Download Zorgwijzer - Zorgnet Vlaanderen

Zorgwijzer verschijnt acht keer per jaar | Jg. 6 nr. 43 | ISSN 2034 - 211 x | Zorgnet Vlaanderen, Guimardstraat 1, 1040 Brussel | Afgiftekantoor Gent X | P 902010
zorg
wijzer
43 | Magazine | April 2014
Zorg op een kantelpunt
Politieke partijen formuleren eigen accenten
voor zorg en welzijn
7 Minister Vandeurzen: “Staatshervorming is vooral een grote opportuniteit”
16 Elektronisch patiëntendossier in de geestelijke gezondheidszorg
24 Wet meerderjarige wilsonbekwame personen heeft gevolgen in de zorgsector
43
Colofon
03Editoriaal
04 Korte berichten
06
Interview met minister Jo Vandeurzen
10
Groot verkiezingsdebat over gezondheid en welzijn
– een prioriteit voor alle partijen met andere invulling
14
Ombudsfunctie GGZ ijvert voor meer patiënten­
participatie
Elektronisch patiëntendossier
Zorgwijzer is het magazine
van Zorgnet Vlaanderen.
Zorgwijzer verschijnt acht keer per jaar.
ISSN 2034 - 211 x
16
Psychiatrische ziekenhuizen standaardiseren en
wisselen gegevens uit
18
Redactie & coördinatie:
Filip Decruynaere, Lieve Dhaene,
Catherine Zenner
PC Sint-Jan Eeklo introduceert na jaren voor­
bereiding nieuw patiëntendossier
20
Healing environment in het woonzorgcentrum brengt
bewoners met dementie tot rust
Vormgeving: www.dotplus.be
Fotografie: Mine Dalemans, Patrick
Holderbeke, Jan Locus, Johan Martens,
Mieke Vasseur
22Boek Gekkenwerk – kleine ondeugden voor zorg­
dragers over de ethiek van Lambik
© Zorgnet Vlaanderen
Guimardstraat 1, 1040 Brussel
24
Nieuwe wet beschermingsstatuut meerderjarige
personen
26
Vrederechter Walter Niewold “Nieuwe wet is een
ware revolutie”
28
Vernieuwde wzc Mayerhof zet maximaal in op sociale integratie ouderen
30
Beleidsaanbevelingen van Kievitgroep in ‘Minister,
ik heb ook iets voor te stellen’
31
Studiedag 'Intimiteit en seksualiteit in de zorg voor
ouderen'
Zorgnet Vlaanderen – tel. 02-511 80 08.
www.zorgnetvlaanderen.be
Het volgende nummer van Zorgwijzer
verschijnt in de week van 27 mei 2014.
Wenst u Zorgwijzer toegestuurd te krijgen
of een adreswijziging door te geven,
contacteer dan Chris Teugels,
[email protected]
Voor advertenties in Zorgwijzer,
contacteer Els De Smedt, tel. 09-363 02 44,
[email protected]
zorgwijzer | 2
Verder dan
de eigen
neus
EDITORIAAL
Op 25 maart 2014 vond in Gent het Grote Verkiezingsdebat over zorg en welzijn plaats, een organisatie van Zorgnet
Vlaanderen en het Vlaams Welzijnsverbond. Het debat was via streaming ook
rechtstreeks te volgen op de redactie.be,
de nieuwssite van de VRT. Uit de vele reacties, sms’en en tweets kunnen we afleiden dat het thema leeft bij grote groepen
van de bevolking. Dat wordt bevestigd dor
een recente enquête van de KU Leuven
en de 'foto van Vlaanderen' van de VRT,
die aantonen dat het thema gezondheidszorg in de top prijkt van thema’s die het
stemgedrag van de Belgen bepalen.
Spectaculaire of verrassende standpunten hebben we niet genoteerd tijdens het verkiezingsdebat. Althans niet
op het eerste gezicht. Maar als we er
even langer bij stilstaan, dan zijn toch
een aantal interessante conclusies te
trekken. Zo waren alle deelnemende
partijen – CD&V, N-VA, Open Vld, sp.a
en Groen – het erover eens dat Vlaanderen, ondanks de beperkte middelen, de
komende legislatuur méér moet investeren in zorg en welzijn. Nu moet je zo’n
uitspraak in verkiezingstijden natuurlijk
relativeren. Woorden zijn één ding, de
daden volgen pas na de verkiezingen. En
toch. Door de druk die CD&V zet op de
andere partijen om becijferde voorstellen op tafel te leggen, wordt het allemaal
net iets concreter. Alle partijen moeten
nu kleur bekennen en zeggen hoeveel
middelen ze voor zorg en welzijn willen
vrijmaken én waar ze die middelen vandaan zullen halen.
3 | april 2014
Een vrij grote eensgezindheid was er ook
over de toekomst van de Vlaamse zorgverzekering. Allicht zullen de bijdragen
hiervoor verhoogd worden en zal de
zorgverzekering breder ingezet worden.
Over hoe hoog de bijdrage wordt, of ze
inkomensafhankelijk wordt en wat daar
precies tegenover staat, blijven we nog
in het ongewisse. Dat zullen de regeringsonderhandelingen moeten uitmaken. Maar de grote lijnen lijken uitgezet.
Idem dito voor de groeinorm voor de sociale zekerheid op federaal niveau. Die
zal allicht rond het anderhalf procent
uitkomen. Alleen N-VA pleit hier voor
een bevriezing van de totale uitgaven.
En jawel, ook over de hervorming van
de ziekenhuisfinanciering zijn de partijen het eens. Natuurlijk blijven er grote
verschillen in hoe, wie en wat. Maar dat
we dringend het geweer van schouder
moeten veranderen, dat de middelen
voor de ziekenhuizen en de honoraria
voor artsen gescheiden moeten worden,
dat de overconsumptie aangepakt moet
worden en dat de prestatiefinanciering
moet evolueren naar een forfaitarisering met een incentive voor aantoonbare
kwaliteit, daarover bestaat ondertussen
een consensus.
Is hiermee de kous af? Helemaal niet!
Het debat is eindelijk serieus op gang
gekomen. Op het politieke forum, maar
ook in de media. Getuige daarvan de
grote persaandacht voor de mank lopende ziekenhuisfinanciering. We moeten die aandacht warm houden en het
debat verder voeden. De gezondheidszorg ligt de mensen nauw aan het hart.
Hoe meer debat, hoe democratischer de
keuzes die we maken en hoe groter het
draagvlak.
Dat is ook een van de drijfveren achter
de Kievitgroep, een bont gezelschap van
experten en journalisten dat geregeld
samenkomt om te discussiëren en op
basis van deze uitwisseling van ideeën
ook teksten publiceert. Niet zozeer om
mensen te overtuigen, maar wel om
het debat aan te zwengelen, om ideeën
te delen en te toetsen, om een democratisch draagvlak voor noodzakelijke
veranderingen te vinden. Het is een oefening in het verder kijken dan de eigen
neus lang is. Daar hebben we vandaag
meer dan ooit nood aan.
Peter Degadt / Gedelegeerd bestuurder
© Inne Helsen
HRwijs inspiratiessessies
over actuele HR-thema’s
Inspiratie nodig over medewerkersbeleid, op maat van
kleine vzw’s?
Na een succesvolle eerste editie van de inspiratiesessies
programmeert HRwijs een nieuwe reeks in 2014. De formule
blijft dezelfde: elke inspiratiesessie duurt een dag en behandelt twee HR-thema’s. Een ervaren spreker leidt elk thema
in en een of twee praktijkvoorbeelden uit kleine socialprofitondernemingen maken de link naar de praktijk.
deFilharmonie
geeft concert weg
aan zorgsector
deFilharmonie lanceert voor het eerst een wedstrijd waarbij zorgorganisaties een uniek concert van ‘deFilharmonie
Mobiel’ kunnen winnen. In een afgeslankte versie (35 muzikanten) komt deFilharmonie ter plaatse optreden.
Met deze ludieke actie wil het orkest zijn sociale werking extra in de verf zetten en nog meer mensen de kans geven om
van klassieke muziek op een hoog niveau te genieten.
Wat valt er te winnen?
Een concert van deFilharmonie Mobiel. Met deFilharmonie
Mobiel, een afgeslankte versie van deFilharmonie, brengt het
orkest klassieke muziek voor een publiek dat om verschillende redenen niet tot in de concertzaal geraakt. Tijdens vorige
edities concerteerde het orkest onder andere in het Psychiatrisch Centrum Sint-Amadeus in Mortsel. Gastdirigent Steven
Verhaert leidt 35 van zijn collega’s door een programma met
muziek uit onder andere Harry Potter, Titanic en James Bond.
Sessie 1 – Do 24 april 2014 (Gent, Hof Ter Dampoort)
Thema 1: Coachend leidinggeven
Thema 2: Samenwerken in teams
Sessie 2 – Di 10 juni 2014 (Antwerpen, Centraal Station)
Thema 1: Naar een vlotte samenwerking met de raad van bestuur
Thema 2: Werken aan een uitgebreid netwerk voor jouw organisatie
Sessie 3 – Do 18 september 2014 (Leuven, Park Inn by Radisson Hotel) ism Jobkanaal
Thema 1: Een toegankelijke vacature opstellen
Thema 2: Een goede selectieprocedure ontwerpen
Sessie 4 – Do 13 november 2014 (Brussel, Koninklijke Vlaamse
Schouwburg)
Thema 1: Werken aan doordacht verzuimbeleid
Thema 2: De waarderende benadering: een nieuwe wind door
jouw organisatie
Praktisch
Elke inspiratiesessie start om 9u30 en eindigt om 16u00.
De deelnameprijs bedraagt 75 euro per inspiratiesessie,
broodjeslunch inbegrepen.
Meer informatie en inschrijven via www.hrwijs.be
HRwijs is het HR-ondersteuningsaanbod van Verso, specifiek
gericht op kleine socialprofitondernemingen. Deze inspiratiesessies worden georganiseerd in samenwerking met HR
Square, het netwerk voor arbeidsrelaties en personeelsbeleid.
Wie kan er meedoen?
De wedstrijd staat open voor woonzorgcentra, zorgvoorzieningen voor mensen met een beperking, psychiatrische
instellingen… Kortom, voor iedere organisatie waarvan de
bewoners niet zelf naar een concert van deFilharmonie kunnen komen. Hou er wel rekening mee dat voor de plaatsing
van het orkest een ruimte nodig is van 40 à 50m².
Snel inschrijven
Geïnteresseerde instellingen vullen het wedstrijdformulier
in op www.windefilharmonie.be en vertellen waarom zij hun
bewoners, patiënten of cliënten graag op een concert van deFilharmonie Mobiel zouden trakteren. Vervolgens bepaalt een
jury de winnaar. Snel inschrijven is de boodschap: de wedstrijd loopt nog tot 13 april 2014.
Wedstrijdvoorwaarden
1. De actie gaat van start op 11 maart 2014 en wordt afgesloten op 13 april 2014.
2.De winnaar wordt gekozen door een jury en bekend­
gemaakt eind april.
3.De wedstrijd staat open voor instellingen waar deFilharmonie Mobiel nog niet eerder is geweest.
4. De voorziening beschikt over een voldoende grote ruimte
om het orkest te ontvangen.
5.Het concert van deFilharmonie Mobiel ligt vast op 8 juli
2014 om 14:30. Deze datum kan niet gewijzigd worden.
zorgwijzer | 4
kort
Actie Socialistische Mutualiteiten
Maak een selfie voor een
sterk Vlaams ouderenbeleid
We hopen allemaal zorgeloos en gezond
oud te worden, maar de realiteit is vaak
anders. Naar aanleiding van de komende verkiezingen op 25 mei pakken de
Socialistische Mutualiteiten uit met een
ludieke actie waarmee ze hiervoor aandacht vragen.
De actie is opgebouwd rond de vijf punten die de Socialistische Mutualiteiten
onderscheiden op weg naar een duurzaam ouderenbeleid:
1.Ouderen hebben recht op de beste
zorgen. We moeten voluit gaan voor
menselijke, betaalbare en kwaliteitsvolle ouderenzorg. Voor iedereen.
Zonder onderscheid.
2. Hoe financieren we dat? Samen.
Cruciaal is de solidariteit tussen arm
en rijk, jong en oud, gezond en ziek.
Gelukkig oud worden met de juiste
zorg mag geen privilege zijn. Iedereen
draagt bij, maar de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.
3. Het zorgaanbod moet tegemoetkomen aan de noden van ouderen.
De ene oudere wil thuis blijven wonen, de andere verkiest een woon-
zorgcentrum. Sommigen kunnen een
beroep doen op mantelzorgers, anderen niet. Elke zorgvraag is anders.
Daarom moet Vlaanderen investeren
in een passend aanbod en in kwaliteitsvolle jobs. Want wachtlijsten
horen niet thuis in de ouderenzorg,
evenmin als winstbejag.
1. Steek 5 vingers op en neem een selfie
2.Zet de foto op www.facebook.com/
allevijf
3. Tag jezelf in de foto en deel de pagina
met je vrienden.
Meer info www.allevijf.be
4 Ouderen maken deel uit van onze
samenleving. Ouderen hebben hun
eigen mogelijkheden en kwetsbaarheden. Goede zorg is belangrijk,
maar onvoldoende. Er is nood aan
aangepaste woningen, psychosociale
ondersteuning, bestrijding van eenzaamheid… Elke oudere moet bovendien respect krijgen voor zijn keuze
bij levenseindebeslissingen.
5.
Ouderen verdienen een warme
begeleiding op maat. Ouderen hebben recht op een luisterend oor, een
helpende hand, een warm hart. We
gaan voor een ouderenzorg gedragen
door mensen en sociale organisaties.
Wil je mee je schouders zetten onder
een duurzaam ouderenbeleid met een
krachtig en positief beeld?
Projectoproep KBS lekker en gezond
eten in het woonzorgcentrum
Met deze oproep wenst de Koning Boudewijnstichting het probleem van de
ondervoeding in de woonzorgcentra aan
te pakken. De focus ligt hierbij niet louter op de medische aanpak, maar op het
maaltijdgebeuren in zijn brede context.
Goede praktijkvoorbeelden van woonzorgcentra die zich al minstens drie
maanden toeleggen op een aangename
eetervaring voor de ouderen, kunnen
dankzij deze projectoproep de nodige
exposure krijgen. Op die manier wenst
de KBS meteen ook tegenwicht te bieden aan de negatieve beeldvorming
5 | april 2014
waartegen de ouderenzorgsector moet
opboksen.
De keuze van de projecten zal in twee
fasen plaatsvinden. Eerst zal een onafhankelijke jury 10 à 15 goede praktijkvoorbeelden selecteren. Zij worden
verfilmd en verspreid in de algemene en
vakpers. In een tweede fase zal een panel van bewoners stemmen voor de vijf
beste praktijkvoorbeelden. Het mooiste project ontvangt een prijs van 2.500
euro, de andere elk 1.000 euro. Dat bedrag moet worden ingezet om het project een extra duwtje te geven.
Voor wie?
Woonzorgcentra (en de medewerkers
uit de woonzorgcentra: ergotherapeuten, diëtisten, zorgkundigen, onderhoudspersoneel…)
Timing
Deadline: 15 mei 2014
Bekendmaking van de selectie:
8/07/2014
Het kandidaatsdossier van deze oproep
vindt u op de website www.kbs-frb.be
BELEID
Minister Jo Vandeurzen: “We zijn erin
geslaagd enorme bewegingen op gang te
brengen. Eerlijkheidshalve voeg ik hieraan
toe: dankzij de steun en de samenwerking
vanuit de sectoren zelf. Er is in zorg en
welzijn heel veel wil en bereidheid om te
veranderen en te innoveren.”
zorgwijzer | 6
Interview met Vlaams minister Jo Vandeurzen
“Natuurlijk is de staatshervorming
complex. Maar het is vooral een
buitengewone opportuniteit”
Wie vandaag minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen interviewt,
kan niet naast de CD&V-politicus die zich klaarmaakt voor de verkiezingen. Bij het
begin van het gesprek spreken we dan ook af dat we zowel de minister als de politicus
interviewen. Ons interesseert immers niet alleen wat de voorbije legislatuur verwezenlijkt is, maar evenzeer wat de komende jaren nog op ons afkomt. Minister Vandeurzen
toont zich in elk geval ambitieus.
We staan op minder dan twee maanden
voor de verkiezingen. Bent u een tevreden man?
Minister Jo Vandeurzen: Toen we in
2009 het Vlaams regeerakkoord onderhandelden, hielden we rekening met
een economische groei van 2%. In het
regeerakkoord hebben we dan ook sterk
ingezet op welzijn, met een reëel groeipad. Naderhand bleek de budgettaire
hypothese van 2% groei niet vol te houden. We hebben de voorbije jaren in een
ander financieel kader moeten werken
dan voorzien. Dat is niet zonder gevolgen gebleven. Wat het domein Welzijn,
Volksgezondheid en Gezin betreft, hebben we er toen bewust voor gekozen om
die in één portefeuille samen te houden.
