In 2013 wordt deze positief beïnvloed
door de afname van de vorderingen (2012
toename) en de toename van de kortlopende
schulden (2012 afname). De kasstroom 2013
uit ‘operationele activiteiten’ is uitgekomen op
€ 4.315.616 positief (2012: € 219.241 positief).
07
Na aftrek van de investeringen is de mutatie van
liquide middelen gelijk aan € 3.605.448 positief
(2012: € 426.570 negatief).
In 2013 zijn geen effecten of obligaties omgezet
in liquide middelen. Wel is € 27.385 afgeboekt
van de nog te ontvangen vergoeding huisvesting
WormerWieken.
Passiva
De vermogenspositie van Agora is ultimo 2013
ruim op orde. Er is voldoende kapitaal ten behoeve van de financiering, transactie en bufferfunctie
van het vermogen. Het balanstotaal ultimo 2013
is met ruim € 2,5 miljoen toegenomen tot € 16,0
miljoen. De stijging aan de passivazijde laat zich
als volgt verklaren: het eigen vermogen neemt toe
met het positieve resultaat 2013 (€ 1,9 miljoen),
de toename van de boekwaarde voorziening
onderhoud (€ 2,5 ton) en en de toename van de
kortlopende schulden (€ 3 ton).
Eigen Vermogen
Het eigen vermogen van Agora bestaat uit een
algemene reserve, een bestemmingsreserve
publiek, een bestemmingsreserve privaat en een
bestemmingsfonds privaat. Het eigen vermogen
neemt per saldo toe met het exploitatieresultaat.
stand per resultaat
overige stand per
01-01-2013 2013
mutaties
31-12-2013
€€€€
Agora jaarverslag
Algemene Reserve3.698.2141.976.762-1.350.7294.324.247
Bestemmingsreserve publiek 647.6041.522.9462.170.550
Bestemmingsreserve privaat1.673.098 -169.1561.503.942
Bestemmingsfonds (Privaat)
3.165
-3.061
104
00
6.022.0811.976.762
07.998.843
2013
59
b
De algemene reserve bedraagt ultimo 2013
€ 4.324.247. De reserve neemt toe met het
resultaat 2013 en de afwaarderingen van de
bestemmingsreserve privaat (€ 169.156) en
het bestemming fonds privaat (€ 3.061). De
reserve neemt af met de opwaardering van de
bestemmingsreserve publiek. Totaal effect is
€ 626.033 positief. Het private bestemmingsfonds
was bestemd voor de financiering van de
schoolbus van Tijstroom.
en een specifiek budget bestemd voor
WormerWieken. Nieuw is de bestemmingsreserve
NOA gelden 2014. De boekwaarde van deze
reserve is gelijk aan de in 2013 ontvangen baten
“bijzondere bekostiging Nationaal Onderwijs
Akkoord” ter grootte van € 1.525.668. Het is de
bedoeling om deze reserve ultimo 2014 weer op
te heffen, nadat de projectgelden NOA besteed
zijn. De boekwaarde van de bestemmingsreserve
is ultimo 2013 gelijk aan € 2.170.550.
De bestemmingsreserve publiek is te splitsen
in middelen bestemd voor arbeidsknelpunten
Uitsplitsing
stand per resultaat
overige stand per
01-01-2013 2013
mutaties
31-12-2013
€€€€
Bestemmingsreserve publiek
Arbeidsknelpunten614.222 -2.722611.500
Wormerwieken33.38233.382
NOA gelden 2013
0
1.525.668
1.525.668
647.604
01.522.9462.170.550
De bestemmingsreserve privaat is opgebouwd
uit het eigen vermogen dat de fusiescholen
ingebracht hebben ten tijde van de oprichting van
Agora. Analyse van de toenmalige berekening
toont aan dat deze feitelijk € 6.197 hoger had
moeten zijn. De middelen die toebehoren
aan‘tussenschoolse opvang en de ouderraden,
de zogenaamde ‘TSO oudergelden’ worden
beschouwd als private middelen. Deze laatste zijn
afgenomen met € 175.353.
