META 2014/5

tijdschrift voor
bibliotheek
& archief
2014 | 5
Periodiciteit: Maandelijks • juli 2014 • Afgiftekantoor: Turnhout • Erkenningsnummer: P802070
Archivarissen aan het werk
De geschiedenis van het stadsarchief
van Gent tussen 1817 en 1925
Aan de slag met selectielijsten
Interview met Majo De Saedeleer
Europeana Fashion
Hoe pimp ik mijn Facebookpagina?
VVBAD
omdat informatie belangrijk is
VLAAMSE VERENIGING VOOR
BIBLIOTHEEK, ARCHIEF & DOCUMENTATIE
Statiestraat 179
+32 3 281 44 57
2600 Berchem
[email protected]
www.vvbad.be
editoriaal
VERANTWOORDELUKE UITGEVER
Julie Hendrickx, Statiestraat 179,
2600 Berchem
HOOFDREDACTEUR
E-boeken in de bib:
Stem voor!
Julie Hendrickx • [email protected]
Carol Vanhoutte, Voorzitter sectie Openbare Bibliotheken VVBAD
REDACTIE
Klaartje Brits, Beatrice De Clippeleir,
Gerd De Coster, Ann De Meulemeester,
Ingrid De Pourcq, Noël Geirnaert,
Myriam Lemmens, Kris Michielsen,
Paul Nieuwenhuysen, Veronique Rega,
Peter Rogiest, Saskia Scheltjens, Eva Simon,
Patrick Vanhoucke, Bruno Vermeeren.
Het is zover. Voor het eerst kunnen Vlaamse openbare bibliotheken e-boeken aanbieden aan hun gebruikers. Dat is ongetwijfeld te danken aan het doorzettingsvermogen van Bibnet, dat
er niet alleen in geslaagd is om een zestal uitgevers(groepen)
te overtuigen om in te stappen in het project, maar uiteindelijk
ook Apple ertoe kon bewegen om de e-boekenapp op te nemen in iTunes. Dat
is dan meteen ook de eerste zichtbare toepassing gebaseerd op het Vlaams
e-boekenplatform.
REDACTIESECRETARIS
Tom Van Hoye • [email protected]
REDACTIEADRES
VVBAD • META
Statiestraat 179, 2600 Berchem
Tel. 03 281 44 57
De modaliteiten van het e-lenen zijn inmiddels wel bekend. Er wordt alleen
gewerkt met apps voor tablets en smartphones (Android en Apple). Gebruikers
met een e-reader blijven dus in de kou staan. Bovendien moeten de gebruikers
betalen — 5 euro voor 3 uitleningen. Het aanbod is beperkt tot iets meer dan
400 titels, opgedeeld in fictie en non-fictie, overwegend van Nederlandstalige
auteurs en niet heel recent.
[email protected] • http://www.vvbad.be/meta
Reageer op Twitter: #overmeta
ADVERTENTIES
Marc Engels • [email protected]
LAY-OUT
Marc Engels
DRUK
EVM
META verschijnt 9x per jaar,
niet in januari, juli en augustus.
META is een uitgave van de VVBAD en is
begrepen in het lidmaatschap, maar is ook
Samengevat: e-boeken in de bib is een grote stap vooruit voor de sector, maar
niet meer dan een klein stapje voor de bibliotheekgebruiker. Dat is niet alleen
in Vlaanderen zo. Overal in Europa kampen bibliotheken met gelijkaardige problemen. Het auteursrecht laat momenteel immers niet toe dat bibliotheken zelf
beslissen welke titels ze aankopen en tegen welke voorwaarden en op welke
manier ze deze uitlenen. Voor elke titel afzonderlijk moeten ze onderhandelen
met de rechthebbenden, meestal de uitgevers.
Het auteursrecht is een Europese aangelegenheid. Als bibliotheken echt een
grote sprong voorwaarts willen maken op vlak van ‘e-lenen’, dan is Europese actie
vereist. De voorbije Europese verkiezingen waren dan ook voor het European
Bureau of Library Information and Documentation Associations (Eblida) de aanleiding voor een Europese campagne: ‘The Right to e-Read’. Speerpunt van de
campagne is een online petitie die inmiddels al meer dan 10.000 handtekening­en
verzamelde.
verkrijgbaar als abonnement. Meer informatie
op http://www.vvbad.be/lidmaatschap.
ISSN 2033-639X
Gebruikers stellen vragen over de prijs en over het beperkte aanbod. Terecht.
Vergeet hen niet te vertellen dat dit project er alleen maar gekomen is dankzij
veel moeizame onderhandelingen. De strijd is nog altijd niet gestreden. Verwijs
hen dan ook naar de Europese online petitie. Die loopt nog tot oktober van dit
jaar. Alleen door op Europees niveau onze stem luid te laten klinken, kunnen
we het systeem veranderen. Daarvoor hebben we de steun van onze gebruikers nodig.
> The Right to e-read. Stem voor!
http://petitie.vvbad.be
> Meer informatie en campagnemateriaal vind je op onze website:
http://www.vvbad.be/stemvoor
META 2014 | 5 |
1
inhoud
META 2014/5
Jaargang 90 - juli 2014
vaste rubrieken
1Editoriaal
E-boeken in de bib: Stem voor!
4Nieuws
24Signalement
Bib-lieb
26Etalage
Subwerkgroep Selectielijst Gemeenten
36
27Inzet
Lieve Arnouts
28
De Vraag
Hoe pimp ik mijn facebookpagina?
Ilse Depré
Over de schutting
Europeana Fashion
Dieter Suls
30Trend
Het zadenbibnetwerk zaait zich uit!
37
Het cijfer
37
Het plan
Tim Lerno
31Uitgepakt
OpenRefine – een tool voor
data-cleaning
Alina Saenko
32
Over de schutting
Geheugen Collectief
Veronique Van Humskerke
“De selfie zou een teken zijn van
het narcisme dat alom woedt op
sociale media. Voor bibliotheken
lijkt enige shelfishness me best
gezond.”
35Column
Selfies? Shelfies!
Eva Simon
35Citaat
2
| META 2014 | 5
39Kroniek
• Preserving the knowledge of the past for the digital
future
• VVBAD-studienamiddag leeszaalmedewerkers
• ‘Meten’ en ‘evalueren’ of hoe de relatie tussen
wetenschap en innovatie vorm te geven en
in te vullen
• Jaarafsluiter OKBV
42Terugblik
43Toepassing
44Personalia
45
Zo gehoord
Fleur De Jaeger
46Activiteiten
48Uitzicht
inhoud
Gents stadsarchivaris Victor Fris, de man links op de foto, poseerde in 1924
trots met zijn personeel. Tussen 1817-1925 waren achtereenvolgens zes
stadsarchivarissen verantwoordelijk voor het Gentse stadsarchief. Timo Van
Havere, die een eervolle vermelding kreeg in de Ger Schmookprijs 2014,
beschrijft in zijn artikel hoe de archivarissen elk hun eigen klemtonen legden
in het Gentse stadsarchief. Naast een historische artikel zetten we graag
ook de hedendaagse archiefpraktijk in de kijker: diverse selectielijsten en
geïntegreerd archiefbeheer.
interview
Majo De Saedeleer
14
“Dit zal het geweest zijn. En daar
heb ik vrede mee”
artikels
Aan de slag met selectielijsten
.............. 8
Archivarissen aan het werk
............ 19
Timo Van Havere
8
nieuws
Bibliotheken mogen
games uitlenen
In een arrest van 19 mei 2014 bevestigde het hof van beroep in Gent dat bibliotheken videospellen mogen uitlenen. Volgens het hof zijn games te beschouwen als audiovisuele werken die net zoals andere audiovisuele werken perfect
mogen worden uitgeleend onder de bestaande uitzondering in de Auteurswet
van het openbaar uitleenrecht. Bibliotheken kunnen dus zelf beslissen welke
games ze aanschaffen en uitlenen. Ze hoeven daarvoor geen toestemming te
vragen aan de producenten van videospellen.
Het hof van beroep bevestigde ook dat videogames spelen in de bibliotheken
toegelaten is. Ook hiervoor is de toestemming van de producenten niet vereist.
De zaak startte met een procedure van de Belgian Entertainment Association
(BEA), Sega Benelux en Ubisoft tegen Bibnet, de Vlaamse Vereniging voor
Bibliotheek, Archief & Documentatie (VVBAD) en de openbare bibliotheek van
Kortrijk. De producenten wilden op deze manier het uitlenen van videogames
door openbare bibliotheken verhinderen. Zij waren van mening dat games
gezien moeten worden als software waar een specifiek juridisch regime op
van toepassing zou zijn, waardoor uitlenen onmogelijk zou zijn. In een vonnis
van 30 november 2011 oordeelde de rechtbank van eerste aanleg in Gent dat bibliotheken videospellen wel mogen uitlenen.
Het hof van beroep bevestigde nu deze uitspraak. De producenten kunnen tegen deze uitspraak wel nog een voorziening
in cassatie instellen.
Kunstenorganisaties slaan
handen in elkaar
Muziekbibliothecarissen uit heel de wereld komen naar
Antwerpen
Verenigde Organisaties Beeldkunst
(VOBK) bundelt vanaf nu de krachten met
oKo — Overleg Kunstenorganisaties — om
op deze manier een nog slagkrachtigere
werking te kunnen opzetten. Door deze
krachtenbundeling kunnen de organisaties samen met de gehele culturele sector
hun stem nog luider en duidelijker laten
klinken.
Van 13 tot 18 juli 2014 vindt in Antwerpen het jaarlijkse congres van de
International Association of Music Libraries, Archives and Documentation
Centres (IAML) plaats. Dit congres, dat in 2013 in Wenen plaatsvond en in
2015 in New York zal plaatshebben, is een samenwerking tussen vijf partners:
de bibliotheken van de Conservatoria van Antwerpen, Brussel en Gent, MATRIX
en het Studiecentrum voor Vlaamse Muziek.
Het feit dat het nieuwe kunstendecreet
vooral uitgaat van functies en niet van disciplines, versterkt volgens hen de logica
van een intensere samenwerking binnen
de globale kunstensector, over alle mogelijke disciplines en werkvormen heen.
Er wordt zo een ruim netwerk gecreëerd
van meer dan 200 organisaties uit diverse
disciplines. Samen kunnen de organisaties op maat begeleiding aanbieden rond
zakelijke en juridische aspecten van de
culturele sector en een nieuwe focus
leggen op de arbeidsvoorwaarden voor
organisaties die ressorteren onder het
paritair comité 329.
Alle info over deze plannen en acties kunt
u volgen door u in te schrijven op de
nieuwsbrief op www.overlegkunsten.org.
4 | META 2014 | 5
IAML is de belangrijkste belangenvereniging voor muziekbibliotheken en op
dit eerste IAML-congres in België sinds 1982 worden ca. 250 muziekbibliothecarissen en -archivarissen van over de hele wereld verwacht. Het voorlopige
programma met lezingen over zowel muziekbibliotheken en -archieven, als
eerder musicologische onderwerpen vindt u op www.libraryconservatoryantwerp.be/iaml2014/nl.
Het congres staat ook open voor geïnteresseerden die geen lid van IAML zijn
en studenten jonger dan 27 jaar kunnen het congres bijwonen aan een voordelige prijs. Meer inlichtingen via [email protected]
Aanbevelingen vanuit het Cultureel-erfgoedoverleg
Het Cultureel-erfgoedoverleg schreef in oktober 2013 de belangrijkste noden
en wensen van het erfgoedveld neer in een memorandum. Met de regeringsvorming in het vooruitzicht, heeft het Cultureel-erfgoedoverleg de verkiezingsprogramma’s nu getoetst aan dit memorandum. Een beknopte reactie,
inclusief een aantal aanbevelingen, kunt u nalezen in dit document: http://
tinyurl.com/ceomemorandum
nieuws
Eerste deel boekenveiling De Slegte brengt
40.000 euro op
Het eerste deel van de veiling met antiquarische boeken van De
Slegte, voorheen een van de grootste boekhandels van Nederland
en België, heeft begin juni 40.000 euro opgebracht. Het topstuk
van de veiling, het dertig kilogram zware boek Sumo, bracht 6.500
euro op, aldus veilinghuis Catawiki.
Sumo, een boek met 400 foto’s van fotograaf Helmut Newton, is
het grootste en duurste boek dat ooit seriematig in productie is
genomen. Het is zo zwaar dat het boek een eigen tafeltje heeft dat
speciaal door Philippe Starck is ontworpen. Daarnaast bracht het
fotografieboek Africa van Leni Riefenstahl ruim 1500 euro op, een
eerste Nederlandse uitgave van Grondig onderwys in het behandelen der viool uit 1766 bijna 800 euro en ging een luxe-uitgave
van de gedichten Muziek voor de overtocht van Stefan Hertmans
onder de hamer voor 400 euro.
Het aanbod van De Slegte is bij veel verzamelaars zeer geliefd en dat kon je
goed merken. Er waren zowel veel bieders uit Nederland als uit Vlaanderen.
De Slegte werd in 2013 overgenomen door Polare maar die keten ging in 2014
failliet. De nieuwe eigenaren van De Slegte kochten de antiquarische boeken
op, de meest bijzondere boeken laten ze nu veilen. In totaal zullen er 12 veilingen plaatsvinden via www.catawiki.be/deslegte.
Glasgow School of Art verwoest
Een van de iconische gebouwen uit de
geschiedenis van de art nouveau, de
Glasgow School of Art, is geteisterd door
een brand. De vermaarde bibliotheek van
Charles Rennie Mackintosh is grotendeels
verwoest.
> Bron: Belga
De School of Art is een must see voor wie
Glasgow bezoekt. Mackintosh tekende
het gebouw en ontwierp in zijn ‘arts and
crafts’-stijl het meubilair en de verlichting
van de bibliotheek. In dit totaalontwerp
is elk detail door de maker bedacht. In
2009 riep de Britse architectenorganisatie Riba het uit tot mooiste Britse gebouw
van 1800.
23 mei brak brand uit in de kelderverdieping. De brandweer kon een groot deel
van het gebouw vrijwaren. De vleugel uit
1899, met het Mackintosh-museum, de
meubelgalerij en de archieven, is ongedeerd.
META zoekt weer vakantiefoto’s
Op vakantie en het toch niet kunnen laten om een bibliotheek of archief
te fotograferen? Uw reisgenoten kijken er misschien al niet meer van
op maar wij zijn geïnteresseerd! De redactie van META is ook dit jaar
weer op zoek naar die specifieke vakantiefoto’s.
De schade doet zich voor in de westelijke
vleugel, uit 1919, waar de bibliotheek en
de hoger gelegen studio zo goed als verwoest zijn. Er is al een steunfonds opgericht om de inrichting te reconstrueren.
Volgens de directie zit het genie van de
architect niet in het gebruik van bijzondere materialen, maar in zijn visie.
> Bron: De Standaard
Maakt niet uit wie er mee op de foto staat. Hij mag zelfs getrokken
zijn met je smartphone, als de kwaliteit maar goed is en er een bibliotheek of archief te zien is. Stuur de originele foto (geen facebookfoto’s)
door naar [email protected] met een duidelijke vermelding waar de foto
genomen is. De mooiste en origineelste foto’s verschijnen in het septembernummer van META of op onze Flickr-pagina. We verwachten je
foto’s voor 31 juli.
Prettige vakantie!
Foto: © BBC
Foto: Kristian Karlsson, bewerkt door de redactie.
META 2014 | 5 |
5
nieuws
Meer btw-rommel
Toen op 28 mei 2014 de Federation of European Publishers
(FEP) vernam 1 dat de High Level Expert Group on the
Taxation of the Digital Economy suggereerde dat gelijke producten op gelijke wijze moeten getaxeerd worden aan het
standaard btw-tarief, stuurde de FEP een persbericht 2 uit.
De verbazing druipt van dat persbericht. De Expert Group
raadt aan om af te stappen van het gereduceerd tarief voor
de papieren versie van boeken en kranten om zo tot een
vereenvoudiging van het btw-systeem te komen. In België
zouden we op alle boeken, tijdschriften en kranten, of die op
papier of in elektronisch formaat verschijnen, 21 procent btw
moeten gaan betalen. En dit op een moment dat Frankrijk
en Luxemburg ‘haasje over’ spelen door sinds 1 januari 2012
op alle elektronische literatuur het verlaagde btw-tarief toe
te passen, waarvoor zij door de EU op de vingers getikt worden 3 (waardoor zij op 1 januari 2015 terug overstappen op
het heffen van het standaard btw-tarief).
De FEP benadrukt dat eerdere pogingen om het btw-tarief
op gedrukte boeken te laten stijgen heel snel zichtbaar
waren in de verkoopcijfers, wat desastreuze effecten heeft
en de groei van en de tewerkstelling in de kenniseconomie
remt. De Expert Group beweert dat de btw-inkomsten kunnen ten goede komen van publieke diensten. Dat is uiteraard
zo: “kan” ten goede komen. In ons artikeltje eerder dit jaar
vermeldden we dat een rapport van IPA/PwC uitlegt dat
“een nultarief, zeker in eerste instantie, nadelig is voor de uitgevers: zij worden nu de eindklanten die de btw die betaalden op hun ‘basisproducten’ niet meer kunnen doorrekenen
of recupereren. De uitgevers zullen dan hun boekenprijzen
laten stijgen omdat de btw plots een productiekost wordt.”
Zal, omgekeerd, een verhoging van het btw-tarief dan zorgen voor een verlaging van de prijzen van gedrukte literatuur omdat de uitgevers nu wel de btw die zij op hun basisproducten betaalden kunnen doorrekenen? Op zijn zachtst
uitgedrukt kunnen we hieraan twijfelen.
Bij lezing van het rapport van de Expert Group moet de
Europese Commissie heel goed beseffen waarom al jarenlang de verlaagde btw-voet gehanteerd wordt op gedrukte
vormen van literatuur. Omwille van de positieve effecten op
cultuur, uitwisseling van informatie, ondersteuning van educatie en onderzoek en kortweg ook om een sector die het al
moeilijk heeft te helpen. Het rapport van de Expert Group
wordt hopelijk snel vergeten zodat de Europese Commissie
ernstig werk kan maken van de btw-richtlijn zodat eindelijk
het verlaagde btw-tarief op alle literatuur mag worden toegepast, ongeacht de drager.
Patrick Vanouplines
1 http://www.fep-fee.eu/Allowing-reduced-rates-of-VAT-on
2 http://www.fep-fee.eu/IMG/pdf/press_release-_reduced_vat_on_e_books.
pdf
Nieuwe bibliotheekwet
in Nederland
De Nederlandse Tweede Kamer heeft
het wetsontwerp stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), kortweg de
bibliotheekwet, aangenomen. Na behandeling in de Eerste Kamer zal de bibliotheekwet vanaf 1 januari 2015 van kracht
worden. De bibliotheekwet regelt de digitalisering van de openbare bibliotheek en
zorgt voor structurele financiering daarvan door de overheid.
In deze wet zijn de functies en voorwaarden vastgelegd waaraan een openbare
bibliotheek moet voldoen. De verantwoordelijkheid voor de landelijke digitale bibliotheek wordt bij KB belegd.
Naast deze taak krijgt de KB de zorg
voor de stelselbewaking en -coördinatie
van openbare bibliotheken en de verantwoordelijkheid voor het stelsel van voorzieningen voor mensen met een leeshandicap.
De Vereniging van Openbare Bibliotheken
(VOB) laat in een persbericht weten het
belangrijk te vinden dat deze wet er komt.
“Ondanks dat er geen verplichting voor de
gemeente in de wet is opgenomen om
een bibliotheek te hebben, biedt de wet
aanknopingspunten voor goede en vernieuwende openbare bibliotheken voor
de zes miljoen gebruikers in wijken, dorpen en steden in Nederland. De vijf functies waaraan een openbare bibliotheek
moet voldoen, bieden een goede basis
voor vernieuwing van de bibliotheek en
de maatschappelijke rol die de bibliotheek meer en meer aan het vervullen is.”
Ap de Vries, directeur van de Vereniging
van Openbare Bibliotheken, voegt daar
in eenzelfde persbericht nog aan toe dat
de bibliotheekwet “waarborgt dat de
overheden gezamenlijk verantwoordelijk
zijn voor het netwerk van bibliotheken.
Minister Bussemaker van het ministerie
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(OCW) zei in het debat over de wet dat
ze ervan overtuigd is dat de overheden
die rol niet lichtzinnig nemen. En dat
periodiek overleg tussen de overheden
zoals de wet dit voorschrijft, gevoed
door de bibliotheken, bijdraagt aan een
goed functionerend stelsel van openbare
bibliotheken. De verantwoordelijkheid die
de Koninklijke Bibliotheek hiervoor gaat
dragen schept vertrouwen bij de branche.”
3 Vanouplines (2012). Verlaging btw-tarief in Frankrijk en Luxemburg.
In: META 2012/6, p.5
6
| META 2014 | 5
> Bron: Informatie Professional
nieuws
Unieke objecten en verzamelingen
Eerste Wereldoorlog op Topstukkenlijst
Op initiatief van Vlaams minister van Cultuur wordt de Topstukkenlijst uitgebreid met zes objecten en zeven verzamelingen over de Eerste Wereldoorlog. Daarmee zal de Topstukkenlijst 428 individuele stukken en 45 verzamelingen tellen.
Het Topstukkendecreet regelt de bescherming van cultuurgoederen die omwille van hun uitzonderlijke archeologische,
historische, cultuurhistorische, artistieke of wetenschappelijke betekenis voor de Vlaamse Gemeenschap bewaard moeten blijven.
Dit zijn de zes objecten en zeven verzamelingen die de Topstukkenlijst zullen vervoegen:
• Kaart met integraal traject van de ‘Dodendraad’. Het gaat om de enige in Vlaanderen bewaarde overzichtskaart van
het oostelijke traject van de grensbedrading.
• Het oorlogsdagboek van Virginie Loveling (1836-1923), tante van Cyriel Buysse, is een belangrijke getuigenis van de
oorlogsjaren in Gent en omstreken.
• Oorlogsdagboek 1914-1928: De Oorlog in Dickebusch en omstreken van Achiel Van Walleghem.
• Ultimatum van generaal Max von Boehn voor de overgave van de stad Dendermonde op 4 september 1914. Het ultimatum heeft een belangrijke waarde voor het collectieve geheugen, als getuigenis van de verwoesting van Dendermonde
op 5 september 1914. (zie foto)
• Twee foto’s van de executie van soldaat Aloïs Wulput op 3 juni 1918.
• Schilderij The strafing van Christopher Richard Wynne Nevinson uit 1916.
• Fotocollectie Antony d’Ypres ca. 1893-1940.
• Acht versierde bloemzakken van de Commission for Relief in Belgium, 1914-1917.
• Dossier inzake een enquête van Huib Hoste over de wederopbouw van de Lakenhal in Ieper.
• Fotoarchief Kriegsalbum von Gent.
• Debout les morts. Résurrection infernale, 1917. Zeven houtblokken van Frans Masereel.
• Fotocollectie en plannen ‘Mission Dhuicque’ ca 1915-1919.
• Verzameling “Nalatenschap Lou Tseng-Tsiang: Vredesonderhandelingen Versailles”.
Het ultimatum van generaal Max von Boehn voor de overgave van de stad Dendermonde op 4 september 1914.