Onze ambitie was om in heel wat sectoren verandering in te zetten: een transitie naar een betere, efficiëntere en meer
cliëntvriendelijke organisatie.
Maken we even een stand van zaken,
dan zijn er weinig welzijnssectoren waar
geen transitie heeft plaatsgevonden.
Twee principes keren telkens terug.
Ten eerste het geïntegreerd werken op
maat, vraaggestuurd, intersectoraal en
ontkokerd. De idee is dat niet langer
het aanbod het behandeltraject bepaalt,
7 | april 2014
maar wel de vraag van de hulpzoeker.
Ten tweede brengen wij die zorg terug in
de samenleving. Dat is een keuze voor
een warme samenleving die aandacht
heeft voor kwetsbare mensen. Zorgen
voor elkaar maakt deel uit van het samenleven. Vermaatschappelijking van
de zorg noemen we dat.
Gaan we meer in detail kijken, dan hebben we flink geïnvesteerd in de eerstelijnszorg, met een bottom-up benadering vanuit de regio’s in de richting van
een chronical care model. Ik herinner me
dat op de eerste eerstelijnsconferentie
verschillende mensen mij vertelden dat
ze voor het eerst met elkaar praatten.
Vandaag overleggen al die vertegenwoordigers van de verschillende zorgberoepen samen. In welzijn hebben we
een schaalvergroting van de Centra voor
Algemeen Welzijnswerk (CAW) doorgevoerd. De CAW’s dekken nu het volledige
grondgebied en spelen een grote rol in
de eerste lijn.
Met de integrale jeugdhulp hebben we
na jarenlange voorbereiding knopen
doorgehakt en de verandering geïmplementeerd. Met alle risico’s van dien op
het gebied van ICT en afstemming, maar
mét resultaat. Zes sectoren werken nu
samen. De gehandicaptenzorg maakt de
grootste omwenteling door, met het decreet op de persoonsvolgende financiering, gekoppeld aan een groeipad voor
de budgetten. Dat is een heuse paradigmashift naar vraaggestuurde zorg.
In de ouderenzorg hebben we het woonzorgdecreet geïmplementeerd en is er
628 miljoen euro geïnvesteerd in VIPA
voor de herconditionering van bestaande
en de bouw van nieuwe woonzorgcentra.
We hebben de voorafgaande vergunningen geactiveerd, waardoor we alleen al
in 2013 1.840 nieuwe woonzorgplaatsen
hebben gerealiseerd, een record. Bovendien hebben we ruimte gecreëerd
voor nieuwe concepten als kleinschalige dagopvang en assistentiewoningen.
In de ziekenhuizen hebben we samen
met de sector de kwaliteitsindicatoren
geïntroduceerd. En ook hier zijn veel
middelen geïnvesteerd in nieuwbouw en
verbouwingswerken.
En zo kan ik verder gaan: de kinderopvang is grondig hervormd, de Huizen
voor het Kind zijn opgericht, de interlandelijke adoptie en de pleegzorg zijn
gereorganiseerd... En ook de gezondheidsdoelstellingen zijn gerealiseerd,
met actieplannen voor de preventie van
suïcide, voor kankerscreening, voor
beweging en voeding... We zijn erin geslaagd enorme bewegingen op gang te
brengen. Eerlijkheidshalve voeg ik hieraan toe: dankzij de steun en de samenwerking vanuit de sectoren zelf. Er is in
zorg en welzijn heel veel wil en bereidheid om te veranderen en te innoveren.
Er is een grote openheid om de omslag
te maken naar een vraaggestuurde zorg
dicht bij de patiënt. Een aantal transitiebewegingen is nog volop bezig. Electoraal is dat een risico, want je wordt hoe
dan ook geconfronteerd met kinderziekten. Maar we hebben heel veel verandering ten goede kunnen doorvoeren.
Vlaamse zorgverzekering
Met de zesde staatshervorming krijgt
Vlaanderen de volledige bevoegdheid
over de ouderenzorg. De financiering zal
herbekeken moeten worden. Gaan we
naar een persoonsvolgende financiering
zoals in de gehandicaptensector?
Zorgnet Vlaanderen was bij de eersten
om te pleiten voor een ‘rugzakmodel’ op
basis van een heldere diagnose en een
precieze indicatiestelling. De senior zou
dan, afhankelijk van zijn zorgbehoefte,
binnen een bepaald budget zelf kunnen
kiezen welke zorg hij ‘inkoopt’. Ik ben ervan overtuigd dat dit de weg is die we uit
moeten. Maar in een adem wil ik daar
twee opmerkingen aan toevoegen. Ten
eerste: wie denkt dat vraaggestuurde
zorg de oplossing voor alle knelpunten
is, heeft het verkeerd voor. We zullen
moeten blijven werken aan de kwaliteit,
de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van het aanbod. Ook het volume en
de budgetten zullen we in het oog moeten blijven houden: we weten ondertussen zeer goed dat een aanbod ook vraag
genereert. Ten tweede maakt die keuze
de zaken niet eenvoudiger. eHealth en
Vitalink moeten er klaar voor zijn, er
blijven afspraken met het federale niveau en het RIZIV noodzakelijk. We willen ook het Vlaams Patiëntenplatform
en de Vlaamse Ouderenraad nauw blijven betrekken.
Komt er een uitbreiding van de Vlaamse
zorgverzekering?
Eén element uit het Vlaams regeerakkoord hebben we door de budgettaire krapte niet kunnen realiseren: de
Vlaamse Sociale Bescherming. We zijn
zo ver gegaan als we konden: het decreet is klaar, het kader is er. Persoonlijk ben ik voorstander om de Vlaamse
zorgverzekering breder in te zetten,
voor de ouderenzorg maar ook voor de
gehandicaptenzorg en de toegang tot de
inkomensgerelateerde ouderbijdrage in
de kinderopvang bijvoorbeeld. Wat de
premie betreft, geloof ik dat mensen bereid zijn om iets meer bij te dragen als
ze weten waarvoor de zorgverzekering
dient. Toch mag dit wat mij betreft geen
extra belasting betekenen: we moeten
dit bekijken in de totale fiscaliteit. Dat
is een politieke keuze. Voor CD&V moet
de premie bij voorkeur rekening houden
met het inkomen. Dat zal onderwerp zijn
van de komende regeringsonderhandelingen. Een verder uitbouw van de sociale bescherming naar het model zorgverzekering laat toe om de overgehevelde
materies als een geheel te bekijken. Zo
zou bijvoorbeeld een integratie kunnen
gebeuren van de tegemoetkoming hulp
aan bejaarden met de zorgverzekering,
zodat er maar één inschaling nodig is.
Een verdere uitwerking van de zorgverzekering zou ons toelaten om het systeem van uniforme diagnose- en indicatiestelling te implementeren. Tegelijk
moet ook federaal gewerkt worden aan
een meer vraaggestuurde zorg.
Er is de voorbije jaren veel geïnvesteerd in infrastructuur, maar her en
der hoor je voorzieningen klagen dat
‘het geld van het VIPA op is’. Bestuurders zijn ongerust.
We hebben ons de afgelopen legislatuur
voor 1,3 miljard euro investeringsbudgetten geëngageerd. Dat is een enorm
bedrag. In de residentiële ouderenzorg
staan we op de drempel van een verandering. Er is een nieuwe financiering
van de investeringskosten nodig. Wat
de ziekenhuizen betreft, komt een deel
van het Budget voor Financiële Middelen naar Vlaanderen. De rol van het VIPA
zal moeten worden herbekeken. Tijdens
de regeringsonderhandelingen zal beslist moeten worden hoeveel middelen
het VIPA toegewezen krijgt. Er zal in elk
geval blijvend geïnvesteerd moeten worden, in zowat alles sectoren. De dossiers
van de woonzorgcentra die nog onder de
oude regelgeving zijn ingediend, zullen
hoe dan ook gehonoreerd worden. Alleen de timing hiervan moet nog bekeken worden. Ik begrijp de bezorgdheid
bij bestuurders, maar we moeten ook
niet te pessimistisch zijn.
Zullen bewoners in de ouderenzorg in
de toekomst volledig zelf moeten instaan voor hun ‘woonkost’, met eventuele
sociale correcties?
Dat is vandaag al gedeeltelijk het geval.
We moeten er hoe dan ook op toezien
dat het voor de bewoners en voor de samenleving betaalbaar blijft. Ik maak me
meer zorgen over bepaalde financiële
producten die in ruil voor kapitaal een
RVT-kamer beloven. RVT-statuten zijn
niet te koop, laat dat duidelijk zijn. Ik heb
hierover al overleg gehad met alle koepels en iedereen is het eens: kapitaal
mobiliseren voor ouderenzorg is oké,
maar er zijn grenzen.
Om nog even bij de infrastructuur te
blijven, u hebt de voorbije jaren goed
samengewerkt met de Vlaamse Bouw­
meester. Heeft dat resultaten opgeleverd?
Het was goed om wat competitie te organiseren. Dat brengt inspiratie en het
voedt het debat. Er zijn een aantal projecten in realisatie, maar belangrijker
nog is dat het inzicht gegroeid is dat creativiteit noodzakelijk is. Ik verwijs ook
naar de proeftuinen van collega Ingrid
Lieten binnen Flanders’ Care. Er komt
nog een nieuwe oproep voor houders
van vergunningen die in een regelluwe
omgeving willen experimenteren. Ik geloof sterk in woonzorgzones, waarin een
woonzorgcentrum gecombineerd wordt
met tal van andere faciliteiten en functies. Het draagvlak hiervoor neemt toe.
GGZ kinderen & jongeren
In de geestelijke gezondheidszorg is
er dringend een inhaalbeweging nodig
voor de doelgroep ‘kinderen en jongeren’. Hoe staat u daar tegenover?
Onlangs is op een Interministeriële Conferentie hierover een verklaring ondertekend door alle betrokken ministers.
We moeten inderdaad werk maken van
een transitie naar netwerken van zorg,
zoals we eerder voor volwassenen hebben gerealiseerd. Voor Vlaanderen komt
dit op een goed moment, nu de Integrale
Jeugdhulp een feit is. De politieke wil is
er, zowel federaal als Vlaams. Met de
staatshervorming komen trouwens de
bevoegdheden m.b.t. de maatregelen uit
de huidige jeugdbeschermingswet naar
Vlaanderen. Dat is een extra troef, want
ook hier zijn er linken met de jeugdpsychiatrie. Er is veel goede wil, maar
voorlopig nog veel versnippering. Maar
ik ben optimistisch.
Ondanks de staatshervorming blijft de
GGZ nodeloos complex. De psychiatrische ziekenhuizen, de PAAZ’en en
de K-bedden blijven federaal, maar het
Beschut Wonen en de psychiatrische
zorgwijzer | 8
verzorgingstehuizen worden Vlaamse
bevoegdheid. Sommigen pleiten nu al
voor een volgende staatshervorming.
Alles hangt af van goede afspraken en
afstemming. Hoe je het ook draait of
keert, we moeten altijd samenwerken:
met de steden en gemeenten, met de
provincies, met het federale niveau en
met het RIZIV. Dat mag ons niet weerhouden om ambitieus te zijn. De bevoegdheidsoverdracht die nu plaatsvindt, is een geweldige opportuniteit.
Voor de patiënt en de bewoner maakt
het niet uit wie aan de touwtjes trekt, zolang er maar goede oplossingen komen.
Overleg is nodig, maar dat hoeft geen
zwakte te zijn, zolang er asymmetrische
afspraken mogelijk blijven, zoals die
met minister Onkelinx bijvoorbeeld gemaakt werden over het vaccinatiebeleid.
De zesde staatshervorming vergt veel
voorbereiding. We starten niet van een
wit blad. We moeten eerst en vooral de
continuïteit garanderen voor de patiënten en de voorzieningen. Daarna kunnen
we geleidelijk bouwen aan nieuwe concepten. Ik weet dat er onder meer in de
revalidatiesector een grote bezorgdheid
bestaat. Maar het is een troef om naar
een allesomvattend revalidatiebeleid te
evolueren. Natuurlijk is het complex,
maar het is vooral een buitengewone
opportuniteit.
Enkele maanden terug zijn de eerste
resultaten van het Vlaams Indicatorenproject openbaar gemaakt. Een grote
stap voor de sector?
Ik ben vooral blij en trots dat dit project
uit de sector zelf is ontstaan, met de volle medewerking van de ziekenhuizen, de
artsen en andere stakeholders zoals de
ziekenfondsen en het Vlaams Patiëntenplatform. De rol van de overheid is het
bewaken van de patiëntveiligheid en de
kwaliteit. We mogen ons niet laten verleiden door populistische quick wins. De
indicatoren moeten in hun juiste context
geïnterpreteerd worden. Samen hebben
de stakeholders beslist om tegen eind
2014 een gezamenlijke website te lanceren met alle nuttige informatie en de resultaten van alle deelnemende ziekenhuizen. Dat alles is gerealiseerd zonder
bijkomende regels vanuit de overheid.
Een pluim voor de sector!
Ook in de GGZ en de ouderenzorg wordt
gewerkt aan het zichtbaar maken van
de kwaliteit.
Voor de ouderenzorg zijn de eerste in-
9 | april 2014
dicatoren nu verzameld en klaar om te
verwerken. In april starten de bevragingen van bewoners in woonzorgcentra.
We willen ook hun stem horen. Dat gebeurt in samenwerking met Dimarso,
dat over een periode van drie jaar tijd
bewoners van alle woonzorgcentra op
een uniforme manier zal bevragen. Dat
is een goede manier om de kwaliteit
zichtbaar, maar vooral bespreekbaar te
maken. In de GGZ wordt eveneens aan
een indicatorenproject gewerkt en later
zal de eerste lijn moeten volgen.
Hoe staat het ondertussen met de controle op de privéklinieken?
Het decreet op de meldingsplicht, dat
privéziekenhuizen verplichtte om zich
bekend te maken bij de overheid, is door
het grondwettelijk hof vernietigd. Er zal
een nieuwe federale poging moeten worden ondernomen, want de kwaliteit en
de patiëntveiligheid verdienen prioriteit.
De sector zelf is trouwens ook vragende
partij. De meeste privéklinieken werken
bonafide en streven naar kwaliteit. We
moeten die draad terug opnemen.
U hebt de voorbije legislatuur sterk ingezet op Vitalink. Hoe staat het daarmee?
Elektronische communicatie en gegevensdeling zijn een absolute noodzaak.
Op Vlaams niveau hebben we Vitalink
uitgerold voor de eerstelijnszorg en heb-
ben we met het federale niveau afspraken gemaakt in het kader van eHealth.
Er is een roadmap uitgetekend en er ligt
een decreet klaar over de gegevensdeling. Ondertussen werken veel voorzieningen aan een state-of-the-art Elektronisch Patiëntendossier met de nodige
koppelingen naar de overheid. De start
is ook gemaakt met het ontsluiten van
de gegevens over vaccinaties voor de
gezinnen. De patiënt centraal stellen is
geen holle slogan. Hij moet ook op vlak
van gezondheidszorg de regie zo veel
mogelijk in handen houden. Hij moet
toestemming geven en inzage hebben in
zijn gegevens. De komende jaren zullen
we hier verder sterk op inzetten.
Uit een recente studie van de KU Leuven blijkt dat het aantal studenten
zorg- en verpleegkunde spectaculair
is toegenomen. Toch dreigt vanaf 2020
opnieuw een ernstig tekort aan zorgmedewerkers.
Samen met zorgambassadeur Lon Holtzer ben ik de eerste om toe te geven dat
de economische crisis ons allicht geholpen heeft om voldoende mensen naar
de zorg te leiden. Tegelijk ben ik ervan
overtuigd dat we erin geslaagd zijn de
beeldvorming rond de zorg positief bij
te sturen. We mogen zeker niet op onze
lauweren rusten. 2020, dat is bijna overmorgen. We moeten ons hierop vandaag
al voorbereiden.
VERKIEZINGEN
Groot verkiezingsdebat Zorgnet Vlaanderen en Vlaams
Welzijnsverbond in Gent
Zorg en welzijn
voor alle partijen prioriteit, maar
met andere accenten
Wouter Beke (CD&V), Louis Ide (N-VA), Philippe De Backer (Open
Vld), Bruno Tobback (sp.a) en Wouter Van Besien (Groen). “Vijf
heren voor een debat over een wereld die grotendeels door
vrouwen wordt bevolkt”, stelt moderator Chris De Nijs.
zorgwijzer | 10
Alle Vlaamse partijen zeggen een prioriteit te maken van zorg en
welzijn tijdens de volgende regering. In hun analyse zijn ze het
opvallend dikwijls met elkaar eens: het persoonsvolgend budget is goed, de bijdrage voor de Vlaamse zorgverzekering mag
omhoog, een stijging van de groeinorm in de sociale zekerheid
met 1,5% is haalbaar en de ziekenhuisfinanciering moet anders.