Uitsplitsing
stand per resultaat
overige stand per
01-01-2013 2013
mutaties
31-12-2013
€€€€
Agora jaarverslag
2013
60
Bestemmingsreserve privaat
Fusie1.195.343
6.1971.201.540
TSO/oudergelden477.755-175.353302.402
1.673.098
0 -169.1561.503.942
De jaarrekening
2013
Voorzieningen
De voorziening personeel dient ter dekking
van de loonkosten van personeel, dat gebruikt
maakt van spaarverlof en om toekomstige
jubileumuitkeringen te dekken. Jaarlijks wordt de
voorziening geactualiseerd op basis van nieuw
gespaarde en opgenomen uren. De voorziening
personeel heeft een langlopend karakter. De
boekwaarde ultimo 2013 bedraagt € 392.935.
deze dagen op te sparen, om in de toekomst
gedurende een langere periode verlof op te
nemen. In 2013 is € 1.666 gedoteerd aan de
voorziening spaarverlof. De opgebouwde rechten
vertegenwoordigen een waarde van
€ 119.845. Medewerkers hebben recht op een
jubileumuitkering als zij 25 of 40 jaar in het
onderwijs werkzaam zijn. De boekwaarde van
deze voorziening is ultimo 2013 met € 5.546
afgenomen tot € 273.090.
Voor werknemers die hun compensatieverlof
niet opnemen bestaat de mogelijkheid om
personeels- voorziening
overigeTotaal
voorzieningen verlieslatende voorzieningen
contracten
€€€€
Stand per 1 januari 2013
396.815
02.053.5672.450.382
Dotaties 1.666427.856429.522
Onttrekkingen -5.546-173.868-179.414
Vrijval0
Rente mutatie0
Stand per 31 december 2013
392.935
0
2.307.555
2.700.490
Kortlopend deel < 1 jaar
Langlopend deel > 1 jaar
392.935
Het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) vormt de
basis voor de onderhoudsvoorziening. Het plan
en de bijbehorende kosten worden gemonitord
in een geautomatiseerd volgsysteem (Planon).
In 2013 is € 427.856 gedoteerd en € 173.867
onttrokken voor groot onderhoud. Speciaal voor
Kreekrijk is € 27.856 gedoteerd. De boekwaarde
is toegenomen tot € 2.307.555. De minimale
boekwaarde einde boekjaar is bepaald op drie
maal de gemiddelde jaaruitgaven voor groot
0
0
1.600.000
707.555
1.600.000
1.100.490
onderhoud, zijnde € 1.875.000. De onttrekking
2013 is lager dan begroot. De middelen blijven
beschikbaar binnen de voorziening.
De bruto-vloeroppervlakte van Agora (exclusief
de brede scholen) bedraagt in 2013: 43.512 m²,
een daling ten opzichte van 2012 (-1.549 m²).
De waarde van de voorziening uitgedrukt in een
geldbedrag per vierkante meter neemt toe van
€ 45,57 tot € 53,03.
Vloeroppervlakte
Boekwaarde voorziening Waarde per m2
43.512 m2
2.307.555 €
53,03 €/m2
31-12-2012
45.061 m2
2.053.567 €
45,57 €/m2
Agora jaarverslag
31-12-2013
2013
61
b
Langlopende schulden
In 2006 is voor de financiering van de multifunc-
tionele nieuwbouw door de gemeente Oostzaan
een renteloze lening verstrekt van € 428.400.
kredietgemeente Totaal
instellingen
€€€
Stand per 1 januari 2013
0428.400428.400
Aangegane leningen00
Aflossingen 2013000
Stand per 31 december 2013
0
428.400
428.400
Langlopend deel > 5 jaar
0
428.400
428.400
Rentevoet0%0%0%
Kortlopende schulden
De kortlopende schulden nemen toe met
€ 314.908. Het zijn met name de overlopende passiva die ultimo 2013 toenemen. Deze post bestaat
uit vooruit ontvangen subsidies (bijvoorbeeld de
NOA-beschikking werkgelegenheid jonge leerkrachten), opgebouwd vakantiegeld (uitbetaling
in mei 2014) en diverse kleinere posten.
De post ‘belastingen en premies’ heeft betrekking op de nog af te dragen inhoudingen over de
maand december 2013. De afdracht hiervan vindt
begin 2013 plaats. Dit geldt ook voor de schulden ter zake van de pensioenen. Kortlopende
schulden die een oorzakelijk verband hebben met
lonen en salarissen dalen mee met de gedaalde
loonkosten in de exploitatie.