META 2014 | 5 |
7
8
| META 2014 | 5
artikel
Aan de slag met selectielijsten
De selectielijst voor OCMW’s
Subwerkgroep selectielijst OCMW
Op 17 augustus 2009 keurde de Algemeen Rijksarchivaris de selectielijst voor
OCMW’s, opgemaakt door de subwerkgroep Selectielijst OCMW’s, goed. Meteen
werden de inleiding en de lijst zelf gepubliceerd op de VVBAD-website (http://www.
vvbad.be/WLOA/OCMWselectielijsten).
De inleiding bevat een aantal praktische tips die moeten helpen om de lijst toe te
passen. Toch komen vanuit de OCMW-administraties nog regelmatig vragen over
het gebruik van de lijst. In dit artikel wordt dieper ingegaan op een aantal concrete
vragen.
De OCMW-selectielijst is niet ingedeeld
volgens dienst of organisatiestructuur,
maar volgt zoveel mogelijk een indeling
volgens taken en functies. Een voorbeeld
kan dit verduidelijken: los van het feit of
juridische dossiers behandeld worden
door de dienst secretarie, door de dienst
financiën of door een afzonderlijke juridische dienst zijn deze dossiers opgenomen in het hoofdstuk ‘juridische zaken’.
Het hoofdstuk ‘algemene categorieën’ is
toegespitst op documenten die bij meerdere functies of taken kunnen voorkomen, zoals bijvoorbeeld inkomende en
uitgaande brieven.
Het afstemmen van deze lijst op de eigen
organisatie is de taak van de archivaris
of de archiefverantwoordelijke van het
OCMW.
Veelgestelde vragen
Als er in de kolom “bestemming” een “B”
staat, hoelang moeten de stukken dan
bewaard worden? 100 jaar?
“B” betekent bewaren: deze documenten
zijn permanent te bewaren en mogen dus
nooit vernietigd worden.
Wat als ik een document niet terugvind
in de selectielijst?
Contacteer daarvoor rechtstreeks het
Rijksarchief en/of neem contact op met
de subwerkgroep Selectielijst OCMW’s.
De subwerkgroep onderzoekt elke vraag,
past indien nodig de selectielijst aan en
legt de bijgewerkte lijst ter goedkeuring
voor aan het Rijksarchief. Na de goedkeuring laat de subwerkgroep de selectielijst
op de website van de VVBAD plaatsen.
De beslissing tot het vernietigen van
archief wordt dus alvast nooit door de
dienst zelf genomen.
Wat valt onder schonen en moet ik daar
ook toestemming voor vragen?
Schonen betekent dubbels, blanco documenten, documentatie en schadelijke elementen zoals paperclips, nietjes of plastic
mapjes uit de dossiers verwijderen. Door
het schonen kan de omvang van dossiers heel sterk verminderen. Het is een
arbeidsintensieve handeling en wordt dus
in principe alleen toegepast op permanent te bewaren dossiers. Voor het schonen van archief is geen toestemming
nodig, want je verwijdert geen unieke
informatie uit de dossiers.
Bijvoorbeeld: De sociale dossiers bevatten vaak veel ‘overtollig’ papier zoals
omslagen van ontvangen brieven, meervoudige afdrukken uit het rijksregister
(alleen recentste bewaren), afdrukken
van e-mails met lage relevantie, prints uit
de sociale databases (info reeds in digitale vorm beschikbaar), blanco contracten, documentatie, enz. Van de bewijzen
van gezinssamenstelling of van verklaringen betreffende bestaansminimum zitten
vaak meerdere exemplaren in een dossier.
Dergelijke stukken uit het dossier verwijderen levert plaatswinst op en maakt het
dossier gemakkelijker raadpleegbaar.
Wij stellen voor om bepaalde documenten met persoonsgegevens te vernietigen, met het oog op de bescherming van
de privacy.
De bescherming van de privacy moet
niet automatisch leiden tot het vernietigen van gegevens. Je moet als organisatie wel kunnen garanderen dat de privacy
beschermd wordt.
Bijvoorbeeld: Steeds meer OCMW’s bewaren de sociale dossiers gecentraliseerd in
plaats van in het kantoor van de maatschappelijk assistent(e). Er is een gesloten ruimte of kast die enkel toegankelijk is
voor de bevoegde personen. Eenmaal het
dossier afgehandeld is, verhuist het naar
een afgesloten archiefbewaarplaats. Het
dossier kan dan nog enkel geraadpleegd
worden door bevoegde personen met
een goede reden, bijv. door maatschappelijk assistenten als de cliënt een paar
jaar later opnieuw bij het OCMW aanklopt.
Moet je nog de toelating tot vernietigen vragen aan het Rijksarchief als je de
selectielijst volgt?
Ja, het Rijksarchief heeft daartoe een procedure voorgeschreven. Bezorg het ingevulde “aanvraagformulier tot machtiging
van vernietiging van archiefbescheiden”
(te vinden op www.arch.be) minstens 30
dagen voor de effectieve vernietiging
aan het Rijksarchief. Het Rijksarchief
bezorgt je dan per mail of met de post
een machtiging. Naast de machtiging
bevat dit document ook een “verklaring
van vernietiging” die ingevuld teruggestuurd moet worden naar de bevoegde
dienst van het Rijksarchief. Als er geen
selectielijst beschikbaar is, dan moet de
aanvraag minstens 60 dagen voor de
geplande vernietiging gebeuren. Houd
er rekening mee dat de selectielijst enkel
betrekking heeft op documenten vanaf
1947. Om documenten te vernietigen die
ouder zijn dan 1947 is toelating eveneens
vereist.
Mag ik de documenten langer bewaren
dan de vermelde termijnen in de selectielijst?
De vernietigingstermijnen in de selectielijst zijn enkel richtinggevend. Het is de
minimale termijn waarna de stukken vernietigd mogen worden. De geadviseerde
vernietigingstermijn sluit een langere
bewaring dus niet uit. Het is de verantwoordelijkheid van de administratie om
erop te letten dat de documenten geen
bewijswaarde of administratief nut meer
hebben en dat er geen stukken vernietigd worden vóór het verstrijken van de
termijnen die opgenomen zijn in de weten regelgeving. Alle vermelde bewaartermijnen gaan in vanaf 1 januari volgend op
META 2014 | 5 |
9
artikel
het jaar waarin het betreffende document
aangemaakt werd, of het dossier afge­
sloten werd.
Bijvoorbeeld: Op vraag van de ontvanger
worden de verantwoordingsstukken bij
de rekening 15 jaar bewaard in plaats van
de voorgestelde 10 jaar in de selectielijst.
De ontvanger stelt dat sporen van hypotheeklichting tot 15 jaar later van belang
kunnen zijn.
Wat betekent de geadviseerde vernietigingstermijn “na einde administratief
nut”?
Soms hangt de vernietigingstermijn te
sterk af van elke lokale situatie om een
algemeen geldend advies te kunnen
geven. De administratie bepaalt dan zelf
hoelang ze het document nodig heeft. Na
het administratief nut en met eerbiediging van de wet- en regelgeving kan het
document weg.
Bijvoorbeeld: De financiële dienst bereidt
de betalingsopdrachten voor, maar voert
deze pas uit nadat ze door de secretaris
bekeken en getekend zijn. Ter herinnering bezorgt de financiële dienst aan de
secretaris een overzicht van de betalingen (omschrijving en bedrag) en vraagt
om te ondertekenen. Na ondertekening
heeft het overzicht geen nut meer.
Heel veel documenten uit de selectielijst
hebben wij enkel digitaal. Hoelang moeten we deze bewaren?
De selectielijst geldt zowel voor documenten op papier als voor digitale
bestanden. Het feit dat bepaalde documenten vanaf een zeker ogenblik digitaal
aangemaakt en opgeslagen zijn, wijzigt
de bestemming en de bewaartermijn niet.
Wissen betekent vernietigen en dit mag
niet zonder toelating. Ook voor het vernietigen van papieren documenten die
gedigitaliseerd zijn, moet toestemming
gevraagd worden aan het Rijksarchief.
Wat moet er verplicht in een dossier zitten?
De selectielijst heeft niet tot doel een
overzicht te geven van de documenten
die verplicht in een dossier aanwezig
moeten zijn. In de kolom “bijkomende
1 0 | META 2014 | 5
De selectielijst voor OCMW’s op de VVBAD-website.
identificatie” worden zoveel mogelijk
documenten vermeld, maar dit is nooit
een volledige opsomming. Daarvoor is
de administratieve praktijk per OCMW
te verschillend. De selectielijst geeft aan
wat kán voorkomen, niet wat móet aanwezig zijn.
en daarbij mogen overheidsdocumenten
nooit in privéhanden terecht komen. Een
gesloten circuit van administratie tot vernietiging is aangewezen. Voor het vernietigen van grote hoeveelheden archief
bestaan er gespecialiseerde firma’s, die
na vernietiging een attest afleveren.
Bepaalde documenten zijn in de loop
der jaren geactualiseerd, gewijzigd, bijgewerkt. Moeten alle versies bewaard
blijven? Enkel de meest recente versie
is toch nog van belang?
Wat nu nog louter administratieve documenten zijn, zijn over honderd jaar misschien essentiële stukken om de geschiedenis van deze periode te begrijpen en
te kunnen bestuderen. “B” betekent: alle
versies bewaren. Als van documenten
enkel de meest recente versie bewaard
moet worden, dan staat dit duidelijk aangegeven in de selectielijst.
Opgelet!
Wij kunnen op basis van de selectielijst veel documenten vernietigen.
Vernietiging met de papierversnipperaar neemt echter veel tijd in beslag. Is
er een andere manier om het archief te
vernietigen?
Elke vernietiging van archief moet vooral
gecontroleerd gebeuren. Archief mag
nooit op straat gezet worden met het
oud papier. Sommige documenten bevatten immers persoonsgevoelige gegevens
Pas de selectielijst niet blindelings toe.
Neem de inleiding volledig door vooraleer de lijst te gebruiken. Bekijk per document alle kolommen van de selectielijst
en wees alert bij opmerkingen in verband met ordeningsmethodes, dubbele
bewaring, bewaarniveau, enz. Controleer
steeds de situatie ter plekke. Gooi nooit
zomaar documenten weg. Vernietig geen
archiefdozen op basis van de opschriften, maar check steeds de inhoud van de
dozen.
Het aanvraagformulier tot machtiging van
vernietiging van archiefbescheiden, terug te vinden
op www.arch.be.
artikel
Selectielijst voor gemeenten. Stand van zaken
Subwerkgroep Selectielijst Gemeenten
In 2009 heeft de Algemeen Rijksarchivaris
een eerste omvangrijk gedeelte — Bestuur
van de gemeente en Interne taken —
goedgekeurd. Bij het verschijnen van dit
artikel zal een nieuwe versie zo goed als
goedgekeurd zijn door het Algemeen
Rijksarchief en binnenkort ter beschikking
staan op http://www.vvbad.be/bericht/
selectielijst-gemeenten
het werkveld en als gevolg van enkele
wetswijzigingen. Van deel drie zijn de
volgende hoofdstukken afgewerkt: 301.
Externe communicatie en openbaarheid; 302. Bevolking, vreemdelingenzaken en burgerlijke stand; 303. Militie;
304. Verkiezingen; 305. Brandweer; 310.
Onroerende goederen; 312. Middelbaar
onderwijs; 314. Sport en toerisme en
Senioren; 315. Erfgoed; 316. Toezicht op
OCMWs en 317. Toezicht op kerkbesturen.
In 2014 bespreken we verder de hoofdstukken: 313. Maatschappelijk welzijn;
307. Volksgezondheid; 308. Leefmilieu;
314. Openbare bibliotheek en cultuur
algemeen; 311. Economie. Voor de volledigheid: het enige hoofdstuk dat op dit
moment nog volledig uitgewerkt moet
worden is 309. Stedenbouw.
In deze nieuwe versie is deel één en deel
twee aangevuld na opmerkingen vanuit
De subwerkgroep bestaat momenteel uit
archivarissen en beleidsmedewerkers van
Sinds april 2005 werkt een subwerkgroep van de werkgroep Lokaal
Overheidsarchief aan een selectielijst
voor het archief van gemeenten. De
basisprincipes zijn dezelfde als die van de
selectielijst voor OCMW’s en je kan er op
dezelfde manier mee aan de slag. Alleen
is de lijst voor gemeenten nog niet volledig afgewerkt.
steden en gemeenten (Brugge, Boechout,
Londerzeel, Turnhout en Kortrijk) die zich
hier vrijwillig voor inzetten, met goedkeuring van hun bestuur. Het Stadsarchief
Antwerpen verzorgt het voorzitterschap,
het Provinciaal Archief West-Vlaanderen
de administratieve ondersteuning. Een
medewerker van het Rijksarchief Hasselt
woont de vergaderingen bij. Verder
werkt deze subwerkgroep onafhankelijk
van andere overheden, zij het dan dat de
selectielijst enkel een advies is en nadien
formeel moet worden goedgekeurd.
Wanneer de Vlaamse overheid en/of het
Algemeen Rijksarchief overeenkomstig
hun bevoegdheid deze taak op zich zullen nemen, zal de subwerkgroep ophouden te bestaan en zal de lijst overgedragen worden.
Selectie in privaatrechtelijke archiefcentra
Subwerkgroep Selectie Privaatrechtelijk Archief
In de herfst van 2012 startte binnen de archiefmedewerkers en voor archiefconwerkgroep Privaatrechtelijk Archief sulenten in hun contacten met archiefvor(WPA) van de VVBAD een subwerk- mers. De inleiding zet aan tot voorzichtiggroep ‘selectie’. Door de specificiteit heid en het registreren van elke ingreep,
van elk organisatie- of persoonsarchief en bevat een verwijzing naar de AMVBDigigids, die zich tot archiefvormers richt.
wordt bij privaatrechtelijke archieven
niet op dezelfde wijze met selectielijsten Tijdens de vergaderingen kwamen ook
gewerkt als bij publiekrechtelijke. Toch andere selectiekwesties aan bod, bijvoorbeeld de omgang met ‘los’ documentair
zijn ze een handzaam instrument. Niet alle
stukken in een organisatiearchief dienen materiaal. Privéarchieven bevatten vaak
immers permanent te worden bewaard. boeken, tijdschriften, grijze literatuur, …
De werkgroep maakte een overzicht van die aansluiten bij het werkterrein of de
interesses van een archiefvormer, maar
de wettelijke bewaartermijnen van veel
voorkomende documenten (bijv. financi- die bij gebrek aan contextinformatie niet
ële verantwoording), met de voorwaar- aan een activiteit van de archiefvormer
kunnen worden gelinkt. Veel centra stelden voor eventuele vernietiging. Om de
lijst ook bruikbaar te maken voor archief- len zich de vraag hoe ze best met die
vormers — die steeds vaker aankloppen ‘hangende eindjes’ omgaan, maar uitgevoor advies — werd ze uitgebreid met schreven richtlijnen zijn zeldzaam. De
typische verenigingsdocumenten waar- facto wordt vertrouwd op het oordeel
voor net wél permanent bewaren geldt. van de archiefmedewerkers — dat vaak
Het resultaat is een beknopt overzicht dat erg uitgesproken is (de ene bewaart hier
als leidraad kan dienen voor (beginnende) zowat alles van, de ander zeer weinig).
Wat een groeiend aantal centra wel
gestructureerd doet, is opslagruimte
besparen door terugkomende reeksen te
groeperen. Het betreft bijvoorbeeld notulen van vergaderingen van een koepelorganisatie die min of meer volledig terugkomen bij lidorganisaties. Steeds vaker
wordt uit deze deelcollecties één reeks
samengesteld en bewaard. Soms zijn er
hierover zelfs afspraken tussen centra.
Vanzelfsprekend vermelden de inventarissen steeds de samenstelling van de
oorspronkelijke reeksen.
De WPA finaliseert momenteel de selectielijst en zal die daarna beschikbaar
maken. De subwerkgroep bleek een
goede manier om resultaatgericht rond
praktijkkwesties te werken. Voor herhaling vatbaar dus.
META 2014 | 5 |
11
artikel
Geïntegreerd archiefbeheer bij het Universiteitsarchief VUB:
Waardering, Acquisitie en Vernietiging van Archieven (WAVA)
Ward Vansteenkiste, Universiteitsarchief VUB
WAVA is een datamodel om alle functies van een archiefdienst op het gebied
van semi-dynamisch archiefbeheer
uit te voeren (geïntegreerd archiefbeheer). Het werd ontwikkeld door
het Universiteitsarchief van de Vrije
Universiteit Brussel (VUB) en geïmplementeerd als een relationele Accessdatabank. WAVA wordt aangewend voor:
• het beheer en het documenteren van
de waardering
• het beheer van de selectielijsten
• het beheer van de overdrachten (acquisitie)
• het beheer van de vernietiging
• het depotbeheer
Een geïntegreerd
archiefbeheer vanuit
selectie en overdracht
Het datamodel is tot stand gekomen tijdens een project in het kader van het
eerste Algemeen Strategisch Plan (ASP 1,
2009-2012) van de VUB. Het doel van
het project was om documenten door
tijdige selectie en vernietiging efficiënter te beheren. De bewaar- en vernietigingstermijnen van series documenten,
gevormd en bijgehouden door de VUBadministratie, werden vastgelegd in selectielijsten. Daardoor beschikt iedere dienst
over een overzicht van alle series documenten die in zijn administratie worden
aangemaakt en/of bijgehouden, met de
respectievelijke bewaartermijnen.
Om de overdracht van (papieren) documenten van de verschillende diensten
aan het Universiteitsarchief te stroomlijnen en om de selectielijsten te implementeren, was het noodzakelijk een nieuwe
overdrachtsprocedure uit te werken. Deze
regeling werd tijdens het begin van het
project opgesteld en langzaam maar
zeker geïmplementeerd. De combinatie
van de selectielijsten en de vernieuwde
overdrachtsregeling vormt de basis van
het geïntegreerd archiefbeheer. Zowel
voor het Universiteitsarchief als voor de
verschillende administratieve diensten
zorgt dit voor een grotere beheersbaarheid en een efficiëntere werking.
gemakkelijk werd verwaarloosd. Door de
selectielijsten en de overdrachtsprocedure kunnen de diensten nu zelf opruimen, sneller overdragen en zo hun ruimtes optimaliseren.
Deze aanpak geeft het Universiteitsarchief
meer mogelijkheden tot planning. Er is
immers op voorhand geweten welke
documenten er (kunnen) binnenkomen
en hoelang deze moeten bewaard worden.
Hierdoor worden overdrachten sneller
verwerkt. Omdat het Universiteitsarchief
weet welke series van vitaal belang zijn,
focust het zich daarop en heeft het meer
tijd om de diensten te overtuigen om die
series ook werkelijk over te dragen.
Tot slot is er (passieve) controle mogelijk. Bij het invullen van de overdrachtslijst (een Excel-sjabloon beschikbaar via
het VUB-intranet) dient de deponerende
dienst gebruik te maken van de selectielijst. Het Universiteitsarchief aanvaardt
immers enkel documenten die op de
selectielijst voorkomen. Staat een serie
niet op de selectielijst, dan wordt deze
in samenspraak met de overdragende
dienst, door het Universiteitsarchief geactualiseerd.
Om dit geïntegreerd archiefbeheer te
kunnen uitvoeren, moest een databank
aangemaakt worden. Deze zou uiteindelijk uitgroeien tot het WAVA-datamodel.
Het datamodel
Voor het WAVA-datamodel werd eerst
het nodige literatuuronderzoek gedaan
om een sterke basis te leggen, maar verder groeide het eigenlijk spontaan en
organisch. Naargelang de noden die zich
voordeden werd de structuur aangepast,
rekening houdend met de geldende standaarden en toekomstige toepassingsmogelijkheden. Zo werden bij de aanvang
van het project enkel de verschillende
series met daaraan gekoppelde bewaartermijnen per archiefvormer opgelijst.
Voor het samenstellen van selectielijsten
was het echter noodzakelijk om de entiteiten en functies als aparte objecten te
beheren.
Er is een beheerscontinuüm ontstaan. Vroeger lag er tussen het beheer Het uiteindelijke datamodel bestaat uit
door de dienst die de documenten drie modules:
produceert, en de overdracht naar • Kernmodule
het Universiteitsarchief een periode • Beheermodule
waarin het beheer van de documenten • Documentatiemodule
1 2 | META 2014 | 5
In de kernmodule worden verschillende
metadata opgeslagen van de series
(documenten), de entiteiten (VUBdiensten) en de functies (taken en handelingen). Dit gebeurt volgens de standaarden ISAD(G), ISAAR(CPF) en ISDF.
Series, entiteiten en functies zijn onderling gekoppeld. Per dienst zijn de verschillende series die worden geproduceerd
of bewaard, in kaart gebracht. Uit al die
series kunnen types worden afgeleid (bijv.
het serietype “algemene correspondentie” bestaat uit de series “inkomende brieven”, “uitgaande post”, “e-mails”, enz.)
Per serie-type is dan een bewaartermijn
en -niveau bepaald. Ten slotte worden de
verschillende taken en handelingen opgelijst waaruit de series van de verschillende
diensten voortvloeien. Op basis van de
drievoudige koppeling (series, entiteiten
en functies) wordt er per dienst een functionele selectielijst gegenereerd.
De kernmodule wordt ondersteund door
een documentatiemodule. Hierin wordt
de argumentatie van de waardering en
de keuze van de bewaartermijnen gedocumenteerd met verwijzingen naar weten regelgeving, literatuur, overleg, enz. Dit
garandeert dat de VUB ook juridisch de
juiste documenten bewaart.
Aan beide modules is er nog een module
depotbeheer toegevoegd. Deze module
faciliteert o.m. de opvolging van overdrachten en vernietiging. Zo zijn overdrachtslijsten van deponerende diensten
makkelijk in de WAVA-databank verwerkbaar. Documenten zijn bijgevolg reeds bij
opname door het Universiteitsarchief ontsloten op serie-niveau. Qua vernietiging
is het mogelijk snel een lijst met te vernietigen documenten (en hun plaatsaanduiding) te genereren.
Toekomst
Momenteel wordt WAVA voornamelijk
gebruikt voor het beheren van papieren archieven. In de toekomst wenst het
Universiteitsarchief ook het digital born
archief op te nemen in WAVA. Daarom
wordt in het kader van een nieuw project omtrent digitale duurzaamheid (ASP
2, 2013-2016), de drievoudige koppeling
(series, entiteiten en functies) van de
kernmodule nog met een vierde koppeling uitgebreid, namelijk een beheersinventaris van de informatiesystemen die
gebruikt worden op de VUB. Doordat
artikel
de informatiesystemen gekoppeld worden aan de series (output), de entiteiten
(users) en de functies (automatisering)
wordt er op die manier een totaalbeeld
van het informatiebeheer aan de VUB
bekomen.
Conclusie
Het Universiteitsarchief heeft met eenvoudige middelen een geïntegreerd archiefbeheer ontwikkeld. Het plukt daar direct
de vruchten van omdat het beheer nu
meer gestroomlijnd is en sneller gebeurt.
Tegelijk heeft het project de consultancyrol van het Universiteitsarchief voor de
archiefvormers bevestigd. Er werd een
duurzame relatie met de verschillende
diensten opgebouwd.
Door het project werd extra expertise
verworven in verband met de werking
van de VUB-administratie en in verband
met de mogelijkheden van databanken en
-modellen. Het project werd bovendien
goed ontvangen door het management
van de VUB, waardoor de goodwill werd
verworven voor een nieuw project om de
digitale duurzaamheid te garanderen.
>Het WAVA-datamodel is
gedetailleerd uitgeschreven en is raadpleegbaar op
de CEST-website (www.projectcest.be).