Al blijven er natuurlijk accentverschillen en nuances die een
groot verschil kunnen maken. Dat bleek tijdens het verkiezingsdebat van Zorgnet Vlaanderen en het Vlaams Welzijnsverbond op
25 maart in Gent.
De grote opkomst in de aula van de
UGent toonde alvast de grote interesse
bij het publiek. Veel mensen uit de sector waren op het appel, maar ook studenten, sociale partners en andere geïnteresseerden. De partijen vaardigden
hun ‘beste mensen’ af: partijvoorzitters
Wouter Beke (CD&V), Bruno Tobback
(sp.a) en Wouter Van Besien (Groen) en
gezondheidsspecialisten Louis Ide (NVA) en Philippe De Backer (Open Vld).
“Vijf heren voor een debat over een wereld die grotendeels door vrouwen wordt
bevolkt”, merkte moderator Chris De
Nijs ironisch op. Waarna hij meteen de
koe bij de horens vatte.
Wachtlijsten wegwerken
“Hoe wilt u de wachtlijsten in de sector
van personen met een handicap aanpakken? Kunt u garanderen dat na de
volgende legislatuur de wachtlijst met
20.000 personen weggewerkt zal zijn?”,
wil De Nijs weten.
Voor Wouter Van Besien (Groen) is het
huidige groeipad onvoldoende. “We
hebben nood aan een kantelmoment.
Niet alleen in de sector van personen
met een handicap, maar bijvoorbeeld
ook in de jeugdzorg. Groen wil daarom
bovenop het groeipad in Vlaanderen
één miljard euro investeren in zorg en
welzijn.” Van Besien vindt de persoonsvolgende financiering in de sector van
personen met een handicap positief,
maar keert zich tegen de tweeledigheid
van een basisbedrag en een bijkomend
persoonsgebonden bedrag. Hij wil dat
de Vlaamse en de federale overheid samen hun verantwoordelijkheid nemen,
ook in de ondersteuning van de mantelzorg. Een garantie dat met Groen de
wachtlijsten helemaal weggewerkt zullen zijn, geeft hij niet, maar “toch voor
een groot deel”.
11 | april 2014
Voor Philippe De Backer (Open Vld)
moeten de mensen centraal staan, niet
de structuren. “Met alleen maar meer
middelen gaan we er niet komen.” Ook
De Backer steunt de persoonsvolgende
financiering. “Zo zullen de echte noden
naar boven komen en wordt een dynamiek gecreëerd. Mensen zullen initiatieven nemen en bijvoorbeeld gaan poolen.
Als mensen zelf de zorg kunnen kiezen,
zal de kwaliteit daar wel bij varen. Ook
commerciële initiatieven moeten een
kans krijgen.” Maar De Backer geeft
geen garantie over de wachtlijsten.
N-VA heeft het decreet op de persoonsvolgende financiering mee gesteund
en Louis Ide beschouwt het dan ook
als een stap in de goede richting. “Een
persoonsvolgend budget betekent echter geen besparing. Wie beweert dat
hij in vijf jaar tijd de wachtlijsten weg
kan werken, is een populist.” Ook N-VA
wil op Vlaams niveau één miljard extra
middelen in zorg en welzijn investeren.
“Die middelen hadden van het federale
niveau moeten komen, waar nog veel
efficiëntiewinsten mogelijk zijn.”
Bruno Tobback (sp.a) en de andere panelleden reageren schamper op dit
standpunt van N-VA. “Het is gemakkelijk om alles op het federale niveau af te
wentelen”, klinkt het bijna in koor. Tobback wijst erop dat het welzijnsbudget in
Vlaanderen de voorbije legislatuur met
30% is toegenomen. “Is dat genoeg?
Neen, want de noden zijn nog niet allemaal gelenigd.” Volgens Tobback moet
de overheid de mensen ook geruststellen: als de nood er is, zal er hulp zijn.
“Als de mensen daarop kunnen rekenen,
zullen ze minder snel op een wachtlijst
gaan staan”, luidt de redenering. Tobback wil niet zozeer in de residentiële
zorg investeren, maar in de individuele
noden van mensen. “Door alternatieven
aan te bieden, kunnen we de instap in de
residentiële voorzieningen vertragen.”
Wouter Beke (CD&V) wijst op de verwezenlijkingen van minister Vandeurzen.
“We hebben het budget voor welzijn inderdaad met 30% doen stijgen, want zorg
en welzijn is een prioriteit voor CD&V. De
volgende regering moet voldoende middelen voorzien om het decreet op de persoonsvolgende financiering waar te maken.” Beke merkt op dat zijn partij alvast
de rekening gemaakt heeft en 750 miljoen extra vrijmaakt voor zorg en welzijn.
“Gaan daarmee de wachtlijsten weg zijn?
Dat hangt af van het engagement van de
andere partijen om hiervoor voldoende
middelen vrij te maken. Het is ook de
volgende regering die zal beslissen hoe
hoog het basisbedrag voor mensen met
een handicap wordt.”
Conclusie: iedereen wil meer middelen
vrijmaken voor zorg en welzijn in Vlaanderen, maar niemand durft te garanderen
dat daarmee de wachtlijsten weggewerkt
zullen zijn. Iedereen is het er ook over
eens dat extra centen alleen niet de oplossing zullen bieden. De persoonsvolgende
financiering krijgt overal bijval. Discussie
is er wel over het al dan niet toelaten/
stimuleren van commerciële initiatieven.
Vlaamse zorgverzekering
Er zijn meer middelen nodig in de sector
van personen met een handicap, maar
ook in de ouderenzorg, de kinderopvang
enzovoort. Wat denken de partijen over
een hogere bijdrage voor de Vlaamse
zorgverzekering?
Wouter Beke toont zich hiervan een groot
voorstander. “De zorgverzekering maakt
een duidelijke link tussen de bijdrage en
wat daar tegenover staat. De verhoogde
bijdrage hoeft niet per se een bijkomende
last te zijn. Vlaanderen heeft de autonomie om bijvoorbeeld de personenbelasting evenredig te laten dalen.”
Voor Louis Ide is een hogere bijdrage
voor de zorgverzekering bespreekbaar,
maar de kern van het probleem blijft
voor hem dat er te weinig middelen van
het federale niveau naar Vlaanderen komen en dat er nog altijd geen homogene bevoegdheidspakketten zijn. Of N-VA
dan bereid is om een lastenverhoging
toe te staan, wil de moderator weten.
“Als de mensen een goede return on
investment krijgen, zie ik geen probleem.
Maar vandaag betalen ze voor een Rolls
Royce en ze krijgen een Skoda.”
Voor Philippe De Backer mag het niet alleen een discussie over centen worden,
maar ook hij is bereid om zo nodig de bijdrage voor de Vlaamse zorgverzekering
te verhogen.
Bruno Tobback wijst er fijntjes op dat
hij met een Skoda rijdt en dat wat hem
betreft het verlagen van de personenbelasting enerzijds en het verhogen van
de zorgverzekering anderzijds niet veel
zin heeft: “Het geld komt uiteindelijk uit
dezelfde portemonnee. Het voordeel van
de personenbelasting is dat ze inkomensafhankelijk is. Voor sp.a mag de zorgverzekering omhoog, op voorwaarde dat ook
die inkomensafhankelijk wordt.”
Wouter Van Besien sluit zich helemaal
aan bij dit standpunt van Tobback.
En federaal?
Over naar het federale niveau. Welke
groeinorm zien de partijen nog haalbaar voor de ziekteverzekering, vraagt
moderator Chris De Nijs. Wat met de
Moesen-norm die N-VA bepleit?
“De Moesen-norm wil de globale uitgaven
van de overheid voor twee jaar bevriezen,
met uitzondering van de inflatie en eventueel een hele kleine groei”, zegt Louis
Ide. “De ziekteverzekering kost vandaag
27 miljard euro. Hier zijn efficiëntiewinsten mogelijk van op zijn minst één miljard euro, wellicht iets meer. Dat bedrag
moeten we herinvesteren in de grootste
noden.” Overigens nuanceert Louis Ide
later tijdens het debat enigszins: “Als de
noden er objectief zijn, dan moeten extra
middelen kunnen.”
Groen spant de kroon met 1,9% groeinorm, maar wil ook inzetten op “echte
preventie”. Van Besien wijst bijvoorbeeld
op de slechte luchtkwaliteit als oorzaak
van veel longinfecties en kankers. “We
moeten het autoverkeer terugdringen
en het milieu als integraal deel van de
gezondheidszorg beschouwen.”
Wouter Beke roept de andere partijen op
om al hun kaarten op tafel te leggen. “Wij
zeggen waar we besparen en waar we investeren. Onze rekening klopt. En die van
jullie?”
Ziekenhuisfinanciering
Dat de ziekenhuisfinanciering anders georganiseerd moet worden, daarover lijkt
ondertussen een vrij grote consensus te
bestaan. Maar hoe moet dat dan gebeuren, wil Chris De Nijs weten.
Philippe De Backer wil dat ziekenhuizen in
clusters samenwerken: het kan niet langer
dat elk ziekenhuis alles aanbiedt. Wat de
financiering betreft, legt hij de klemtoon
op forfaitarisering, het aanpakken van de
overconsumptie en het belonen van kwaliteit. Minder prestatiefinanciering dus.
Bruno Tobback is het daarmee eens.
“Enerzijds moeten er gespecialiseerde
centra komen, waarvoor de mensen dan
iets verder zullen moeten reizen, en anderzijds ziekenhuizen voor de basiszorg
dichtbij huis. Wat de financiering betreft,
willen we een forfait per behandeltraject
en per domein, bijvoorbeeld in de klinische biologie. Zo kunnen we de overconsumptie stoppen.”
“De ziekenhuisfinanciering en de artsenhonoraria moeten uit elkaar gehaald worden”, vindt Wouter Van Besien. “Eens dat
gebeurd is, kunnen we de ereloonsupplementen helemaal afschaffen. Vandaag al
kunnen we die supplementen plafonneren op 100%.” Ook Groen wil een incentive
voor ziekenhuizen die kwaliteit bieden.
Wouter Beke wijst erop dat er al een hele
weg van prestatiegeneeskunde naar forfaitarisering is afgelegd, onder meer voor
de apotheek en bij de huisartsen. Hij pleit
voorts voor een herijking van de nomenclatuur, met meer aandacht voor de intellectuele aktes, en een rationalisering van
de ziekenhuizen – “niet alle ziekenhuizen
kunnen het volledige pakket aanbieden”.
Louis Ide beklemtoont de nood aan transparantie, maar merkt op dat pathologiefinanciering ook gevaren inhoudt. “We
moeten een evenwicht nastreven, waarbij
ook de kwaliteit in rekening wordt gebracht. De prestatiefinanciering helemaal
loslaten, zal leiden tot wachtlijsten zoals
in Nederland.” Ide pleit voor zuivere en
volledig gescheiden honoraria voor artsen en ziekenhuizen en voor een betere
regeling van de wachtdiensten.
Wouter Beke gaat wel voor een reële
groei van 1,4% bovenop de inflatie voor
het geheel van de sociale zekerheid.
De andere partijen sluiten zich bij hem
aan: een groeinorm van om en bij het
anderhalf procent is wenselijk en haalbaar.
Maar ook de andere partijen willen efficiëntiewinsten realiseren. “Dat moet
ademruimte geven voor investeringen
in nieuwe noden en in innovaties”, vindt
Philippe De Backer.
Bruno Tobback ziet nog veel ruimte voor
besparingen dankzij eHealth, een forfaitarisering van de ziekenhuisfinanciering
en het beperken van de ereloonsupplementen. Ook hij verdedigt een groeinorm
van 1,5%. “Het kan niet langer dat mensen zorg moeten uitstellen omdat ze die
niet kunnen betalen.”
Het publiek kreeg de kans een aantal vragen
te stellen. Eentje kwam van Raf De Rycke,
voorzitter van de Broeders van Liefde.
zorgwijzer | 12
Vragen uit de zaal
Ook het publiek mocht vragen stellen
aan het panel en die kwamen volop. Koen
Dries wil graag concrete bedragen horen
specifiek voor investeringen in de sector
van personen met een handicap. Maar
het antwoord daarop blijft uit omdat elke
partij een budget vooropstelt voor het
hele welzijnsdomein en dat (nog) niet
opgesplitst heeft naar sector.
Bernadette Van den Heuvel vraagt meer
aandacht voor de mantelzorgers. Alle
partijen zijn het er roerend mee eens
dat mantelzorgers ondersteuning verdienen. Wouter Van Besien pleit federaal
voor een statuut voor de mantelzorger, met zorgverlof zonder beperking in
tijd en met behoud van pensioenrechten. Hij krijgt hiervoor bijval van Bruno
Tobback, die het niet vindt kunnen dat eerst
het netwerk van een zorgvrager “uitgeperst en uitgeput” zou worden vooraleer
iemand professionele zorg krijgt. Waarop Wouter Beke de puntjes op de i zet
en die angst totaal onterecht noemt.
“Mantelzorg verdient een volwaardige
plaats en erkenning in de integrale zorg.”
Rufij Baeke van het Syndicaat van
Vlaamse Huisartsen en N-VA-lid wil weten waarom er niets gezegd is over de
eerste lijn, over het kortsluiten met de
huisartsen, het ontvetten van de spoed
etc. Louis Ide speelt daarop in door te
pleiten voor een veralgemening van de
derdebetaler, “mits een snelle betaling door de ziekenfondsen”. Hij wil ook
meer wachtposten en een remgeld op
de spoedgevallendiensten. “Een verdere
herwaardering van het beroep van huisarts is nodig.” Volgens Wouter Beke is er
wel degelijk al veel gebeurd voor de eerste lijn. De financiering van de huisartsen
is de voorbije jaren sterk geëvolueerd,
met een basisfinanciering onder meer
voor het interdisciplinair samenwerken
met ziekenhuizen en woonzorgcentra.
Hij wijst ook op de twee Eerstelijnsconferenties die minister Vandeurzen
organiseerde en de opvolging daarvan.
Philippe De Backer pleit voor een verdere informatisering, ook bij de huisartsen.
“We moeten naar één centraal patiëntendossier.”
Raf De Rycke, voorzitter van de Broeders van Liefde, vraagt het panel hoe
het overleg op Vlaams niveau georganiseerd zal worden. Krijgen ook de voorzieningen, de patiënten en de sociale
partners een stem? Bijvoorbeeld in de
raad van bestuur van twee nieuw op te
richten Extern Verzelfstandigde Agentschappen (EVA)? Voor Bruno Tobback
is het evident dat het middenveld actief
betrokken wordt, en zeker ook de voorzieningen en de patiënten. Of dat per se
via een EVA moet, is een aparte discussie.
De andere panelleden treden hem daarin grotendeels bij. De strategie en de
gezondheidsdoelstellingen moeten in
het parlement gemaakt worden, maar
het beheer en de uitvoering moeten
samen met het middenveld gebeuren,
klinkt het algemeen. Louis Ide vindt
het huidige overlegmodel in Vlaanderen
“te los en te informeel” – ook de artsen
moeten structureel meer worden betrokken. Volgens Ide zal trouwens ook op
federaal vlak het overleg in de medicomut veranderen samen met de ziekenhuisfinanciering. Philippe De Backer wil
een grotere rol aan de patiënt toekennen, ook bij het maken van de strategische keuzes. Hij wil ook ‘zuivere rollen’
– geen overleg waar deelnemers tegelijk
rechter én partij zijn – en langetermijndoelstellingen die in overleg worden genomen. Wouter Beke is het eens met een
structurele verankering van het overleg
met alle actoren, maar benadrukt dat
medebeheer hand in hand gaat met
medeverantwoordelijkheid, zeker in
financieel benarde tijden.
Een laatste vraag uit de zaal brengt de
geestelijke gezondheidszorg onder de
aandacht. Waarom viel hier zo weinig over
te horen tijdens het debat? “Omdat de tijd
beperkt is en ik er als moderator niet naar
gevraagd heb”, verontschuldigt Chris De
Nijs zich spontaan. Alle panelleden zijn
het er echter over eens dat de geestelijke gezondheidszorg een prioriteit van de
volgende regering moet worden, met ook
veel aandacht voor preventie.
Het vijfpuntenplan van Zorgnet Vlaanderen
1. Een nieuw zorgmodel dat vertrekt
vanuit de noden van de burger
Aan de overheid vragen we dat zij de
samenwerking tussen de zorgactoren
faciliteert en stimuleert: ze tekent een
regelluw kader uit, neemt de juridische
barrières weg en zorgt voor een aangepaste financiering.
2. Zorg die betaalbaar, toegankelijk en
kwaliteitsvol is
Zorgnet Vlaanderen vraagt aandacht voor
de meest kwetsbaren. We pleiten voor
transparante informatie over tarieven
van opname en behandeling. Elke patiënt
heeft recht op kwaliteitsvolle zorg en op
heldere informatie over die kwaliteit.