31-12-2013 31-12-201331-12-201231-12-2012
€€€€
Kredietinstellingen
Crediteure606.192471.497
OCW25.08218.809
Loonheffing1.171.5371.261.533
Premies sociale verzekeringen
0
0
Belastingen en premies sociale verzekeringen
1.171.537
1.261.533
Schulden terzake pensioenen
423.863
414.316
Overige kortlopende schulden
109.465
76.554
Agora jaarverslag
2013
62
Vooruitontvangen college en lesgelden
0
0
Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt
37.327
168.403
Vooruitontvangen investeringssubsidies494.455517.362
Vooruitontvangen termijnen vakantiegeld en -dagen
991.413
1.016.690
Accountants- en adm.kosten
22.930
24.503
Overige1.071.585 669.274
Overlopende passiva2.617.7102.396.232
4.953.8494.638.941
De jaarrekening
2013
08
Verantwoording
subsidies
Onderstaand worden de ontvangen subsidies
van OCW gerangschikt naar de ordening
zoals OCW deze heeft voorgeschreven. De
verrekeningsclausule is het belangrijkste
onderscheid. Van de subsidies zonder verrekening
wordt aangegeven welke ultimo 2013 eindigen of
doorlopen in 2014.
G2A Subsidies met
verrekeningsclausule, aflopend
per ultimo in verslagjaar
Een vijftal projecten lopen ultimo 2013 af. Van de
totale projectsubsidie (€ 405.121) zal in totaal
€ 25.081 terugbetaald worden. Het recht
op subsidie vervalt als gepland studieverlof
uiteindelijk niet genoten wordt.
Te verrekenen €
Totale
kosten €
Ontvangen t/m
verslagjaar €
Bedrag
toewijzing €
Toewijzing
datum
Toewijzing
kenmerk
Omschrijving
Subsidies met verrekeningsclausule/ Aflopend per ultimo verslagjaar
Subsidie voor studieverlof 2011/2/223858
08/01/1173.91773.91765.738 8.179
Impuls SMW 12/13
2012/2/268099/465571
08/01/1226.32026.32026.320
0
Regeling soc. veiligheid OND2012/75587M
11/23/1216.00016.00015.500
0
Veldinitatief passend
onderwijs 09/10
BEK/BPR-2009/141629M
08/01/10226.362226.362222.818 3.544
Subsidie voor
studieverlof 12/13
2012/2/278383/
08/01/1262.52262.52249.16413.358
Totaal405.121405.121379.540 25.081
G2B Subsidies met
verrekeningsclausule,
doorlopend tot in volgend
verslagjaar
Agora jaarverslag
De subsidie voor studieverlof loopt door tot in
2014. Van de project Impulsgelden SMW 13/14
zijn alle gelden in 2013 besteed.
2013
63
Subsidie voor
studieverlof 13/14
2013/2/3333336/
08/20/1354.419
Impuls SMW 13/14
2013/2/319731/
08/01/1328.736
Totaal83.155
09
Totale kosten
12/31/13 €
lasten in
verslagjaar €
Ontvangen in
verslagjaar €
Saldo
01/01/13 €
Bedrag
toewijzing €
Toewijzing
datum
Toewijzing
kenmerk
Omschrijving
Doorlopend tot in een volgend verslagjaar
Saldo nog te
besteden 12/31/13 €
b
054.41917.09217.09237.327
011.97311.97311.973
0
066.39229.06529.06537.327
Niet in de balans
opgenomen
verplichtingen en activa
Agora heeft de volgende lange termijn verplichtingen:
Agora jaarverslag
2013
64
LeverancierOmschrijving
< 1 jr > 1 jr < 5 jrTotaal
€€€
Hectas
Schoonmaak663.925387.290
1.051.215
CSU
Schoonmaak58.79334.29693.089
Raet
Salarisverwerking44.02129.34773.368
Vodafone
Telefonie24.68024.680
Telfort
Telefonie34.50434.504
Kolk en Dijk
Telefonie
14.806
14.806
Stichting BB
Automatisering203.984203.984
Digiduif
Automatisering24.80512.40337.208
UPC
Automatisering34.19034.190
APS IT
Automatisering71.26271.262
EduTopics
Automatisering45.72245.722
Loyalis
P&O477.102477.102954.204
Canon
Kopieer 94.000109.667203.667
Riso
Kopieer26.36237.34663.708
1.818.1561.087.4502.905.606
De jaarrekening
2013
10
Baten
De reguliere bekostiging daalt door krimp en
lagere gewichten van onze leerlingen. In de
begroting was hier rekening mee gehouden. Deze
trend houdt de komende jaren aan. Door het
Nationaal Onderwijs Akkoord nemen de totale
Rijksbijdragen per saldo toe. Ook de overige
overheidsbijdragen zijn in 2013 toegenomen. De
uitkeringen UWV in verband met zwangerschap
en ouderschapsverlof hebben een structureel
karakter. De rest niet. De overige baten zijn stabiel
en liggen op het niveau van 2012. In totaal zijn de
inkomsten ten opzichte van 2012 met € 1.580.263
gestegen.