META 2014 | 5 |
13
Majo De Saedeleer:
“Ik heb echt mogen doen wat ik
het allerliefste deed en wat zo
dicht bij mijn hart lag.”
interview
Interview: Julie Hendrickx
Foto’s: Stefan Tavernier
In haar voorlaatste week bij Stichting Lezen veroverde ik een plaats in de drukke agenda van
Majo De Saedeleer voor een interview over haar carrière, de liefde voor lezen en die voor
Stichting Lezen. Als ze praat lijkt het verleiden tot lezen een moeiteloze kunst. Op 1 juni vierde
ze haar laatste werkdag. Een einde, een nieuw begin.
U staat aan de vooravond van uw pensioen, hoe voelt dat?
Ik vind dat nog altijd een lelijk woord ‘pensioen’. (lacht) De laatste weken zijn eigenlijk nog heel intens geweest. Er is een tijd
geweest dat ik er heel bewust mee bezig wou zijn en me afvroeg
wat ik nog allemaal wilde doen voor ik op pensioen ging. Ik kon
niets meer uitstellen naar later. Er waren geen excuses meer om
niet die dingen te doen die ik altijd al wilde doen. Sinds eind
januari is het ook al duidelijk wie mijn opvolgster (Sylvie Dhaene,
nvdr) wordt. Zelf wou ze ook in haar huidige baan eerst een
aantal mooie dingen afronden.
Iets echt loslaten is je erbij neerleggen en denken “Dit is het nu
geweest.” Ik heb dingen gedaan die ongetwijfeld goed waren
maar ik heb ook dingen gedaan die anders en beter konden. In
die laatste maanden ga ik geen wereldschokkende dingen meer
presteren die de mensen hun idee over wat Stichting Lezen
gepresteerd heeft, doet veranderen. Dit zal het geweest zijn.
En daar heb ik vrede mee. Maar ik ga niet niets doen na mijn
pensioen.
U hebt dus nog plannen?
Ik stel ze nog een beetje uit. Ik wil zeker die dingen doen die ik
echt wil doen. Je hoort vaak dat gepensioneerden zeggen dat
ze het veel drukker hebben dan voordien. Terwijl het mij juist een
kans lijkt om je agenda bij de hand te nemen en daar baas over
te worden. Ik deed hier verschrikkelijk veel dingen die ik graag
doe maar op elke job zit ruis natuurlijk. Er zijn altijd dingen die
er bij komen waar je nooit eerder aan gedacht had.
Hoe kijkt u terug op uw loopbaan?
Ik ben eigenlijk vooral dankbaar. Ik heb echt mogen doen wat
ik het allerliefste deed en wat zo dicht bij mijn hart lag. Ik heb
ook zo veel vertrouwen gekregen van de raad van bestuur en
ik heb zo veel plezier gehad in het samenwerken met zo’n fantastische ploeg. Dankbaar is het juiste woord.
Het verloop van uw carrière leest als een logische opeenvolging van verschillende functies. Heeft u dat zelf ook zo ervaren?
Achteraf bekeken is dat inderdaad zo maar dat was niet
gepland. Er zit een lijn in: kinderen, boeken en cultuur. Boeken
waren echt wel mijn ‘ding’. Het was overwegend jeugdliteratuur maar het had ook literatuur tout court kunnen zijn. Dat
is wel een van mijn voornemens voor de toekomst: ik wil veel
tijd doorbrengen tussen mijn boeken. Als ik terugkijk, kan ik
zeggen dat ik blij ben dat ik de moed had om weg te gaan als
het daar tijd voor was. Het is crisis nu maar het was toen in de
loop van de jaren ook wel eens crisis. Om dan zo’n sprong in
het diepe te wagen ... Ik wist ook niet altijd waar naartoe. Ik
ben ook op plekken terecht gekomen waar ik al snel wist dat
ik niet op mijn plaats zat.
U bent gestart als leerkracht.
Ja, dat was toen vanzelfsprekend. De examens waren half juni
gedaan en in augustus kreeg ik al een telefoontje. Ik heb toen drie
jaar les gegeven. Ik was de eerste vrouw in een jongensschool,
een prachtige ervaring. Ik kwam net van de universiteit en stond
in de hoogste drie jaren. Die jongens waren nauwelijks jonger dan
ik. Ik tweeëntwintig en zij zestien. Het was voor hen een stijlbreuk
want ze waren alleen mannelijke leerkrachten gewoon.
Waar zal u altijd met warmte aan terug denken?
De mensen die je in dit vak ontmoet zijn mooie mensen, mensen die het goed voorhebben. Die met cultuur begaan zijn en
vaak ook met kinderen en opvoeding. Wat ik zeker meeneem
zijn die vriendschappen. Ik heb ook nooit iets alleen gedaan. Ik
heb geluk gehad om met zo’n team te mogen samenwerken, er
stonden altijd knappe mensen naast mij. De energie van zo’n
ploeg is ook hetgeen ik volgende maand het meeste zal missen. Daar ben ik mij enorm van bewust. Toen het einde in zicht
kwam, was dat ook het eerste waaraan ik dacht.
De laatste maanden waren ook niet bepaald de simpelste. De
structuren waar het geld voor Stichting Lezen vandaan komt
zijn verschoven. Zoiets creëert andere energielijnen. Ik heb vaak
stilgestaan bij wat ik achterlaat en hoe. Zij moeten het nu op hun
manier doen. Maar ik heb veel vertrouwen in de nieuwe directeur.
Heeft u uw opvolger mee gekozen?
Nee, dat vond ik niet juist. Er zijn wel gesprekken geweest met
de raad van bestuur waar ze een zeker profiel voorstelden, daar
kon ik dan mijn dagelijkse bezigheden tegenoverstellen.
Toen het duidelijk was wie me ging opvolgen, ben ik een dagboek over mijn dagelijkse bezigheden begonnen. De projecten
en de bibliotheek dat zijn zaken die ze allemaal wel te horen zal
krijgen van de medewerkers, maar het leek me wel interessant
om te zien waar je tijd als directeur van Stichting Lezen naar toe
gaat. Er was een comité samengesteld met drie bestuurders en
twee externen. Na de eerste gesprekken, vertelden ze me hoe
ze naar elk van de kandidaten keken. Ik kende Sylvie niet dus ik
kon daar weinig tegen inbrengen. (lacht)
Waren er veel kandidaten?
49! Een paar maanden daarvoor hadden we een vacature uitgeschreven voor een junior medewerker en toen hadden we 284
kandidaten, enorm veel. Als je Stichting Lezen wil flatteren dan
zegt dat iets over de aantrekkingskracht van Stichting Lezen.
Maar het zegt natuurlijk ook iets over de arbeidsmarkt.
In 2002 werd Stichting Lezen opgericht. Welk traject is daaraan vooraf gegaan?
META 2014 | 5 |
15
interview
“Ik vind dat nog altijd een lelijk woord
‘pensioen’.”
Minister Anciaux had met zijn administratie eigenlijk eerst het
plan opgevat om de drie organisaties die bezig waren met leesbevordering en jeugdliteratuur te laten samensmelten. Na enkele
gesprekken met de bestuurders in kwestie bleek al snel dat de
bedrijfsculturen te veel van elkaar verschilden. Omdat ook de
takenpakketten te uiteenlopend waren, heeft men dat plan snel
laten varen. Daarna heeft het kabinet met de administratie een
vzw opgericht. Daar werd dan een raad van bestuur samengesteld die redelijk breed was: een journalist, iemand uit de
bibliotheeksector, het onderwijs, iemand vanuit de academische
wereld, enz. En het is die raad van bestuur die de vacature van
directeur heeft uitgeschreven. Ik heb toen mee gesolliciteerd.
Hoe waren de eerste jaren voor Stichting lezen?
Aanvankelijk bestond het Centrum voor Jeugdliteratuur ook nog.
Maar omdat Nederland zijn Stichting Lezen had, creëerde een
Vlaamse Stichting Lezen in de constructie van de Nederlandse
Taalunie, natuurlijk wel extra mogelijkheden. Ik heb het minister Anciaux nooit gevraagd maar dat moet zeker de inspiratie
zijn geweest. Maar we hadden hier dus nog een Centrum voor
Jeugdliteratuur. En er was niet zo veel geld voorhanden zodat
de minister niet uit het niets een organisatie kon opbouwen. Hij
heeft toen de leesbevorderingsprojecten die bij het Centrum
voor Jeugdliteratuur hoorden, overgebracht naar Stichting
Lezen. Dat waren de Jeugdboekenweek, de Kinderjury en de
van onderzoek. Terwijl Stichting Lezen in Nederland een derdelijnorganisatie is die van bovenaf kijkt waar er onderzoek nodig
is. Zij organiseren ook geen Jeugdboekenweek of Kinderjury.
De Voorleesweek doen ze wel. Maar de andere twee projecten zitten daar bij de commerciële tegenhanger, de CPNB (de
Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek,
de Nederlandse tegenhanger van Boek.be). Wij zijn van meet
af aan een projectorganisatie geweest, terwijl Stichting Lezen
in Nederland een sturende functie heeft.
Wij hebben de Boekenzoeker gestart en Nederland is daar mee
ingestapt. Op boekenzoeker.org kunnen kinderen tot achttien
jaar zich laten inspireren voor een goed boek. Dat gaat prima.
Het boekenaanbod is hetzelfde in Vlaanderen en Nederland,
het zou toch al te dwaas zijn dat we alle twee een aparte zoekmachine maakten?
Zijn er nog gelijkaardige organisaties in het buitenland?
We zijn op dit moment lid van twee internationale platformen.
Het ene spitst zich toe op leesbevordering, het andere op jeugdliteratuur. Het jeugdliteratuurplatform is IBBY, bestaat o.m. uit
bibliotheekgerichte organisaties en is op een internationaal vlak
bezig met de verspreiding van kwaliteitsvolle kinderboeken. Het
platform werd kort na de Tweede Wereldoorlog opgericht door
een Joodse vrouw, Jella Lepmann. Ze wilde de verstandhouding
“Wij zijn geen belangenbehartiger van
bibliotheken of de auteurs. Het is de lezer die
centraal staat.”
Voorleesweek. Het Centrum voor Jeugdliteratuur was zo enkel onder mensen versterken door kinderen mekaars kinderboeken
in handen te geven.
nog een archief en museum voor Vlaamse Jeugdliteratuur, zoals
het oorspronkelijk ook bedoeld was. In 2006 is dan vanuit het
En dan even oud als Stichting Lezen is EU Read, dat bestaat
Centrum voor Jeugdliteratuur de vraag gekomen om te praten
over de mogelijkheid om zich bij Stichting Lezen aan te slui- uit tien West-Europese landen. Terwijl IBBY in een zeventigtal
landen wereldwijd actief is: van China tot Latijns-Amerika, ...
ten. Op die manier zou ook de vakbibliotheek en de kennis die
Met de hele EU Read hebben we ons kandidaat gesteld voor
daarbij hoorde weer onder één dak zitten. En dat konden we
dan weer goed gebruiken bij de projecten van Stichting Lezen. een Europees project. Dat is ons ook toegekend zodat we
Het is een heel vredig samengaan geworden. Het Centrum voor in de toekomst ook Europese grants kunnen krijgen. En dat
Jeugdliteratuur was klein, er waren nog maar drie mensen over, spitst zich toe op leesbevordering. De inspiratie voor ons
BoekBaby’s-project komt bijvoorbeeld uit Groot-Brittannië.
en ze waren vooral hun kans op zichtbaarheid kwijt. De drie
werknemers van het Centrum voor Jeugdliteratuur werken hier ‘Bookstart’ heet het daar. Zij hebben dit project meteen laten
nog altijd. Die ontwikkeling was voor iedereen vanzelfsprekend. volgen door onderzoek en die resultaten waren verbluffend.
De tien landen die lid zijn van EU Read hebben allemaal een
Nu ik er aan denk, ik ben op een eerste juni begonnen en ik stop
eigen vorm van Bookstart. En vorig jaar was het in alle landen
nu ook op 1 juni. De cirkel is rond. (lacht)
ook het Voorleesjaar. EU Read is een heel sterk platform. Je
hoort elkaars plannen en ervaringen en je begint na te denken
Zijn er verschillen tussen Stichting lezen Nederland en Stichting
hoe je zoiets zelf kan doen. De Duitse Stiftung Lesen krijgt bijLezen Vlaanderen?
Wij kunnen niet subsidiëren bijvoorbeeld. De laatste jaren is het voorbeeld amper subsidies. Zij organiseren dan wel vaak wedons wel gelukt om hier en daar te kunnen sturen in de richting strijden want sponsors hebben dat graag. Bij ons waren het
1 6 | META 2014 | 5
interview
afgelopen jaar 23 procent van onze inkomsten ‘eigen inkomsten’. De rest waren subsidies. Dat creëert meteen een andere
dynamiek. En dat heeft zijn effect op projecten en hoe je die uitrolt. Om BoekBaby’s nog eens als voorbeeld te nemen: Stiftung
Lesen verdeelt de pakketten via de kinderartsen. Ze hebben
niet zo’n sterke Kind en Gezin als wij dus mensen gaan er sneller naar een kinderarts. Maar dat heeft ook gevolgen. We willen
niet dat Boekbaby’s een puur cadeautjesproject is, het is de
bedoeling dat je met je kind in boeken kijkt, dat je praat, interactie is belangrijk. Als dit niet goed lukt, kunnen wij nog via
Kind en Gezin bijsturen. Bij een pediater houdt het misschien
eerder op. Het is interessant om alle verschillen te zien en je
eigen situatie daaraan af te meten: wat zijn de voordelen, wat
kunnen we corrigeren?
Heeft u een favoriet project?
Dat mag je niet vragen. Een project zoals de Jeugdboekenweek
hebben we geërfd. We hebben dat natuurlijk niet gelaten zoals
het was. En sommige jaren lukt het heel goed met het thema en
vind je een hele leuke partner, andere jaren lukt dat minder. Je
zoekt elk jaar opnieuw naar de best mogelijke invalshoek. Toen
we de Kinderjury overnamen van een groep vrijwilligers ging
het alleen om Vlaamse boeken, Vlaamse auteurs en Vlaamse
uitgevers. Terwijl een kind daar niet mee bezig is. Wij hebben
dat veranderd: alle boeken die in het Nederlands beschikbaar
zijn komen nu in aanmerking. Dat idee heeft op wat weerstand
gestuit indertijd en af en toe duikt dat nog op. Maar Stichting
Lezen heeft van begin af aan gezegd dat het de lezers zou
bedienen. Wij zijn geen belangenbehartiger van bibliotheken of
de auteurs. Het is de lezer die centraal staat. De lezer heeft toegang tot een markt die veel ruimer is dan enkel die van Vlaamse
auteurs en uitgevers.
Met BoekBaby’s zijn we in 2005 van start gegaan. We rolden een
pilootproject uit in tien gemeenten dat twee jaar duurde en dat
werd opgevolgd door onderzoek. Boekbaby’s is een welvarend
kind. (lacht) Maar neem een project zoals O Mundo, daar was
de tijd echt rijp voor! We brengen een internationale collectie
van prentenboeken naar multiculturele scholen en de openbare
bibliotheken. We stelden vast dat er zo veel kinderen zijn die een
andere thuistaal hebben dan het Nederlands, terwijl op school
alles Nederlands is. Maar als we alle kinderen zelfvertrouwen
willen geven en als we daarbij willen voortbouwen op wat ze
al kunnen dan moeten zij ook een keer kunnen zeggen tegen
de klas wie zij zijn. Als je dan bijvoorbeeld een Bulgaars boek
in de klas hebt, dan kan het kind zeggen “dat komt vanwaar ik
kom!” Zoiets doet ook deugd voor Vlaamse kinderen want hun
oogjes gaan ervan open.
We hebben met Stichting Lezen geen dingen gedaan die we
niet interessant vonden of waar we geen mogelijkheid in zagen.
Misschien is het daarom dat ik zo tevreden ben geweest met
mijn werk. Men heeft ons echt heel veel vertrouwen gegeven.
We zijn ooit een project begonnen voor beroeps- en technisch
onderwijs, waar men echt niet van jeugdliteratuur wakker ligt.
Dat is zoeken geweest en dat is het nog altijd ... Het is ook een
pijnpunt dat beleidsdomeinen zoals cultuur en onderwijs niet
dichter bij elkaar (kunnen) staan. Wij trekken met een project
als O Mundo of de Jeugdboekenweek naar de scholen, maar
als het de leerkracht in kwestie niet interesseert stopt het verhaal. Naar aanleiding van de Jeugdboekenweek maken we een
keuzelijst en een boekenpakket dat leerkrachten aan een vriendelijke prijs kunnen kopen. En we overtuigen de leerkrachten
door duidelijk te maken met welk boek ze welke eindtermen
kunnen realiseren. Zo proberen we het uit hun hoofd te krijgen
META 2014 | 5 |
17
INTERVIEW
dat lezen iets is dat er maar bij komt. Nee, lezen maakt echt
wel iets mogelijk. Cultuur en onderwijs zouden meer op één lijn
moet staan wat betreft leesbevordering. Dat is ook anders in
Nederland. Zij hebben één ministerie voor Onderwijs, Cultuur,
en maatschappelijk welzijn.
U hebt de liefde voor lezen en boeken ook doorgegeven aan
uw kinderen?
Ik heb drie kinderen en het zijn allemaal omnivoren. De jongste leest het minst, dat is meer een buitenmens. En mijn oudste
leest het meest. Waar ik vroeger aan haar dingen suggereerde,
geeft zij mij nu tips. Die is nooit zonder boek op stap, die kan
niet zonder. Maar er is geen van de drie die zegt dat boeken
verleden tijd zijn. Daar ligt ook onze ambitie, niet alleen bij mijn
eigen kinderen en kleinkinderen, maar alle kinderen zo vroeg
mogelijk positieve ervaringen met lezen, voorlezen en boeken
te geven zodat lezen altijd een mogelijkheid blijft. Dat ze de
herinnering bewaren dat het interessant was, een mooi moment,
gezellig, ... Je leven gaat door hoogtes en laagtes, momenten
met tijd en momenten zonder tijd. Maar dan blijft lezen altijd
een optie. En natuurlijk lees je niet heel je leven evenveel, dat
hoeft ook niet. Een ouder of leerkracht die zegt “jij houdt toch
van vreemde landen, je moet dat maar eens lezen”. Dan kan
er nog iets gebeuren, ook bij een jongere die meent dat lezen
niets voor hem is. Inspelen op specifieke belangstelling, dat is
ook wat Boekenzoeker doet. “Hou je van lezen of hou je niet
van lezen?” Als je zegt “jawel” dan kom je uit bij de genres. Als
je “nee” antwoordt krijg je onderwerpen, bijvoorbeeld “Vind je
film of sport wel interessant? Daar zijn boeken over. ”
Zijn er ook projecten geweest waar jullie wel achterstonden
maar die niet van de grond geraakten?
Op dit moment liggen de projecten voor het beroepsonderwijs
plat. Je moet er extra veel inspanningen voor doen en we zijn
helemaal afhankelijk van de leerkracht. Als die denkt “lezen,
daar heb ik geen tijd voor”, dan houdt het op. Het vraagt veel
energie voor een betrekkelijk klein bereik. Nieuwe media worden steeds belangrijker en als je er werkelijk iets mee wil doen,
buiten amusement, dan moet je er verdomd goed voor kunnen lezen. Het kunnen en het graag doen, gaan hand in hand.
Je moet het kunnen om het graag te doen en om het graag
te doen moet je een zekere kennis hebben. Daar zou ik graag
meer leerkrachten van overtuigen: zoek welke onderwerpen
hen interesseren en ga daar op in. Maar dat vraagt natuurlijk
ook wel dat leerkrachten moeten weten wat er op de markt
is en wat er te vinden is in de bibliotheek. Om een geslaagde
match te maken moet je niet alleen de kinderen goed kennen
maar ook het aanbod.
Een vraag die ik steeds krijg — jij stelt ze gelukkig niet — is of
de nieuwe media een bedreiging zijn voor het lezen? Kinderen
hebben meer aanbod om hun vrije tijd door te brengen dan
enkel buiten te spelen of te lezen. En je kan ermee bezig zijn
maar als je dieper wil gaan dan enkele spelletjes spelen, dan ga
je dat lezen toch onder de knie moeten hebben.
1 8 | META 2014 | 5
Dat sluit naadloos aan bij mijn vraag over tendensen in het
leesgedrag.
Er is recent een onderzoek gepubliceerd van Jan van Coillie
over lagereschoolkinderen in Brussel. Hij stelde hen de vraag
waar ze hun vrije tijd mee doorbrengen, en hoe groot of klein de
plaats is die lezen daarin inneemt. Er waren een paar resultaten
waarvan we al op de hoogte waren. Zo zijn allochtone jongetjes liever bezig met computers en e-devices dan met papier.
Maar het aanbod is groter geworden en er wordt meer van alle
mogelijkheden gebruik gemaakt. Het is dus zeker veranderd.
Met omnivoren is niets mis.
Ik erger me wel eens aan de manier waarop lezen op sommige
scholen aangeleerd wordt. De methode om te testen hoe ver
kinderen staan is ronduit triest. Help je daar de kinderen mee
die extra hulp nodig hebben? Of bevries je ze op een bepaald
punt? Want met die AVI-niveau’s weten ze verdomd goed waar
ze staan in de klas. Ik zou ook graag zien dat ze in de bibliotheken die AVI-boeken verdelen over de rekken, tussen de ‘gewone’
boeken. Maar het is ingeburgerd bij de juffen. Als bibliothecaris
heb je dan al veel nodig om daar tegenin te gaan.
En dan is er nog de te beperkte aandacht voor boeken en verhalen in de lerarenopleiding. Daar ben ik ook ongelukkig om.
Leescultuur komt niet in elke lerarenopleiding aan bod. En zeker
niet elke student leest graag. Maar kan jij je een turnleerkracht
voorstellen die zelf niet gaat joggen of een clubje van amateurvoetballers traint? Maar je kan wel een onderwijzer zijn die niet
van lezen houdt. Stichting Lezen is nog niet overbodig.
Hoe ziet de toekomst eruit voor Stichting Lezen?
De middelen komen nu langs het Vlaams Fonds voor de Letteren
en niet meer rechtstreeks van het Participatiedecreet. Er zal
hier heel hard gewerkt worden om duidelijk te maken dat die
middelen ook heel hard nodig zijn. We zijn altijd een beetje
afhankelijk van overheden die ons werk belangrijk vinden. Maar
kinderen zijn vaak maar nieuws als ze slecht nieuws zijn. Voor
de Kinderjury verzamelen we 1500 kinderen in een cultuurcentrum maar we krijgen daar geen journalist voor. Cultuur is niet
de gemakkelijkste sector om voldoende middelen en aandacht
voor te genereren.
> Lees verder p. 34
artikel
Eervolle vermelding Ger Schmook-prijs 2013
Archivarissen aan het werk
De geschiedenis van het stadsarchief van Gent tussen 1817 en 1925 in Belgisch perspectief 1
Timo Van Havere, KU Leuven
Tussen 1817 en 1925 stond het
stadsarchief van Gent achtereenvolgens onder de hoede
van zes stadsarchivarissen. Elk
van hen had andere interesses,
wat ervoor zorgde dat ze allemaal andere verwezenlijkingen nastreefden. Dit artikel
wil tonen hoe het archief als
gevolg daarvan almaar ingrijpend veranderde. Bovendien
kan dit Gentse verhaal worden
gekoppeld aan ontwikkelingen
die ook in andere Belgische
stadsarchieven plaatsvonden.