3. Dankzij de volle inzet van deskundige
artsen en medewerkers in de zorg
Deskundige en gemotiveerde medewerkers zijn de kritische succesfactor om
het transitieproces naar geïntegreerde
zorg te doen slagen. We moeten creatief nadenken over nieuwe vormen
van arbeidsorganisatie, personeels­
inzet, taakinvullingen en verloning.
4. Ondersteund door drie hefbomen
Geïntegreerde zorg zal niet vanzelf ontstaan. We vragen aan de overheid de nodige stimulansen en cruciale hefbomen
voor geïntegreerde zorg:
• een financiering die de samenwerking
bevordert;
• een performant elektronisch dossier
per zorggebruiker;
• een inventieve ruimtelijke ordening.
5. Gestuurd door een efficiënte besluitvorming
Vlaanderen krijgt met de zesde staatshervorming hefbomen die kansen bieden tot een integraal beleid en ontschot-
ting in de zorg. We vragen:
• een Vlaams Masterplan Zorg met een
goede taakverdeling tussen overheid
en middenveld;
• een aanpassing van de federale
besluitvorming;
• een intens overleg tussen de verschillende overheden;
• voldoende aandacht voor de Europese
dimensie.
Het volledige memorandum vindt u op
www.oftochlieverniet.be
zorg op een
kAntelpunt
AAnbevelingen voor de beleidsm
Akers
2014-2019
13 | april 2014
2014 Zorg op een kantelpunt.indd
1
04/03/14 09:29
GGZ
Ombudsfunctie GGZ ijvert voor meer patiëntenparticipatie
“Patiënten willen inspraak
in hun behandeling”
Inspraak en participatie van de patiënt in zijn behandeling zijn niet
evident in de geestelijke gezondheidszorg. Toch is dat de richting
de we uit moeten, vinden Ingrid Meuwis en Marlies Thonnon van
de Limburgse ombudsdienst GGZ. “Een cruciaal element van de
wet op de patiëntenrechten is de ‘geïnformeerde toestemming’.
De aandacht hiervoor groeit, maar er blijft nog een weg te gaan.”
“Elke voorziening geestelijke gezondheidszorg moet een ombudsfunctie hebben”, vertelt Ingrid Meuwis. “Veel organisaties doen hiervoor een beroep op de
externe ombudsfunctie die gekoppeld
is aan de provinciale overlegplatformen
GGZ. In Limburg is dat SPIL. De verbondenheid met SPIL biedt ons waardevolle contacten en korte lijnen met andere
mensen van het provinciaal overlegplatform. Op Vlaams niveau maken wij deel
uit van Ipsof (Interplatform Steunpunt
Ombudsfunctie), het samenwerkingsverband van de externe ombudsdiensten
GGZ. Wij wisselen ervaringen uit, organiseren lezingen en doen aan intervisie.”
“Ons belangrijkste streven is bij te dragen tot een betere kwaliteit van zorg”,
zegt Marlies Thonnon. “We merken dat
de wetgeving op de patiëntenrechten
nog weinig bekend is. In de psychiatrie
zijn de patiënten nog meer dan elders
kwetsbaar in hun hele zijn. Ze hebben
iemand nodig om hen te steunen en te
informeren over hun rechten als patiënt.
De behandelduur is in de psychiatrie
veel langer dan in de somatische zorg.
De band van de patiënt met zijn familie
en vrienden komt hierdoor weleens onder druk te staan. Dat maakt deze mensen extra kwetsbaar.”
“Wij krijgen veel met wetgeving en procedures te maken”, zegt Ingrid. “Informatie geven maakt een groot deel van
onze opdracht uit. Ook de voorzieningen bieden informatie, maar mensen
zijn dikwijls op zoek naar een ‘objectieve’ bevestiging. Dat stelt hen gerust en
geeft hen vertrouwen.”
“Mensen hebben nood aan een luisterend oor”, beaamt Marlies. “Bij een lang
verblijf in een voorziening lijken veel
beslissingen evident te worden, terwijl
patiënten met vragen blijven zitten. Wij
luisteren en moedigen de patiënten aan
om hun vragen te bespreken met de
psycholoog of de psychiater. Vaak hoeven we zelfs niet te bemiddelen, ook al
staan we hiervoor altijd klaar: een duwtje in de rug volstaat. We leren de patiënt om voor zichzelf op te komen.”
Actieve ombudsdienst
“De meeste klachten of vragen komen
van patiënten van psychiatrische ziekenhuizen”, weet Ingrid. “We hebben
een eigen bureau in de verschillende
ziekenhuizen en zijn er op vaste dagen
te bereiken. Op een actieve manier, welteverstaan: we wandelen rond in het
ziekenhuis en zoeken zelf contact met
de mensen. Neen, het ziekenhuis ziet
dat helemaal niet als een bedreiging,
wel integendeel. We signaleren knelpunten en krijgen daarvoor appreciatie.
Wij helpen zo de kwaliteit van de zorg en
de dienstverlening te verbeteren. Aangezien patiënten relatief lang opgenomen blijven, kennen ze ons op den duur.
Ze weten dat ze bij ons terechtkunnen
als ‘objectieve instantie’. Ook de zorg–
medewerkers kennen ons. Wij krijgen
geregeld vragen voor advies, bijvoorbeeld voor het opmaken van een afdelingsbrochure of voor afspraken over
vrijheidsbeperkende
maatregelen.
Soms zijn de vragen heel direct en praktisch: wat te doen als een patiënt zijn
medicatie weigert?”
“Wij streven altijd naar ‘meerzijdige
partijdigheid’ in elke context”, legt Marlies uit. “Onpartijdigheid bestaat niet.
We luisteren naar alle betrokkenen en
zoeken samen een constructieve oplossing. Ook in de centra voor geestelijke
gezondheidszorg, de psychiatrische
verzorgingstehuizen, de initiatieven beschut wonen en alle andere organisaties
die deel uitmaken van het ‘netwerk 107’
nemen we een actieve rol op. We stellen onszelf voor op bewonersraden, we
nemen deel aan infosessies en denken
met de organisaties mee over kwesties
die de wet op de patiëntenrechten raken. Hoe meer informatie we verschaffen, hoe lager de drempel wordt om vragen te stellen.”
“De wet op de patiëntenrechten is een
belangrijke kapstok in ons werk”, stelt
Ingrid. “Mensen hebben recht op een
kwaliteitsvolle dienstverlening. Dat gaat
heel breed: ze hebben recht op lekker
eten, op tijd, op informatie, op somatische zorg, noem maar op. Een cruciaal
element is de ‘geïnformeerde toestemming’. Hier hebben we nog een weg te
gaan. Inschatten of iemand wilsbekwaam
is, blijft moeilijk. Wat kan een patiënt zelf
beslissen en wat niet? Ook de communicatie met de familie, de ouders en de
vrienden is soms een teer punt. Eigenlijk
moet je als zorgverlener eerst expliciet
de toestemming vragen aan de patiënt
vooraleer je de ouders of de kinderen
informatie geeft. Hulpverleners worstelen met dat soort kwesties. Soms zijn
ze zelfs moeilijk te benoemen of te
registreren: gaat dit over grensoverschrijdend gedrag, over schending van
de privacy of over kwaliteitsvolle dienstverlening? Heel dikwijls is de kern van de
zaak de ‘geïnformeerde toestemming’.
Bij elektroshocktherapie wordt de toestemming wel algemeen gevraagd, maar
wat als een psychotische maar wilsbekwame patiënt zijn medicatie weigert?
Wat als er sprake is van gevaar of van
een gebrek aan ziekte-inzicht? Het is
voor de hulpverlener vaak moeilijk in te
zorgwijzer | 14
schatten wat goede zorg is in een gegeven context.”
“Het is voor individuele hulpverleners in
de GGZ ook niet evident om patiënten inspraak te geven”, vult Marlies aan. “Gelukkig zien we meer en meer initiatieven
ontstaan om patiëntenparticipatie vorm
te geven. Daaruit blijkt ook dat patiënten
inspraak willen over hun behandeling.”
Goede communicatie
“De nieuwe wet op de bewindvoering
voor meerderjarige wilsonbekwame
personen is een goede zaak”, vindt Ingrid. “De focus ligt op goede zorg en
op de autonomie van elke patiënt. Veel
psychiatrische patiënten hebben na een
lange opname nauwelijks nog een netwerk om op terug te vallen. Ja, zelfs de
familie haakt op termijn af. Ik geloof in
het concept van de vermaatschappelijking van zorg, maar we moeten de hele
samenleving hiervoor sensibiliseren.
Mensen moeten zich willen engageren,
bijvoorbeeld om vertrouwenspersoon te
zijn in het kader van de patiëntenrechten
of in het kader van de bewindvoering.
Dat is niet zo vanzelfsprekend meer in
onze samenleving. We moeten hieraan
werken, ook via het verenigingsleven.”
“Communicatie is belangrijk. Hoe vaak
gebeurt het niet dat een patiënt een
maatregel als straf ervaart, terwijl die
vanuit de hulpverlening niet zo bedoeld
is. Maatregelen voor de veiligheid komen aan als een straf. Patiënten hebben
het daar moeilijk mee. Voor de hulpverleners is het echter niet gemakkelijk
communiceren met een patiënt met een
psychose. Daarom is het aangewezen
om mensen te informeren op momenten waarop het goed gaat. Dan kunnen
afspraken gemaakt worden voor op momenten dat het foutloopt of dat er een
crisis is”, zegt Marlies.
“Ook de familie voelt zich soms gestraft”, vertelt Ingrid. “Als een patiënt
door een voorval of een crisis toch niet
naar huis mag in het weekend, dan raak
je ook de familie. Het is niet als straf bedoeld, maar zo komt het wel over.”
“Iedereen in onze samenleving zou de
patiëntenrechten moeten kennen: zowel
de zorgverleners als de patiënten en de
familie en vrienden. De patiënt moet
meer worden betrokken in zijn eigen
behandelingsproces. In de somatische
zorg is dat ondertussen verworven, in
de GGZ nog niet helemaal. We zijn wel
op de goede weg. Overal zie je verbetertrajecten, werkgroepen ‘bejegening’,
werkgroepen ‘vrijheidsbeperkende middelen’... Er wordt over nagedacht en
gediscussieerd. Ook directies en artsen
zijn ervan overtuigd dat meer participatie nodig is. Vanuit de ombudsfunctie
proberen we hieraan ons steentje bij te
dragen”, besluit Marlies.
“De wet op de
patiëntenrechten
is een belangrijke kapstok
in ons werk. Een cruciaal
element is de
‘geïnformeerde
toestemming’.
Hier hebben we nog een
weg te gaan.”
Ombudsvrouwen Marlies Thonnon
en Ingrid Meuwis
15 | april 2014
EPD
Psychiatrische ziekenhuizen standaardiseren en wisselen gegevens uit
“Evolutie naar samenwerking
is onomkeerbaar”
Standaardisering, gegevensuitwisseling, samenwerking... Ook in de geestelijke
gezondheidszorg vormen ze vandaag schering en inslag. Psychiatrische ziekenhuizen
groeperen zich voor een gezamenlijk Elektronisch Patiëntendossier (EPD). We gingen
erover praten met Jef Poffyn. Hij was 13 jaar stafmedewerker informatisering in
het ziekenhuis van Duffel en is sinds één jaar ICT-manager voor de GGZ binnen de
Emmaüsgroep.
“Het gebruik van het EPD in psychiatrische ziekenhuizen evolueert van het
louter registreren van wat men doet
naar procesondersteuning”, zegt Jef
Poffyn. “Wie doet wat, wanneer en met
welke doelstelling? Welke informatie en
documentatie hebben ze hiervoor nodig?
Welke output is nodig voor de volgende
stappen in het proces? Dat is een totaal
andere en veel actievere benadering van
het EPD. Die evolutie is al een tijdje bezig. Ze gaat hand in hand met een meer
procesmatige aanpak in het dagelijkse
werken in de GGZ. Evoluties in de zorg
weerspiegelen zich in het EPD. Dat betekent wel dat de voorbereiding en de
procesanalyse voor de vertaling van de
zorgpraktijk naar ICT meer tijd vergen.
Er zijn veel partijen bij betrokken en
het gaat over complexe materie die de
dienst informatica in ‘nullen en ééntjes’
moet vertalen. Dikwijls moet diep doorgevraagd worden en dan blijken schijnbare evidenties helemaal geen evidenties te zijn. In de praktijk komt het erop
neer dat een doorgedreven procesanalyse geen lineair proces is, maar veeleer
een cirkelbeweging maakt: elk proces
leidt tot andere processen die dan weer
in kaart gebracht moeten worden. Alles
hangt samen.”
Standaardisering cruciaal
“Gelukkig bundelen psychiatrische
ziekenhuizen meer en meer de krachten. De procesanalyses worden vaak
samen gemaakt. Het vertrekpunt blijft
EPD-gericht, maar uiteindelijk kun je
niet anders dan alle processen in het
ziekenhuis hierbij te betrekken, ook de
zorg. Een voorbeeld: hoe geven we de
resultaten van een bloeddrukmeting
weer? Met een veldje ‘hoog/laag’, met
de exacte waarden of nog anders? Het
is belangrijk om hierover afspraken te
maken en naar standaardisering te evolueren, zodat benchmarking en gegevensuitwisseling, ook met de overheid,
mogelijk worden. Standaardisering is
cruciaal voor een nauwe samenwerking. Mee dankzij de projecten 107 krijgt
die samenwerking gaandeweg vorm.
Het psychiatrisch ziekenhuis wordt een
schakel in een zorgnetwerk, waarbinnen communicatie en gegevensdeling
noodzakelijk zijn. Vroeger was het psychiatrisch ziekenhuis voor veel patiënten de woon- of verblijfplaats, buiten
de samenleving. Vandaag is het een
gespecialiseerde instelling waar patiënten meestal maar tijdelijk verblijven.
Er zijn daardoor nu altijd drie periodes
die goed afgestemd moeten worden:
de periode vóór, tijdens en na de opname. Daarnaast werken we eveneens
samen voor het hubsysteem binnen het
eHealthproject”, weet Jef Poffyn.
“Zorgprocessen sturen de informatica
aan, maar ook vice versa”, zegt Jef
Poffyn van de Emmaüsgroep.
“Door de standaardisering van het EPD
krijg je ook meer standaardisering in de
processen zelf. De Emmaüsziekenhuizen maken deel uit van een groep van
22 psychiatrische ziekenhuizen, die ook
afspraken maken met inhoudelijke impact. Voor heel wat zorgprocessen zijn
de handelingen en wat daarbij dient geregistreerd te worden, vrij gelijklopend,
over de ziekenhuizen heen. Zo hebben
we voor de afzonderingsregistratie één
manier van observatieregistratie en
rapportage afgesproken. Die afspraken
zorgwijzer | 16
worden gemaakt in een kleine werkgroep en dan gedeeld onder alle leden.
Op die manier sturen de processen de
informatica én vice versa. Dat loopt niet
altijd zonder slag of stoot, want er zijn
niet alleen verschillen tussen de ziekenhuizen, maar ook tussen de artsen en
de behandelafdelingen binnen één ziekenhuis. Welke parameters, eenheden
en drempelwaarden hanteer je voor de
opvolging van het metaboolsyndroom?
En wat met de module ‘gedwongen opname’? Zorgprocessen raken meer op
elkaar afgestemd en dat leidt tot een
verdere standaardisering van het EPD.”
“De samenwerking tussen zorg en ICT
wordt almaar hechter. Uit noodzaak. In
algemene ziekenhuizen zijn veel gegevens kwantificeerbaar en daarom vrij
eenvoudig te registreren. In de GGZ
werken we veeleer met woorden en
interpretaties dan met exacte cijfers.
Het strakke, logische ICT-denken en de
technische mogelijkheden en beperkingen kunnen hiermee weleens in botsing
komen. In de GGZ heb je alle tinten grijs,
in ICT heb je alleen zwart of wit, of beter:
nullen en ééntjes.”
Taboe doorbreken
“Als we het over het delen van gegevens
hebben, komt geregeld het thema van
de privacy en de stigmatisering de kop
opsteken. Dat heeft altijd iets dubbels.
Waarom is het evident om gegevens
over een beenbreuk en een hartinfarct
te registreren, te delen en bespreekbaar te maken, maar niet over een depressie? Natuurlijk rust er nog een te
groot taboe op psychiatrische aandoeningen. Dat weerhoudt ons om gegevens te delen. Maar houden we zo niet
mee het taboe in stand dat we nochtans
allemaal willen doorbreken? We evolueren naar psychiatrische ziekenhuizen
zonder tralies, open, met beide voeten
in de maatschappij... Maar zodra er gegevens gedeeld moeten worden, hebben
we de neiging om weer hoge muren op
te trekken. Om goede zorg te kunnen
verlenen, moeten we gegevens delen.
Elektronische uitwisseling is niet meer
weg te denken!”