Rijksbijdragen OC&W
De Rijksbijdrage 2013 is uitgekomen op
€ 36,6 miljoen. Deze is te splitsen in de reguliere
vergoedingen voor personeel en materieel en
de diverse geoormerkte en niet geoormerkte
subsidies. De licht hogere vergoedingsnorm
(GGL voor het onderwijzend personeel) en de
bijzondere aanvullende bekostiging NOA gelden
(€ 1.525.668) verklaren de positieve afwijking ten
opzichte van de begroting 2013. Ten opzichte
van vorig jaar nemen de totale Rijksbijdragen per
saldo met € 7,9 ton toe.
2013Begroting 2013
2012
€€€
Rijksbijdragen OCW
Rijksbijdrage OCW33.019.67633.043.61533.775.505
Geoormerkte subsidies OCW
101.815
78.803
475.053
Niet-geoormerkte subsidies OCW
3.466.554
1.567.399
1.550.387
Overige subsidies OCW3.568.3691.646.2022.025.440
Af: inkomensoverdrachten000
Totaal rijksbijdragen OCW36.588.04534.689.81735.800.945
Overige overheidsbijdragen
en subsidies
Agora jaarverslag
Subsidies afkomstig van gemeenten of de
Provincie vormen slechts een geringe bijdrage
in de bekostiging. Ze zijn bedoeld om bij te
dragen (stimuleringsgelden) in de ontwikkeling
van specifieke beleidsterreinen, zoals VVE en
peuterspeelzalen. Toch is in 2013 per saldo
€ 138.000 meer ontvangen dan begroot.
De uitkeringen UWV zwangerschap en
ouderschapsverlof zijn nieuw (voorheen
vervangingsfonds) en bedroegen € 327.000
in 2013. Loyalis heeft € 350.000 uitgekeerd in
verband met levensloopregeling. Tegenover
deze baten staan ook kosten. De belastingdienst
heeft tot slot € 130.000 over de periode januari
t/m juni 2013 gerestitueerd. Deze teruggave
is in het Belastingplan 2014 vastgelegd
en heeft betrekking op een gedeeltelijke
teruggave basispremie WAO/WIA. De totale
overheidsbijdragen nemen ten opzichte van 2012
toe met € 7,6 ton.
2013
65
b
2013Begroting 2013
2012
€€€
Overige overheidsbijdragen en subsidies
Gemeentelijke bijdrage VVE 23.488
8.750
23.750
Congiërges Krachtwijk Zaanstad
Gemeentelijke bijdrage peuterspeelzalen
30.000
30.000
29.188
Overige gemeentelijke uitkeringen
574.923
451.552
315.001
Gemeentelijke bijdrage en subsidies
628.411
490.302
367.938
Overige overheidsbijdragen818.282142.220321.063
Totaal ov. overheidsbijdragen 1.446.693
632.521
689.001
Overige baten
De verhuur van accommodatie (gymzalen) heeft
in 2013 € 197.350 opgeleverd. De verhuur vindt
plaats tegen een maatschappelijk verantwoord
tarief. Het uitlenen van onderwijzend personeel
aan andere onderwijsinstellingen komt beperkt
voor. Dit geschiedt tegen vergoeding van de
bruto loonkosten. De ouderbijdragen vormen een
gesloten geldstroom. Tegenover de inkomsten
staan diverse specifieke uitgaven. Het vrijwillige
deel van de ouderbijdrage wordt beheerd door
de ouderraden. De middelen worden gebruikt
voor activiteiten die, buiten de normale lessen om,
het lesprogramma ondersteunen, bijv. werkweken,
fiets(speur)tochten, museumbezoek, korte excursies. Onder overige baten is een aantal verschillende soorten opbrengsten en bijdragen opgenomen, die niet direct met het primaire proces te
maken hebben, maar wel voortvloeien uit de aard
van het bedrijf.