De nieuwsgierigheid van HyeSchoutheer en Parmentier
In 1817 werd het Gentse stadsbestuur
aangepast naar het nieuwe Nederlandse
model. Op dat moment werd pasbenoemd stadssecretaris François HyeSchoutheer belast met het archiefbeheer.
De archiefstukken lagen toen nog steeds
op de plaats waar het ancien-régimebestuur ze had achtergelaten. Hye bracht
het archief in beweging. Kort na zijn aanstelling vaardigde de stad een aanbesteding uit “tot het maeken van dry nieuwe
zaelen voor stads-archiven”. Zelfs voor
het modern archief werd toen al plaats
voorzien. Een gelijkaardige centralisatie
Stadsarchivaris Victor Fris poseerde in 1924 met zijn personeel: bureelknecht Juliaan Boes, commies Aloïs
Saeys en onderbureeloverste Alphonse Bernhard. (Stadsarchief Gent, FO_GF_150).
gebeurde ook in andere steden, maar
dit leidde niet tot grote herordeningen
van het archief. In Oudenaarde beperkte
Bartholomeus De Rantere zich bijvoorbeeld tot het beschrijven van het archief
zoals hij het aantrof, zodat zijn inventaris
eigenlijk slechts een plaatsingslijst is.
De Gentse secretaris-archivaris probeerde orde op zaken te stellen. Zo
zorgde hij ervoor dat verschillende stukken die Charles-Louis Diericx — auteur
van Mémoires over de Gentse geschiedenis — uit het archief had ‘geleend’, werden
terugbezorgd. Dankzij zijn uitgebreide
netwerk was Hye de geschikte man om
de belangen van het Gentse archief te
behartigen. Het eigenlijke archiefwerk
— de zoektocht in het stadhuis naar
interessante stukken, het ordenen en
Op 9 november 1819 ging het stadsbestuur van Gent
op zoek naar een aannemer voor het verbouwen
van drie lokalen in het stadhuis tot archiefdepots.
(Stadsarchief Gent, Modern Archief, F/12.).
beschrijven hiervan, … — was daarentegen
niet aan hem besteed. Vanaf 1825 of 1826
was Charles Parmentier daarom werkzaam in het archief. Hye en Parmentier
vormden een goed team.
Toen in 1831 Hye overleed, beloonde het
stadsbestuur Parmentier met de promotie tot stadsarchivaris. Een ere-archivaris
moest daarnaast de rol van Hye overnemen. Liévin De Bast was weliswaar provinciaal archivaris, maar vooral lid van
haast elke culturele commissie in Gent.
Met De Bast als ere-archivaris zou het
stadsarchief zeker niet in de schaduw
blijven. Nog geen jaar later werd hij echter het slachtoffer van de cholera. Zijn
opvolger was Auguste Van Lokeren, die
evenmin veel archivistische ervaring had,
maar onder meer wel heel zijn leven lang
redacteur was van de toonaangevende
Messager des sciences historiques.
Terwijl Parmentier in het stadhuis naarstig het stadsarchief bij elkaar zocht, was
het ongetwijfeld Van Lokeren die ervoor
ijverde dat het resultaat van deze zoektocht aan een groot publiek zou worden bekend gemaakt. In 1835 verscheen
een Notice sur le dépôt des archives de
META 2014 | 5 |
19
artikel
Het vergeten archiefpersoneel
Hye-Schoutheer was niet de enige Gentse
archivaris die over personeel kon beschikken. De belangrijkste werknemer in de
negentiende eeuw was Joseph De Moor,
die van 1837 tot 1883 als hulparchivaris in het archief werkte. Het was hij die
grotendeels het huidige uitzicht van het
modern archief van de stad bepaalde. Ook
in andere stadsarchieven kon de archivaris
op helpende handen rekenen. Zij maakten
de dienst uit in de leeszaal, stelden inventarissen op of maakten kopieën. In de jaren
1860 stonden maar liefst vijf medewerkers de Antwerpse stadsarchivaris Pieter
Génard bij. De rol en het belang van deze
onbekende archiefwerkers wordt maar al
te vaak over het hoofd gezien. Ook hier
ontbreekt jammer genoeg de plaats om
ze uitgebreid te behandelen.
De Inventaire analytique, waarvan vier zijn werk in. In het jaarverslag van de stad
afleveringen verschenen tussen 1849 en voor 1849 schreef hij:
1867, vormt een mijlpaal in de Belgische
archiefgeschiedenis. Hoewel de inhoud “En publiant un inventaire analytique de
niet volledig vernieuwend is — een hele- ses chartres et autres documents histoboel beschrijvingen zijn gebaseerd op riques, la ville de Gand a pris l’initiative
zestiende-eeuwse inventarissen, terwijl sur toutes les autres villes du royaume:
het model van de inventaris ontleend is ce travail sera utile à l’histoire de notre
aan de Inventaire analytique des char- commune et jettera de grandes lumières,
tant sur l’histoire du pays, que sur celle
tes des comtes de Flandre van Jules de
Saint-Genois uit 1843-1846 — was het wel de l’Allemagne, de l’Angleterre et de la
de eerste keer dat een gemeentebestuur France.”
bereid was de uitgave van een inventaDeze ambitieuze geest zou uiteindelijk
ris te financieren. Al sinds 1834 deed de
nationale overheid hetzelfde voor het alle archivarissen in België in zijn greep
Rijksarchief. Vijftien jaar later kreeg dit krijgen, zij het met vertraging. In 1855
op gemeentelijk niveau voor het eerst moest Van Duyse nog vaststellen dat het
navolging. De Gentse inventaris leidde Gentse voorbeeld maar weinig navolging
daarom tot een ministeriele omzendbrief, had gekregen. Het ongeduld nam weldie alle Belgische gemeenten moest aan- iswaar toe. In Brugge hield de Société
zetten tot gelijkaardige ondernemingen. d’Emulation de druk op de ketel. Zij
Van Duyse zag zelf ook al het belang van moest tenslotte tot 1871 wachten alvorens
Gand in de Messager. De beschrijvingen
daarin waren summier, maar behelsden
wel een groot deel van het oud archief.
De structuur van het stadsarchief in de
achttiende eeuw valt er nog in te herkennen. De Notice herinnert ook aan het
enthousiasme dat in bepaalde archieven heerste op dat moment. In Ieper
gaf bijvoorbeeld Jan-Jacques Lambin
al in 1829 een Tydrekenkundige lyst van
onuitgegeven handvesten, opene brieven en andere bescheiden uit zijn archief
uit. De geschiedschrijving — die in België
een vernieuwing doormaakte, zij het
niet van dezelfde orde als in Duitsland
en Frankrijk — maakte van dit groeiend
archivistisch bewustzijn en de grotere
toegankelijkheid dankbaar gebruik. Een
nieuwe generatie historici zocht immers
meer dan voorheen naar bronnen in het
archief.
De uitstraling van Van Duyse
en De Busscher
De opvolger van Parmentier was Prudens
Van Duyse, die werd aangesteld in 1838.
Deze bekende dichter had geen nood aan
een ere-archivaris. Van Lokeren bleef weliswaar deze titel dragen tot aan zijn overlijden in 1872, maar hij werd enkel in uitzonderlijke gevallen nog geconsulteerd.
De drukproeven van de Inventaire analytique des chartres et documents appartenant aux archives de la ville de Gand
werden bijvoorbeeld door hem nagelezen. Ook Edmond De Busscher, die na
het overlijden van Van Duyse in 1859 het
beheer van het stadsarchief overnam,
deed dat trouwens.
2
0 | META 2014 | 5
Het voorblad van de derde aflevering van de Inventaire analytique uit 1857, waarin stukken uit de jaren
1545 tot 1586 staan beschreven. (Stadsarchief Gent, Modern Archief, AR/2013/259.).
Artikel
het eerste deel van de Inventaire des
chartes van Louis Gilliodts-van Severen
verscheen. Deze zevendelige inventaris
was veel uitgebreider dan het werk van
Van Duyse, dat bovendien onvoltooid
bleef. Binnen het geheel van negentiende-eeuwse inventarissen — waarvan
een groot deel trouwens nog altijd wordt
gebruikt — neemt de Gentse Inventaire
analytique echter een voorname plaats in.
Van Duyse had een duidelijke mening
over hoe het stadsarchief van Gent er
moest uitzien. Niet alleen een gedrukte
inventaris was belangrijk, ook moest het
archief verder aangroeien. Haast alle
onderdelen van het oud archief stonden
open voor aanvullingen. Een deel daarvan werd ontdekt op de zolders van het
stadhuis. Andere stukken werden verkregen door schenkingen. Ook beschikte
de stadsarchivaris vanaf 1834 over budget voor onder andere het aankopen van
archiefstukken, manuscripten en boeken.
Vooral ambachts- en kloosterarchieven
waren erg gegeerd. Wanneer de kans
zich voordeed dergelijke stukken te verwerven, poogden alle stadsarchivarissen
— bovendien in concurrentie met hun collega’s uit het Rijksarchief! — steeds ze aan
het stadsarchief toe te voegen.
De verschillende stadsarchivarissen
hechtten ook veel belang aan de archiefbibliotheek. Van Duyse liet zich bij het aanschaffen van boeken graag leiden door de
esthetische kwaliteit ervan. Voor mooie,
geïllustreerde drukken uit de zestiende en
zeventiende eeuw tastte hij graag in de
geldbuidel. Toch werd niet heel het aankoopbeleid door bibliofilie bepaald. Veel
van die oude werken handelden over de
zestiende-eeuwse godsdiensttroebelen of
over de Opstand, belangrijke episodes uit
de Gentse geschiedenis. Daarnaast konden ook de genealogie, rechtsgeschiedenis en — vanaf 1849 — geschiedenissen
van België op belangstelling rekenen.
De rijkelijk versierde titelpagina van het eerste deel van Toonneel des aerdriicx, ofte Nievwe atlas, dat is
beschryving van alle landen, in 1649 uitgegeven door Willem en Joan Blaeu. (Stadsarchief Gent, GSA1.IC6).
De archivaris probeerde de vinger aan
Onuitgegeven handschriften werden ook
door Van Duyse aangekocht. De Busscher de pols van het historisch bedrijf te houzorgde ervoor dat deze verzameling van den. Voor het eerst nam het stadsarchief
namelijk abonnementen op diverse tijdkronieken over Gent en het graafschap
schriften. Een verhoogd budget voor het
Vlaanderen erg groeide. Mogelijk kwam
de interesse van de archivaris voort uit archief maakte deze uitgaven mogelijk.
de literaire wijze waarop de geschiedenis
in dergelijke manuscripten wordt verteld. Dit aankoopbeleid verwaterde in de
De Busscher — auteur van Recherches sur loop der jaren. Wat moest het stadsarles peintres gantois, des XIVe et XVe siè- chief van Gent bijvoorbeeld aanvangen
cles — was in ieder geval een kunstmin- met een vijftiende-eeuwse kopie van het
naar. Oude drukken interesseerden De “Secunda Secundae” uit de Summa theoBusscher minder. In plaats daarvan kocht logiae van Thomas van Aquino? Voor dit
hij recente regionale geschiedschrijving “beau manuscrit in f° contenant plus de
aan en enkele technische werken uit 800 pp.” betaalde De Busscher in 1876 30
Frankrijk over onder meer zegelkunde. frank. Een zesdelige atlas van Willem en
Joan Blaeu uit de zeventiende eeuw vond
de stadsarchivaris zelfs 120 frank waard.
Het stadsbestuur meende dat deze uitgaven al te exuberant waren. Vanaf 1877
moest De Busscher eerst toelating vragen,
alvorens hij tot aankopen mocht overgaan. Het archief kreeg ook minder budget toegewezen. In de jaren 1870 raakte
het stadsarchief van Gent onmiskenbaar
wat in het slop. De huisvesting van het
archief was ook al lang niet meer toereikend. De stukken raakten verspreid over
allerlei lokalen in het stadhuis. Samen met
De Busscher, die zijn zeventigste verjaardag al in 1875 had gevierd, was het stadsarchief oud geworden.
META 2014 | 5 |
21
artikel
Archiefgeschiedenis
Archieven brengen altijd problemen met
zich mee. Sommige ervan zijn van eerder
praktische aard, zoals de verzuring van
archiefstukken. Andere problemen spelen
zich af op een ander niveau. Een beheerder van een archief maakt bepaalde keuzes met betrekking tot onder meer de verwerving, ordening en presentatie ervan.
Bovendien is er altijd iemand die al eerder
datzelfde archief onder handen nam: de
In het midden van de negentiende eeuw
had het stadsarchief van Gent een hoogtepunt in zijn werking beleefd. Ook in
andere steden slaagden dynamische
archivarissen er toen in met een ongebreidelde werkijver hun archieven uit te
bouwen. Zij schreven talloze artikels en
boeken over de geschiedenis van de stad
waarin ze werkten, gebaseerd op stukken die onder hun beheer stonden. In hun
archiefdepots gingen zij daarom op zoek
naar orde, maar deze was eigenlijk slechts
voor eigen gebruik bedoeld. De enige
inventarissen die werden uitgegeven,
waren zogenaamde “inventaires analytiques”. Daarin werden geen archiefstukken ontsloten, maar enkel de belangrijk
geachte inhoud ervan. Volgens de huidige terminologie zijn dit geen ‘inventarissen’. Eerder gaat het om een ‘analytische’
geschiedschrijving, waarin de bronnen
zelf voortdurend aan het woord waren.
archiefvormer, een eerdere archivaris, … Zij
lieten altijd sporen na.
De huidige toestand van een archief
dient daarom te worden geproblematiseerd. Een archivaris moet stilstaan bij
zijn eigen handelen en dat van zijn voorgangers. Dat is een van de voornaamste
opdrachten voor de archiefwetenschap.
De Archiefterminologie voor Nederland
en Vlaanderen definieert haar als “de
wetenschap die de archiefbescheiden,
archiefvorming, archiefbewerking, archieven in hun context, alsmede haar relatie
tot aanverwante wetenschappen, de faciliteiten rond de bewaring en het gebruik
van archieven en de geschiedenis daarvan
bestudeert”. Het historische element is van
groot belang.
“Archivists cannot afford to leave their history in the hands of others, however capable: their research agendas are not driven
Dergelijke publicaties zorgden ervoor dat
archiefbezoek niet meer als een noodzaak
werd gezien. Werken als de Inventaire
des chartes van Gilliodts-Van Severen
boden de historicus immers “des sources, des éléments et des détails aussi
précieux que multiples”, zoals een recensent schreef. Een werk als Louvain dans le
passé et dans le présent van Edward Van
Even — verschenen in 1895, na een leven
vol opzoekingen als stadsarchivaris van
Leuven — deed hetzelfde, maar dan op
een meer narratieve wijze. Hierin werd in
voetnoot uitgebreid geciteerd uit archiefstukken uit het stadsarchief of Van Evens
privécollectie. Het verleden verdween op
deze manier “achter een woud van eruditie”. 2 Een historicus merkte in 1849 bijvoorbeeld op dat Lambin na veertig jaar
werken waarschijnlijk nog slechts zijn
eigen werken moest overlopen om de
inhoud van het Ieperse archief te kennen.
by archival concerns,” schreef Barbara
Craig in 1992. Hoewel Craig het misschien
al te scherp stelt, moeten archivarissen
inderdaad oog hebben voor archiefgeschiedenis. Zij maakt het mogelijk archief
beter te begrijpen en dus ook te gebruiken. Zowel de beheerder als de bezoeker
heeft daar baat bij! Dit blijkt maar al te
goed uit het werk dat de afgelopen jaren
al in Vlaanderen werd verzet. Uitbreiding
daarvan blijft wel nodig. De bronnen voor
deze archiefgeschiedenis zijn echter niet
altijd voorhanden. Het eigen archief van
archiefinstellingen is al te vaak onvolledig en slecht bewaard, terwijl onder meer
oude inventarissen of correspondentie erg
waardevol zijn. Een goede bewaring van
dergelijke stukken is werkelijk elementair.
2
2 | META 2014 | 5
Uiteindelijk kwam de toegankelijkheid van
de archieven in het gedrang voor zij die
er wel nog naartoe wilden. Na een lange
carrière — waarin hij bovendien nauwelijks met reglementen diende rekening te
houden — kon de archivaris een “gardien
jaloux” van zijn archief worden. Een stadsarchivaris bepaalde grotendeels zelf wie
hij wilde toelaten in zijn leeszaal, wat tot
ergernis leidde bij mensen aan wie de toegang werd geweigerd. Toch waren archieven net ook erg op bezoekers gericht.
De mooie stukken die Van Duyse en De
Busscher aankochten, dienden aan een
publiek te worden getoond. Zij hielden
zelfs een gastenboek bij, waarin de voornaamste bezoekers, zoals kunstenaars
en buitenlanders, mochten tekenen. Veel
archieven stelden zelf hun topstukken
tentoon of stonden ze af aan een stedelijk museum, waarvan de archivaris overigens soms de conservator was.
In welke mate het Gentse aankoopbeleid
representatief is voor de Belgische situatie, is tot dusver nog onduidelijk. Volgens
Louis-Prosper Gachard was Gent in 1853
de enige stad waar een jaarlijks budget
voor het archief werd voorzien. In andere
steden was er ongetwijfeld ook de mogelijkheid om stukken aan te kopen, mits
goedkeuring van het schepencollege of
de gemeenteraad. De aanwinsten voor
het stedelijk museum, de bibliotheek en
het archief konden ook worden gecoördineerd door eenzelfde commissie, zoals
dat in Oudenaarde gebeurde. De commissie aldaar kreeg vanaf 1846 jaarlijks 350
frank ter beschikking voor het bekostigen van aankopen. Over de aanwinsten
die archieven in de negentiende eeuw
wisten te verwezenlijken is evenwel nog
te weinig geweten, absolute topstukken
zoals de schepenbankregisters in Leuven
misschien uitgezonderd. De reconstructie van aanwinstenlijsten e.d. vergt echter
diepgravend onderzoek, wat tot dusver
nog te weinig gebeurde.
De modernisering van
Vander Haeghen en Fris
Na het overlijden van De Busscher werd
Victor Vander Haeghen in 1882 aangesteld als stadsarchivaris. De 27-jarige
Vander Haeghen had niet alleen in Gent
en Luik gestudeerd, maar ook in Duitsland
en Frankrijk. Aan de universiteit van Gent
verzorgde hij vanaf 1890 lessen in de
paleografie. Een van zijn studenten was
Victor Fris, die hem in 1917 zou opvolgen
in het archief.
De benoeming van Vander Haeghen
vormt een keerpunt in de geschiedenis
van het stadsarchief van Gent. Ze maakt
deel uit van een vernieuwing in het
Belgische archiefwezen, die voor 1914 in
vrijwel heel het land ingang leek te vinden.
Deze vernieuwing blijkt nog het meest uit
de inventarissen die werden gepubliceerd.
In plaats van de oude. Inventaires des
chartes of Inventaires analytiques werden
Catalogues méthodiques générales, zoals
Vander Haeghen zijn inventaris van het
oud archief van Gent uit 1896 betitelde,
opgemaakt en uitgegeven.
De eerste wilden, zoals een recensent
over de Ieperse Inventaire analytique
et chronologique van Isidore Diegerick
schreef, “un résumé analytique clair et
précis de chaque pièce” geven, die uitgebreid genoeg was “pour que dans les
cas ordinaires on puisse se dispenser
artikel
De uitgegeven Catalogue méthodique
générale beschrijft het oud archief
op reeksniveau. De stukken in deze
reeksen staan beschreven in een
onuitgegeven inventaris, die werd
opgesteld tussen 1882 en 1889. Talloze
aanpassingen en aanvullingen tonen
hoe de inhoud van het oud archief
steeds bleef veranderen, zoals bij de
hier afgebeelde beschrijving van het
archief van de Sint-Sebastiaansgilde
(reeks 155 1). (Stadsarchief Gent, Oud
Archief, reeks 97, nr. 85/4, f° 18v°.).
d’avoir recours à l’original”. Een Catalogue
méthodique générale beschrijft daarentegen op beknopte wijze alle archiefreeksen van een archief, liefst aangeduid met
hun oude naam. Archiefbezoek werd zo
onontbeerlijk, want de inventaris was
slechts een gids, “un poteau indicateur”.
Alleen de inhoud van het archief en niet
van de stukken zelf moest er in terug te
vinden zijn. De Inventaires des chartes
werden gereduceerd tot regestenlijsten,
die eventueel een bijlage bij de inventaris
konden vormen.
Ook op andere vlakken brak Vander
Haeghen met zijn voorgangers. Hij hanteerde een veel striktere opvatting over
wat het stadsarchief hoorde te bevatten.
Archief van Gentse families en personen
hoorden er volgens hem niet thuis, net
als de kronieken van De Busscher, die in
de universiteitsbibliotheek werden ondergebracht. Onder druk van het stadsbestuur werd ook het modern archief onder
handen genomen. Dit maakte in 1890 een
verhuizing naar de Troonzaal in het stadhuis mogelijk. Net als zeventig jaar eerder
kon toen het hele archief op een plaats
worden samengebracht. Toch bleef de
huisvesting van het stadsarchief een probleem. Pas in de jaren 1920 slaagde Victor
Fris erin het stadsbestuur te overtuigen
het archief uit het stadhuis weg te halen.
Het duurde uiteindelijk nog tot 1932 alvorens het archief de deuren kon openen in
de voormalige Berg van Barmhartigheid.
Een nieuwe tijd brak toen aan.
Conclusie
Tussen 1817 en 1925 veranderde het stadsarchief van Gent ingrijpend. Terwijl een
initiële nieuwsgierigheid vooral gericht
was op het verzamelen van stukken en
het beschrijven hiervan, werd in het midden van de negentiende eeuw vooral
presentatie belangrijk. Het archief moest
enerzijds mooie stukken bezitten en
diende deze te tonen. Anderzijds werd
er een Inventaire analytique opgesteld,
die een kloof sloeg tussen onderzoekers en archief. Pas aan het einde van de
negentiende eeuw werd heel het archief
ontsloten voor alle gebruikers. Deze
modernisering kende zijn bekroning in
een almaar betere huisvesting voor het
Gentse archief.
1 Dit artikel is gebaseerd op De droom van een
archivaris. Een analyse van de constructie van het
stadsarchief van Gent en zijn collecties tussen
1800 en 1930 (Master na Master in de Archivistiek,
2013). Een herwerking hiervan zal verschijnen
in de Verhandelingen van de Maatschappij voor
Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent. Ik wil
Gustaaf Janssens en Pieter-Jan Lachaert bedanken voor hun begeleiding. Daarnaast maakte ik
gebruik van ‘In Tempels onzer Vaderlandsche
Geschiedenis’. De Belgische stadsarchieven en
hun archivarissen in de negentiende eeuw (Master
in de Geschiedenis, 2012). Jo Tollebeek en Pieter
Huistra ben ik daarom ook dankbaar.
2 De uitdrukking is ontleend aan TOLLEBEEK, Jo,
‘Het archief. De panoptische utopie van de historicus’, in: Feit & fictie, 4 (1999) 3, p. 42.
META 2014 | 5 |
23
signalement
2
4 | META 2014 | 5
signalement
Bib-lieb
Kinderdansvoorstelling over en mét boeken
Keski.e.space maakt dans- voorstellingen
op locatie voor een jong publiek. Het
gezelschap laat bewust de context
van de ‘zwarte doos’ als werkplek
achter zich om midden in de dagelijkse
realiteit artistieke producties te
creëren. Tijdens deze voorstelling
stap je letterlijk in de wereld van de
bibliotheek. Je ontdekt er, tussen de
boeken door, een verhaal vol beweging.