“Stilaan evolueren we ook van het opslaan van alle gegevens op een eigen
server binnen de voorziening naar het
werken met clouds. De gegevens worden dan bewaard in een centraal datacenter buiten de voorziening. Voor ons
samenwerkingsverband met 22 ziekenhuizen zullen alle data gecentraliseerd
worden in één datacenter, dat nadien
gecontroleerd toegankelijk kan worden
voor derden. Dat is een technologische
evolutie die standaardisering nog verder
in de hand werkt. Het is kostenefficiënt,
maar het betekent ook dat we meer en
meer afhankelijk worden van webtechnologie”, constateert Jef Poffyn.
Onomkeerbare evolutie
“De evolutie naar meer samenwerking is onomkeerbaar. Binnen Zorgnet
Vlaanderen is nu een werkgroep actief
die de dataset bekijkt van wat minimaal
gedeeld moet worden in het EPD voor
de geestelijke gezondheidszorg. Dat gebeurt als voorbereiding op het hubsysteem binnen eHealth.”
“Wat ook opgang maakt, is de ROMregistratie: Routine Outcome Measurement. Op afgesproken tijdstippen van
een traject meten we of we bereiken wat
we wilden bereiken. Dat gebeurt met
diagnostische sets en wordt aangemoedigd door de overheid.”
“Door de EPD’s beter op elkaar af te
stemmen en gemeenschappelijke tools
te gebruiken, maken we een centrale
databank mogelijk voor wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld met de
gegevens van de ROM-metingen en de
klinische praktijk. Uiteraard respecteren we daarbij alle regels voor privacy
en dataveiligheid. Meer en meer maken
we gegevens in de GGZ meetbaar, zodat
ze uitwisselbaar worden. Soms ligt het
initiatief bij ICT, soms bij de zorg of de
kwaliteitsdienst – denk aan het Vlaams
Indicatorenproject. Alle prikkels werken
in dezelfde richting: die van samenwerking, gegevensuitwisseling en standaardisering”, besluit Jef Poffyn.
17 | april 2014
EPD
PC Sint-Jan Eeklo introduceert na jaren voorbereiding
nieuw patiëntendossier
“Helder en overzichtelijk dossier
betrekt patiënt nauwer”
Het Psychiatrisch Centrum Sint-Jan in Eeklo is in januari
ziekenhuisbreed overgestapt op een nieuw EPD. Hieraan zijn
jaren van intense voorbereiding voorafgegaan. Stafmedewerker
patiëntenzorg Stan De Smet doet het verhaal.
“Wij werken al sinds 1995 met een EPD”,
vertelt Stan De Smet. “Dat was toen
louter een registratiedossier dat gegevens op elektronische wijze verzamelde.
We spreken over de beginjaren van de
computer in de zorgsector. Veel medewerkers waren niet vertrouwd met informatica. Zo een simpel registratiedossier
was achteraf bekeken een goede introductie, maar meer dan een schuchtere
eerste stap was het niet. De allereerste
PDP-software die wij gebruikten, wordt
binnenkort niet meer ondersteund door
de leverancier. We moesten dus op zoek
naar een alternatief. Wij niet alleen trouwens. Samen met andere ziekenhuizen,
waaronder de psychiatrische ziekenhuizen van de groep Philippus Neri, PZ
Diest en de Emmaüsgroep, hebben we
een grondige prospectie gedaan.”
“Ruim anderhalf jaar hebben we de
markt doorgelicht. We zijn begonnen
met een gezamenlijk eisenpakket op te
stellen. Wat willen we op het vlak van
registratie, communicatie en proces­
ondersteuning? We zaten vrij snel op
één lijn. Niemand doet graag dubbele
of driedubbele registraties. En iedereen
wil dat het EPD ook gekoppeld wordt aan
de medicatie en de tarificatie. Het EPD
moet de centrale verzamelplaats worden. Uiteindelijk werd het eisenpakket
een lijvige bundel van 60 pagina’s. Het
was een hele klus, maar het heeft ons
goed geholpen als leidraad bij de verdere prospectie”, zegt Stan De Smet.
“Vier firma’s hebben op basis van ons
eisenpakket een volle dag demonstratie gegeven. Na evaluatie hebben wij
besloten in zee te gaan met het pakket
Regas. Vooral de procesgestuurde aanpak was sterk. De heldere visualisering
van het behandelplan gaf mee de doorslag. Patiënten worden meer dan vroeger betrokken bij het behandelplan. Het
is belangrijk dat het behandelplan besproken en onderhandeld wordt met de
patiënt, waarna hij zijn goedkeuring dient
te geven over de doelen van de behandeling. Een sterke visualisering is dan geen
overbodige luxe. Het gaat dikwijls om
complexe materie. De behandeling van
een depressie is nooit een eenduidig proces; er moeten keuzes gemaakt worden,
die het zorgproces beïnvloeden.”
“Eens de beslissing voor Regas definitief was, hebben we met de steun van
de firma nader kennisgemaakt met het
pakket. Hiervoor zijn twee werkgroepen opgericht met medewerkers van
verschillende ziekenhuizen. Ook de ziekenhuizen van Philippus Neri zijn ermee
aan de slag gegaan. Hiermee zijn we
twee jaar zoet geweest.”
Uitdaging
“De grote uitdaging voor een procesgestuurd dossier is het in kaart brengen
van alle processen. Wij hebben het vrij
simpel gehouden, met als eerste vraag:
wat stuurt de behandeling? Als kernproces kwamen we uit bij de bespreking
door het multidisciplinair team. Hier komen alle sleutelmomenten samen. Die
besprekingen zijn daarom het primaire
proces geworden, waaraan al de rest
gekoppeld is. Het pakket Regas biedt
veel vrijheid. Beschouw het als een
soort van Legodoos met bouwstenen;
het huis moet je zelf bouwen, op maat
van je wensen en verwachtingen.”
“Na de keuze van de multidisciplinaire
bespreking als primair proces, hebben
we met directieleden en stafmedewerkers een mission statement opgesteld. We
hebben tien krachtlijnen geformuleerd
waaraan het EPD moet beantwoorden. Zo
willen we dat het EPD een gedeelde verantwoordelijkheid wordt van medewerkers én patiënten. Het moet bovendien
volledig procesgestuurd zijn. Alle processen – binnen en buiten de zorg – moeten
er een plaats in krijgen. Uiteraard moet
het EPD ook op één lijn zitten met de
wettelijke vereisten rond het medisch en
verpleegkundig dossier en rekening houden met de wet op de patiëntenrechten.
Het dossier moet trouwens uitgebouwd
worden rond de hulpvraag van de patiënt
– volledig vraaggestuurd dus.”
“Een derde belangrijke stap is de expliciete optie voor een patiëntendossier en
geen ‘disciplinedossier’. Wij hebben een
inventaris gemaakt, waaruit bleek dat
sommige gegevens op tien verschillende plaatsen worden genoteerd en bijgehouden. Bijvoorbeeld elementen uit de
anamnese. Met het nieuwe EPD kiezen
we er resoluut voor om multidisciplinaire thema’s van meet af aan multidisciplinair aan te pakken. Dat biedt niets
dan voordelen, zowel voor de medewerkers als voor de patiënt die niet telkens
hetzelfde hoeft te herhalen. Het multidisciplinaire krijgt daarmee de boventoon. Afzonderlijke disciplines kunnen
alleen nog monodisciplinaire gegevens
toevoegen waar dat strikt nodig is.”
PDCA-cyclus
“Als motor achter het EPD hebben we
de PDCA-cyclus geïntegreerd: Plan, Do,
Check, Act. Zo wordt in de registratieformulieren van alle disciplines eerst
het probleem geïnventariseerd, waarna
zorgwijzer | 18
de indicatiestelling gekoppeld aan doelstellingen en acties vastgelegd worden,
om uiteindelijk te komen tot hun evaluatie. Die PDCA-cyclus vind je terug in
het hoofdproces en alle deelprocessen.
Diezelfde structuur is er overigens ook
in de multidisciplinaire teambespreking,
die als primair proces fungeert in het
EPD. Voor de patiënt is dit een heldere
benadering. De patiënt wordt van meet
af aan betrokken en weet welke resultaten we nastreven”, zegt Stan De Smet.
“Uiteraard is voor de uitbouw van een
EPD een goede samenwerking tussen
zorg en ICT vereist. In de praktijk valt
dat goed mee. Ik heb als stafmedewerker patiëntenzorg doelbewust een aantal modules van de opleiding informatica
gevolgd om de ICT-taal te leren spreken
en begrijpen. Dat heeft veel geholpen. Ik
ben nog altijd geen ICT-specialist, maar
ik kan het verhaal wel volgen. Zo vinden
we samen een haalbaar evenwicht. Het
is geen louter technisch verhaal.”
“Vanuit de zorg gezien is het belangrijk
om afstand te kunnen nemen van de
dagelijkse zorgpraktijk. Je hebt een helikopterperspectief nodig om de hoofdprocessen in kaart te brengen. Dat heeft
enige studie en oefening gevergd. Bij de
implementatie op de afdelingen merken we dat het niet altijd eenvoudig is
om de basisprocessen te vertalen naar
de dagelijkse praktijk. Je moet iedereen meekrijgen in dit verhaal. Gelukkig
ziet iedereen wel de meerwaarde ervan
in. De wil om te veranderen is er. Maar
het vergt een inspanning, vooral wat de
planning vooraf betreft. Alles moet veel
structureler worden aangepakt. Met als
resultaat een helder en overzichtelijk
procesgestuurd dossier, dat op elk moment een mooie stand van zaken geeft.”
“Na twee jaar voorbereiding zijn we half
januari uiteindelijk van start gegaan.
Omdat alles nauw samenhangt en er
zich veel patiëntenbewegingen voordoen, zijn we meteen ziekenhuisbreed
gegaan. Natuurlijk botsen we hier en
daar nog tegen kinderziekten aan, maar
over het algemeen zijn we tevreden. Het
werk is niet af. Alles wat registratie betreft is gerealiseerd, maar qua output
is er nog werk aan de winkel. Het gaat
dan om de communicatie met andere
ziekenhuizen, over het automatisch integreren van de laboresultaten in het
dossier, outcomemetingen, beleidsrapportage enzovoort. Ons streefdoel is om
de papieren dossiers over twee tot drie
jaar finaal uit het ziekenhuis te bannen”,
besluit Stan De Smet.
19 | februari
april 2014
2014
Van links naar rechts: stafmedewerker Steven Lepoutre, Stan
De Smet, verpleegkundig directeur Koen Lefevre en directeur
Marc Vanhauwenhuyse van het PC Sint-Jan in Eeko.
Stafmedewerker patiëntenzorg Stan De Smet:
“Het vergt een inspanning, vooral wat de planning
vooraf betreft. Alles moet veel structureler
worden aangepakt. Met als resultaat een helder
en overzichtelijk dossier, dat op elk
moment een mooie stand van zaken geeft.”
Ouderenzorg
Een healing environment in het woonzorgcentrum
“Een aangepaste omgeving kan
bewoners met dementie tot rust brengen”
Welke invloed hebben geuren, kleuren, geluiden en
verlichting op de bewoners en de medewerkers van een
zorgvoorziening? Algemeen directeur Mieke Van Acker
van wzc Sint Vincentius in Meulebeke wil de principes van
healing environment alvast ook in het woonzorgcentrum
introduceren. “Er bestaat ondertussen voldoende
wetenschappelijke literatuur om evidence based aan de
slag te gaan”, vertelt ze.
Wzc Sint Vincentius Meulebeke maakt
deel uit van woonzorggroep GVO. Bij het
woonzorgcentrum hoort een afdeling
kortverblijf en een dagverzorgingscentrum. Andere accenten zijn een Infopunt
Dementie en een programma ReActivatie. Een Infopunt Zingeving en Levensvragen is in voorbereiding. Tegen 2020
wil wzc Sint Vincentius een nieuwbouw
betrekken. Tot het zover is, worden op de
huidige locatie volop de mogelijkheden
van een healing environment onderzocht.
“Ik heb voor het eerst met het concept
healing environment kennisgemaakt als
zorgcoördinator van wzc Sint Vincentius
in Kortrijk”, vertelt Mieke Van Acker. “We
hadden een project lopen in samenwerking met de Koning Boudewijnstichting.
Toen ik vier jaar geleden algemeen
directeur werd in wzc Sint Vincentius
in Meulebeke, heb ik ook hier de eerste
stappen in die richting gezet. Oorspronkelijk komt het concept uit de ziekenhuiswereld, waar een ‘helende omge-
ving’ al langer aanvaard wordt als een
element in het genezingsproces. Diverse aspecten spelen mee, met een grote
nadruk op het zintuiglijke.”
“Kleur is één aspect. Het is bewezen dat
een paarse kleur leidt tot minder smaak
bij het eten. Onderzoekers gaan ervan uit
dat de oorsprong hiervan te vinden is in
de natuur, waar paars dikwijls op de aanwezigheid van giftige stoffen wijst. Geel
daarentegen trekt aan en stoot ook vlug
weer af. Rood werkt dan weer activerend,
waardoor het eten beter smaakt. Het is
geen toeval dat het logo van McDonalds
geel en rood is: een lekkere smaak en
vlug binnen en terug buiten. Blauw is
rustgevend. In overleg met een kleurenpsycholoog hebben we onze afdeling
dementie daarom een blauwe kleur gegeven. Het meest aangename en veilige
gevoel krijgen we van de kleuren van de
open savanne: aardekleurig, een beetje
groen, een open blauwe hemel en een
oranje zon. Niet toevallig de kleuren
van de Teletubbies! Voor het woonzorg­
zorgwijzer | 20
centrum leren we eruit dat de vloer altijd
donkerder moet zijn dan de muren en de
muren donkerder dan het plafond.”
Lekker geurtje
“Ook geuren worden meer en meer gebruikt. Op onverwachte plaatsen zelfs,
zoals in de auto-industrie om nieuwe
wagens beter te verkopen. In de ouderenzorg kennen we al de aromatherapieën, maar gaandeweg zullen geuren ook elders bewust geïntroduceerd
worden. Afhankelijk van de functie van
een ruimte kunnen we de kleur en de
geur bepalen. Het is niet altijd simpel.
Lavendel in het onthaal kan goed werken, maar sommige mensen krijgen er
hoofdpijn van. Soms zal het volstaan om
aanwezige geuren te neutraliseren.”
“De verlichting is een ander element.
Kiezen we voor geel licht of wit licht?
Het witte ochtendlicht heeft een positief
effect. ’s Avonds mag het licht wat geler schijnen, wat ons bioritme ten goede
komt. De verlichting moet met andere
woorden zo veel mogelijk op maat gerealiseerd worden. Iemand van 65 jaar
heeft tot drie keer meer licht nodig.
Daarom kunnen oudere mensen vaak
niet lezen – iets meer licht kan soms al
een oplossing bieden! Ook het sundowningsyndroom, waardoor mensen met
dementie na 16u wat onrustiger worden, kan met aangepaste verlichting afgezwakt worden. Het samenwerkings-
Mieke Van Acker:
“Iemand van 65 jaar
heeft tot drie keer
meer licht nodig.
Daarom kunnen
oudere mensen vaak
niet lezen – iets meer
licht kan soms al een
oplossing bieden!”
21 | april 2014
project Cura-B dat de regionale zorgeconomie wil versterken, koos ‘Doordacht gebruik van licht bij personen met
dementie in een residentiële setting’
als een pilootproject. Zo konden we in
samenwerking met Hogeschool VIVES,
Resoc Midden West-Vlaanderen, de
Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij
West-Vlaanderen en het verlichtings­
bedrijf Tronixx onze bestaande verlichting analyseren. Niet alleen ten behoeve
van de bewoners, maar ook voor onze
medewerkers en bezoekers. Uit de analyse bleek dat de intensiteit van de verlichting over het algemeen te laag lag.”
Prikkels
“Zeker voor mensen met dementie is de
invloed van de omgeving heel groot”, vertelt Mieke Van Acker. “Externe prikkels
sturen mee het gedrag. Als de cognitieve vermogens aangetast zijn, werken die
prikkels nog sterker door. Bij mensen
met dementie kun je twee groepen onderscheiden. Je hebt ‘zen-dementie’ en
‘prikkelzoekende dementie’. Mensen met
‘zen-dementie’ worden onrustig door te
veel prikkels. Zij hebben nood aan een
rustige ruimte met een monotoon geluid
of beeld, bijvoorbeeld een fonteintje met
het geluid van stromend water. Personen
met ‘prikkelzoekende dementie’ daarentegen hebben nood aan prikkels. Zijn die
onvoldoende aanwezig, dan gaan ze zelf
lawaai maken door met de handen op tafel te kloppen of te roepen. Vaak wijst dat
Zes doelstellingen voor een healing environment in wzc Sint Vincentius Meulebeke
1.De levenskwaliteit en de tevredenheid bij
ouderen met dementie en hun omgeving
verhogen.
2.Preventie van gedrags- en psychologische
symptomen bij ouderen met dementie. Als
die symptomen toch optreden, ze eerst proberen op te lossen met omgevingszorg in
plaats van medicatie toe te dienen.
3.Grotere tevredenheid bij bezoekers: aan de
zorg voor het interieur ken je de organisatie.