2013Begroting 2013
2012
€€€
Overige baten
Verhuur197.350137.944130.448
Detachering personeel24.337
030.891
Schenking00
Sponsering13.990
011.930
Ouderbijdragen725.544792.936758.285
Overige319.988215.049314.184
Totaal overige baten1.281.2091.145.9291.245.738
Agora jaarverslag
2013
66
De jaarrekening
2013
11
Lasten
Ook 2013 heeft in het teken van kostenreductie
gestaan. De lasten zijn ten opzichte van 2012 met
€ 444.000 gedaald.
Personeelslasten
De totale personele lasten zijn uitgekomen op
€ 30,9 miljoen, ruim € 4,5 ton lager dan in 2012.
De daling van de loonkosten is het grootst en
kan verklaard worden door krimp en het op
orde hebben van de bezetting. Maandelijkse
monitoring en strakke sturing heeft geleid tot
het op orde hebben van de feitelijke bezetting.
Per saldo is er geen overschrijding op begrote
loonkosten.
De personele lasten overstijgen de begrote lasten
wel met € 848.000. Naast extra inzet verklaren ook
de regelingen, die met vertrekkende medewerkers getroffen zijn de overschrijding. Tegenover
de lasten zwangerschapsverlof en uitbetaling levensloop staan extra inkomsten UWV (€ 327.000)
en uitkeringen levensloopregeling (€ 350.000).
De overige personele lasten (€ 1,9 miljoen)
bestaan uit dotaties voorziening personeel,
kosten inhuur tijdelijk personeel en personeel
gerelateerde kosten zoals, ARBO dienst,
werving en selectie, opleiding en uitbestede
werkzaamheden. Binnen de personele lasten is
er een verschuiving van lonen en salariskosten
naar overige personele lasten, bijv. de premie
eigen risicodragerschap WGA (€ 477.000) en
de ‘afrekening’ UWV van de lopende cases
(€ 132.000). Tot slot hebben In 2013 enkele
afrekeningen vervangingsfonds voorgaande jaren
plaats gevonden (€ 33.000).
De uitkeringen hebben te maken met het
vervangingsfonds. De loonkosten van vervangend
personeel, inclusief vervangingspool. zijn onder
voorwaarden declarabel. In 2013 is door het
vervangingsfonds € 120.148 minder uitgekeerd,
namelijk € 1.628.227. Tot in hoeverre de landelijke
stijging van de vervangingskosten leidt tot een
premieaanpassing in 2014 is nog onbekend.
2013Begroting 2013
2012
€€€
Personeelslasten
Bruto lonen en salarissen
22.823.144 21.431.946 23.550.113
Sociale lasten
5.096.8154.786.1365.470.947
Pensioen premies
2.670.4812.507.7002.981.379
Lonen en salarissen30.590.44028.725.78232.002.439
Dotaties Personele voorzieningen
-3.880
41.000
-27.111
Personeel niet in loondienst
512.446
432.206
186.661
Overig
1.441.344864.212966.334
Overige personele lasten1.949.9101.337.4181.125.884
0-1.748.375
Totaal personele lasten30.912.12330.063.20031.379.948
Agora jaarverslag
Uitkeringen (-/-)-1.628.227
2013
67
b
Uitk. beeïndiging
dienstverband €
Beloning betaling
op termij
Bonusbetaling /
gratificatie
Beloningen
periodiek €
Dienstbetrekking/
Interim
De bezoldiging van de leden van het college van
bestuur liggen onder de vastgestelde normering
‘bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke instellingen’.
Taak omvang
Arbeids.ovk./
Dienstverband
Leden van de Raad van Toezicht worden benoemd
voor een termijn van drie jaar en treden af
volgens een rooster van aftreden. Een aftredend
lid is maximaal twee maal herbenoembaar.
De vergoedingsregeling bestaat uit een vaste
vergoeding van € 1.500 per jaar (voorzitter
€ 3.000) aangevuld met € 100 per vergadering.
In 2013 is in totaal € 22.012 aan vergoedingen
verstrekt.