Meer info: www.keskiespace.be
META 2014 | 5 |
25
etalage
Subwerkgroep Selectielijst Gemeenten
Roeland Verhaert
De subwerkgroep Selectielijst Gemeenten is een onderdeel van de werkgroep Lokaal
Overheidsarchief van de sectie Archief en Hedendaags documentbeheer van de VVBAD. De
leden hebben alvast één ding gemeen: de gebetenheid om de selectielijst af te werken.
Wat was de aanleiding voor de oprichting van
de subwerkgroep rond de selectielijst voor
gemeentearchieven in 2005?
Lijsten van de documenten die gevormd
worden door de administraties met daaraan
gekoppeld de definitieve bestemming, zijn
een belangrijk werkinstrument bij een goed
informatie- en archiefbeheer. Het aanvoelen bestond in 2005 al een tijd dat de oude
“bewaar- en vernietigingslijsten voor gemeenten” (1986-1993) van Griet Maréchal aan vervanging toe waren. De toenmalige werkgroep
Gemeentearchieven wilde hier iets aan doen,
en behandelde selectielijsten van leden van
de werkgroep tijdens haar vergaderingen. Dat
ging heel moeizaam, omdat de bespreking van
dergelijke lijsten niet eenvoudig is en veel tijd
vraagt. Daarom werd er besloten om een subwerkgroep op te richten die zich enkel met de
selectielijsten zou inlaten.
Wat is jullie opdracht en hoe vullen jullie die
in?
De opdracht die de werkgroep zich gesteld
heeft, is het opsommen van alle reeksen documenten die de gemeente vormt. Daaraan koppelen we een eindbestemming “bewaren of
(deels) vernietigen”. We adviseren ook een vernietigingstermijn. Al deze documenten worden
gestructureerd volgens de taken en (bestuurs)
handelingen die een gemeente uitvoert. Dit
handelingenoverzicht vormt de ruggengraat
van onze selectielijst. Aan de hand daarvan
kunnen we ook controleren of we alle documentvorming opgenomen hebben.
Gezien het enorme aantal handelingen dat de
gemeente uitvoert (momenteel staat de teller
op 676), en de complexiteit van de beleidsdomeinen (onderwijs, economie, financiën, veiligheid, openbare werken, maatschappelijk
welzijn, bevolking, …), is dit een werk van heel
lange adem. De werkgroep komt gemiddeld
zeven keer per jaar een volledige dag samen.
In 2010 werd een eerste keer een door het
Algemeen Rijksarchief goedgekeurde versie
gepubliceerd. Nu, in 2014, volgt een tweede
versie. Het einde komt stilaan in zicht. Er is
bijna een basislijst voor alle beleidsdomeinen.
Eens dat gebeurd is, zal het wel nodig blijven
2
6 | META 2014 | 5
V.l.n.r. Jan Anseeuw, Johan Van der Eycken,
Isabelle Verheire en Roeland Verhaert.
om de wet- en regelgeving op de voet te blijven
volgen, en aanpassingen te doen.
Wat maakt jullie team zo uniek?
De gebetenheid van de leden. De lijsten worden
erg grondig, document per document, besproken. Het gaat om vaak moeilijke materie, zoals
financiën of preventie, waarbij men zich telkens
moet inwerken in een nieuw beleidsdomein. Er
is ook veel wet- en regelgeving bij betrokken.
Dat vergt voorbereiding en — tijdens de vergaderingen — sterke concentratie.
Gezien de complexiteit en de omvang van de
materie, is er ook niet vaak vooruitgang te zien.
Sommige beleidsdomeinen, zoals onroerende
goederen, of maatschappelijk welzijn, worden
vaak een tiental opeenvolgende vergaderingen
besproken, om alle problemen en discussies
verder uit te klaren. Dat maakt dat dit werkelijk een zeer grote inspanning vraagt van de
werkgroepleden. Velen zijn uitverkoren, maar
het is slechts een beperkte kern die het echt
volhoudt. Anderzijds is de return voor de leden
ook wel enorm. De informatie over de gemeentelijke documentvorming en werking die tijdens
de vergaderingen wordt gedeeld is onschatbaar, en maakt van de leden echte experts.
Namen van de teamleden
en functieomschrijving
• Jan Anseeuw
(Stadsarchief Brugge)
• Ann Augustyn
(Stadsarchief Kortrijk)
• Nadia Lenaerts
(Gemeente Boechout)
• Sabrina Ospazi
(Gemeentearchief Londerzeel)
• Bart Sas
(Stadsarchief Turnhout)
• Johan Van der Eycken
(Rijksarchief Hasselt)
Hoe zou je de teamspirit omschrijven?
Heel goed. Het doel is gesteld en we gaan
ervoor. De recente veranderingen in wet- en
regelgeving geven ons ook de moed om door
te gaan. Het kost een grote inspanning van
de werkgroepleden, hun werkgevers en van
de VVBAD. Een fundamentele ondersteuning
door de federale en Vlaamse overheid is dan
ook meer dan welkom.
• Roeland Verhaert
(Stadsarchief Antwerpen,
voorzitter)
• Isabelle Verheire
(Provinciaal Archief WestVlaanderen, secretaris)
• Christophe Verheyden
(Gemeentearchief Overijse)
inzet
Lieve Arnouts:
“De werkgroep Lokaal Overheidsarchief
is het ideale forum voor startende
archivarissen”
Hoe ben je in de archiefsector beland?
In 1986 kreeg ik de kans een jaar stage te lopen
op het Stadsarchief van Aalst. Dit werd in 1987
omgezet in een tijdelijk contract als wetenschappelijk medewerker.
Hoe lang ben je al actief binnen de VVBAD?
Wat was je motivatie om lid te worden?
In 1989 was ik één van de ‘pioniers’ van de opleiding Archivistiek. Zo leerde ik de vereniging
kennen en vooral de tijdschriften Bibliotheek& archiefgids en Info. Het stadsbestuur gaf me
ook de gelegenheid om deel te nemen aan de
door de VVBAD georganiseerde studiedagen.
Van zodra ik vast benoemd was — toen nog
als adjunct-archivaris aan de stad Aalst (1995)
wou ik mijn horizon verbreden. Nu zou men
dat netwerking noemen. Ik engageerde me
zowel in de werkgroep Gemeentearchief (nu
werkgroep Lokaal Overheidsarchief, WLOA) als
in de werkgroep Wetgeving en Beleid. Daarin
trof ik onder andere mijn twee grootste leermeesters aan met name Juul Verhelst en Griet
Maréchal.
Wat haal je er voor jezelf uit, zowel persoonlijk
als professioneel?
De samenstelling van de werkgroep en de
topics die aan bod komen zijn zeer breed,
logisch gezien de vele aspecten van archiefbeheer. De groep biedt een zeer levendig platform waar er zonder belemmeringen kan gediscussieerd worden. Ik hecht ook veel belang
aan wetgeving en personeelsproblematiek. De
combinatie van samenwerking tussen de werkgroepen Gemeentearchief en Wetgeving en
Beleid, inspraakmogelijkheden en het nodige
lobbywerk resulteerden in de opname van de
kernbegrippen ‘archiefzorg’ en ‘archiefbeheer’
vooreerst in het Gemeentedecreet, waarna
het Provinciedecreet en het OCMW-decreet
volgden. De sectie gaf me ook de kans om
mee te werken aan de ‘Proeve van Vlaams
Archiefdecreet’. Samenwerking resulteerde ook
in de beroepsprofielen voor archiefmedewerker, archivaris en hoofdarchivaris (SERV). Nu de
patstelling op regelgevend vlak is doorbroken,
staan we voor de uitdaging het Archiefdecreet
om te zetten in de praktijk: de concretisering
van de kwaliteitscriteria. En tot slot: een heterogene groep van gedreven archivarissen houdt
je alert en verruimt je geest.
Hoe heb je de archiefsector zien evolueren?
Op pakweg 25 jaar tijd is er heel wat veranderd. Vooral door de ManaMa Archivistiek is
het professionalisme toegenomen en de kring
van archivarissen verbreed en verjongd. Verder
kan ik in dit kort bestek enkel een limitatieve
opsomming maken: deontologische code, internationale archiefstandaarden, archiefterminologie, records continuüm, selectieproblematiek,
digitale duurzaamheid, de spanning tussen de
wettelijke en de facultatieve taken, openbaarheid van bestuur, principe van klantgerichtheid,
pro-actieve rol naar administratie ...
Heeft de VVBAD voldoende ingespeeld op al
die veranderingen?
De sectie Archief en Hedendaags Document­
beheer hertekent momenteel haar structuur.
Hierbij wordt gedacht aan de wijze waarop
WLOA reeds werkt: een overlegplatform en ad
hoc werkgroepen. Dit zal tevens, en dat hoop
ik van harte, de manier zijn om de leden nog
meer te activeren ook diegenen die geen lid
zijn van een werkgroep, om sneller in te spelen op evoluties en om o.m. juristen en ICT’ers
te betrekken bij de complexe problematieken
en uitdagingen.
Lieve Arnouts is archivaris-diensthoofd van de
stad Aalst. Binnen de vereniging is ze voorzitter
van de werkgroep Lokaal
Overheidsarchief, lid van
de subwerkgroep kritische
p re s t a t i e - i n d i c a -
toren, lid van de sectie
Wat raad je jonge mensen aan die zich willen
engageren in de vereniging?
Gewoon doen! De werkgroep Lokaal
Overheidsarchief is het ideale forum voor
startende archivarissen. Je kan er terecht voor
praktische problemen die je ondervindt in je
dagdagelijkse werking. Je krijgt de kans op
inspraak in archiefmateries en dit van strategisch niveau tot op het niveau van concrete
acties. Je kan daarbovenop doorstromen naar
een van de vele reeds bestaande subwerkgroepen, of er zelf een voorstellen.
Archief en Hedendaags
Documentbeheer en ad
hoc lid van de werkgroep
Wetgeving en Beleid..
META 2014 | 5 |
27
over de schutting
Europeana Fashion
Een venster op Europa’s mode-erfgoed
Dieter Suls
Maart 2012 startte het Europeana Fashionproject, een drie jaar durend Europees project
met als doelstelling digitale content te aggregeren voor Europeana, het Europese portaal
voor digitaal cultureel erfgoed. Met aggregeren wordt bedoeld: “het samenvoegen van
gegevens van verschillende content providers
volgens een gestandaardiseerd formaat.”
Het project wordt gefinancierd door het CIP ICT • De door Europeana Fashion verzamelde
PSP-Programma, wat staat voor Competitive
digitale content toegankelijk maken via een
and Innovation Framework Programme, onder
eigen, gespecialiseerd Europeana Fashion
bevoegdheid van de Europese Commissaris
portal, die tevens dienst doet als een unieke
voor de Digital Agenda for Europe, Neelie Kroes.
toegangspoort voor het Europese mode-erfgoed.
Europeana Fashion is een ‘thematische aggre- • Ontwikkelen van instrumenten en diensten
gatieproject’ waarbij content wordt samengemet het oog op:
voegd rond een bepaald (cultureel) thema. In
- de integratie van user generated content
het totaal worden gegevens van 20 vooraan- de verrijking van metadata-beschrijvingen
staande mode-instituten uit Europa (waaronen de contextualisering van content met
der musea, bibliotheken en (private) archiebronnen zoals bijv. wikipedia, geonames, …
ven) geaggregeerd voor Europeana. Content • Het engageren van de Europese fashion
wordt hierbij geïnterpreteerd als beschrijvende
community (met name musea, universiteiten,
metadata die gekoppeld is aan een digitaal
modehuizen, …) door disseminatie en valoobject (bijv. beeld, tekst of een video). In het
risatie van de resultaten van het Europeana
totaal zal Europeana Fashion 700.000 items
Fashion project. Hierbij wordt in eerste
online brengen. Een groot deel van deze coninstantie gedacht aan de domeinen waarop
tent betreft ‘nieuw’ materiaal.
het project een voorbeeldwerking ontwikkelt,
m.n. digitalisering, copyright/intellectuele
Europeana Fashion is een ‘best practice neteigendom, (semantische), interoperabiliteit, …
work’, een type van project dat een voorbeeldwerking dient te ontwikkelen en uit te bouwen. Het ModeMuseum Provincie Antwerpen (MoMu)
Het project ambieert een best practice te zijn
is, samen met projectcoördinator Fondazione
op de volgende domeinen:
Rinascimento Digitale (Firenze), de initiatiefnemer van het Europeana Fashion-project en
• Het aggregeren en harmoniseren van digi- heeft een prominente rol in het projectconsortale content van de meest vooraanstaande tium. Het project werd gestructureerd in een
Europese publieke en private digitale mode- zestal werkpakketten en het MoMu is werkpakcollecties voor Europeana waaronder de
ketleider van WP2: Content Harmonisation and
collecties van Victoria & Albert Museum
Provision, wat het meest omvangrijke werkpak(London), Les Arts Décoratifs (Parijs), ket is. Binnen dit werkpakket superviseert en
Staatliche Museen zu Berlin (Berlijn), Museo ondersteunt het MoMu de diverse partners bij
del Traje (Madrid), Fondazione Emilio Pucci
het ingesteren en harmoniseren van hun gege(Firenze), Archivio Missoni (Sumirago), vens in MINT (de naam van het aggregatieplatModeMuseum Provincie Antwerpen, etc.
form waarin alle datasets beheerd worden en
• Het verbeteren van de interoperabiliteit tus- dat werd ontwikkeld door de National Technical
sen verschillende en vaak erg heterogene
University of Athens). Vanop dit MINT-platform,
collecties van de diverse content providers wordt de Europeana Fashion-content vervoldoor:
gens weer geoogst door Europeana.
- het promoten van een gemeenschappelijk
datamodel (het Europeana Datamodel- Binnen dit Werkpakket 2 ontwikkelde MoMu
fashion profile – gebaseerd op het tevens het datamodel voor het project
Europeana Data Model EDM) in de mode- (EDM-fp), een datamodel waaraan alle partsector
ners zich dienen te conformeren door het
- het bouwen van specifieke, meertalige mappen van hun brondata volgens de specimodethesaurus.
ficaties van EDM-fp. Verder speelt MoMu een
2
8 | META 2014 | 5
over de schutting
grote rol in een aantal andere werkpakketten
door bepaalde taken op zich te nemen. Binnen
WP 6: Communication & Dissemination, creeërt MoMu het communicatieplan en voert het
dit plan ook uit (met bijzondere aandacht voor
de sociale media). Binnen WP 4: Use Case
Development and User Requirements coördineert MoMu tevens een taak met betrekking tot
het ‘Exploitation & Sustainability Plan’, waarin
op zoek gegaan wordt naar een businessmodel
voor Europeana Fashion, zodat na afloop van
het project, de resultaten niet verloren gaan.
Last but not least, heeft MoMu een erg belangrijke rol als content provider voor het project.
www.europeanafashion.eu
Huidige status en toekomst
belang van de digitalisering ervan, hun gebruik
en status (o.m. intellectuele eigendomsrechten,
gebruikerslicenties, …), het gebruikte datamodel en hoe deze gegevens verrijkt en hergebruikt kunnen worden.
Op dit moment, maart 2014, is het project
voor twee derde gepasseerd en sinds een
aantal maanden beschikt Europena Fashion
over haar een eigen portaal. Hoewel dit portaal nog in volle ontwikkeling is, zijn er reeds
meer dan 250.000 objecten online terug te
vinden. Verder wordt er hard gewerkt aan de
integratie van Europeana Fashion content binnen Europeana, zodat onze content ook via hun
portaal kan worden weergegeven.
Het is niet overdreven te stellen dat deelname
aan Europeana Fashion instellingen op ingrijpende wijze transformeert, de belangrijkste
meerwaarde van het project voor de partners.
Bovendien wordt door het project een echt
netwerk gesmeed van verwante instellingen,
die gelijkaardige problemen hebben die soms
op gelijkaardige manieren kunnen opgelost
worden.
Het komende projectjaar zal er prioriteit gegeven worden aan een nieuwe, definitieve versie
van het Europeana portaal, het aggregeren van
de 700.000 objecten en het voeren van een
uitgebreide communicatiecampagne. Tevens
wordt er een groot internationaal symposium
en slotconferentie voorbereid van het project,
dat plaats zal vinden in Antwerpen (in februari
2015). Ten slotte wordt (o.m. door het hierboven vermelde Sustainability Plan) een opvolging van het project + rechtspersoonlijkheid
voorbereid.
Evaluatie
In het algemeen kunnen we stellen dat onder
impuls van het Europeana Fashion-project vele
deelnemende instellingen de digitale sprong
wagen. Door het project worden partners, zelfs
relatief kleine eenpersoonsarchieven, uitgedaagd om na te denken over hun gegevens, het
Dankzij dit project heeft het MoMu een aantal
nieuwe medewerkers kunnen aanwerven met
specifieke competenties die het team versterken, of hebben bestaande medewerkers hun
expertise op diverse domeinen verder kunnen
uitbouwen. Het MoMu heeft nu de juiste schaalgrootte en competenties in huis om een digitaal traject uit te voeren dat de instelling transformeert naar een werkelijk digitaal museum.
Bovendien krijgt het MoMu als instelling toegang tot een groot internationaal netwerk en
uitstraling naar de Europese modeliefhebber.
Deze unieke expertise en netwerk mag niet verloren gaan na februari 2015. Daarom ambieert
het MoMu om Europeana Fashion structureel
te verankeren binnen haar werking.
> www.europeana.eu
META 2014 | 5 |
29
trend
Het zadenbibnetwerk zaait zich uit!
Tim Lerno, Bib Londerzeel
Vorig jaar rond deze tijd trokken Rony Heymans van MijnTuin.
org en Tim Lerno van de bib van
Londerzeel met de Mijn Zadenbib
Magical Mystery Tour en met fleurige koekjes door het Vlaamse
bibliotheekland. Hun doelstelling:
20 Vlaamse en Brusselse zadenbibs in 2014!
Tot dusver zullen zestien bibliotheken dit jaar
met een zadenbib starten. De meesten zijn
al begonnen: Londerzeel, Denderleeuw, SintAgatha-Berchem, Anderlecht, Hoeilaart, Ekeren,
Berchem, Schilde, Lille, Halle, Willebroek,
Beerse, Eeklo, Sint-Niklaas, Bilzen en Kortrijk.
Enkele anderen starten in 2015. Alle zadencatalogi vind je op MijnZadenbib.be.
werking gevoelig uit, vrijwilligers bieden spontaan hun diensten aan, … Ook
binnen deze netwerken zaait de zadenbib zich steeds verder uit.
Als we samen kennis delen, waarom dan
niet meteen de klant meenemen? In het
hoofd van de ene klant zitten de antwoorden op de vragen van de andere.
Vragen die aan de online community
van MijnTuin.org gesteld worden blijven
zelden lang zonder nuttig antwoord.
Op de gemeenschappelijke Pinterestpagina van de zadenbib (www.pinterest.
com/mijnzadenbib) delen duizenden
tuinliefhebbers inspirerende links met
elkaar op visueel aantrekkelijke groepsborden: basisinformatie rond zelf zaden
oogsten, maar even goed lekkere tuinIn de VS en in Canada schieten zadenbibs als recepten en alles over dieren in de tuin.
paddenstoelen uit de grond, maar in Europa Op het bord ‘Kind en tuin’ inspireren leerkrachlijkt dit concept minder voor de hand te liggen. ten en ouders elkaar met educatieve ideeën.
Met uitzondering van de Rotterdamse ‘Geen ‘1914-1918: zadenselectie’ werd door Pinterest
Woorden Maar Zadenbieb’ is er ons nog geen gedurende een kleine drie weken toegevoegd
enkel ander Europees initiatief rond zaden aan de aanbevolen borden voor nieuwe Pinners,
delen bekend. Gelukkig is er nu het zadenbib- wat zowaar resulteerde in 3000 nieuwe volgers
uit de VS!
netwerk, waarmee we de Europese achterstand
in een voorsprong kunnen ombuigen! Elders
zijn zadenbibs vooral als eilandjes op zichzelf Iedereen wint
bezig. Een meerderheid werkt met handge- Dankzij de automatisering door MijnTuin.org is
schreven uitleenregistratie, zaden die in geslo- er nauwelijks nog sprake van werklast. Invoeren
ten schuifjes worden bewaard en (soms) een
betekent bij de meeste zaden niet meer dan
ouderwetse steekkaartencatalogus. Vintage!
beknopte gegevens over de schenker en het
oogstjaar koppelen aan een bestaande plantenfiche. Vervolgens de beschrijving van de plant
Kennis delen
Wij kunnen uitgroeien tot een netwerk waar nog wat inkorten, tot ze op het zakje past, en
kennis delen centraal staat en waar de beste de etiketten rollen kant en klaar uit de printer. De database is een Wiki: iedereen kan de
oplossing algemeen wordt toegepast als een
standaard, tot iemand een nog betere oplos- beschrijving van een plant aanpassen of aansing voorstelt aan de groep: kenniskantoor. vullen, foto’s toevoegen, …
bibliotheek.be/group/zadenbibnetwerk. We
werken immers met dezelfde tools, waardoor Voor de klant is het zelfuitleensysteem op de
tablet even helder als het RFID-systeem. Alle
zich bij iedereen dezelfde noden en wensen
klanten van de zadenbib zijn samen eigenaar
stellen en elk nieuw ei van Columbus meteen
van de zadencollectie, want zonder klanten
universeel toepasbaar wordt.
zouden er geen zaden zijn. Net als in het tuinDoor naar standaarden te streven zijn we ook centrum en in de supermarkt wordt het zadenoveral herkenbaar. We zijn immers meer dan aanbod frontaal gepresenteerd, maar ons meueen bibliotheeknetwerk: heel wat lokale Velt- bel is mooier en gratis verkoopt beter. Gelukkig
afdelingen trekken mee aan de kar of nemen doen we tegelijk ook aan tuinbevordering: de
het beheer van de zadenbib voor hun rekening. tuinierende medemens koopt zich al eens een
Transitiegroepen en andere groene verenigin- zak potgrond of een stuk gereedschap. Met de
gen doen mee, milieudiensten breiden met een zadenbib wint iedereen!
minimale inzet van mensen en middelen hun
3
0 | META 2014 | 5
Opening van de zadenbib in Halle.
uitgepakt
OpenRefine – een tool voor data-cleaning
Alina Saenko
Een van de kerntaken van een collectiebeherende instelling is informatie over objecten bijhouden en toegankelijk maken. Die data zijn een waardevolle bron van kennis. Niet gestandaardiseerde en rommelige data zijn echter zeer lastig voor zowel de eindgebruiker als voor
intern gebruik.
Om de kwaliteit van de ontsluiting en vindbaarheid van een collectie te verhogen moet men
aan data-cleaning doen. Dit vergemakkelijkt
interne werking met data en biedt mogelijkheden voor externe publicatie en uitwisseling
van gegevens. Data-cleaning is vaak arbeidsintensief, zeker als het handmatig moet uitgevoerd worden. Om de opdracht van het
opschonen op een semi-automatische en dus
snellere manier te laten verlopen heeft men
een gespecialiseerde softwaretools nodig.
Zo’n tool is OpenRefine. OpenRefine (vroeger ondersteund door Google) is een volledig
open­sourcesoftware waarmee men gemakkelijk
grote hoeveelheden van data kan visualiseren,
analyseren, manipuleren en corrigeren.