4.Meer arbeidstevredenheid bij de medewerkers door een aangenamere werkplek en
minder gedrags- en psychologische symptomen.
5.Deskundigheidsbevordering van medewerkers in de zorg: verpleegkundigen, zorgkundigen, animatoren en paramedici.
6.
Voorbeeldfunctie: goede praktijkvoorbeelden over dementie en healing environment
delen met andere organisaties, studenten…
gedrag op een tekort aan prikkels. Het
komt er dan op aan om te proberen in te
spelen op het leven en de interesses van
de individuele bewoner. Iemand die altijd
graag tijdschriften en kranten las, kan tot
rust komen met magazines om in te bladeren. Iedereen heeft behoefte aan prikkels, maar niet in dezelfde mate. Het vergt
aandacht om hierop gepast in te spelen.”
“Het is een van de redenen waarom we
in het woonzorgcentrum in de mate van
het mogelijke huisdieren toelaten”, zegt
Mieke Van Acker. “Buiten zijn we een belevingstuin voor mensen met dementie aan
het ontwikkelen. Maar ook binnen kunnen
huisdieren bewoners opvrolijken of rustig
stemmen. Dwergkonijntjes, bijvoorbeeld.”
Nieuwbouw
Wzc Sint Vincentius heeft een goedgekeurd zorgstrategisch plan voor een
totaal nieuw woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf en dagverzorgingscentrum op een locatie vlakbij. “Dit
jaar dienen wij ons financieel-technisch
plan in”, zegt Mieke Van Acker. “Tegen
2020 zou de nieuwe infrastructuur klaar
moeten zijn. Dat geeft ons de gelegenheid om op de huidige locatie nog wat te
experimenteren met kleuren, verlichting en geuren, zodat we voor de nieuwbouw meteen met een goed uitgekiend
plan kunnen starten.”
“De bewoners, de medewerkers en
de bezoekers reageren alvast positief.
Vroeger was alles in een egale gelige
kleur. Nu vind je groene, oranje, rode,
bruine en blauwe accenten. Ook de bewegwijzering hebben we aangepast,
net als de namen van de afdelingen en
de leefruimtes. We spreken niet langer
over ‘de leefruimte van ’t gelijkvloers’,
maar over ‘De Veranda’. De ‘afdelingen
0, 1, 2 en 3’, zijn nu ‘De Plaetse’, ‘De Jager’, ‘De Zeester’ en ‘’t Hooghe’. Afdelingen worden woonwijken met namen
die bekend in de oren klinken. Dat is
veel huiselijker en het geeft de bewoners een herkenbaar dorpsgevoel. In
de nieuwbouw willen we het kapsalon
bijvoorbeeld een etalage geven, zoals in
het straatbeeld. Alles heeft een invloed.
Wist je dat een plantje op je bureau tot
15% meer productiviteit kan leiden?
Evidence based aangetoond, jawel. Hierover bestaat ondertussen voldoende
wetenschappelijke literatuur. Bovendien
kost het weinig meer en is het resultaat
direct zichtbaar. En bij de medewerkers
brengt het nadenken over huiselijkheid
en healing environment een positieve
dynamiek op gang. Ze leren dingen in
vraag te stellen en te experimenteren”,
besluit Mieke Van Acker.
ethiek
De ethiek van Lambik
“De bewoners moeten centraal
staan, niet de procedures”
In hun boek ‘Gekkenwerk – kleine ondeugden voor zorgdragers’ ontwikkelen
zorgethici Linus Vanlaere en Roger
Burggraeve ‘de ethiek van Lambik’.
Geen hooggegrepen en onhaalbare
idealen die alleen tot frustratie leiden, maar een menselijke en realistische zorgethiek met beide voeten op
de grond. Een ethiek waarin de zorgrelatie centraal staat en ‘de kleine
goedheid’ de nodige ruimte krijgt. Een
gesprek met Linus Vanlaere.
“Het idee voor het boek is ontstaan uit
mijn ervaringen in de woonzorgcentra
van woonzorggroep GVO”, vertelt Linus
Vanlaere. “Ik ben er acht jaar aan het
werk als zorgethicus. Ik merk elke dag
dat de term ‘ethicus’ bij veel mensen
vooral associaties oproept met normen
en eisen. Alsof ethiek de mensen erop
wil wijzen dat ze het niet goed genoeg
doen, dat het steeds beter moet. Ethiek
wordt dan beschouwd als een streven
naar hoogstaande idealen. Dat is niet de
ethiek waarvoor ik sta. Mensen worden
moe van dat soort ethiek. Het lijkt wel
of je nooit goed genoeg kunt doen. Moral
distress is het gevolg. Veel zorgmedewerkers krijgen zo het gevoel dat ze niet
ethisch bezig zijn. Sommige mensen
halen dan maar de schouders op en
verzeilen in onverschilligheid, als over­
levingsstrategie. Ze zien hun werk
louter nog als een 9-to-5 job. Andere
mensen lijden eronder en komen in een
burn-out terecht. De jongste jaren wordt
het almaar erger. Het heeft te maken
met het kwaliteitsdenken en de toe­
genomen mondigheid van bewoners en
familie, beide op zich heel positief, maar
het leidt tot meer druk en tot de neiging
om nog meer procedures te ontwikkelen. Ik ben op zich niet tegen procedures, maar ze mogen niet leiden tot een
louter ‘procedurele ethiek’: ‘volg je dit
stappenplan, dan kom je als vanzelf bij
goede zorg uit’. Je kunt niet elke vorm
van goede zorg in een procedure vertalen. Het zoeken naar goede zorg moet
centraal staan, niet de procedures.”
Mal à l’aise
“Co-auteur Roger Burggraeve van de
KU Leuven onderscheidt vier kenmerken van zorgethiek, die ons terugleiden
naar de basis. Kenmerk één is dat elke
zorgethiek begint met wat Levinas een
mal à l’aise noemt, een ongemakkelijk
gevoel. Niet met een rationele reflectie
dus, maar met een gevoel. Zoals wanneer een zorgkundige de kamer van een
bewoner binnengaat met een gevoel van
weerzin voor die man in zijn bed. Of als
een Korsakov-patiënt jou het bloed van
onder de nagels haalt, maar fixatie indruist tegen jouw principes – wat doe je
dan? Met dat gevoel van verwarring begint de zorgethiek.”
“Bovendien gaat zorgethiek niet zozeer
over het ideaalbeeld, maar vooral over
het proces van het zoeken naar wat
haalbaar is in een bepaalde context.
Het ideale is niet van deze wereld, we
moeten ons richten op wat Paul Ricoeur
‘het meest menselijk haalbare’ noemde.
Roger Burggraeve had hiervoor een
mooi voorbeeld van iemand die tegen
zijn vriend zei: ‘Braaf zijn vanavond! En
als dat niet lukt, wees dan voorzichtig!’
Dat is ethiek: het meest haalbare nastreven als het ideaal te veraf is.”
“Een derde kenmerk van ethiek is dat ze
mensen aanmoedigt in plaats van alleen
op de tekortkomingen te wijzen. Als je
studenten met eisen van idealen opzadelt, dan gooien ze soms meteen het
hele ethische streven overboord wanneer die idealen al te veeleisend blijken.
Neen, dan leggen we beter de klemtoon
op het goede. En op de dagelijkse goedheid, zoals iemand een goeiedag toewensen. Daarmee begint de ethiek.”
“En zo komen we tot het vierde en laatste kenmerk van zorgethiek: we hebben
niets aan een ‘ethische heroïek’. Mensen zijn geen volmaakte helden. Mensen
zijn feilbaar en faalbaar. Dat is het vertrekpunt. Zoals Roger Burggraeve het
stelt: ‘Wie het onderste uit de kan wil,
krijgt het deksel op de neus.’ Net omdat
we feilbaar en faalbaar zijn, kunnen we
geraakt worden door het ethisch appel.
Als we volmaakt zouden zijn, zouden we
niet open kunnen staan voor de kwetsbaarheid van een psychiatrische patiënt.
Onze eigen kwetsbaarheid stelt ons in
staat om voldoende goede zorg te verlenen. Onze eigen feilbaarheid brengt ons
dichter bij de patiënt of de bewoner”,
zegt Linus Vanlaere.
Twijfel
“In het boek Gekkenwerk kiezen we
bewust voor een toegankelijke taal en
niet voor grote theorieën. We zoeken
de herkenbaarheid. En die vinden we in
de figuur van Lambik. Lambik is ijdel,
koppig, lichtgeraakt, een egoïst ook...,
maar hij is ook de eerste om emotioneel
geraakt te worden en in de weer te zijn
voor de ander. We blijven in het boek
dicht bij de ervaringen van mensen, zoals we ze soms ook in romans vinden. Zo
ontmoeten we in Herman Kochs roman
Zomerhuis met zwembad een huisarts
die met grote weerzin denkt aan de ongewassen lijven van sommige patiënten.
Maar de huisarts blijft vriendelijk, ook al
is dat hypocriet. Zorgethiek is een zoekproces. Het is niet altijd duidelijk wat het
goede is. In één context zijn vaak meerdere keuzes mogelijk. Ethiek is ‘wankelmoedig’, zoals Rik Torfs het uitdrukt. De
twijfel, de ambiguïteit maakt wezenlijk
deel uit van de ethiek. Soms is het gewoon niet het gepaste moment om ‘de
waarheid’ te zeggen.”
“We vertrekken in het boek van herkenbare ondeugden die zich in zorgsituaties
voordoen. Antipathie of spontane weerzin voor een bewoner of een patiënt is
iets wat we moeilijk erkennen bij onszelf, maar het bestaat wel. Ook luiheid
en traagheid zijn ons soms niet vreemd.
Met een dubbele dimensie bovendien:
door zelf even op adem te komen en wat
meer tijd te nemen voor een praatje met
zorgwijzer | 22
een bewoner, doen we tegelijk goed. Af
en toe is het ook nodig om schijnheilig
te zijn. Je kunt je niet zes keer per dag
honderd procent inleven en meeleven
met een bewoner. Daar zouden we zelf
kapot aan gaan. Uit zelfzorg doen we
soms alsof. Dat hoeft niet verkeerd te
zijn.”
“Wat telt, is de zorgrelatie. Dat is de
kern, het wezenlijke. Niet ‘ik’ sta centraal, zoals in mindfulness het geval is.
Niet ‘de ander’ staat centraal, zoals in
de veeleisende ethiek. Maar wel ‘de ander en ik’. En die relatie steekt vol paradoxen. Soms is hypocrisie goed, zowel
voor jezelf als voor de ander. Wie altijd
de waarheid spreekt, richt grote schade aan. In de traditionele ethiek staat de
patiënt altijd voorop. Maar het kan best
oké zijn om je ook eens kwaad te maken
als een patiënt onredelijk is. Al moet je
hem of haar natuurlijk niet afblaffen. We
hebben het dikwijls over ‘sympathie’ in
de zorg, maar dat kan ook verwoestend
werken. Soms zorgt een beetje ‘antipathie’ voor een gezonde afstand.”
De kleine goedheid
“Het is voor zorgmedewerkers ook
goed om over dat soort zaken te praten”, vindt Linus Vanlaere. “Hierop mag
geen taboe rusten. Maar het praten erover moet wel gebeuren in een context
van zorgverlening: hoe bieden we de
bewoner voldoende goede zorg, ook al
voelen we enige antipathie of misschien
zelfs weerzin? Wat is haalbaar in een
bepaalde context? Zorgmedewerkers
kunnen elkaar daarin helpen. Het mag
niet bij vrijblijvende commentaar op
bewoners blijven, anders dreigt een
roddelcultuur te ontstaan en wordt de
patiënt of de bewoner opzijgeschoven.
De zorgrelatie moet centraal blijven.
Daarom hebben we het in het boek ook
over ondeugden: het blijven ondeugden
en de mal à l'aise die ze veroorzaken,
moet blijven.”
“Ik heb op het boek al veel positieve
reacties gekregen van zorgmedewerkers, maar af en toe ook een bezorgde
vraag: is dit niet een verkeerd signaal?
Sommige mensen vrezen dat we het
ideaal overboord gooien. Dat doen we
helemaal niet. We willen alleen niet
dat het ideaalbeeld verlammend werkt.
Ik geloof in ‘de kleine goedheid’ van
Levinas. In het laatste hoofdstuk gaan
we dieper in op ongehoorzaamheid.
Wel, die is soms absoluut nodig. We
organiseren de zorg zo goed mogelijk,
maar je kunt onmogelijk alles vooraf
23 | april 2014
strikt gaan organiseren. Zorgmedewerkers zijn individuen en hebben een
individueel geweten. Zij merken tranen op die het management niet kan
opmerken. We moeten het systeem en
de organisatie altijd durven in vraag te
stellen op basis van het appel dat mensen op ons doen. Hiervoor moet ruimte
gelaten worden in organisaties, zodat
ze menselijk blijven. De ‘kleine goedheid’ of de ‘gekke goedheid’ laat zich
niet definiëren of organiseren. Levinas
zelf geeft het voorbeeld van de streling: je neemt er de pijn niet mee weg,
maar heel even zorgt de streling voor
een welgekomen moment; een ‘gekke
goedheid’ ontstaan uit oprechte aandacht”, besluit Linus Vanlaere.
Linus Vanlaere & Roger Burggraeve,
‘Gekkenwerk – kleine ondeugden voor
zorgdragers’, Lannoo Campus, 2013.
Linus Vanlaere: “We moeten het
systeem en de organisatie altijd in vraag
durven te stellen op basis van het appel
dat mensen op ons doen. Hiervoor moet
ruimte gelaten worden in organisaties,
zodat ze menselijk blijven. De ‘kleine
goedheid’ laat zich niet definiëren of
organiseren.”
wetgeving
Beschermingsstatuut meerderjarige wilsonbekwame personen
Nieuwe wet vult leemtes in
en biedt bescherming op maat
Wilsonbekwame meerderjarige mensen krijgen binnenkort een nieuw beschermingsstatuut. Er
wordt voortaan een onderscheid gemaakt tussen vermogensrechten en persoonlijkheidsrechten.
Het nieuwe statuut laat diverse gradaties toe. Een en ander kan een impact hebben op de
zorgvoorzieningen. Zorgnet Vlaanderen organiseert hierover op 5 mei een studiedag in Brussel.
Stafmedewerker Miek Peeters geeft toelichting.
De wet regelt het beschermingsstatuut
van meerderjarigen van wie de gezondheidstoestand hen – al dan niet tijdelijk –
belet om hun belangen waar te nemen.
Voor minderjarigen kan het statuut van
beschermde persoon aangevraagd worden vanaf 17 jaar, zodat er geen vacuüm
ontstaat op het moment dat iemand 18
jaar wordt. En dan zijn er nog de zogenaamde ‘verkwisters’, die uitsluitend bescherming kunnen krijgen over de goederen. Elke betrokkene kan het statuut
aanvragen. Hiervoor is een attest van een
arts nodig, maar het is de vrederechter
die over het statuut beslist.
“De huidige, verouderde wetgeving
maakt een onderscheid tussen het voorlopig bewind, de voogdij, de verlengde
minderjarigheid, de bijstand van een gerechtelijk raadsman en de gerechtelijke
onbekwaamheidsverklaring”, zegt Miek
Peeters. “Die statuten stroken niet meer
met internationale mensenrechten­
verdragen, zoals het VN-verdrag betreffende de rechten van personen met een
handicap. De nieuwe wet, waaraan meer
dan tien jaar gewerkt is, komt tot één
uniform statuut. De wet dateert al van
13 maart 2013 en zou oorspronkelijk van
kracht worden op 1 juni 2014. Er moeten echter nog een aantal uitvoerings­
besluiten gemaakt worden. Minister
Turtelboom spreekt nu van 1 september
2014 als streefdatum.”
“Het nieuwe, eengemaakte beschermingsstatuut of ‘bewind’ bevat twee
krachtlijnen. Ten eerste breidt de bescherming uit tot de persoon. Vroeger
ging het uitsluitend over de vermogensrechten. Over de persoonlijkheidsrech-
ten werd niets gezegd. Daardoor bleven
zorgvoorzieningen soms met vragen
zitten. Een foto van een bewoner met
dementie in je tijdschrift plaatsen: mag
dat? In de praktijk kon niemand daarvoor de toestemming verlenen, ook niet
de bewindvoerder, want die was alleen
bevoegd voor vermogenskwesties. Dat
juridisch vacuüm liet zich op verschillende domeinen voelen. De keuze van de
verblijfplaats is een treffend voorbeeld.
De Wet op de Patiëntenrechten voorziet
weliswaar de mogelijkheid van een ‘vertegenwoordiger van de patiënt’, maar de
keuze voor al dan niet opname in een
woonzorgcentrum valt daar niet volledig onder. Wie beslist in zo’n geval? Het
is goed dat het nieuwe beschermingsstatuut die leemtes invult”, meent Miek
Peeters.