Ingang dienstverband
Bezoldiging bestuurders en
toezichthouders (model H)
functie naamVanafTotDatumFteD of I 2013201320132013
College van Bestuur
Voorzitter
Drs. T. Keulen
onbepaalde tijd 01-12-11 1,0
D
Lid
H. de Waard
onbepaalde tijd 01-02-14 01-07-89 1,0
D
Lid
M.C. Spies MLE onbepaalde tijd 01-04-86 1,0
D
109.556
84.066 86.000
87.863
281.485
Raad van Toezicht
Voorzitter
Drs. A.P.H. Günther 15-10-11
nvt
4.538
Lid
H.M. Edzes-Altena 15-10-11
nvt
0
Lid
V. Arents 15-10-11
nvt
3.281
Lid
H.M.P. Stoltenberg 15-10-11
nvt
3.250
Lid
M. Eijgenstein 01-01-12
nvt
3.139
Lid
P. Prijs 01-01-12
nvt
4.114
Lid
E.C.M. Roodvoets 01-05-12
nvt
3.691
22.013
De wet normering topinkomens
Agora jaarverslag
2013
68
De wet normering bezoldiging topfunctionarissen
publieke en semipublieke sector trad per
1 januari 2013 in werking en regelt dat inkomens
die gefinancierd worden uit publieke middelen
openbaar gemaakt moet worden. Agora heeft
geen topfunctionarissen in dienst die meer
verdienen dan 130% van het salaris van een
minister (€ 230.474). Dit geldt overigens ook voor
de niet topfunctionarissen. Voor de bezoldiging
van de bestuurder en de leden van de Raad van
Toezicht wordt verwezen naar model H in de
vorige alinea.
Afschrijvingen
De afschrijvingen 2013 liggen € 25.795 lager dan
begroot en dalen ten opzichte van 2012 met
€ 41.104. Desondanks lag het investeringsniveau
dit jaar (€ 737.553) boven dat van 2012
(€ 673.195). Voor een specificatie van de
investeringen wordt verwezen naar hoofdstuk B.5
Activa.
De jaarrekening
2013
2013Begroting 2013
2012
€€€
Materiële vaste activa841.542867.337882.646
Totaal afschrijvingen841.542867.337882.646
Huisvestingslasten
Het uitgavenniveau 2013 ligt rond de € 2,36
miljoen en wijkt nagenoeg niet af van de begrote
of de in 2012 gerealiseerde lasten. Toch zijn er
enkele verschillen. Ten opzichte van de begroting
is er meer uitgegeven aan huur, energie en
water, en minder aan klein onderhoud en
schoonmaakkosten. Ten opzichte van 2012 vallen
de hogere energiekosten op.
In 2013 is aan klein onderhoud € 301.760 en aan
groot onderhoud € 173.867 uitgegeven, in totaal
€ 475.627. Het groot onderhoud is ten laste
van de voorziening onderhoud geboekt. In de
begroting werd uitgegaan van meer klein en
groot onderhoud, respectievelijk € 478.135 en
€ 400.000. De verwachting is dat de uitgaven aan
klein onderhoud de komende jaren rond de
€ 350.000 zal uitkomen.
2013Begroting 2013
2012
€€€
Huur135.231107.468 91.720
Verzekeringen0
2.5390
Klein onderhoud301.760478.135386.960
Energie en water567.406533.000436.593
Schoonmaakkosten804.383848.637790.225
Heffingen82.44291.92491.205
Overige42.93434.65048.411
Dotatie onderhoudsvoorziening427.856400.000427.856
Totaal huisvestingslasten2.362.0122.496.3532.272.970
Agora jaarverslag
2013
69
b
Overige instellingslasten
De overige instellingslasten zijn ten opzichte
van vorig jaar met € 151.000 afgenomen.
De inkomsten en uitgaven tussenschoolse
opvang (TSO) en buitenschoolse activiteiten
vormen twee gesloten geldstromen, die ieder
afzonderlijk het resultaat niet beïnvloeden. In
de begrotingsopstelling zijn de uitgaven TSO
als overige lasten begroot. In werkelijkheid is
de vrijwillergersvergoeding als personele lasten
geboekt. Hierdoor ontstaat een verschuiving
tussen kostencategorieën.
2013Begroting 2013
2012
€€€
Administratie & beheerlasten
1.212.381
964.933
1.124.333
Inventaris, apparatuur en leermiddelen
1.321.055
1.125.497
1.067.311
Overige740.818925.663
1.234.342
Totaal overige lasten3.274.2543.016.0943.425.986
Accountant honoraria
In 2013 heeft de accountant geen meerwerk
gedeclareerd.