Drie troeven
Het principe van werking van OpenRefine
is vergelijkbaar met een Exceltabel, maar is
veel geavanceerder en specifiek ontwikkeld
om te werken met tekstuele waarden. Het is
een alleenstaand programma dat op de computer wordt geïnstalleerd en via een browser
lokaal en zonder internetverbinding kan worden gebruikt. Er wordt dus met data buiten
het eigenlijke databeheersysteem gewerkt.
De data worden eerst geëxporteerd uit het
gebruikte systeem (in csv, xml, xls of een ander
formaat) en dan opgeladen in OpenRefine. De
opgeschoonde data kunnen achteraf vanuit
OpenRefine terug geïmporteerd worden naar
het oorspronkelijke systeem.
Wat kan je nu precies met data doen in
OpenRefine? De belangrijkste mogelijkheden
van dit programma kan je in drie grote groepen verdelen:
• Analyseren van data.
Data worden op een overzichtelijk manier in
verschillende kolommen als een tabel voorgesteld. Op elke kolom kan je specifieke filters toepassen om op verschillende manieren
na te gaan welke waarden er voorkomen en
of er fouten aanwezig zijn. Zo kan je een text
filter gebruiken om te controleren of er in de
waarden onnodige spaties of komma’s zitten.
• Transformeren van data.
De gevonden fouten hoeven niet één voor
één gecorrigeerd te worden. OpenRefine
Met de reconciliation service koppelt
OpenRefine kunstenaarsnamen aan
VIAF-records.
biedt verschillende functies om in één keer
grote hoeveelheden data aan te passen. Eén
functie laat bijvoorbeeld toe data in een
bepaalde kolom te clusteren, waarbij een
lijst van spellingsvarianten worden opgesteld.
Daarna kan men voor een bepaalde variant
kiezen die al de andere waarden vervangt.
Daarnaast kan je gebruik maken van verschillende functies (uitgedrukt in GREL expression language), die rijke mogelijkheden tot
datamanipulatie biedt. Zo kan je alle overbodige leestekens op het einde van termen
zoeken en meteen verwijderen. Alle stappen
worden bewaard en indien nodig kan je de
oorspronkelijke waarde herstellen.
• Verrijking van de data.
De zogenaamde reconciliation service kan
gebruikt worden om je eigen data te linken naar en te verrijken met waarden vanuit externe bronnen en standaard terminologieën. Zo kan je namen van auteurs of
kunstenaars koppelen met het overeenkomstige record in VIAF (Virtual International
Authority File – een internationale standaard terminologie voor personen en instellingen), waarbij het identificatienummer van
het VIAF-record wordt overgenomen, samen
met de verschillende naamspellingsvarianten
en biografische informatie.
“OpenRefine
is bovendien
een gebruiks­
vriendelijk
programma dat
je helpt in het
opschonen van
rommelige data.”
>Dit artikel werd bezorgd door
OpenRefine is bovendien een gebruiksvriendelijk programma dat je helpt in het opschonen van rommelige data. Meer informatie kan
je vinden op de website openrefine.org. Er
bestaat ook een praktische handleiding: Using
OpenRefine, door Ruben Verborgh en Max De
Wilde (Packt Publishing, 2013).
PACKED vzw dat als expertisecentrum digitaal erfgoed kennis, ervaring en deskundigheid omtrent
digitaal erfgoed centraliseert en
verspreidt. Vragen voor PACKED
vzw zijn welkom via [email protected]
META 2014 | 5 |
31
over de schutting
Geheugen Collectief vzw
Veronique Van Humskerke
De erfgoedsector wordt steeds beter georganiseerd. Maar impliceert dit dat er ook voldoende
historische kennis en onderzoekservaring aanwezig is? Erfgoedmedewerkers zijn vaak geen
historici, de scenarioschrijvers van historische fictiereeksen evenmin. Geheugen Collectief vzw
is een historisch onderzoeksbureau met als doelstelling betekenis te geven aan het materieel en immaterieel erfgoed door middel van ontsluiting en onderzoek. Het wetenschappelijk
onderzoek wordt bovendien naar een laagdrempelig, concreet en meteen inzetbaar eindresultaat omgezet.
Wanneer werd Geheugen Collectief opgericht?
Geheugen Collectief werd opgericht in 2009.
Na onze studies geschiedenis viel het ons op
dat er een grote kloof heerst tussen het historisch onderzoek — dat vooral aan universiteiten,
wetenschappelijke instellingen, archieven, etc.
gebeurt — en de maatschappij waar geschiedenis toch ook bij het grote publiek erg leeft,
denk maar het succes van historische televisiereeksen, de aandacht voor tentoonstellingen
en de herdenking van de Eerste Wereldoorlog.
Bij heel wat van die publiekshistorische projecten zijn historici niet of nauwelijks betrokken. Tegelijkertijd sijpelt het wetenschappelijk
historisch onderzoek maar traag door tot de
maatschappij. Met Geheugen Collectief wilden
we wetenschappelijk gevoerd historisch onderzoek aanbieden aan tal van initiatiefnemers van
historische projecten. Hierbij maken we gebruik
van zowel academisch als lokaal onderzoek en
reiken we de hand naar de academische sector
en wetenschappelijke instellingen.
Wat is jullie opdracht en hoe vullen jullie die
in?
De corebusiness van Geheugen Collectief is
wetenschappelijk historisch onderzoek én de
verstaalslag naar een publieksgericht, laagdrempelig en toch historisch correct en genuanceerd eindproduct. Die eindproducten
kunnen alle vormen aannemen; publicaties,
tentoonstellingen, historische wandelingen,
educatieve pakketten, documentaires, apps,
websites, … Vaak werken we voor de uitwerking van deze producten samen met externe
partners, zoals vormgevers, app-ontwikkelaars,
uitgeverijen, … Wij doen dan het onderzoek en
leveren kant-en-klare content op maat van het
vooropgestelde doelpubliek. Onze opdrachtgevers zijn heel divers. We werken zowel voor
steden en gemeenten, organisaties en verenigingen, musea, erfgoedcellen, bedrijven, privépersonen, …
3
2 | META 2014 | 5
Geheugen Collectief is een krachtenbundeling
van acht professionele historici met verschillende specialisaties. Van bij aanvang waren we
overtuigd van de meerwaarde van historisch
onderzoek in team te voeren, zodat ideeën en
ervaringen constant uitgewisseld worden. Dat
is een gangbare manier van werken in onder
meer exacte wetenschappen, maar bij historici
helemaal niet ingeburgerd. We hebben tools en
methodes ontwikkeld waardoor bijvoorbeeld
bronnenmateriaal dusdanig verwerkt wordt
dat elk lid van het onderzoeksteam ermee aan
de slag kan zonder zelf in het archief geweest
te zijn. Niet alleen verhoogt dit de efficiëntie,
iedereen kan ook datgene doen waarin hij het
sterkst is. Dit leidt tot een uitgebalanceerd
eindresultaat. De groepsaanpak heeft ook
voor onze opdrachtgevers duidelijke voordelen.
Doordat onze onderzoekers nauw samenwerken, kunnen ze te allen tijde voor elkaar inspringen. Op die manier wordt het gemakkelijker
om deadlines te respecteren. Zelfs bij langlopende projecten — ons langst lopende project
duurde bijna vier jaar — kunnen we continuïteit
garanderen. Bij kortlopende projecten is onze
teamaanpak de garantie dat een grote hoeveelheid werk op korte tijd verzet kan worden. Voor
Toerisme Vlaanderen schreven we bijvoorbeeld
in minder dan een jaar een boek dat hoofdzakelijk gebaseerd is op honderden meters nietgeïnventariseerd en ongeordend archiefmateriaal. Alleen met een team kan je dat bolwerken
binnen zo’n kort tijdsbestek.
Wat staat er al op jullie palmares?
In de vijf jaar dat Geheugen Collectief bestaat,
hebben we al meer dan 80 projecten mogen
uitvoeren voor meer dan 50 verschillende
opdrachtgevers. Ons eerste grote onderzoek
was in opdracht van Standaard Uitgeverij en
de erven van Willy Vandersteen. We ontdekten
wat wel vermoed werd maar nog nooit iemand
hard had kunnen maken: dat Willy Vandersteen
“De bevestiging
dat Willy
Vandersteen
Kaproen was,
was alleszins
de meest
spraakmakende
ontdekking.”
over de schutting
tijdens de Tweede Wereldoorlog antisemitische spotprenten tekende onder het pseudoniem Kaproen. Dat was geen gemakkelijk, maar
wel een heel interessant onderzoek, waarbij we
heel wat hulp kregen vanuit de archiefwereld.
Onze eerste grote tentoonstelling was ‘Futiel
Textiel’? in het MIAT in Gent, waarin zelfs Elio
Di Rupo een aandeel had. Momenteel werken
we aan een heleboel projecten over de Eerste
Wereldoorlog, zoals de grote tentoonstelling
in Dendermonde die in augustus 2014 opengaat of auto- fiets- en
wandelroutes achter het Duitse front
in de Leiestreek, die
va n a f s e p te m b e r
via een app ontsloten worden. Maar er
blijft zeker ook vraag
naar onderzoek over
a n d e re p e r i o d e s
en thema’s. Recent
publiceerden we bijvoorbeeld het boek
Bezette Kust, over
de impact van de Atlantikwall op het dagelijks
leven van de kustbevolking tijdens de Tweede
Wereldoorlog en het boek 75 jaar Toerisme
(in) Vlaanderen, in opdracht van Toerisme
Vlaanderen.
Stuitten jullie al op verrassende ontdekkingen?
De bevestiging dat Willy Vandersteen Kaproen
was, was alleszins de meest spraakmakende
ontdekking. De pers sprong er op met sensationele krantenkoppen en Humo ontketende zelfs
een relletje door Wiske met een hakenkruisknipoog op de cover te zetten. Maar ook op het
vlak van archieven doen we regelmatig interessante ontdekkingen. Door de aard van onze
projecten en de soms erg specifieke invalshoeken, komen we vaak in aanraking met archieven die nog nooit onderzocht werden. Dat is
spannend, maar niet altijd gemakkelijk. Vaak
zijn die archieven ongeordend. Gelukkig kunnen we meestal rekenen op de hulpvaardigheid
van archivarissen — die het soms even spannend vinden als wij om in die ‘nieuwe’ archieven te neuzen.
Welk archief of onderzoek zouden jullie graag
eens uitspitten?
Tentoonstelling in Boekhoute.
Het leuke aan een historisch onderzoeksbureau
is dat we door de uiteenlopende projecten in
contact komen met heel uiteenlopende archieven. Het spijtige is dat we vaak niet de tijd en
het budget hebben om een archief tot op het
bot uit te spitten. Er zijn dus heel wat archieven
waar we al onderzoek in gedaan hebben waar
we maar al te graag meer tijd in hadden geïnvesteerd. Zo werken we momenteel aan een
artikel over de geschiedenis van het Werk der
Daklozen in Antwerpen, een onthaalcentrum
voor mannelijke thuislozen dat 75 jaar geleden opgericht werd. Het archief van de organisatie is zo goed bewaard dat het zich perfect
leent tot een prosopografische studie van de
bewoners. Helaas is daar in het kader van onze
opdracht geen tijd voor. Gelukkig kunnen we
zo’n instelling helpen bij het ontsluiten van hun
archief. Op ons voorstel zijn gesprekken gestart
met KADOC om het volledige archief aan hen
over te dragen. Zo gaat een waardevol archief
niet verloren en wordt het toegankelijk voor
alle onderzoekers.
META 2014 | 5 |
33
interview
> Majo De Saedeleer
Vervolg van p. 18
Terwijl elke politieker op het slotdebat van
de Staat van het Boek leesbevordering toch
de allerhoogste prioriteit gaf.
Ja, we zullen zien. (lacht) Ze snappen het,
dat wel. En laten we maar geloven dat ze het
belangrijk vinden. Ook het Boekenoverleg
heeft gezegd dat het het voornaam vindt.
Het is de eerste prioriteit in het memorandum. We hebben volgende week dinsdag
een studiedag over leesbevordering en over
aandacht voor kwetsbare groepen. Die zou
de basis moeten leveren voor het actieplan van een breed gedragen leesbevorderingsbeleid. We willen het heel graag van hieruit
trekken. Maar Welzijn is een logische partner en Economie net
zo goed, je bevolking moet kunnen lezen. Kunnen lezen is soms
een beetje verpest omdat het een schoolvak is. Het is niet meer
dan juist dat het een schoolvak is want het is zo essentieel. Maar
als je als kind niet gelukkig bent op school of je bent met al die
dingen niet mee of je vindt het saai … En als je het op school
allemaal nog moet ontdekken dan heb je thuis al veel gemist.
Want één van jouw eerste vragen was “Waar begon het allemaal?” Als ik dan terugblik dan heb ik alles meegekregen wat
wij, Stichting Lezen, graag zouden zien. Ik had een grootvader
die heel gek op mij was en mij aanmoedigde. Mijn vader las en
hij was echt van de wereld als hij las. We werden aangemoedigd
om naar de bibliotheek te gaan en ik ben opgegroeid in het huis
waar mijn moeder en haar twee zussen zijn opgegroeid. En zij
hadden blijkbaar ook al boeken en die stonden daar nog steeds.
Dus ik had ook al boeken onder mijn ogen. Ik had rolmodellen,
toegang tot boeken en er was zelfs boekbezit.
Is er nog een goede raad die u uw opvolger zeker zou willen
meegeven?
Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat er op dit moment heel
veel druk is voor overleg, in allerlei vormen. Er zijn netwerken
die uitmonden in actie. Maar nu zie ik vooral veel overleg dat
uitmondt in rapporten. De sterkte van Stichting Lezen is dat het
een projectorganisatie is. Dat we dingen aanbieden en doen.
Onze overlegpartners zijn ook diegenen die het project samen
met ons realiseren. Ik zou niet graag zien dat Stichting Lezen
alleen maar een praatorganisatie wordt waar de hand niet aan
de ploeg geslagen wordt. Als je bijvoorbeeld over kansarmen
praat, dan waarschuwt iedereen die in de welzijnssector werkt
“leg niets op van bovenaf, zorg dat de dingen groeien. Bouw het
op vanuit de netwerken van iedereen die betrokken is.” Ik weet
niet of de plannen van ministers altijd uitmonden in daden. Ik
zie veel organisaties alleen maar praten en overleggen.
Kan de link met andere beleidsdomeinen zoals Economie,
Welzijn en Onderwijs in de toekomst concreter gemaakt worden?
Soms denk ik dat ik naïef ben als je ziet hoe ministers uiteindelijk altijd alleen voor hun eigen terrein gaan. Ook deze keer zeggen we het in ons memorandum: Welzijn moet mee, idem dito
voor Innovatie, Onderwijs, Cultuur, … Dat moet, willen we iets
3
4 | META 2014 | 5
bereiken, maar ik word soms moedeloos. Ik zie dat het de afgelopen twaalf jaar maar heel zelden gelukt is met de bestaande
structuren van Onderwijs en Cultuur. Er was wel een soort van
akkoord tussen beide beleidsdomeinen maar ik heb er nooit iets
van gemerkt. En onderwijs zit op zich al complex in elkaar. Er is
het gemeenschapsonderwijs, het vrij onderwijs dat erg krachtig
is. Misschien moet je met de Guimardstraat gaan praten in plaats
van de minister van Onderwijs. Maar daar hebben ze dan weer
geen middelen. Op dit moment ben ik daar niet optimistisch
over. Als wij het al niet merken, wie dan wel?
Zijn er dingen die u, achteraf bekeken, graag anders had aangepakt?
Ik was soms te ongeduldig. Wat het commerciële luik betreft,
heb ik onvoldoende oog gehad voor hun vragen en noden. Het is
nooit goed gelukt met de commerciële kant. Je kan zeggen dat
het goed is dat ik Stichting Lezen uit de commerce heb gehouden maar het had misschien op een andere manier gekund. Ik
wil blijven geloven dat er uitgevers zijn die alleen maar voor
het beste willen gaan. Maar we hebben mekaar nooit gevonden.
Op kleine schaal wel maar niet structureel. Integendeel, soms
hebben ze ons beconcurreerd. En dat kan samenhangen met
mijn stijl en temperament enzovoort, maar als je op dit punt
terugkijkt naar wat het geweest is dan denk ik dat ik af en toe
wat beter had moeten luisteren. Ik bestuurde mijn eigen trein
nogal. (lacht)
Heeft (jeugd)literatuur u jong gehouden?
In het begin was ik veel met jeugdliteratuur bezig maar de laatste jaren lees ik vooral volwassenenliteratuur. Er zijn hier in mijn
ploeg veel mensen die thuis zijn in de jeugdliteratuur. Er zijn een
aantal vanzelfsprekende thema’s die steeds terugkomen. Als
je pas begint dan is dat fris en verrassend. Maar na een poosje
denk je dat je het al eens hebt gelezen. Ik heb het stigma ‘jeugdliteratuur’ meegekregen maar de laatste jaren is slechts tien
procent van wat ik lees jeugdliteratuur. De beste jeugdschrijvers,
zoals een Joke van Leeuwen, weten nog hoe het was om kind te
zijn en kunnen nog denken zoals een kind. En hoe ongelukkig je
je dan kan voelen. Zulke boeken vind ik wel de moeite om aan
de kleinkinderen door te geven. Ze moeten toch zeker Astrid
Lindgren, Toon Tellegen en Joke van Leeuwen kennen. En als
ze plezier hebben aan de rest is dat ook goed. Maar sommige
dingen ga ik ze niet cadeau geven. (lacht) Diegene die geeft
mag kiezen!
COLUMN
Selfies? Shelfies!
Eva Simon
“Een shelfie, is dat een selfie van iemand
met een spraakgebrek?”, zo vroeg ik me
af. Tot ik begreep dat het ging over foto’s
van de eigen boekenplank.
Nu had ik gedacht dat de shelfie een uitvindsel was van een snuggere bibliothecaris. Helaas. The Guardian lanceerde als
eerste een Stuur-ons-je-shelfie-wedstrijd.
Met als gevolg boekenkasten gerangschikt volgens de regenboogkleuren.
Ook al kwamen het woord en het idee
niet van de archieven en bibliotheken,
algauw zetten ze Twitteracties op met
#archiveshelfie en organiseerden ze
een Library Shelfie Day. Initiatieven uit
Nederland en New York. De Nederlanders
en Amerikanen waren ons weer voor.
2014 is meermaals uitgeroepen tot jaar
van de shelfie, dus doen we er ook in
Vlaanderen iets mee. Bib Schaarbeek
roept dezer dagen haar lezers op om een
eigenzinnig portret met favoriet boek op
Facebook te posten. De foto’s komen in
de bib te hangen. Verzeilen we zo weer
in de eenzijdige associatie van bibliotheken met boeken? Misschien denken we
beter richting cd- of dvd-rek. Of waarom
niet de elektronische boekenplank? We
vragen de klant een screenshot van zijn
e-boekenapp op zijn smartphone. #shelfiecellfie.
Op een boekenplank kunnen wel nog wat
andere dingen staan. Waarom zouden we
beeldjes, vaasjes, wijnflessen en spaarpotten discrimineren? Als bibliotheek
moet je voor alles en iedereen openstaan.
Waarom geen workshop digital story­
telling rond memorabilia en prullaria?
Moet er überhaupt iets op de planken
staan? De verpakking is minstens even
belangrijk als de inhoud. Zoals een duckface 1 bij de selfie hoort, zo kent ook de
shelfie een pronkerige variant. Wie een
foto van een lege maar uitzonderlijke
boekenkast instuurt, maakt kans op een
prijs. Of dat dan een stapel boeken moet
zijn, laat ik in het midden.
Uiteraard mogen we de klanten zonder
boekenkast niet vergeten. Foto’s van
salontafels moeten ook kunnen mee­
dingen. #noshelfie.
Zelfs onze adviserende functie kunnen we
met behulp van shelfies uitspelen. “Toon
ons uw boekenplank en wij zeggen u wie
u bent.” Goed voor de shelf confidence
van onze klanten.
Eva werkt als docente aan de
Bibliotheekschool Gent en vermaakt
zich onder het motto ‘informatie
organiseren is een kunst’ met sociale
media en metadata. In 2010 stond ze
aan de wieg van de Vlaamse Bib Web
Awards. Eva is al jarenlang actief in de
VVBAD. Ze is redactielid van META
en de Wegwijzer voor bibliotheken &
documentatiecentra.
De selfie zou een teken zijn van het narcisme dat alom woedt op sociale media.
Voor bibliotheken lijkt enige shelfishness
me best gezond. Wie weet komen we
via al die foto’s nog wat van onze zoek­
geraakte Kamasutra’s op het spoor.
1 Een selfie met getuite lippen, met de bedoeling er
sexy uit te zien.
creed
citaat
“The Archivist’s career . . . is one of service. He exists in order to make other
people’s work possible, unknown people for the most part and working
very possibly on lines equally unknown to him, some of them in the quite
distant future and upon lines as yet unpredictable. His Creed, the Sanctity
of Evidence; his Task, the conservation of every scrap of Evidence
attaching to the Documents committed to his charge; his Aim to
provide, without prejudice or thought, for all who wish to know the Means
of Knowledge.”
Sir Hilary Jenkinson, “The English Archivist: A New Profession” 1948.
META 2014 | 5 |
35
DE VRAAG
Hoe pimp ik mijn facebookpagina?
Ilse Depré, De Bib Leuven
Heel wat bibliotheken hebben de weg gevonden naar Facebook. Maar hoe kun je nu het effect
meten van je online inspanningen? Hoe kan je nog meer ‘fans’ aantrekken? En hoe zorg je
ervoor dat de interactie met die fans vergroot?
Begrijp hoe Facebook werkt
Besef dat niet elk bericht dat je als beheerder
op een pagina plaatst, door al je fans gezien
wordt. De gemiddelde facebookgebruiker heeft
130 vrienden en is gelinkt met 80 pagina’s en
groepen. Om ervoor te zorgen dat men zich
niet verliest in die overdaad aan informatie,
filtert Facebook de berichten die we op ons
nieuwsoverzicht te zien krijgen. Dat gebeurt via
de ‘EdgeRank’, een algoritme gebaseerd op de
parameters affiniteit, gewicht en tijdsverloop.
Affiniteit verwijst naar de relatie tussen fan en
pagina: hoe vaker die fan in interactie treedt
(vind-ik-leuk klikt, commentaar geeft, berichten deelt, ...), hoe sneller Facebook hem een
nieuw bericht zal tonen van diezelfde pagina.
Gewicht slaat op het bericht zelf: hoe populairder een bericht (veel ‘likes’, commentaren
en gedeelde items), hoe meer fans dat bericht
te zien gaan krijgen. Ten slotte is de parameter
tijd van belang. Een fan die ’s avonds inlogt, zal
meer kans hebben om een bericht te zien dat
een uur ervoor gepost werd, i.p.v. eentje dat al
8 uur oud is.
Analyseer je gebruik!
Het voordeel van een facebookpagina tegenover een groep of profiel, is dat je het gebruik
ervan kan meten. Zodra je voldoende fans hebt,
kan je statistieken raadplegen en/of downloaden. Welk soort berichten hebben het grootste
bereik? Hoe oud is je fanbasis in vergelijking
met de gemiddelde gebruiker van Facebook?
Op welke dagen en uren zijn je fans het vaakst
online? Gebruik deze info om je berichten beter
af te stemmen op je doelpubliek.