Bescherming op maat
“De tweede krachtlijn is dat de wilsonbekwame persoon bescherming op maat
krijgt. Elk persoon wordt als een volwaardig lid van de samenleving gezien,
met alle rechten en plichten. We moeten
altijd vertrekken vanuit de mogelijkheden van de persoon. Sociale integratie,
participatie, autonomie en zelfontplooiing zijn cruciale aandachtspunten. De
nieuwe wet zoekt een evenwicht tussen
de autonomie en de eigen keuzes van de
persoon enerzijds en de nood aan bescherming anderzijds. Aangezien er een
enorme diversiteit bestaat aan stoornissen die een impact hebben op de bekwaamheid, moet dit evenwicht voor elke
situatie afzonderlijk gezocht worden. Ook
de context en het sociale netwerk van de
persoon worden mee in rekening geno-
men. De vrederechter beslist in welke
mate iemand bescherming nodig heeft.
Alleen de beslissingsbevoegdheden die
de persoon zelf niet meer kan opnemen
worden overgedragen. Hiervoor wordt
een checklist opgemaakt, die in een
Koninklijk Besluit zal worden opgenomen. Geen zwart-witverhaal meer dus,
maar een statuut met gradaties en nuances. Behoudens uitzonderingen, die per
KB zullen worden vastgelegd, moet elke
twee jaar het beschermingsstatuut herbekeken worden. Bij iemand met vroegdementie kunnen de cognitieve vermogens in twee jaar tijd fel achteruitgegaan
zijn, maar iemand met een psychische
problematiek kan twee jaar later aan de
beterhand zijn. De tweejaarlijkse evaluatie laat maatwerk toe in de tijd. Een uitzondering kan bestaan in situaties waar
geen grote wijzigingen te verwachten
vallen, bijvoorbeeld bij mensen met een
blijvende mentale beperking.”
“In principe zal de vrederechter één bewindvoerder aanstellen, die zowel voor
het vermogen als voor de persoon optreedt. Dat hoeft echter niet altijd zo te
zijn. Voor het vermogen kunnen bovendien meerdere bewindvoerders worden
aangeduid. Voor de persoon kan er maar
één bewindvoerder zijn, behalve als beide
ouders aangesteld worden. In geen enkel
geval kan iemand van een zorgvoorziening bewindvoerder zijn voor een persoon die er verblijft. Dat was vroeger ook
al het geval.”
“Naast de bewindvoerder is er ook de
vertrouwenspersoon. Die heeft een belangrijke taak en houdt als het ware mee
een oogje in het zeil. Ook een medewer-
zorgwijzer | 24
Impact op de zorginstellingen
Het nieuwe statuut voor wilsonbekwame meerderjarige personen zal ook een
impact hebben op de zorgvoorzieningen.
In vogelvlucht enkele belangrijke aandachtspunten.
Artsen die aan een zorgvoorziening verbonden zijn waar de te beschermen persoon verblijft, kunnen het geneeskundig
verslag bij de aanvraag tot bewindvoering niet opmaken.
De leemte in de persoonlijkheidsrechten wordt met de nieuwe wet ingevuld.
Dat slaat bijvoorbeeld op het recht van
afbeelding, maar ook op belangrijkere
keuzes, zoals die van al dan niet opname
in een woonzorgcentrum.
De nieuwe wet doet de vrederechter
meer dan vroeger het sociale netwerk
consulteren. Hieronder kan ook het personeel van zorgvoorzieningen vallen.
Wie verbonden is aan een zorgvoorziening kan niet optreden als bewindvoerder noch als lasthebber. In principe wel
als vertrouwenspersoon.
ker van een zorgvoorziening kan in principe als vertrouwenspersoon optreden.
Het is nog maar de vraag of dat een goed
idee is.”
“Met de studiedag willen we onze voorzieningen informeren”, zegt Miek Peeters. “De sprekers zijn experten op hun
terrein. Luc Goutry mag gerust de vader
van de nieuwe wet genoemd worden.
Tim Wuyts hield mee de pen vast bij het
schrijven. Prof. Herman Nys bespreekt
de gezondheidsrechtelijke aspecten en
vrederechter Walter Niewold spreekt
vanuit zijn ervaringen. Leden kunnen mij
hun vragen vooraf bezorgen, dan zorgen
wij ervoor dat zij op de studiedag een
antwoord krijgen.”
Meer informatie bij Miek Peeters op
[email protected]
Opnameovereenkomsten hebben een
vermogensrechtelijk aspect én een persoonsrechtelijk aspect. Dat betekent dat
beide bewindvoerders betrokken zullen
moeten worden, al kan dat in de praktijk
één persoon zijn.
Als in het kader van de patiëntenrechten
geen vertegenwoordiger is aangeduid,
zal in de eerste plaats de bewindvoerder
over de persoon geconsulteerd moeten
worden. Het blijft de arts die in het concreet geval beslist of iemand in staat is
om zijn patiëntenrechten uit te oefenen
en dit los van het al dan niet bestaan van
een beschermingsstatuut.
Er komt een overgangsregeling die bestaande statuten automatisch laat overgaan naar het nieuwe bewindstatuut
inzake goederen. Toch zal in veel gevallen een vernieuwing van het statuut
aangevraagd moeten worden om ook de
persoonlijkheidsrechten te betrekken.
Studiedag voor zorgvoorzieningen
Programma
09u00: Ontvangst met koffie
09:40: Voorwoord
Peter Degadt, gedelegeerd bestuurder Zorgnet Vlaanderen
09:45: De geest van de wet
Dhr. Luc Goutry, gewezen parlementslid
10u15: De inhoud van de wet - algemeen
Dhr. Tim Wuyts, medewerker kamerfractie CD&V
12u00: Lunchpauze
13u15: De inhoud van de wet - gezondheidsrechtelijke aspecten
Prof. Herman Nys, gewoon hoogleraar medisch recht KU Leuven
13u45: De praktijk van de wet
Dhr. Walter Niewold, vrederechter Hasselt
14u15: Koffiepauze
14u45: Panel met vraagstelling
15u45: Afsluitende beschouwingen
Miek Peeters, stafmedewerker Zorgnet Vlaanderen
16u00: Einde
Praktische informatie
5 mei 2014
Husa President Hotel Brussel
Koning Albert II laan 44
1000 Brussel
Leden Zorgnet Vlaanderen, ICURO en Vlaams Welzijnsverbond: 100 euro
Niet-leden: 130 euro
25 | april 2014
wetgeving
Interview vrederechter Walter Niewold
“Ik voel me niet alleen vrede­
rechter, maar ook dikwijls maatschappelijk werker en soms zelfs pastoor”
Vrederechter Walter Niewold uit Hasselt is elke dag bezig met
het beschermingsstatuut van meerderjarige wilsonbekwame
personen. Vanuit die rijke ervaring neemt hij deel aan de studiedag
van Zorgnet Vlaanderen op 5 mei. Wij gingen alvast even bij hem
langs voor wat meer tekst en uitleg.
“Ik ben elke dag bezig met deze materie en dat mag je letterlijk nemen”,
zegt Walter Niewold. “De nieuwe wet
beschouw ik als een ware revolutie,
een totale innovatie. Al blijft het een erg
complexe materie. Voor het eerst komt
er een wet die van toepassing is op alle
meerderjarige wilsonbekwame mensen.
Bovendien staat voortaan de autonomie
van elke persoon centraal; bescherming
wordt alleen geboden waar nodig. Dat is
voor alle betrokkenen een ommekeer.
Voor de vrederechter betekent het dat
hij heel wat elementen zal moeten ‘afpunten’ om te bepalen wat iemand nog
wel en wat hij niet meer kan. Het vertrekpunt is de bekwaamheid.”
“Ook nieuw is het gewicht dat gegeven
wordt aan de ‘buitengerechtelijke lastgeving’. Iedereen kan bij notariële akte
een lasthebber aanduiden die zijn goederen en vermogen zal beheren zodra
hij het zelf niet meer kan. Als het eenmaal zover is, kan de lasthebber de erkenning van de lastgeving vragen. Let
wel, het gaat alleen over vermogensbeheer, niet over beslissingen die de persoon zelf betreffen.”
“De bewindvoerder wordt aangesteld
door de vrederechter. In sommige gevallen krijgt de bewindvoerder de opdracht
de meerderjarige wilsonbekwame persoon te vertegenwoordigen, maar zijn
rol kan ook beperkt worden tot bijstand
verlenen. Dat onderscheid onderstreept
de autonomie van de persoon. Als iemand zwaar dement is en zijn eigen
kinderen niet meer herkent, zal een vertegenwoordiging nodig zijn. Maar in het
geval van een lichte mentale beperking
kan bijstand volstaan. Op die manier
wordt een statuut op maat mogelijk.”
Maatschappelijke nood
“De nieuwe wet beantwoordt aan een
maatschappelijke nood. Ik heb veel waardering voor het werk van Luc Goutry.
Over de taalgrenzen heen is hij erin
geslaagd een consensus tot stand te
brengen, wat niet evident is. Het is een
delicaat maatschappelijk probleem. Het
gaat over de autonomie en de vrijheid
van het individu enerzijds en de nood
aan bescherming anderzijds.”
“Deze vragen stellen zich meer en meer.
Dat heeft te maken met de veroudering
van de bevolking, maar ook met de groeiende aandacht voor de bescherming van
de meest kwetsbare mensen in onze
samenleving. Het aantal bewindvoeringen stijgt. De zaken worden ook almaar
complexer, parallel met de toenemende complexiteit van onze maatschappij.
Bewindvoering is niet altijd gemakkelijk.
Denk aan iemand met een verstandelijke beperking die tewerkgesteld is en
ook graag eens op café gaat, daarvoor
zakgeld wil en hiervoor aanklopt bij zijn
bewindvoerder. Ook opnieuw samengestelde gezinnen maken het er niet gemakkelijker op. Bovendien wordt vandaag
de babyboomgeneratie een dagje ouder.
Veel van die mensen hebben de gouden
jaren meegemaakt en zijn vermogend.
Nood aan vermogensbescherming is hier
echt nodig. Een alleenstaande met enige
rijkdom die begint te dementeren vormt
een gemakkelijk slachtoffer.”
“Door in de wet plaats te geven aan persoonsgebonden materie, schikt de wetgever zich naar de realiteit. Vandaag al
spreken vrederechters zich uit over een
aantal persoonlijke zaken. Je kan het
vermogensbeheer vaak niet los zien van
het persoonlijke. De zorg over iemand
die nog thuis woont heeft zowel impact
op het vermogen als op de persoon. Ook
de vraag van al dan niet te verhuizen
naar een woonzorgcentrum heeft betrekking op de persoon én op het vermogen. Het is goed dat de wet de persoonlijke belangen expliciet maakt. Zo krijgt
dat aspect de aandacht dat het verdient.”
Sociale netwerk
“Het kader van de wet mag dan klaar
zijn, het is nog wachten op een aantal KB’s. Erg belangrijk voor ons is de
checklist voor de arts en voor de vrederechter. Die zal als leidraad fungeren bij
beslissingen over de mate van bewindvoering. Er komt ook een uniform model
van verzoekschrift, waarin een aantal
aandachtspunten wordt opgenomen.
Eén daarvan is de betrokkenheid van het
sociale netwerk. Let wel, ook dat doen
de meeste vrederechters nu al, ook al is
het stricto sensu niet verplicht. De huidige wet zegt alleen dat bij het aanstellen
van een bewindvoerder de samenwonende familie gehoord moet worden.
De familie in de tweede graad hoeft alleen ‘in kennis gesteld’ te worden. In de
praktijk roep ik altijd de ouders en de
kinderen samen, maar ook de broers en
zussen, net als al wie betrokken is bij de
besluitvorming. Het is belangrijk om te
weten of iedereen op één lijn zit. Als er
geen familiebanden zijn, kan de vrederechter ook een vriend of een vertrouwenspersoon horen. En ja, ik heb ook de
gewoonte om zo veel mogelijk de hulpverleners te betrekken. Maar dat is mijn
keuze. De vrederechter heeft de vrijheid
om inlichtingen in te winnen bij iedereen
die hij wil. Ik ga vaak zelf ter plekke in
het woonzorgcentrum als het om een
zorgwijzer | 26
Walter Niewold: “Een medewerker van een zorgvoorziening kan in principe vertrouwenspersoon
zijn. Het is de vraag of dat altijd wenselijk is. De
voorzieningen moeten daar goed over nadenken.”
bewoner gaat. Dan ga ik ook praten met
de maatschappelijk assistent en eventueel ook de begeleiding. Wat die persoonlijke aanpak betreft, zal de nieuwe wet
niet veel veranderen. Maar het is goed
dat die zaken ook expliciet opgenomen
worden in de nieuwe wet.”
“Eén kritische kanttekening: zullen de
vrederechters voor al die nieuwe taken
ondersteuning krijgen? Niet dat elke vrederechter voortaan een maatschappelijk assistent nodig heeft, maar er komt
wel meer en meer veldwerk bij kijken.
Ik voel me nu soms al niet alleen vrederechter maar dikwijls ook maatschappelijk werker en soms zelfs pastoor”,
lacht Walter Niewold. “In de wet staat
dat wij via de procureur des konings,
door bemiddeling van de bevoegde sociale diensten, alle dienstige inlichtingen
kunnen inwinnen. Wat betekent dat? Dat
is tot op heden op geen enkele manier
uitgewerkt. Misschien is daar een taak
weggelegd voor het Vlaams ministerie
van Welzijn? Dan denk ik meer concreet
aan de reorganisatie van de justitiehuizen die Vlaamse bevoegdheid worden.”
“Niet alleen voor de woonzorgcentra
en de geestelijke gezondheidszorg is
deze materie relevant, ook voor de algemene ziekenhuizen. Stel dat er op
de spoed­gevallendienst een man wordt
opgenomen in comateuze toestand. Hij
is alleenstaand en er is een complexe
familiale toestand. Niemand betaalt de
rekeningen. Niemand bekommert zich
om zijn appartement, zijn inkomen...
Wel, dan is het aan de sociale dienst
om initiatief te nemen. Ik heb met de
ziekenhuizen in mijn kanton een goede
samenwerking op dat gebied.”
Zorgmedewerker als
vertrouwenspersoon?
“De vertrouwenspersoon werd al in 2003
geïntroduceerd, maar krijgt nu meer
aandacht”, zegt Walter Niewold. “De vertrouwenspersoon moet van alles op de
hoogte gesteld worden, hij moet ondersteuning bieden, toezicht houden op de
bewindvoering en waar nodig tussenpersoon zijn, bijvoorbeeld bij een meningsverschil met de bewindvoerder of met
de zorgvoorziening. Wie een band heeft
met een betrokken zorgvoorziening, kan
nooit bewindvoerder zijn, maar eventueel
wel vertrouwenspersoon. Het is natuurlijk de vraag of dat altijd wenselijk is. Ik
laat die vraag open. De voorzieningen
moeten daar goed over nadenken. Een
argument pro is dat iemand zonder fami-
27 | april 2014
liaal netwerk dan kan terugvallen op een
zorgmedewerker die daadwerkelijk een
vertrouwenspersoon is. Wat tegen kan
pleiten, is dat de onafhankelijkheid van
de vertrouwenspersoon onder druk komt
te staan als hij tussenpersoon moet zijn
bij een eventueel geschil met de eigen
zorgvoorziening.”
“Als mensen helemaal zonder netwerk
achterblijven, dan zal de vrederechter een
advocaat als bewindvoerder aanstellen.
Dat gebeurt trouwens vaker. We geven
altijd de voorkeur aan iemand van de
naaste familie, maar het moet iemand
zijn die zich wil engageren en die zowel
administratief als financieel en juridisch
verantwoordelijkheid wil nemen. Zo iemand vind je niet altijd. Ook als er onenigheid heerst in de familie is het soms
aangewezen om een advocaat in te
schakelen als bewindvoerder. Een advocaat heeft het voordeel dat hij aan strikte deontologische regels gebonden is.
Hij kan niet zomaar eender wat doen”,
besluit vrederechter Walter Niewold.
ouderenzorg
Op bezoek in het vernieuwde wzc Mayerhof in Mortsel
“Maximaal inzetten op de
sociale integratie van bewoners”
Op 16 maart deed woonzorgcentrum Mayerhof zijn deuren open voor Dag van de Zorg, vandaag
krijgen we nog eens een privérondleiding in de frisse nieuwbouw. We zien vooral veel licht, veel
groen, veel sociale interactie en veel creativiteit. Een interview met directeur Jean-Pierre
Van hoorickx en een aantal enthousiaste 85-plussers.
“Sinds 2006 zijn we bezig met de bouw”,
vertelt directeur Jean-Pierre Van
hoorickx, “en het is nog niet helemaal
achter de rug. We hebben 140 ROB/RVTbedden met nog 8 bedden in kortverblijf en op dit moment 16 serviceflats.