2013Begroting 2013
2012
€€€
Onderzoek jaarrekening37.69235.00046.027
Andere controle-opdrachten00
Fiscale adviezen00
Accountantslasten37.69235.00046.027
Agora jaarverslag
2013
70
De jaarrekening
2013
12
Financiële
baten en lasten
Mede als gevolg van de kredietcrisis zijn de
rentevergoedingen enorm onder druk komen
te staan. Ten opzichte van de voorgaande jaren
is de rentevergoeding op zowel de rekeningcourant positie als op de spaarrekeningen sterk
gedaald.
2013Begroting 2013
2012
€€€
Rentebaten64.81285.00098.036
Rentelasten-14.067-15.000-13.320
Totaal financiële baten en lasten
50.746
70.000
84.716
Agora jaarverslag
2013
71
ove
rige
gege
vens
2013
c
Resultaat bestemming /
Gebeurtenissen na balansdatum /
Controleverklaring van de
onafhankelijke accountant / colofon
overige gegevens
2013
01
Resultaat
bestemming
Omdat het niet toegestaan is de - in december
2013 - ontvangen NOA gelden als vooruit ontvangen inkomsten 2014 te beschouwen, heeft het
College van Bestuur besloten om via resultaatbestemming deze extra middelen te oormerken en
deze ten gunste van de nieuw ingestelde bestemmingreserve NOA te boeken. Hierdoor blijven zij
in beeld en beschikbaar voor de beoogde onderwijsontwikkeling zoals benoemd in de begroting
2014. Ondertussen is voor € 1,6 miljoen in de
vorm van projectbudget voor diverse projecten in
2014 beschikbaar gesteld. Bij het opstellen van de
jaarrekening 2014 zullen deze uitgaven analoog
aan 2013 via resultaatbestemming ten laste van de
reserve NOA gebracht worden. De boekwaarde
van de algemene reserve neemt na afwaardering
van de overige reserves toe met € 626.033. De
‘rekening-courant’ verhouding met tussenschoolse opvang (TSO) verklaart toe en afname van het
private vermogen.
Resultaatbestemming 2013
Toevoeging
algemene reserve
€
Netto resultaat 2013
Mutaties
Toename bestemmingsreserve NOA (publiek)
1.525.668
Aafname boekwaarde overige bestemmingsreserves publiek
-2.722
Afname boekwaarde bestemmingsreserve privaat
-169.156
Afname bestemmingsfonds privaat
-3.061
02
1.976.761
1.350.729
626.033
Gebeurtenissen na
balansdatum
2013
De Raad van Toezicht heeft bij het doorselecteren
grote zorgvuldigheid in acht genomen en heeft,
na beraad van de externe adviescommissie, haar
besluit genomen. Met dhr. H. de Waard zijn – hoe
vervelend een gedwongen vertrek ook is – n aar
ieders tevredenheid afspraken gemaakt om zijn
langdurige dienstverband met onze stichting
op waardige wijze af te sluiten met een formele
ingangsdatum van 1 februari 2014.
Agora jaarverslag
Medio 2013 is het onderzoek naar de topstructuur
van Agora afgerond. De opdracht aan de externe
onderzoeker was tweeledig: (1) samenstelling van
College van Bestuur en (2) structuur en aansturing
van het Centraal Bureau, inclusief bovenschool
georganiseerde taken. De resultaten van het
eerste deel van het onderzoek hebben er toe
geleid dat het College van Bestuur in samenstelling terug gaat van drie naar twee bestuurders.
73
c
03
Controleverklaring
van de onafhankelijke
accountant
Aan: de raad van toezicht en het college van
bestuur van AGORA, Stichting voor Bijzonder
Primair Onderwijs in de Zaanstreek
Verklaring betreffende
de jaarrekening
Wij hebben de in dit verslag opgenomen
jaarrekening 2013 van AGORA, Stichting voor
Bijzonder Primair Onderwijs in de Zaanstreek
te Zaandam gecontroleerd. Deze jaarrekening
bestaat uit de balans per 31 december 2013 en
de staat van baten en lasten over 2013 met de
toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht
van de gehanteerde grondslagen voor financiële
verslaggeving en andere toelichtingen.
Verantwoordelijkheid van
het bestuur
Agora jaarverslag
2013
74
Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk
voor het opmaken van de jaarrekening die het
vermogen en het resultaat getrouw dient weer
te geven, in overeenstemming met de Regeling
jaarverslaggeving onderwijs en de Beleidsregels
toepassing Wet normering bezoldiging
topfunctionarissen publieke en semipublieke
sector (WNT), alsmede voor het opstellen van
het jaarverslag, in overeenstemming met de
Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Het bestuur
is tevens verantwoordelijk voor de financiële
rechtmatigheid van de in de jaarrekening
verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit
houdt in dat deze bedragen in overeenstemming
dienen te zijn met de in de relevante wet- en
regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur
is voorts verantwoordelijk voor een zodanige
interne beheersing als het noodzakelijk acht om
het opmaken van de jaarrekening en de naleving
van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te
maken zonder afwijkingen van materieel belang
als gevolg van fraude of fouten.
Verantwoordelijkheid van
de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van
een oordeel over de jaarrekening op basis
van onze controle, als bedoeld in artikel
171, vierde lid van de Wet op het primair
onderwijs. Wij hebben onze controle verricht
in overeenstemming met Nederlands recht,
waaronder de Nederlandse controlestandaarden
en het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013
en de Beleidsregels toepassing WNT, exclusief het
Controleprotocol WNT. Dit vereist dat wij voldoen
aan voor ons geldende ethische voorschriften
en dat wij onze controle zodanig plannen en
uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid
wordt verkregen dat de jaarrekening geen
afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat het uitvoeren van
werkzaamheden ter verkrijging van controleinformatie over de bedragen en de toelichtingen
in de jaarrekening. De geselecteerde
werkzaamheden zijn afhankelijk van de door
de accountant toegepaste oordeelsvorming,
met inbegrip van het inschatten van de risico’s
dat de jaarrekening een afwijking van materieel
belang bevat als gevolg van fraude of fouten.
Bij het maken van deze risico-inschattingen
neemt de accountant de interne beheersing in
aanmerking die relevant is voor het opmaken
van de jaarrekening en voor het getrouwe
overige gegevens
2013
beeld daarvan alsmede in het kader van de
financiële rechtmatigheid voor de naleving van
die betreffende wet- en regelgeving, gericht op
het opzetten van controlewerkzaamheden die
passend zijn in de omstandigheden.
Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot
doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over
de effectiviteit van de interne beheersing van de
stichting. Een controle omvat tevens het evalueren
van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte
financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de stichting
gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van
het algehele beeld van de jaarrekening.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen
controle-informatie voldoende en geschikt is om
een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
Oordeel
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening
een getrouw beeld van de grootte en de
samenstelling van het vermogen van AGORA,
Stichting voor Bijzonder Primair Onderwijs in de
Zaanstreek per 31 december 2013 en van het
resultaat over 2013 in overeenstemming met
de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en de
Beleidsregels toepassing WNT.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze
jaarrekening verantwoorde baten, lasten en
balansmutaties over 2013 in alle van materieel
belang zijnde aspecten voldoen aan de eisen
van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat
de bedragen in overeenstemming zijn met de in
de relevante wet- en regelgeving opgenomen
bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.3.1.
referentiekader van het onderwijscontroleprotocol
OCW/EZ 2013.
Verklaring betreffende
overige bij of krachtens de
wet gestelde eisen
Ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW
vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn
gebleken naar aanleiding van het onderzoek
of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen
beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2
BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392 lid
1 onder b tot en met h BW vereiste gegevens
zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het
jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen,
verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in
artikel 2:391 lid 4 BW. Tenslotte vermelden wij dat
het jaarverslag voldoet aan de in de relevante weten regelgeving opgenomen bepalingen, zoals
vermeld in paragraaf 2.2.5 Jaarverslag van het
onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.
Amsterdam, 25 juni 2014
Ernst & Young Accountants LLP
w.g. B. Minks RA
Agora jaarverslag
2013
75
c
04
Uitgave:
AGORA, Stichting voor Bijzonder (PC/RK)
Primair Basisonderwijs in de Zaanstreek
De Weer 10a
1504 AG Zaandam
Postbus 88
1500 EB Zaandam
T 075 616 8630
E [email protected] .nu
Iwww.agora.nu
Vormgeving:
Marie José Kakebeeke
[email protected]
Agora jaarverslag
2013
76
COLOFON
JAARVERSLAG
2013
Agora
Stichting voor
Bijzonder Primair Onderwijs
in de Zaanstreek
De Weer 10a
1504 AG Zaandam
Postbus 88
1500 EB Zaandam
T 075 616 8630
[email protected]
Iwww.agora.nu