Time je berichten verstandig
Voor de doorsneepagina is vrijdagnamiddag
het moment waarop het meeste fans online
zijn. Bedrijfspagina’s worden minder bezocht
tijdens het weekend, maar uit de statistieken
van de meeste bibliotheekpagina’s blijkt zaterdag toch ook populair te zijn. Plaats belangrijke
berichten, die door veel fans opgepikt moeten
worden, bij voorkeur op die drukke momenten.
Je hoeft daarom niet zelf online te zijn op dat
moment, je kan een bericht ook inplannen om
het op een later moment te laten verschijnen.
Gebruik hiervoor het klokje links onderaan je
3
6 | META 2014 | 5
berichtvak. Gebruik je meerdere digitale tools,
plaats dan eenzelfde bericht niet tegelijk op
Facebook, blog en Twitter, maar laat daar wat
tijd tussen. Zo vergroot je de kans dat iemand
het via één van die media oppikt en verder verspreidt, en blijft het langer ‘in the picture’.
Wees multimediaal
Facebook lost weinig info over hoe het gewicht
van een bericht precies berekend wordt, maar
algemeen neemt men aan dat foto’s, video’s
en links naar websites hoger scoren in de
EdgeRank dan een simpel tekstbericht. Maak
daarom optimaal gebruik van multimedia.
Bovendien is het net dit soort content dat sneller interactie uitlokt bij fans (like, taggen van
vrienden, ...), en daardoor hun affiniteit met
jouw pagina verhoogt, samen met het gewicht
van het bericht zelf.
Lok interactie uit
Vermits een bericht meer gewicht krijgt naar
mate meer fans interageren (like, commentaar,
delen, ...), is het belangrijk om dit te stimuleren. Berichten die interactie uitlokken zijn actueel, niet te saai, en vooral interessant voor de
beoogde doelgroep. Ook een blik achter de
schermen scoort goed: een personeelsuitstap,
een vrijwilliger in de kijker of het pensioen van
een collega, kunnen op veel ‘likes’ rekenen.
Vergeet je andere kanalen niet
Trek ook nieuwe fans aan door een verkorte
URL (gebruikersnaam) te genereren en deze
op al je media (flyers, affiches, gadgets, ...) te
vermelden. In enkele simpele stappen maak je
ook een professioneel ogende ‘badge’ die je
andere digitale media (website, blog, ...) kan
incorporeren. Vraag ten slotte aan stadsdiensten of partnerorganisaties die ook aanwezig
zijn op Facebook om naar jouw pagina te linken,
en vice versa: dat kan niet enkel door berichten
en foto’s te delen, maar ook door die pagina als
pagina te ‘liken’, en ze dan in de kijker te zetten
via de optie ‘uitgelicht’.
> Meer facebooktips & -tricks vind je op bibidee.blogspot.
com.
“Ook een blik
achter de
schermen
scoort goed:
een personeels­
uitstap, een
vrijwilliger in
de kijker of het
pensioen van
een collega,
kunnen op veel
‘likes’ rekenen.”
Het cijfer / Het plan
9893,5
Hoeveel tijd zou het in beslag nemen om
elk boek ter wereld te scannen? In 2012
berekende Masha Weenink, een IBWstudente deze hersenbreker. Zij ging er
vanuit dat een boek gemiddeld 300 bladzijden heeft. En dat je 40 minuten nodig
hebt om 300 pagina’s van een boek om
te slaan voor de scanner. Aan dit ritme
zou je 36 boeken per dag kunnen digitaliseren:
300/40*60= 450 blz. per uur x 24
= 10.800 bladzijden per dag

10.800/300
= 36 boeken per dag

130.000.000/36
= 3611.111,11 dagen / 365
= 9.893,5 jaar om elke titel ter wereld
te scannen (inschatting 2010)
9.893, 5 jaar is natuurlijk louter een hypothese. Want:
• er komen ieder jaar een X-aantal boeken bij. Het aantal boeken ter wereld is
geen vast gegeven.
• wanneer is een document volledig gedigitaliseerd?
• per boek is er natuurlijk nog verdere
verwerking nodig: OCR, in file samenbundelen, …
• de snelheid van het digitaliseren zal
afhankelijk zijn van de methode die
gebruikt wordt.
Bovendien worden er jaarlijks over de
hele wereld zo’n 2.200.000 boeken gepubliceerd. In 2014 zijn er dus al 10.000.000
boeken meer. Die nieuwe boeken scannen
kan op 761 jaar of 277.778 dagen.
Julie Hendrickx
Met dank aan Masha Weenink,
IBW-studenten 2012-2013
Bibliotheekweek wordt 30
30 jaar bibliotheekweek is de voorbije maanden het voorwerp
geweest van flink wat denk- en zoekwerk. Centraal stond de
vraag: kan het ook anders? En beter? Is niet het ogenblik gekomen om de publiekscampagne — die de Bibliotheekweek is —
te herdenken naar een nieuw concept, waar de professionals,
maar ook de (potentiële) klanten nauw bij betrokken zijn? Het
debat op Kenniskantoor toonde verschillende pistes: een week,
een najaarscampagne of kunnen we het niet verder alleen? Het
antwoord is alles tegelijk. Met ‘iedereen bibliothecaris’ gaan we
ver in de co-creatie-gedachte. Niet alleen de sector denkt en
doet mee, ook de gebruiker geeft mee vorm aan de nieuwe
campagne.
‘Thuis in de bib’ was de baseline voor de
Bibliotheekweek 2013, en we houden die aan. Het co-creatieperspectief focuste toen vooral op de professional: verbeteren
van het materiaal, opbouwen van de ideeënvalies, delen van
professionele kennis en ervaring. In 2013 stond de kennis van
de professional centraal, in 2014 nemen we ook de gebruiker
mee.
Kennis bezit iedereen, tel daar de expertise van de bibliotheekmedewerker als kennisbemiddelaar bij, en de bib als een thuis
voor iedereen. Zo krijg je de ingrediënten voor ‘Iedereen bibliothecaris’. Wie zich ergens thuis voelt, durft er ook zijn gedacht
zeggen. Zijn passie en wijsheid delen. En neemt zo een rol op
in kennisdeling en empowerment, waar de bib van oudsher in
uitblinkt.
De campagne spoort gebruikers aan om te kandideren: meld u
als bibliothecaris voor een week. Een leuk voorstel, een gepassioneerd verhaal, een uit de hand gelopen hobby … alles kan.
Deel uw passie in de bib, breng uw vrienden mee en voel er u
thuis. De Bibliotheekweek (11 tot 19 oktober) fungeert als startmoment, maar de campagne loopt nog maanden door.
‘Iedereen bibliothecaris’ is meer een virale, dan een affiche-campagne, al kan elke bib dat voor zichzelf beslissen: het materiaal is
voorhanden. BV’s zorgen voor de nodige media-aandacht, al is
in deze format iedereen BV: een Belangrijke Vertegenwoordiger
van kennis in de bib. Zo wordt de bib van de toekomst een
gedeelde verantwoordelijkheid van professionals en gebruikers.
Een publieke plek van kennis en ontmoeting waar mensen met
uiteenlopende expertise elkaar versterken. Want de bib is er
voor iedereen, daarom willen we ze samen maken.
en Patrick Vanouplines.
>Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Google_
Books#2010
Heb je vragen over hoe de campagne in jouw bib vorm kan krijgen? Neem contact met [email protected], of surf
naar www.locusnet.be
>Maar zie ook: http://arstechnica.com/science/
2010/08/googles-count-of-130-million-books-is-
Hilde De Brandt, LOCUS
probably-bunk/ en http://en.wikipedia.org/wiki/
Books_published_per_country_per_year
META 2014 | 5 |
37
kroniek
30 jaar IBW:
Preserving the knowledge of the past for the digital future
Antwerpen – 6 mei 2014
Voor deze 10e lezing in de
cyclus ‘30 jaar IBW’ werd
Dr. Bettina Wagner van de
Bayerische Staatsbibliothek
(BSB) in München uitgenodigd. Zij is verbonden aan de
afdeling Handschriften und
alte Drucke en overziet voornamelijk projecten over het
ontsluiten en digitaliseren van
manuscripten en incunabelen.
Dr. Wagner opent de lezing
met een anekdote over bibliothecaris Johann Christoph
von Aretin, die in 1803 een
keuze moest maken in de
belangrijke boekencollectie
van het opgeheven klooster van Tegernsee; de collectie zou worden geïntegreerd
in de Beierse Hofbibliotheek.
De bibliotheek van het klooster bezat vele uitzonderlijke
manuscripten en na lang aandringen kreeg Aretin de hele
— deels verborgen — collectie
onder ogen. Deze was echter
zo uitgebreid dat Von Aretin
ter plekke een selectie moest
doorvoeren.
De opdracht van toen is niet
zo verschillend van die van
nu. Net zoals toen, moet men
nu kiezen welke manuscripten
belangrijk zijn en welke niet.
En, net zoals toen, is men nu
ook bezig met het ontsluiten
van de manuscripten. In de
19e eeuw was het de opvolger
van Aretin, Johann Schmeller,
die de opdracht gaf om een
exhaustieve handschriftencatalogus uit te geven, dertig
jaar na de overdracht van de
manuscripten uit Tegernsee.
Nu is het de beurt aan Dr.
Wagner en haar collega’s.
Omdat de collectie in de BSB
3
8 | META 2014 | 5
Universität Düsseldorf. Het
zo uitgebreid is, heeft de
bibliotheek bij de metadate- is een zeer uitgebreide en
ring en digitalisering voor- diepgaande ontsluiting van
rang verleend aan de filolo- de collectie van vijf vrouwenkloosters. Elk type document
gisch interessante werken. Zo
zijn ondertussen alle Griekse wordt apart opgelijst: zo is
manuscripten gedigitaliseerd er een lijst met alle breviaria,
en ontsloten. De Latijnse wer- ascetische literatuur, liturgische literatuur enzovoort. Elk
ken bleken echter te talrijk om
allemaal te verwerken, dus document wordt dan uitvoeheeft men ervoor gekozen de rig beschreven. Daarnaast
nadruk te leggen op de ver- worden ook dagboeken, rekeningen en andere soortgelijke
luchte manuscripten, die zo’n
10 procent uitmaken van het ‘interne’ documenten ontslototaal aantal Latijnse manus- ten. Dit alles geeft een uniek
inzicht in de dagelijkse gang
cripten. Van de overige 90
procent heeft men naar de van zaken binnen de verschilherkomst van de manuscrip- lende kloosters.
ten gekeken en worden de colDr. Wagner concludeert dat
lecties die ooit toebehoorden
aan de belangrijkste Beierse de verschillende projecten
kloosters gedigitaliseerd en duur en arbeidsintensief zijn,
maar dat ze van onschatbare
beschreven.
waarde zijn, voor ons nu en
Het digitaliseren en ontsluiten voor toekomstige onderzoekers. “Door te kijken naar het
van de uitgebreide collectie in
München kost uiteraard geld. verleden leren we veel over
het heden, en vangen we misEen belangrijke sponsor is de
Deutsche Forschungsgemein­ schien een glimp op van onze
toekomst.”
schaft (DFG), maar soms zijn
er ook andere partners, zoals
de Europese Commissie. Over Giacomo Visini
de jaren heen heeft de afdeling Handschriftener­s chlie­
ß­u ngs­zentrum van de BSB
zich opgewerkt tot één van
de voortrekkers betreffende
metadatering en digitalisering
van manuscripten en gelden
de daar geboekte resultaten
als de norm voor soortgelijke
projecten.
Eén van de lopende projecten waar Dr. Wagner even bij
stilstaat, is Schriftlichkeit in
süddeutschen Frauenklöstern,
een samenwerking van de
BSB met het Bayerische
Hauptstaatsarchiv en de
kroniek
VVBAD-studienamiddag leeszaalmedewerkers
Brussel – 15 mei 201448
Vo o r h e t e e r st o rg a n i seerde de werkgroep Lokaal
Overheidsarchief van de
VVBAD een studienamiddag
speciaal voor leeszaalmedewerkers. Zoals de openingsspreekster Marie Juliette
Marinus het uitdrukt is het
een goed teken dat ze niemand kent en ze benadrukt
dan ook meermaals het
belang van de netwerkmomenten tijdens de middag. In
de zaal kent ook vrijwel niemand elkaar, getuige de stilte
bij binnenkomst. Het publiek
blijkt erg divers: er zijn medewerkers van zowel de kleinere
als grotere stadsarchieven,
van de universitaire archieven
en bijvoorbeeld het KADOC
alsook van de archiefdienst
van de VRT. Ikzelf was er als
student voor een onderzoek
naar de competentieprofielen
van onthaalmedewerkers (ook
op zaal) in collectiebeherende
erfgoedinstellingen.
In de eerste ronde had men de
keuze tussen het thema ‘privacy, auteursrechten en openbaarheid van bestuur’ en het
thema ‘de meerwaarde van
een leeszaal’. Ik koos voor
het laatste. De spreker was
coördinator van Archiefbank
Vlaanderen, Michel Vermote.
Hij hield een vurig betoog
voor het belang van het
inspelen op de veranderende
maatschappij. Onder druk
van ICT-ontwikkelingen krijgen archieven te maken met
een verandering van de hoeveelheid en het soort publiek.
Een bedreiging die Vermote
hierbij noemt is het uitvoeren
van de eigen taken: een kans
is nu juist de publiekswerking.
Bij een rondgang langs het
publiek blijkt dat eigenlijk elk
archief wel bezig is met het
digitaal ontsluiten en online
ter beschikking stellen van
het archief. Vermote benadrukt vervolgens het belang
om te gaan samenwerken. De
Google-generatie gaat niet
naar archieven en weet ook
niet bij welk archief het moet
zijn voor wat. Hierop moet
beter ingespeeld worden: het
moet eenvoudiger gemaakt
worden en het moet mogelijk worden meerdere collecties tegelijk te doorzoeken.
Conclusie: er is meer samenwerking nodig en archiefbank.
be is hiertoe een belangrijke
aanzet. De tijd liet het nu niet
toe om tot praktische stappen
te komen tot meer samenwerking maar het is te hopen dat
hiertoe snel initiatief wordt
genomen — voor zover dit nog
niet gebeurt.
kantoorruimtes ofwel bibliotheken moeten hierop aangepast worden. Technisch
gezien moet alles kloppen
en aanwezig zijn, maar het
moet aantrekkelijker: meer
als huiskamer of buitenruimte.
Een reeks voorbeelden passeert de revue, waaronder de
bibliotheek van Roeselare. Een
interessant pleidooi, waarbij het publiek de opdracht
kreeg deze gedachten mee te
nemen naar hun archief en ze
hogerop te voeren.
Al met al was het een dag die
naar meer smaakte!
Elsemieke Laarman
In de tweede ronde had men
de keuze tussen een lezing
over het omgaan met genealogische vragen en de inrichting
van een leeszaal. Ik ging naar
de laatste. Als spreker was
Sylvain Gevaert van Topburo,
een Vlaamse onderneming die
meer dan meubels wil verkopen uitgenodigd. Ook deze
lezing ging in essentie over
de verandering van de wensen van het publiek: het draait
allemaal om de “Place 2.5”. De
mens leeft traditioneel op drie
plaatsen; thuis, op zijn werk en
in een ontspanningssetting.
De grenzen tussen deze drie
plaatsen vervagen: het werk
moet aangenaam zijn, tijdens
het weekend beantwoord
je mails van collega’s … En
META 2014 | 5 |
39
kroniek
30 jaar IBW:
‘Meten’ en ‘evalueren’, of hoe de relatie tussen wetenschap en innovatie
vorm te geven en in te vullen
Antwerpen – 16 mei 2014
Prof. Koenraad Debackere,
KU Leuven, sloot op 16 mei
de lezingenreeks naar aanleiding van 30 jaar Informatie- en
bibliotheekwetenschappen
Universiteit Antwerpen af. In
zijn lezing gaf hij een overzicht
van de wijze waarop indicatoren van wetenschap, technologie en innovatie in het wetenschapsbeleid zijn geïntegreerd
en dit zowel op internationaal,
nationaal, regionaal als universitair niveau. De integratie van
indicatoren in het management van het onderzoek en
de monitoring en evaluatie
van onderzoeksresultaten is
vandaag dan ook wijdverbreid.
Het vakgebied van de bibliometrie, dat vertakkingen kent
naar de bibliotheekwetenschappen, de wiskunde, de
sociologie en de economie,
is daardoor uitgegroeid tot
een brede discipline waarin
fundamenteel, basis- en toegepast onderzoek elkaar versterken. Door de nog steeds
groeiende beleidsinteresse
voor de economische impact
van het onderzoek heeft zich
tevens een evolutie voorgedaan waarbij naast de vernieuwende wetenschappelijke
activiteit die tot uiting komt in
publicaties, ook de bescherming ervan in de vorm van
patenten wordt gemeten. Dit
laat toe universiteiten, regio’s
en landen aan de hand van
publicaties en patenten met
elkaar te vergelijken inzake
activiteit, impact, productiviteit, samenwerking en dies
meer.
40 | META 2014 | 5
Bibliometrische analyses vergen een sterk uitgebouwde
gegevensinfrastructuur, die
op regelmatige basis wordt
o n d e r h o u d e n . P ro f e ss o r
Debackere pleitte in dat verband voor respect voor beoefenaars van de bibliometrie,
aangezien hun werk inzake
het beschikbaar maken en
opkuisen van gegevens vaak
een monnikenwerk van lange
adem is. Tevens waarschuwde
de gastspreker bij herhaling
voor de risico’s van toepassing
van bibliometrie op te lage
aggregatieniveaus (bijvoorbeeld individuen) en voor al
te sterk vereenvoudigde interpretaties zoals het gelijkstellen van citaties aan kwaliteit.
In het tweede deel van
zijn lezing gaf professor
Debackere nadere toelichting
bij het concept slimme specialisatie, d.w.z. het gegeven dat
kennis en technologie een cruciale rol spelen in economische
groei. Regio’s die erin slagen
om de academische wereld,
de industrie en de overheid
nauw op elkaar te laten aansluiten (de zogenaamde Triple
Helix) en met elkaar te laten
interageren, kunnen meer
nieuwe kennis economisch
verzilveren. De uiteenzetting
werd geïllustreerd met meerdere sprekende voorbeelden
aangaande Antwerpen en
Vlaanderen. Vanzelfsprekend
impliceert slimme specialisatie ook op beleidsniveau een
voortdurende interactie van
de betrokken actoren en hun
vertegenwoordigers.
Tot slot stond professor
Debackere stil bij de mogelijke positieve effecten (bijvoorbeeld het stimuleren van
samenwerking) en minder
positieve effecten (bijvoorbeeld het kunstmatig opdrijven van het aantal co-auteurs)
van de voortdurende meting
en evaluatie van onderzoeksprestaties. Aan de hand van
het voorbeeld van zelfcitaties,
die een normaal onderdeel van
de wetenschappelijke communicatie zijn, illustreerde hij
hoe ongeïnformeerd gebruik
en/of misbruik van bibliometrie ertoe kunnen leiden dat
op beleidsniveau verkeerde
conclusies worden getrokken. Transparantie en duidelijkheid over de beperkingen
van gegenereerde data zijn
dan ook de ordewoorden voor
iedereen die met het weten en
evalueren van wetenschappelijke activiteit begaan is.
Tim Engels
Archief wordt
verstand van zaken
Adlib Archief is de professionele software voor het beheer
van historische, bedrijfs- en overheidsarchieven. Duurzaam,
want dankzij de open architectuur blijven uw archiefstukken
tot in de lengte der dagen te raadplegen. In Adlib Archief
beschrijft u uw archief tot op ieder gewenst niveau. De stukken
worden overzichtelijk in context getoond, zodat u gerelateerde
informatie direct in beeld heeft. Bovendien bieden verschillende
zoekingangen u snel en gemakkelijk toegang tot alle bronnen.
Met Adlib Archief legt u het verleden vast voor de toekomst
Adlib Archief
Uitgebreid Overzichtelijk Flexibel Van globaal tot gedetailleerd Conservering- en
Restauratiemodule Studiezaalmodule Bewaar beheer Inschrijvingen Meerdere
zoekmogelijkheden Meertalig Internationale standaarden ISAD (G) EAD ISAAR(CPF)
Unicode Integreerbaar met Adlib Bibliotheek en Adlib Museum tot één ‘crossdomain’
systeem Databasekeuze MS SQL Server, Oracle en Adlib Open System API-koppelingen
Aanpasbaar aan elk soort archief.
Adlib Information Systems
+31 (0)346 586800
[email protected]
www.adlibsoft.com
Boeken en gebonden
tijdschriften digitaal
Onze unieke Scanrobot zet
boekcollecties eenvoudig en snel
om naar een digitaal exemplaar.
 scannen van 1500 pagina’s per uur
 aflevering van elk gewenst
bestandsformaat (ook ebookformaten)
 lage paginaprijs en korte doorlooptijd
GMS Digitaliseert
Edisonweg 50d
Telefoon: 078-6931300
2952 AD Alblasserdam
[email protected]
gmsnl.com
kroniek
Jaarafsluiter OKBV
Brugge 23 mei 2014
Het OKBV-werkjaar werd op
23 mei afgesloten met een
ledenvergadering en een
bezoek aan twee Brugse
kunstbibliotheken. Een
trouwe schare van geïnteresseerde kunstbibliothecarissen
woonde de activiteit bij.
De dag begon met een bezoek
aan de bibliotheek van Musea
Brugge, die sinds vorig najaar
een nieuwe, ruimere plek
kreeg in een gebouw vlak bij
het Groeningemuseum. De
bibliotheek verzamelt publicaties gerelateerd aan de collecties van de Brugse musea,
waardoor haar scope tamelijk breed is. Een specifieke
nadruk ligt op kunst van de
15e en 16e eeuw, de periode
van de Vlaamse Primitieven,
en dit omwille van het belang
hiervan voor de Brugse
geschiedenis en de Zuidelijke
Nederlanden. De bibliotheek
is in eerste instantie bedoeld
voor onderzoekers en studenten die specifiek op de Brugse
museumcollecties werken,
maar staat open voor iedereen
met interesse in kunst.
Sinds de oprichting in 2010
van het Vlaams Onderzoeks­
centrum voor de Kunst in de
Bourgondische Nederlanden
is de focus van de bibliotheek
nog sterker op de Vroege
Zuid-Nederlandse kunst
komen te liggen. Het onderzoekscentrum wil onderzoek
op de Vlaamse kunst van de
15e en 16e eeuw “initiëren,
faciliteren, stimuleren en verspreiden”. Het wil een brug
slaan tussen de museale en de
academische wereld, o.a. door
opleidingsinitiatieven binnen
42 | META 2014 | 5
de museale context, lezingen
en een nieuwe publicatiereeks.
Een halfjaarlijks Research
Seminar en een academische
Summer Course moeten een
nationaal en internationaal
publiek van jonge onderzoekers aantrekken en hen in
direct contact met de Brugse
museumcollecties brengen.
In functie daarvan versterkt
het Onderzoekscentrum ook
de gespecialiseerde collecties van de kunsthistorische
bibliotheek, zowel met boeken
en tijdschriften als met lokaal
raadpleegbare databanken,
om zodoende een geschikte
werkplek voor de onderzoekers te vormen.
In de ledenvergadering die
daarop volgde, overliepen we
de activiteiten van het vorige
werkjaar en werden plannen voor het nieuwe werkjaar
voorgesteld. OKBV is ook op
zoek naar een nieuwe voorzitter en secretaris: geschikte
kandidaturen zijn meer dan
welkom! De vergadering eindigde met het jaarlijkse rondje
van de bibliotheken, waarbij
iedereen de laatste nieuwtjes
werden uitwisselde.
Na een gezellig etentje aan het
Brugse water trok de groep
naar de Cultuurbibliotheek
in het Sint-Lodewijkscollege.
Deze is met meer dan
100.000 titels een van de
grootste kunstbibliotheken in
Vlaanderen, en gevestigd in
een ongewone omgeving, een
middelbare school. De bibliotheek werd in 1957 opgericht
door kanunnik Stock, die een
bibliotheek wilde voor “alles
wat interessant is, en voor de
lange duur”. Vandaag vormt
ze een samenwerking tussen
de Cultuurbibliotheek, het
Sint-Lodewijkscollege en de
Vereniging Stock-Laureyns
voor boek en cultuur.
een losse babbel werd afgesloten.
Deze privébibliotheek is vooral
gekend omwille van haar grote
collectie wetenschappelijke
publicaties over klassieke cultuur en cartografie, met een
belangrijke verzameling kostbare werken uit de 16e en 17e
eeuw. Daarnaast bezit ze een
grote collectie studieboeken
over humane en positieve
wetenschappen op niveau
van een middelbare school.
Sinds enige jaren worden ook
historische strips verzameld,
met inbegrip van contextueel materiaal. Bij de preciosa­
collectie bevinden zich allerlei
oude drukken en bibliofiele
werken, historische woordenboeken en tijdschriften, livres
d’artiste, prenten en geografische kaarten. Van deze laatste is vooral de collectie Jozef
Bossu gekend, die onlangs
nog het voorwerp van een
Boekensteun-actie was, voor
een betere conservering van
de 360 historische kaarten en
prenten van de Nederlanden.
http://vlaamseprimitieven.vlaam-
Ingrid De Pourcq
>https://bezoekers.brugge.be/museumbibliotheek
De cultuurbibliotheek is dus
een unieke mix van een kunsten erfgoedbibliotheek met
een onderwijstraditie. De leeszalen zijn dagelijks gevuld met
scholieren die er hun huiswerk
of groepswerk maken, maar
de bibliotheek krijgt ook frequent het bezoek van onderzoekers en particulieren uit het
Brugse, voornamelijk voor de
cartografische collecties. Een
verrassend bezoek dat met
sekunstcollectie.be/nl/onderzoek/
onderzoekscentra/vlaams-onderzoekscentrum
http://www.cultuurbibliotheek.be/
info/
Foto: Geert Roels.
personalia
Op 6 mei 2014 ging in de Gentse Universiteitsbibliotheek Angéle De Fleyt met pensioen. In april 1972 begon ze aan de UGent te werken bij de financiële dienst. In september 1991 maakte ze de overstap naar de Boekentoren, waar ze verantwoordelijk werd
voor de Grote Leeszaal. Ze zag de zaal evolueren van een plek waar naslagwerken en
collectiestukken geconsulteerd werden naar een studielandschap vol blokkende studenten. Met Angèle verdwijnt iemand die voor generaties studenten het gelaat was
van de Gentse Boekentoren. Nog steeds blijft een efficiënte, vlotte en vooral vriendelijke bediening van lezers en onderzoekers een cruciale factor om van de bibliotheek
een aangename en inspirerende plek te maken. Angèle blonk daar in uit en we zullen
haar erfenis met enthousiasme koesteren en verder zetten.
Bilen Sonakalan werkt sinds woensdag 11 juni terug op het VVBAD-secretariaat als
onthaalmedewerker. Bilen is terug het vertrouwde aanspreekpunt. Omdat hij vanaf nu
zijn baan combineert met zijn eigen kruidenierszaak in Berchem, werkt hij deeltijds.
Op maandag, woensdag en vrijdag kan je hem bereiken op het VVBAD-secretariaat.
toepassing
Digitaal lezen à volonté
Ilse Depré, De Bib Leuven
Nu het project ‘E-boeken in de bib’ eindelijk
van start is gegaan, lijkt het ons tijd om eens
te kijken naar de potentiële concurrentie, in
de vorm van abonnementsformules voor digitaal lezen. Enkele spelers op de (Engelstalige)
markt zijn 24symbols, Scribd en Oyster. Deze
tools bieden duizenden e-boeken aan tegen
een vaste prijs per maand, op verschillende
mobiele toestellen.
Met Scribd kan je lezen op een computer, tablet
(iOS en Android), op bepaalde Kindle e-readers
of je smartphone. De meer dan 300.000 boeken bevinden zich online, in de ‘cloud’. Je kan
je leeservaring delen met anderen, kijken wat
vrienden zoal lezen, en posten op sociale media.
De tool kost 8,99 dollar per maand. Je kan de
boeken ook downloaden en dus offline lezen.
Oyster (iOS) heeft een gelijkaardige service
voor een vergelijkbare prijs. 24symbols (web,
iOS, Android) biedt dan weer een
freemiummodel aan: een deel van
de content (Engels en Spaans)
is gratis online beschikbaar, wie
betaalt krijgt echter niet enkel
extra boeken, maar kan de e-boeken ook downloaden.
Begin dit jaar kondigden uitgeverijen WPG en LannooMeulenhoff
eenzelfde Nederlandstalig initiatief aan, waarbij men duizenden populaire titels
zal kunnen lezen tegen het najaar. De uitgeverijen zeggen zelf dat ze op die manier hopen de
piraterij van e-boeken tegen te gaan. Misschien
kunnen ze dat beter doen door volop te kiezen
voor het VEP, in samenwerking met de bibsector, i.p.v. er nog een platform naast te zetten ...
> Meer info en nuttige app: http://bibidee.blogspot.com
META 2014 | 5 |
43
TERUGBLIK
“Er zijn nu reeds 100 miljoen
tv-apparaten. Wij moeten rekening
houden met deze realiteit.”
Julie Hendrickx
Op 31 oktober 1953 zond de Belgische televisie voor de eerste keer uit. In de jaren zestig komen
de eerste kleurentelevisies op de markt. En ze zijn een hit! De televisie zette alles op zijn kop
en zou het boek doen verdwijnen.
In Bibliotheekgids nummers radio. Waarom zou de televisie
1-3 van 1966 publiceerde anders zijn?
Fernand Peuteman ‘Het standEr wordt maar één echt nadeel
punt van de bibliothecaris in
een symposium over boek uitgesproken: televisiekijken
is een passieve vrijetijdsbeen TV’. De bibliotheekwereld
staat argwanend tegenover steding die oppervlakkigheid
het nieuwe medium. Maar vol- in de hand werkt. Er worden
gens Fernand Peuteman kun- vooral veel mogelijkheden
nen we naast het boek best de gezien:
televisie waarderen en omge- • Ook het boek kan op televisie schitteren, over een
keerd. Toen de fiets werd uitgoed literatuurprogramma
gevonden werd er ook gezegd
wordt met andere woorden
dat dit het boek zou doen
als sinds het prilste begin
verdwijnen. Idem dito met de
gepraat.
• De televisie is een nieuw
middel tot cultuurverspreiding, zoals lezen ook een
Een eerste onderzoek
middel is. Alle opvoedingsmiddelen moeten voor hun
Omdat er nog geen belangrijke opiniepeilingen verricht
specifieke taak gebruikt
werden over de invloed van televisiekijken op het lezen,
worden en elkaar aanvullen.
baseert de auteur zich op ‘de statistieken der bibliothe• De televisie vervangt lezen
ken’.
slechts voor dezen die het
doen uit verveling, tijdFernand Peutemans evalueert de evolutie van de laatste
verdrijf of gebrek aan iets
tien jaar vrij algemeen: in de jaren 1958, ’59 en ’60 was er
anders.
een lichte daling (10 procent) van de uitleencijfers. In 1963
Onze vrije tijd, en de toename
daarvan, werd in de twintigste eeuw steeds meer een
fel betwist terrein voor commerciële belangen. Sociale
welvaart, technologische
vooruitgang en grotere verplaatsingsmogelijkheden
zorgden ervoor dat verschillende vormen van vrijetijdsbesteding binnen handbereik lagen. Er werd dan ook
gevochten voor aandacht.
Maar meer vrije tijd betekent
meer tijd om te lezen, toch?
“Toen de
fiets werd
uitgevonden
werd er ook
gezegd dat
dit het boek
zou doen
verdwijnen.
Idem dito met de
radio. Waarom
zou de televisie
anders zijn?“
herstelde dit cijfer zich echter weer en vanaf 1965 kan de
bibliotheeksector weer van enige vooruitgang spreken.
Er zouden meer jonge lezers zich naar de bib begeven
in plaats van ouderen en non-fictie literatuur wint aan
populariteit.
De ontleding van deze gegevens leert ons dat:
• de verspreide gegevens dat men na 2 jaar televisie
opnieuw méér begint te lezen wordt bevestigd;
• de televisie is (na het beginstadium) het snelst en volledigst binnengedrongen bij de geestelijk minst ontwikkelden, die zelden frequente bibliotheekbezoekers
waren;
• de lezers die vroeger slechts toevallig naar de bibliotheek kwamen op zoek naar niet meer dan tijdverdrijf,
waren de eerste wegblijvers, zij werden gemakkelijker
voldaan door de televisie;
• de jonge lezers zijn minder ingepalmd door de televisie;
zij zijn ermee opgegroeid – dit is een gunstige vooruitzicht en wijst reeds op het gezond worden van de toe-
Bovendien is er een nieuw
beeld van de bibliotheek aan
het groeien, aldus de auteur.
De opdracht van de bibliotheek evolueerde dan ook
geweldig: van volksboekerij voor ontspanning en het
leren lezen naar moderne
lectuurcentra voor vorming
en documentatie. De nieuwe
bibliotheek van de toekomst
moet geen concurrentie duchten van de televisie, zo wordt Bibliografie
gedacht. Want de bibliotheek • Bibliotheekgids, jaargang XLII, nr.
zal zich op een ander terrein
1-3, p50-52.
bewegen; de bibliotheek zal
nodig blijken en door niets te
vervangen zijn, zeker niet door
de televisie!
komstige verhoudingen tussen de televisie en andere
massamedia.
44 | META 2014 | 5
> Zie ook p. 48
zoGehoord
Fleur De Jaeger:
“Thuis komt vooral het stevigere
gitaarwerk uit de boxen”
Heb je een favoriete groep?
Mijn muzieksmaak is erg uitgebreid en
heel gevarieerd, dus een uitgesproken
favoriet heb ik niet.
Naar welk genre gaat je voorkeur uit?
De vraag was misschien beter geweest
naar welk genre muziek mijn voorkeur
niet uitgaat. Ik kan van enorm veel muziek
genieten, maar ik heb het niet zo voor
elektronische muziek, R&B en popmuziek. Ook dingen die te veel gepromoot
worden op de radio en op populaire festivals kan ik minder appreciëren. Voor mij
is muziek vooral zelf op zoek gaan en buiten de paden te durven treden, niet zo
maar aannemen wat vanzelfsprekend is.
Vandaar dat ik ook van minder voor de
hand liggende genres hou: psychedelische hippiemuziek, krautrock, postrock,
rockabilly, oude blues, stonerrock, doom,
sludge, metal etc. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik nog steeds trouw blijf aan mijn
eerste muzikale ervaringen in de punken hardcorescene. Ik ben rond mijn 15e
beginnen luisteren naar Blink-182 en was
al snel helemaal verkocht aan de punkrock uit California: NOFX, Bad Religion,
Green Day, Lagwagon, No Use for a
Name, Rancid, The Bouncing Souls, The
Offspring etc. Bands die nu nog steeds
optreden en nieuwe dingen uitbrengen.
Dat vind ik fantastisch, mannen die na 20
jaar nog het podium opkruipen en zowel
jong en oud kunnen bekoren met hun
muzikale boodschap.
Wat is je favoriete album aller tijden?
Ook hier niet echt een favoriet maar de
platen die ik destijds grijs gedraaid heb
en ik volledig meezing zijn zeker And
out come the wolves van Rancid, For
who you are van Face Tomorrow en Selftitled van Queens of the Stone Age. Ook
Jalamanta van Brant Bjork is een album
dat nog steeds een glimlach op mijn
gezicht tovert.
Heb je een ‘guilty pleasure’?
Geen enkele muziek is volgens mij ‘fout’;
het is maar wat je ermee wil bereiken als
artiest, of waar je als publiek voor openstaat. Zo heb ik ook nog wel naar de
Backstreet Boys geluisterd toen ik 12 jaar
was. Of naar emo-bands zoals Coheed and
Cambria, maar ik zie dat als een zijsprongetje in mijn muzikale ontdekkingstocht.
Wat was het eerste plaatje dat je ooit
kocht?
Ik denk dat dat Nevermind
van Nirvana moet geweest
zijn.
Hoe kom je aan je muziek? Cd’s kopen,
downloaden, uit de bib?
Ik luister veel muziek via Spotify. Vroeger
kocht ik steeds cd’s, maar aangezien ik die
enkel nog in mijn auto afspeel, wordt die
collectie zo goed als niet meer verder uitgebreid. Ik ben wel een vinyl-liefhebber en
ondertussen bezit ik al een kleine collectie
met daarin een groot deel oudere platen
die ik van mijn ouders kreeg. Ook nieuwe
muziek koop ik op vinyl. Ik koop ze in de
gespecialiseerde platenzaak of bij muziek­
labels, maar vooral bij de artiesten zelf.
Als ik naar een optreden ga en ik vind de
muziek goed, koop ik sowieso een plaat!
Dit is meteen ook mijn manier om minder
bekende groepen te ondersteunen.
Wat is je meest gespeelde nummer in
iTunes?
Hangt van mijn stemming af. Ik heb dan
ook verschillende afspeellijsten. Zoals
psychedelische muziek, stonerrock, heavy
music etc. Op het werk luister ik uiteraard naar wat rustigere muziek. Artiesten
die de laatste tijd veel terugkomen zijn
The Gaslight Anthem, Frank Turner, The
Menzingers, The War on Drugs en Jack
Johnson. Thuis komt vooral het stevigere
gitaarwerk uit de boxen en wordt meestal
metal en hardcore gedraaid. Norma Jean
is bijvoorbeeld zo een groep die ik laatst
nog op Groezrock zag spelen en die mij
echt overdonderden!
Hoe en waar luister je naar muziek?
Één van de eerste dingen die ik doe wanneer ik opsta, is muziek opzetten. Zowel
thuis, op het werk, in de auto als op de
trein beluister ik steeds muziek.
Welke artiest zou je willen aanraden aan
de META-lezers?
Tuber uit Griekenland: psychedelische instrumentele
desertrock die je van je sokken blaast. Simpele melodieën, maar toch
met heel veel inhoud. Net als My Sleeping
Karma uit Duitsland trouwens: instrumentale psychedelische rock. De ideale muziek
voor een roadtrip in Zuidwest USA. Of om
te doen alsof terwijl je met je ogen gesloten in je zetel zit weg te dromen.
Fleur De Jaeger
Fleur De Jaeger studeerde geschiedenis en Informatie- en
Bibliotheekwetenschappen en is sinds 2010 bibliothecaris in het Koninklijk
Museum voor Midden-Afrika. Daar werkt ze momenteel aan de ontwikkeling
van een infocorner, waar bezoekers tijdens de sluiting van het museum
terecht kunnen met vragen over het onderzoek dat de instelling voert. In
haar vrije tijd houdt ze zich bezig met paarden, reizen, muziek en sport.
META 2014 | 5 |
45
activiteiten
Parcours beeldende kunst in lokale context
Hedendaagse beeldende kunst en lokaal
cultuurbeleid, het is een uitdagend huwelijk. Voor lokale cultuurprofessionals — die
vooral expertise opbouwden rond het
geschreven en gesproken woord — is het
ook een prille relatie.
Beide partners hebben elkaar heel wat te
bieden. Beeldende kunst is niet fysiek of
niet tijdsgebonden. Groot- of kleinschalig,
in de klassieke expozaal maar ook in open
lucht, in de private of publieke ruimte en
dat tijdelijk of langdurig. Kortom een
open relatie die steeds anders ingevuld
wordt. Maar de keuze van de context definieert steeds mee het kunstwerk. Lokaal
draagvlak — zowel bij buurtbewoners,
potentieel publiek, politiek als professio­
nals — is steeds een noodzaak.
Het lokale biedt dan weer een bijzondere
context van geschiedenissen, bewoners
en plekken waarmee kunst(enaars) een
betekenisvolle relatie kan aangaan.
LOCUS nodigt u uit voor een reeks bijeenkomsten, die telkens bestaan uit een
werkbezoek en een moment van debat.
Zo willen ze enerzijds de verschillende
deelaspecten van beeldende kunst en
lokaal cultuurbeleid uitdiepen en anderzijds een netwerk van cultuurprofessionals, organisaties en kunstenaars creëren. Er worden specifieke werkvormen
bekeken aan de hand van cases zoals
extra muros werken, curatoren — ook
onverwachte — inschakelen, clusteren
van professionele en amateurkunstenaars, ...
De vragen waar we een antwoord op
zoeken: Hoe werkt u als cultuurprofessional op maat van uw lokale context?
46 | META 2014 | 5
Hoe bouwt u een duurzame visie uit? Hoe
overtuigt u het beleid van de kansen van
hedendaagse beeldende kunst? Wat is er
allemaal nodig om een idee uit te werken
op maat van uw omgeving? Hoe gaat u
aan de slag rond draagvlak, productie, het
opzoeken en samenbrengen van partners,
presentatie?
De werkbezoeken
Op donderdag 22 mei ging de reis naar
Bornem. We bezochten Visite, waarbij
kunstwerken uit de collectie van het M
HKA (Museum van Hedendaagse Kunst
Antwerpen) tijdelijk een plek krijgen in
een stad of gemeente. Op dinsdag 8 juli
nodigt LOCUS u uit in Genk.
In de voormiddag is draagvlak met/door
het publiek de rode draad. De Visiteeditie van Genk onder de vlag ‘40/20
Genkenaren kiezen kunst’ is daartoe
een uitstekend praktijkvoorbeeld: 40
Genkenaren engageren zich als curator.
Zij bouwden de tentoonstelling in C-Mine
Cultuurcentrum van a tot z op. De 40 zijn
een doorsnede van de Genkse bevolking,
bezochten o.a. het M HKA en werden
intensief gecoacht. Een delegatie van
de 40 leidt ons rond en gaat met ons in
gesprek.
In de namiddag leggen we de link tussen draagvlak en beleid. De stad Genk
integreert sinds vele jaren kunst in de
publieke ruimte. De visieontwikkeling
hierrond wordt momenteel geïntensifieerd en in samenspraak met betrokken
diensten (ruimtelijke ordening, economie, toerisme, …) verder uitgebouwd en
verfijnd. Hierbinnen krijgt ook De Unie
Hasselt-Genk een plek. Inspiratie te over
voor uw lokale praktijk!
In het najaar organiseren we een derde
moment waarbij we de brug maken tussen amateurkunsten, deeltijds kunstonderwijs, hedendaagse beeldende kunst
en lokaal cultuurbeleid.
En eind 2014 trekken we ten slotte naar
Diest waar de werken van het M HKA een
plek krijgen in de verlaten citadel van de
stad. Hedendaagse beeldende kunst fungeert er als blikopener en als uitnodiging
om mee na te denken over de toekomstige invulling van deze machtige plek.
Praktisch
Datum
Prijs
Inschrijven
dinsdag 8 juli 2014,
10.00 u. tot 16.00 u.
20 euro
www.locusnet.be
Activiteiten
IAML 2014
13-18 juli - Antwerpen
Van 13 tot 18 juli 2014 vindt in Antwerpen
het jaarlijkse congres van de International
Association of Music Libraries, Archives
and Documentation Centres (IAML)
plaats. Dit congres, dat in 2013 in Wenen
plaatsvond en in 2015 in New York zal
plaatshebben, is een samenwerking tussen vijf partners: de bibliotheken van de
Conservatoria van Antwerpen, Brussel en
Gent, MATRIX en het Studiecentrum voor
Vlaamse Muziek.
IAML is de belangrijkste belangenvereniging voor muziekbibliotheken en op dit
eerste IAML-congres in België sinds 1982
worden ca. 250 muziekbibliothecarissen
en -archivarissen van over de hele wereld
verwacht.
Praktisch
Datum Plaats
13-18 juli 2014
Koninklijk Conservatorium
(Internationale Kunstcampus
deSingel),
Desguinlei 25, Antwerpen
Inschrijven www.libraryconservatory­
antwerp.be/
META 2014 | 5 |
47
uitzicht
48 | META 2014 | 5
De ‘nieuwe’ bibliotheek van Ronse.
Uit De Bibliotheekgids 1965/5-6
> Zie ook p. 44
Vrijdag 27 juni werd het nieuwe [email protected] Macht en onmacht van archieven
gepresenteerd tijdens de VVBAD-bijeenkomst
in Mechelen.
Macht en onmacht
Jaarboek 14
Archieven hadden en hebben verschillende
rollen in de gewapende strijd om de macht en in de macht van archieven tegen het vergeten.
Strijdende partijen proberen om allerlei redenen archieven van de tegenpartij in beslag te
nemen, of trachten juist zoveel mogelijk om archieven die kunnen gelden als bewijsstukken van
zijn handelen te evacueren danwel te vernietigen. Ook nemen de partijen maatregelen om de
historische archieven, die de basis vormen van legitimiteit en identiteit, te beschermen tegen
oorlogsgeweld. Tijdens de oorlog worden vanzelfsprekend ook nieuwe archieven gevormd. Door
oorlogsschade, bewuste vernietiging, evacuatie, wegvoeren naar het buitenland, plundering en
heen- en weer gesleep van archieven in een oorlogssituatie wacht er na afloop immens veel
werk wat het opsporen van archiefmateriaal en onderhandelingen over teruggave betreft. Want
archieven zijn nodig voor de reconstructie van de geschiedenis en de verwerking van leed.
Individuele burgers hebben recht op informatie over begaan onrecht en het lot van vermisten. In
die zin spelen archieven een cruciale rol in de overgang van een periode van bezetting, revolutie
en onderdrukking naar een nieuw regime.
Dit veertiende Jaarboek van de Stichting Archiefpublicaties geeft een indruk van lopende
discussies in de archivistiek over dit brede thema van macht van archieven. Het boek is ontstaan
uit een samenwerking tussen Belgische en Nederlandse archivarissen en dat weerspiegelt zich
in de inhoud. De Eerste wereldoorlog trekt bij de artikelen van Belgische oorsprong de meeste
aandacht, de Tweede wereldoorlog bij de artikelen van Nederlandse auteurs. De thematiek is
echter van alle tijden, zoals blijkt uit bijdragen van over de Mechelse Raad, het volkenrecht en
over de basisprincipes van de rol van archivarissen in het ondersteunen van mensenrechten
tijdens en na internationale conflicten en dictatuur.
Macht en onmacht van archieven kost 27,50 € (Excl. verzendkosten)
Bestellen via [email protected]
Eindelijk inzicht
in collectiebeleid
en -planning.
V-eyeQ is een applicatie voor
collectiebeheer en -planning.
Met V-eyeQ kunnen bibliotheken
aanzienlijke besparingen realiseren
door middel van een efficiënter
collectiebeleid. Ze kunnen
het gebruik van de collecties intensiveren
en op elk moment instant-inzicht krijgen
in hoe de collectie presteert.
Contact:
[email protected]