24 serviceflats zijn nog in aanbouw.” In
het gesprek met de directeur valt op hoe
begeesterd hij is over een aantal zaken,
hoewel hij zelf beweert dat zo intensief
bezig zijn met de bouw niet 100% zijn dada
is: “Ik werk liever aan de organisatie van
het woonzorgcentrum, aan de bewonerstevredenheid, aan kwaliteit.” Nochtans
sijpelen die pijlers heel duidelijk door in
hoe het woonzorgcentrum is opgevat.
Directeur Jean-Pierre Van hoorickx
Neen, geluk met het weer hebben we niet
bij ons bezoek aan woonzorgcentrum
Mayerhof in Mortsel. Na een paar dagen
stralend lenteweer slaat de regen ons
om het hoofd wanneer we de parking
oprijden. Vlak voor de deur parkeren
lukt niet, die plaatsen zijn voorbehouden
voor personen met een beperking en –
dat hadden we nog nooit gezien – voor
80-plussers.
Sint Carolus Mayerhof bestaat al vele
jaren, sinds 1852 om precies te zijn, en
dankt zijn naam aan het Sint Carolus
Oudmannenhuis in Antwerpen en aan de
gefortuneerde Henriëtte Mayer Van Den
Bergh. Zij was verantwoordelijk voor de
eerste sociale wijk van Antwerpen vlakbij het woonzorgcentrum, en later voor
het woonzorgcentrum zelf in zijn prilste
gedaante. Een concrete herinnering aan
dame Henriëtte is de trots van het woonzorgcentrum: het kapelletje uit 1900 dat
volledig gerenoveerd werd en inmiddels
zelfs beschermd goed is geworden. Vanuit de grote ramen van de nieuwbouw
die het daglicht overvloedig binnenlaten
kan je het steeds bewonderen.
De kamers van het woonzorgcentrum
zijn ruim, zoals voorheen. "Daarnaast
hebben we ervoor gekozen om maximaal
in te zetten op de sociale integratie van
de bewoners. Het gebouw telt maar liefst
1.700m² aan gemeenschappelijke ruimtes. Er zijn per verdieping verscheidene
gezellige salonnetjes, ruimtes voor animatie en gymnastiek, bibliotheken, terrasjes… De bewegwijzering is ludiek opgevat. De gemeenschappelijke ruimtes
zijn naar pleinen in Antwerpen genoemd,
de eetruimtes naar wijndruiven.” Op die
manier hoopt de directie de link met ziekenhuizen te vermijden en het huiselijk
gevoel zo veel mogelijk te bewaren.
Personen met dementie
Een op de drie bewoners van Mayerhof
heeft dementie in een gevorderd stadium. “Om aan hun noden tegemoet te komen, zijn we een beetje ingegaan tegen
de algemene gedachte dat je personen
met dementie best op de gelijkvloerse
verdieping herbergt. Bij ons is hun afdeling bewust op de tweede verdieping
geplaatst. Door de hoogte krijg je een
groot ruimtelijk perspectief: je kijkt niet
uit op een parking of een gebouw aan de
overkant. Je ziet meteen veel groen. Er
zijn ook minder prikkels dan op de gelijkvloerse verdieping waar er veel verloop is
van bezoekers. Het plan is opgevat in een
acht-vorm. Gedaan met de lange gangen
en ook met de rondgangen die dwaalgedrag stimuleren. De verschillende salonnetjes en eetruimtes hebben verschillende maar niet al te felle kleuren, zodat de
bewoners makkelijker herkennen waar
ze zijn.”
Catering
Mayerhof meet ook al lang de tevredenheid van zijn bewoners, vroeger via
het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, dit jaar voor het eerst met Bing
Research. “Bij het WIV merkten we dat
we voornamelijk de vergelijking maakten met Waalse en Brusselse woonzorgcentra; bij Bing zit de benchmarking
beter. De voornaamste opmerkingen
gaan over de maaltijden en de animatie,
hoewel de resultaten ook hier goed zijn”,
licht de directeur toe. “Dat zijn natuurlijk
twee thema’s die sterk afhangen van ieders voorkeur. We kochten onlangs een
vleugelpiano aan: sommigen vinden dat
heerlijk. Anderen verkiezen dan weer
een goede schlagerzanger. Tja. Hetzelfde geldt voor de maaltijden: voor de ene
is de soep te zout, voor de andere dan
weer te flets. Daarom hebben we ervoor
gekozen de catering zo veel mogelijk
te personaliseren.” En daarvoor spaarde het woonzorgcentrum kosten noch
moeite: bovenop de koks zijn er nog 17
personen bezig met de catering. “Dat
wordt uiteraard niet gefinancierd door
het forfait en moeten we doorrekenen in
de dagprijs, die inderdaad hoger ligt dan
elders (75 euro). Maar de kwaliteit van
zorg is er wel beter door. Onze verpleegkundigen kunnen zich toeleggen op hun
kerntaak en moeten zich minder bezighouden met de maaltijdzorg.”
zorgwijzer | 28
“Vroeger verbleven we in een serviceflat, maar om
gezondheidsredenen en onze hoge leeftijd zagen we ons
genoodzaakt naar het woonzorgcentrum te komen. Maar
we zijn hier graag. De bediening is vriendelijk, je moet
voor niets zorgen en ze komen regelmatig eens kijken of alles
wel in orde is. We
voelen ons thuis en hebben
nooit de indruk hier ‘tegen ons goesting’ te
zijn. Er is wel wat minder plaats dan thuis, dus je ziet dat we
alles op de tafel moeten leggen. Of we de laptop niet beter in de
kast bewaren? Die hebben we de hele tijd nodig!”
Helena Baerts (89) en Jos Coucheir (88), 64 jaar gehuwd
“De badkamer is nu veel
beter, frisser, mooier
en aangenamer. Ook de
gemeenschappelijke ruimtes zijn
leuk. Ik speel er rummikub
of scrabble met mijn
vriendinnen. In de bibliotheek
ga ik vaak boeken halen, zowel in het
Frans als in het Nederlands, om op
mijn kamer te lezen. Ik ben ook blij
met het licht in mijn kamer
en mijn uitzicht. De laatste tijd
ben ik een eksternest in de gaten aan
het houden: echt heel plezant om die
vogels op en aan te zien vliegen.”
Zonder VIPA
De hoge dagprijs zorgde ervoor dat het
woonzorgcentrum een VIPA-subsidie
misliep bij de bouw. “We hebben het
gebouw nochtans helemaal volgens de
VIPA-normen gezet, ons zorgstrategisch plan was zelfs al goedgekeurd,
maar op het einde haakte het VIPA toch
af. Jammer, want we hadden eigenlijk
gehoopt op die manier de dagprijs te
kunnen drukken. Maar geen rancuneuze gevoelens hoor”, verzekert ons de
directeur. “We hebben gelukkig steeds
een rationeel beleid gevoerd, wat geld
kunnen opzijzetten en zo de bank kunnen overtuigen tot een hypothecaire
29 | april 2014
lening voor 20 jaar. Ze geloven in ons
project”, klinkt het niet zonder trots. “En
VIPA vindt onze bouw duidelijk toch de
moeite waard. Onze duurzame manier
van bouwen interesseerde hen zo sterk
dat ze een energiestudie baseerden op
onder meer onze voorziening. We hebben bijvoorbeeld een e-peil onder de
60 terwijl het VIPA er een onder de 100
vroeg. Een ander goed voorbeeld is onze
balansventilatie type D, waardoor alle
ruimtes voortdurend geventileerd worden. Er hoeft zelfs geen raam meer
opengezet te worden! Een ander punt
waarop we fier zijn is de warmtekrachtkoppelingsinstallatie: we hebben een
gasmotor die onze eigen elektriciteit
maakt. De warmte die hierbij vrijkomt,
zetten we dan weer in voor warm water.”
We sluiten ons gesprek af met een
rondleiding in het woonzorgcentrum. De
directeur heeft niet gelogen. Het woonzorgcentrum baadt in het licht, ondanks
de grijze lucht en de regen. We lopen
langs sprekende foto’s van bewoners
ingekaderd op de frisse muren, een les
gymnastiek voor een groepje ijverige
ouderen, lunchende bewoners en goedlachs personeel. Het is duidelijk: beter
binnen dan buiten!
CZ
debat
Minister,
ik heb ook
iets voor
te stellen
De auteurs van het boek Dokter ik heb ook
iets te zeggen (LannooCampus) zijn niet
van de minsten. Samen vertegenwoordigen zij zowat alle geledingen van de
gezondheidszorg, versterkt met enkele
deskundige journalisten. Het gaat om Jo
De Cock, Inge Vervotte, Louis Ferrant,
Guy Tegenbos, Carine Van Wanseele,
Ilse Weeghmans, Maaike van Overloop,
Paul Van Royen, Dirk Ramaekers, Peter
Degadt, Jan De Lepeleire, Luc Van Gorp,
Hendrik Van Gansbeke, Dirk De Wachter,
Raf De Rycke, Jan De Maeseneer, Ludo
Fret, Herman Nys, Wim Distelmans,
Ri De Ridder, Guy Peeters, Lieven Annemans, Hugo De Ridder en Yvo Nuyens.
De groep pakte zes thema’s aan die als
hefbomen kunnen dienen om het huidige stelsel van de gezondheidszorg
uit zijn oude, vastgeraakte posities op
te tillen naar nieuwe hoogten. Die zes
thema’s zijn:
•participatie;
•gezondheidskloof;
•preventie;
•financiering;
• geestelijke gezondheidszorg;
• het nieuwe werken.
Een overkoepelende kadertekst over keuzes in de zorg zorgt voor de samenhang.
Na de publicatie van Dokter, ik heb
ook iets te zeggen in 2013 besloten
de auteurs van het boek een aantal
thema’s verder te ontwikkelen tot
concrete beleidsaanbevelingen. “De
volgende regeringen moeten echt
een aantal paradigma’s van het
gezondheidsbeleid doen veranderen”,
vinden de auteurs, die zich informeel
hebben omgedoopt tot de 'Kievitgroep'.
Deze teksten en stellingen werden tijdens de voorstelling van het boek van
Lieven Annemans (De prijs van uw gezondheid, LannooCampus) voor het
eerst naar buiten gebracht en ter discussie voorgelegd aan zes politieke prominenten uit zes partijen. Het was de
aftrap van een breder maatschappelijk
debat dat de Kievitgroep tot stand wil
brengen.
•Ziekenhuisfinanciering: tien hervormingen (Dirk Ramaekers en Lieven
Annemans)
• Human resources: het nieuwe werken
(Peter Degadt)
• Geestelijke gezondheidszorg: van psychiatrisering naar vermaatschappelijking (Dirk De Wachter)
• Preventie: naar het Oeso-gemiddelde
(Carine Van Wanseele)
De teksten en stellingen hebben de consensus van alle medewerkende auteurs,
maar elke individuele auteur draagt
slechts de verantwoordelijkheid voor
teksten en stellingen waaraan hij zijn
directe medewerking heeft verleend.
Als externe adviseurs zijn ook Marcel
De Brabanter, Nico De fauw, Werner
Rogiers en Sara Willems betrokken. De
coördinatie gebeurt door Yvo Nuyens en
Guy Tegenbos.
Dat verschillende stemmen zich verenigen, is alvast een verrijking van het
debat. Of zoals Inge Vervotte in haar
tekst schrijft: “In die zin zou je het debat over de keuzes in de zorg kunnen
vergelijken met het analyseren en becommentariëren van een sportwedstrijd. Niet één scheidsrechter maakt
de beslissing, maar elke situatie van
de wedstrijd wordt vanuit verschillende
camerastandpunten belicht. Soms moet
het beeld even stilgezet worden, soms
is herhaling nodig om alle perspectieven in hun onderlinge relatie en context
te zien.”
Op de website van Zorgnet Vlaanderen
vindt u alvast een aantal teksten.
•
Keuzes in de gezondheidszorg:
kiezen én delen (Inge Vervotte)
•Patiëntenrechten en -participatie:
tweede sprong voorwaarts nodig (Guy
Tegenbos en Hendrik Van Gansbeke)
•
Gezondheidskloof:
stijging
moet
daling worden (Jan De Maeseneer)
www.zorgnetvlaanderen.be
(rubriek: publicaties)
zorgwijzer | 30
Studiedag
Intimiteit en
seksualiteit in
de zorg voor
ouderen
Ouderen koesteren – net als jongeren
en mensen van middelbare leeftijd –
seksuele verlangens. Een hogere leeftijd
en de daarmee gepaard gaande gezondheidsproblemen maken dat ouderen hun
seksualiteit soms op een andere manier
beleven of uitdrukken. Wanneer iemand
naar een zorgvoorziening verhuist, betekent het niet noodzakelijk dat er een
einde komt aan de seksuele interesse
van de zorgbehoevende oudere. Toch
kunnen specifieke omgevingsfactoren
het heel moeilijk maken om die interesses ook daadwerkelijk uit te drukken.
Intimiteit en seksualiteit bij geriatrische patiënten/bewoners is en blijft een
gevoelig onderwerp voor veel familie­
leden, hulpverleners en zorgvoorzieningen. De grens tussen toelaatbaar seksueel gedrag en seksueel misbruik lijkt
soms erg dun te zijn, vooral wanneer het
om personen met dementie gaat.
Lieslot Mahieu doet sinds 2010 onder
leiding van professor Chris Gastmans
aan het Centrum voor Biomedische
Ethiek en Recht (KU Leuven) onderzoek
naar het ethisch verantwoord omgaan
met intimiteit en seksualiteit in de zorg
voor ouderen. Op deze studiedag worden vernieuwende inzichten gepresenteerd in combinatie met een praktijk­
gerichte aanpak.
Voor wie?
Iedereen die de zorg voor oudere personen ter harte neemt, zoals directies,
bestuurders, (huis)artsen, verpleegkundigen, zorgkundigen, paramedici, ethici,
juristen, pastores, docenten uit diverse
zorgopleidingen, en leden van commissies voor ethiek in intra- en extramurale
zorgvoorzieningen.
Praktisch
Donderdag 18 september 2014
Campus Gasthuisberg, KU Leuven –
Onderwijs en Navorsing 1
Meer info en inschrijvingen
www.zorgnetvlaanderen.be
(rubriek: onze opleidingen)
Programma
9.15u Onthaal
2. 9.45u Opening
Prof. Chris Gastmans (KU Leuven
& Zorgnet Vlaanderen)
Peter Degadt (Zorgnet Vlaanderen)
10u Hoe denken Vlaamse verpleegkundigen en zorgkundigen over
seksualiteit bij ouderen die in
woonzorgcentra verblijven?
Resultaten van een grootschalige
studie
Drs. Lieslot Mahieu (KU Leuven)
3.
4. 10.45u Pauze
11.15u Parallelsessies A
1.
Grensoverschrijdend seksueel
gedrag tussen zorgverleners en
zorgontvangers: ontwikkelen van
een instellingsbeleid
Nico De fauw (Zorgnet Vlaanderen)
Gust Rector (Psychiatrisch
ziekenhuis Broeders Alexianen,
Tienen)
31 | april 2014
Intimiteit en seksualiteit bij thuiswonende personen met dementie: het perspectief van de familie
via getuigenissen
Hilde Lamers (Vlaamse Alzheimer
Liga vzw)
Intimiteit en seksualiteit bij ouderen in woonzorgcentra: bespreking van enkele casussen
Dr. Linus Vanlaere (GVO, Kortrijk
& sTimul, Moorsele)
Lichamelijkheid en seksualiteit in
de intramurale zorg: uitdagingen
op intercultureel vlak
Prof. Yvonne Denier (Zorgnet
Vlaanderen & KU Leuven)
12.15u Lunch
5.
6.
7. Lichamelijke aanraking in de
zorg: kan men de juiste attitude
leren?
Dr. Katrien Cornette (sTimul,
Lubbeek)
Intimiteit en seksualiteit bij ouderen in woonzorgcentra: perspectief van de huisarts/CRA
Prof. Jan De Lepeleire (KU Leuven)
Jurn Verschraegen (Expertise­
centrum Dementie Vlaanderen vzw)
Intimiteit en seksualiteit bij
ouderen in de intramurale zorg:
perspectief van de psychiater
Dr. An Haekens (Psychiatrisch
ziekenhuis Broeders Alexianen,
Tienen)
13.30u Hoe kunnen we ethisch verantwoord omgaan met intimiteit en
seksualiteit bij personen met
dementie?
Drs. Lieslot Mahieu (KU Leuven)
15.15u Pauze
14.15u Parallelsessies B
16.05uEinde
15.35uOver seks wanneer het niet meer
mag…: seksualiteit bij ouderen
breder gekaderd!?
Prof. Paul Enzlin (IFSW, KU Leuven)
OB57601
De zorgsector en de witte economie zijn volop in beweging.
Z-Healthcare plaatst zorg en innovatie gedurende 30 weken in de kijker.
De nieuwe reeks werpt niet enkel een blik op de technologische evoluties in de sector,
maar toont ook hoe innovatie voor meer comfort, meer levenskwaliteit
en een menselijkere aanpak zorgt.
Z-Healthcare
Elke woensdag op Kanaal Z
24u/24u via digitale tv
In samenwerking met: